Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-05-15
ECLI:NL:RBAMS:2025:3651
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,485 tokens
Dictum
VAN MOSSEL AUTOLEASE ROTTERDAM B.V.
[adres]
verder: betrokkene
Namens wie beroep is ingesteld door:
Verkeersboete.nl
mr. N.G.A. Voorbach
verder: gemachtigde
welk beroep is ingesteld bij verzoekschrift, ingekomen bij de CVOM te Utrecht op 30 mei 2024 en is gericht tegen de beslissing van 21 mei 2024 van de officier van justitie (verder: verweerder) ten aanzien van betrokkene.
CJIB-nummer: [nummer]
Procesverloop
Aan betrokkene is bij beschikking van 13 december 2023 (verder: de inleidende beschikking) een sanctie in het kader van de Wet administratieve handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) opgelegd. Gemachtigde heeft tegen de inleidende beschikking beroep ingesteld bij verweerder. Deze heeft dat beroep – na gemachtigde te hebben gehoord - ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft gemachtigde vervolgens beroep ingesteld bij de kantonrechter. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende gegevens overgelegd. De gemachtigde heeft de gronden van het beroep bij brief van 22 april 2025 aangevuld. Het beroep is behandeld op de openbare zitting van 1 mei 2025. Partijen zijn voor deze zitting opgeroepen.
Namens gemachtigde is de heer [naam 1] bij de zitting verschenen.
Verweerder heeft ter zitting gereageerd op het door gemachtigde ingediende beroepschrift. Verweerder stelt zich op het standpunt dat het beroep ongegrond is.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
1. Aan betrokkene is bij de inleidende beschikking wegens een verkeersgedraging een administratieve sanctie opgelegd ingevolge de Wet administratieve handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). Betrokkene wordt verweten een weg te hebben gebruikt in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen (bord C12). De gedraging is geconstateerd op 30 november 2023 om 13:54 uur op de Sloterweg (west) te Amsterdam.
2. Het beroep is tijdig ingesteld.
3. Het volgende wordt overwogen.
Bevoegdheid Boa
4. Gemachtigde voert aan dat de verbalisant in deze zaak is aangesteld als Buitengewoon Opsporingsambtenaar (Boa) ‘openbare ruimte’ niet bevoegd was om hier te handhaven. In het verkeersbesluit waarin de geslotenverklaring is ingesteld, wordt het leefbaarheidscriterium er met de haren bijgesleept. Nergens in het voortraject en de monitoring wordt de leefbaarheid ook maar zijdelings benoemd. Niets wijst erop dat de leefbaarheid een rol heeft gespeeld bij het instellen van de geslotenverklaring. Dit raakt aan de bevoegdheid van de Boa, aangezien deze alleen bevoegd is om te handhaven op een C-bord in relatie tot de leefbaarheid. Volgens de gemachtigde zijn in het voortraject gedurende een jaar de effecten van het instellen van de geslotenverklaringen in de gebieden Sloten en Nieuw Sloten gemonitord.De resultaten van de monitoring zijn vastgelegd in de ‘Tussenrapportage Monitoring en Evaluatie Sloterweg Verkeersveilig (juni – december 2023)’ en in de ‘Eindrapportage Monitoring ‘Sloterweg Verkeersveilig’. In beide rapportages wordt het leefbaarheidscriterium geen enkele keer genoemd als grondslag voor het invoeren van de geslotenverklaring. Op 26 september 2023 is het ‘Monitoringsplan Sloterweg-West’ gepubliceerd, waarin op pagina 5 het volgende wordt overwogen: Dit rapport beschrijft het plan van aanpak voor de monitoring en evaluatie van de verkeersintensiteiten, wachtrijen en verkeersveiligheid voor beide maatregelen. Het is denkbaar dat er ook impact is op leefbaarheid van bewoners en bijvoorbeeld emissies in het gebied. Daar wordt hier geen onderzoek naar gedaan en valt dan ook buiten de monitoring.Uit het verkeersbesluit voor de Sloterweg-West blijkt weliswaar dat de maatregel is ingesteld “om de leefbaarheid te verbeteren”, maar de gemeenteraad heeft ingestemd met het voorkeursbesluit en uitvoeringsbudget voor het verkeersveilig maken van de Sloterweg West. Daarmee ontbreekt een feitelijke basis dat de maatregel – zoals geëist voor BOA-handhaving – werkelijk is ingesteld en geëvalueerd op leefbaarheids-effecten, aldus de gemachtigde.
5. Verweerder betwist dat de Boa onbevoegd is.
6. De kantonrechter stelt vast dat de Boa die deze overtreding heeft geconstateerd volgens het zaakoverzicht was aangesteld in het domein Openbare ruimte. De wettelijke voorschriften waar een Boa in dat domein op mag handhaven, is geregeld in de bijlage bij de Regeling Domeinlijsten Buitengewoon opsporingsambtenaar. Voor zover relevant, luidt die als volgt: “(…) voor rijdend verkeer: (…) hoofdstukken C (geslotenverklaring) (…) RVV. Handhaving op het negeren van een C-(…)bord is toegestaan in relatie tot de leefbaarheid, waaronder het tegengaan van overlast door sluipverkeer en het verbeteren van de leefbaarheid door bepaalde gebieden af te sluiten voor (vracht)auto’s, zoals de zogeheten milieuzones.”
7. In het verkeersbesluit voor het instellen van een geslotenverklaring voor de Sloterweg-west (gemeenteblad nr. 252926 van 9 juni 2023) staat als onderbouwing dat de smalle weg gevaarlijke verkeerssituaties oplevert tussen fietsers en autoverkeer. Verder staat daar dat deze weg onderdeel uitmaakt van de hoofdnet fiets, dat de verkeersveiligheid voor fietsers vergroot moet worden en dat met een verkeersbesluit uit 2021 getracht is de situatie te verbeteren met een verlaging van de maximum snelheid naar 30 km/u. Omdat dit na evaluatie onvoldoende effect had, is besloten tot een geslotenverklaring van de weg voor autoverkeer. Dat past ook – zo staat daar verder – in het beleid van de gemeente Amsterdam om (doorgaand) verkeer via plusnetten af te wikkelen in plaats van via een woonwijk. Daarom weegt het belang van verbetering van de leefbaarheid en verkeersveiligheid zwaarder dan de hinder van de maatregel in de doorstroming van het verkeer, aldus het verkeersbesluit.
8. Anders dan de gemachtigde stelt, blijkt uit het verkeersbesluit niet dat de leefbaarheid hier “met de haren is bijgesleept”. Weliswaar zou bij het eerste verkeersbesluit uit 2021 de gevaarlijke verkeerssituatie het (enige) hoofddoel kunnen zijn geweest. Maar met het huidige verkeersbesluit is ook betrokken dat – kort gezegd – doorgaan verkeer bij voorkeur niet via woonwijken moet gaan. Dat valt onder de leefbaarheid, zodat ook een inhoudelijk leefbaarheidsargument ten grondslag ligt aan de geslotenverklaring. Dat betekent dat de boa die deze overtreding heeft geconstateerd, bevoegd was om te handhaven.
Bebording
9. Verder voert gemachtigde aan dat zo langzamerhand sprake is van bordenblindheid. Verkeerspsycholoog [naam 2] merkte in een item van RTV Utrecht over een andere locatie op dat het bord C12 op een gele achtergrond mogelijk niet duidelijk is voor de gemiddelde weggebruiker. Om het maximale effect te behalen, raadt de heer [naam 2] aan het verbodsbord los aan een paal te bevestigen en iets verder ervoor of erna een andere waarschuwing. Ook verwijst gemachtigde naar een item van het BNNVara programma Kassa van 8 maart 2025 over het aantal boetes dat middels digitale handhaving is opgelegd.
10. Verweerder stelt dat de bebording in orde is en verwijst hierbij naar de schouwrapporten van de bebording.
11. De kantonrechter stelt vast dat in het dossier schouwrapporten aanwezig zijn. Die schouwrapporten dateren van voor en na de aan betrokkene verweten gedraging. Uit die rapporten blijkt dat de bebording op beide momenten ter plaatse aanwezig was en dat die overeenkomstig de wet en regelgeving was geplaatst. Uit wat de gemachtigde heeft aangevoerd is niet gebleken van een zodanig onduidelijke of uitzonderlijke situatie op deze locatie, dat de bebording ondanks plaatsing overeenkomstig wet en regelgeving tóch onduidelijk is. Deze grond faalt.Gedraging
11. Uit het zich in het dossier bevindende zaakoverzicht blijkt dat de overtreding automatisch is geconstateerd en op een digitale foto is vastgelegd. De camera is geplaatst na het bord C12 met onderbord ‘uitgezonderd lijnbussen’. De camera heeft vastgelegd dat het voornoemde voertuig kwam uit de westelijke richting van de Ditlaar en reed in oostelijke richting naar het Wielercircuit. De camera heeft vastgelegd dat de bestuurder van het voertuig het bord C12 negeerde en de geslotenverklaring in reed. De juiste plaatsing van de verkeersborden wordt maandelijks geschouwd door een boa. In het dossier bevinden zich twee schouwrapporten van de bebording, daterend van voor en na de aan betrokkene verweten gedraging en hieruit blijkt dat de bebording op beide momenten ter plaatse aanwezig was en conform de wet en regelgeving was geplaatst.
Dictum
De kantonrechter:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om een proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. Otten, kantonrechterrechter, in aanwezigheid van mr. I.K. van Weelden, griffier, en is in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Datum verzending
Bent u het met deze beslissing niet eens, dan kunt u binnen zes weken na de hierboven vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen indien de als gevolg van deze beslissing te betalen administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt. Het beroepschrift dient schriftelijk (niet per e-mail) te worden ingediend bij rechtbank Amsterdam, afdeling privaatrecht, team kanton, postbus 70515, 1007 KM, Amsterdam en dient door degene die het beroep instelt of een gemachtigde te worden ondertekend. De procedure bij het gerechtshof verloopt schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling wordt gevraagd.