Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-05-28
ECLI:NL:RBAMS:2025:3578
Strafrecht; Europees strafrecht
Eerste en enige aanleg
1,430 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
Internationale rechtshulpkamer
Parketnummer : 13-347115-24
Toewijzing vordering beëindiging uitstel feitelijke overlevering wegens ernstige humanitaire omstandigheden (artikel 35, derde lid, vierde volzin OLW)
De uitvaardigende justitiële autoriteit van Polen heeft om overlevering verzocht van de opgeëiste persoon:
[opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1971 te [geboorteplaats] (Polen),
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[BRP adres] ,
gedetineerd in [detentieplaats] .
Raadsvrouw mr. C.C.J. Mouwen.
Procedure
Op 20 februari 2025 is de overlevering aan Polen van de opgeëiste persoon toegestaan.
Bij beslissing van de rechtbank van 26 februari 2025 is de termijn van feitelijke overlevering op verzoek van de raadsvrouw van de opgeëiste persoon opgeschort wegens ernstige humanitaire redenen op grond van artikel 35, derde lid, eerste volzin OLW. Tevens is op die datum de vrijheidsbeneming verlengd op grond van artikel 34, eerste lid, aanhef en onder b, OLW.
De officier van justitie heeft op 26 maart 2025 op grond van artikel 35, derde lid, vierde volzin, OLW mondeling gevorderd dat de termijn voor feitelijke overlevering wordt verlengd met maximaal dertig dagen, omdat naar het oordeel van de officier van justitie de ernstige humanitaire redenen niet meer bestaan. Tevens heeft de officier van justitie (bij afzonderlijke vordering) gevorderd dat op grond van artikel 34, eerste lid, aanhef en onder b, OLW de vrijheidsbeneming met 30 dagen wordt verlengd. Bij (afzonderlijke) beslissingen van 26 maart 2025 is de vordering van de officier van justitie ex artikel 35, derde lid, vierde volzin, OLW afgewezen en is de vrijheidsbeneming op grond van artikel 34, eerste lid, aanhef en onder b, OLW met 30 dagen verlengd.
De officier van justitie heeft op 10 april 2025 gevorderd dat de rechtbank de vrijheidsbeneming verlengt. Bij beslissing van 23 april 2025 heeft de rechtbank de vrijheidsbeneming op grond van artikel 34, eerste lid, aanhef en onder b, OLW met 30 dagen verlengd.
De officier van justitie heeft op 22 mei 2025 op grond van artikel 35, derde lid, vierde volzin, OLW gevorderd dat de termijn voor feitelijke overlevering wordt verlengd met maximaal dertig dagen, omdat naar het oordeel van de officier van justitie de ernstige humanitaire redenen niet meer bestaan. Deze vordering is bij beslissing van 23 mei 2025 afgewezen. Tevens heeft de officier van justitie (bij afzonderlijke vordering) gevorderd dat op grond van artikel 34, eerste lid, aanhef en onder b, OLW de vrijheidsbeneming met 30 dagen wordt verlengd. Deze vordering is bij beslissing van 23 mei 2025 toegewezen.
De officier van justitie heeft op 27 mei 2025 wederom op grond van artikel 35, derde lid, vierde volzin, OLW gevorderd dat de termijn voor feitelijke overlevering wordt verlengd met maximaal dertig dagen, omdat naar het oordeel van de officier van justitie de ernstige humanitaire redenen niet langer bestaan. Daartoe verwijst de officier van justitie naar de overgelegde fit to fly verklaring. De officier van justitie is in onderling overleg met de uitvaardigende justitiële autoriteit een nieuwe datum voor feitelijke overlevering overeengekomen die valt binnen de te verlengen termijn, te weten 30 mei 2025.
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de ernstige humanitaire redenen op grond van artikel 35 lid 3, eerste volzin OLW ook nu nog aanwezig zijn. Uit de fit to fly verklaring blijkt niet dat er bloedonderzoek heeft plaatsgevonden, terwijl de nierfunctie alleen kan worden beoordeeld door bloedonderzoek.
Beoordeling
De rechtbank is van oordeel dat er ten aanzien van de opgeëiste persoon geen gegronde redenen meer bestaan om aan te nemen dat de feitelijke overlevering het leven of de gezondheid van de opgeëiste persoon ernstig in gevaar zou brengen.
De opgeëiste persoon is in opdracht van de officier van justitie op 26 mei 2025 in de [detentieplaats] onderzocht door een arts voor een fit to fly onderzoek overeenkomstig de IATA richtlijnen. Het resultaat van dit onderzoek is vastgelegd in een fit to fly declaration. Daarin is vermeld dat de arts het medische dossier van de opgeëiste persoon heeft gelezen, dat de opgeëiste persoon fit to fly is bevonden en is aangekruist ‘no further medical facilities are required’.
De rechtbank is gelet daarop van oordeel dat de reden voor uitstel van de feitelijke overlevering namelijk een acute nierinsufficiëntie (en de noodzaak voor nader onderzoek door een specialist om te bezien of de nierfunctie voldoende genormaliseerd is om te kunnen worden vervoerd per vliegtuig) niet meer aan de orde is.
Daarom zal de rechtbank de in artikel 35, eerste lid, OLW bedoelde termijn op grond van artikel 35, derde lid, vierde volzin, OLW met 30 dagen verlengen.
Dictum
De rechtbank:
STELT VAST dat er ten aanzien van de opgeëiste persoon geen gegronde redenen meer bestaan om aan te nemen dat de feitelijke overlevering het leven of de gezondheid van de opgeëiste persoon ernstig in gevaar zou brengen;
VERLENGT de termijn als bedoeld in artikel 35, eerste lid, OLW met dertig dagen.
Deze beslissing is genomen op 28 mei 2025 door
mr. M.E.M. James - Pater, rechter,
en in tegenwoordigheid van M. van Veen, griffier.