Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-05-21
ECLI:NL:RBAMS:2025:3321
Strafrecht; Internationaal strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
4,578 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13-047862-24
Datum uitspraak: 21 mei 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 14 maart 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 2 februari 2024 door the Regional Prosecutor’s Office, Town of Targovishte, Bulgarije (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1989 te [geboorteplaats] (Bulgarije),
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,
nu gedetineerd in [detentieplaats] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1Procesgang
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 7 mei 2025, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. M.P.M. Balemans, advocaat in Amsterdam en door een tolk in de Bulgaarse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd.
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.
2Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Bulgaarse nationaliteit heeft.
3Grondslag en inhoud van het EAB
Het EAB vermeldt een Enforceable Ruling No. 248/30.11.2022 in Private Criminal Case No. 752/2022 of the Regional Court of the town of Targovishte, in force as of 16/12/2022, whereby, pursuant to Article 25 of the Criminal Code, a total custodial sentence of 1 (one) year under strict regime of serving was imposed under Judgment No. 9/09.03.2022 in Public Criminal Case No. 585/2021 of the Regional Court of the town of Targovishte, in force as of 25/03/2022 and Judgment No. 161/19.12.2013 in Public Criminal Case No. 794/2013 of the Regional Court of the town of Targovishte, in force as of 19/12/2013. The same ruling decreed SEPARATE serving of a custodial sentence of 6 (six) months under general regime of serving, imposed by Judgment No. 147-A/08.12.2008, in force as of 24/12/2008, in Public Criminal Case No. 757/2008 of the Regional Court of the town of Targovishte.
Reference number:
Private Criminal Case No. 752/2022 of the Regional Court of the townof Targovishte;
Public Criminal Case No. 585/2021 of the Regional Court of the town of Targovishte;
Public Criminal Case No. 794/2013 of the Regional Court of the town of Targovishte;
Public Criminal Case No. 757/2008 of the Regional Court of the town of Targovishte.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar en zes maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat.
Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.
3.1
Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW
Standpunt van de raadsman
De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de overlevering van de opgeëiste persoon dient te worden geweigerd, omdat het onduidelijk is of hij zijn verdedigingsrechten heeft kunnen uitoefenen bij alle in het EAB genoemde vonnissen en het onduidelijk is of de verzetsgarantie ziet op al die vonnissen. Subsidiair heeft de raadsman verzocht de behandeling aan te houden om de Bulgaarse uitvoerende justitiële autoriteiten te vragen of de verstrekte verzetsgarantie ziet op alle onderliggende vonnissen.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat sprake is van een duidelijke onvoorwaardelijke verzetsgarantie. Enforceable Ruling No. 248/30.11.2022 hoeft niet te worden getoetst aan artikel 12 OLW omdat bij die beslissing slechts tot tenuitvoerlegging is beslist en er geen beoordelingsruimte voor de rechter was.
Bij Judgment No. 161/19.12.2013 met Case No. 794/2013 en Judgment No. 147-A/08.12.2008 met Case No. 757/2008) is de opgeëiste persoon in persoon aanwezig geweest.
Voor Judgment No. 9/09.03.2022 met Case No. 585/2021/09.03.2022 is een onvoorwaardelijke verzetsgarantie afgegeven. Aanhouding van de behandeling van de zaak om de Bulgaarse autoriteiten hier vragen over te stellen is dan ook niet nodig.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat - kort gezegd - is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan.
Op grond van artikel 12, sub d, OLW mag de rechtbank in dit geval de overlevering niet weigeren, als de uitvaardigende justitiële autoriteit heeft vermeld dat
( i) het betreffende vonnis na overlevering onverwijld aan de opgeëiste persoon zal worden betekend en hij uitdrukkelijk zal worden geïnformeerd over zijn recht op een verzetprocedure of een procedure in hoger beroep, waarbij hij het recht heeft aanwezig te zijn, waarop de zaak opnieuw ten gronde wordt behandeld en nieuw bewijsmateriaal wordt toegelaten, die kan leiden tot herziening van het oorspronkelijke vonnis en
( ii) de opgeëiste persoon wordt geïnformeerd over de termijn waarbinnen hij verzet of hoger beroep dient aan te tekenen, als vermeld in het desbetreffende Europees aanhoudingsbevel.
Het EAB vermeldt in het EAB in onderdeel d):
“the person was not personally served with the decision, but
the person will be personally served with this decision without delay after the surrender, and
- when served with the decision, the person will be expressly informed of his or her right to a retrial or appeal, in which he or she has the right to participate and which allows the merits of the case, including fresh evidence, to be reconsidered, and which may lead to the original decision being reversed, and
- the person will be informed of the timeframe within which he or she has to request a retrial or appeal, which will be 180 days”.
Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat uit de stukken het volgende blijkt.
Enforceable Ruling No. 248/30.11.2022 hoeft niet te worden getoetst aan artikel 12 OLW omdat bij die beslissing slechts tot tenuitvoerlegging is beslist en er geen beoordelingsruimte voor de rechter was.
Bij Judgment No. 9/09.03.2022 met Case No. 585/2021/09.03.2022 is één jaar gevangenisstraf opgelegd. Tevens is bij deze beslissing de bij Judgment No. 161/19.12.2013 met Case No. 794/2013 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van acht maanden omgezet naar een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van acht maanden. Op grond van artikel 25 van the Criminal Code zijn deze straffen (één jaar en acht maanden) samengevoegd en is de zwaarste straf, te weten één jaar overgebleven. Van dit jaar heeft de opgeëiste persoon al zes maanden uitgezeten.
Feiten
diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd,
overtreding van art. 9 lid 1 WVW 1994.
5Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6a OLW
Standpunt van de raadsman
De raadsman heeft de rechtbank verzocht om de behandeling van de zaak aan te houden om hem in de gelegenheid te stellen met stukken een beroep op gelijkstelling van de opgeëiste persoon met een Nederlander te onderbouwen. De opgeëiste persoon heeft in de penitentiaire inrichting niet over zijn telefoon kunnen beschikken en daar staat de informatie in ter onderbouwing van het beroep.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich verzet tegen aanhouding van de behandeling van de zaak. De raadsman heeft het Openbaar Ministerie verzocht om de opgeëiste persoon toegang te geven tot zijn telefoon, welk verzoek door het Openbaar Ministerie 19 maart 2025 is ingewilligd. Bovendien is er het Openbaar Ministerie op 10 april 2025 een email naar de raadsman gestuurd, inhoudende de mededeling dat indien de raadsman vandaag op zitting een beroep op gelijkstelling wil doen, hij de stukken daartoe uiterlijk tien dagen voor de zitting dient aan te leveren. De raadsman is ruimschoots in de gelegenheid geweest de betreffende stukken aan te leveren. De stukken die op de zitting, en derhalve al te laat, door de raadsman zijn overlegd zien bovendien slechts op iets meer dan twee jaar en tonen bij lange na niet aan dat de opgeëiste persoon ten minste vijf jaren ononderbroken rechtmatig in Nederland heeft verbleven als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e en l, Vreemdelingenwet 2000.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt voorop dat volgens vaste jurisprudentie van deze rechtbank (sinds april 2021 bovendien wettelijk verankerd in artikel 6, derde lid en 6a, negende lid OLW) stukken ter onderbouwing van een beroep op gelijkstelling tijdig dienen te worden overgelegd. De rechtbank is van oordeel dat een termijn 10 dagen redelijk is, zodat de stukken door de rechtbank en de officier van justitie kunnen worden bestudeerd en de officier van justitie nog in de gelegenheid is om desgewenst vragen te stellen aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) over de verwachting dat de opgeëiste persoon al dan niet het recht op verblijf in Nederland verliest als gevolg van een hem na overlevering opgelegde straf of maatregel, zoals bepaald in artikel 6, derde lid, OLW.
In deze zaak heeft de raadsman op zitting voor het eerst stukken overgelegd ter onderbouwing van het gelijkstellingsverweer. Gelet op het voorgaande zijn die stukken dus niet tijdig overgelegd. Om die reden zal de rechtbank de stukken buiten beschouwing laten, zodat de opgeëiste persoon niet heeft aangetoond dat aan de eerste voorwaarde is voldaan.
Wat de raadsman op zitting verder heeft aangevoerd ten aanzien van het verblijf van de opgeëiste persoon is onvoldoende aanleiding om de zaak aan te houden om de opgeëiste persoon in de gelegenheid te stellen zijn beroep op gelijkstelling nader te onderbouwen. Het eerste aanknopingspunt voor het verblijf van de opgeëiste persoon in Nederland dateert van 16 augustus 2021. Er is daarom nog geen begin van aannemelijkheid dat de opgeëiste persoon vijf jaar ononderbroken verblijf zou hebben gehad. Daar komt bij dat het Openbaar Ministerie het verzoek van de raadsman om de opgeëiste persoon toegang te geven tot zijn telefoon om daaruit stukken ter onderbouwing van het beroep op gelijkstelling te genereren, al op 19 maart 2025 heeft toegewezen. Niet is gebleken dat deze toegang heeft geleid tot overleggen van stukken en het is de rechtbank ook niet gebleken dat daartoe enige activiteit is verricht door de verdediging. De rechtbank wijst het aanhoudingsverzoek van de raadsman dan ook af.
6De weigeringsgrond van artikel 11 OLW
Standpunt van de raadsman
De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de overlevering van de opgeëiste persoon dient te worden geweigerd omdat uit de door de uitvaardigende justitiële autoriteiten verstrekte detentiegarantie niet blijkt hoeveel uren de opgeëiste persoon buiten zijn cel kan verblijven en de detentiegarantie bevat evenmin informatie over de mogelijkheden van familiebezoek. Subsidiair heeft de raadsman de rechtbank verzocht de behandeling van de zaak aan te houden om hieromtrent nadere vragen te stellen aan Bulgarije.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verstrekte individuele detentiegarantie voldoende is om het algemene gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling weg te nemen. Uit diverse uitspraken van deze rechtbank blijkt dat als een opgeëiste persoon tussen de drie en vier vierkante meter persoonlijke ruimte krijgt, onderzoek moet worden gedaan worden naar andere factoren die dit gebrek aan persoonlijke ruimte compenseren, zoals het aantal uur dat de opgeëiste persoon buiten zijn cel kan verblijven. In de onderhavige detentiegarantie staat dat de opgeëiste persoon vier vierkante meter persoonlijke ruimte krijgt, zodat onderzoek naar de overige detentieomstandigheden achterwege kan blijven. De officier van justitie verzet zich dan ook tegen aanhouding van de behandeling van de zaak om de Bulgaarse autoriteiten hier vragen over te stellen.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank heeft op grond van het Public statement van het European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment (hierna: CPT) van 26 maart 2015 geoordeeld dat in het algemeen een reëel gevaar bestaat dat personen die in Bulgarije zijn gedetineerd onmenselijk of vernederend worden behandeld, zoals bedoeld in artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest). Bij uitspraak van 11 februari 2020 (ECLI:NL:RBAMS:2020:1097) heeft de rechtbank geoordeeld dat het CPT-rapport van 4 mei 2018, naar aanleiding van bezoeken tussen 25 september 2017 en 6 oktober 2017, niet tot een ander oordeel leidt. Dit geldt eveneens ten aanzien van het CPT-rapport van 18 oktober 2022.
Bij brief van 15 april 2025 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit meegedeeld dat de opgeëiste persoon na zijn overlevering zal worden geplaatst in the Pleven Prison en is uitgebreide informatie verstrekt over de omstandigheden in deze instelling. De brief bevat onder meer de volgende informatie:
“In connection with your letters dated 10/04/2025 and 14/04/2025 and the implementation of our EAW 1/2024of 02/02/2024. I would like to inform, you of the following:1. [opgeëiste persoon] of the town of [stad] , with Personal Number [nummer] , should serve the imposed custodial sentences at the Pleven Prison where he will be taken immediately alter his extradition to the country.2. Having in mind the available living space (except for the sanitary premises) and the required minimum of 4 square meters of personal space for one prisoner, the Pleven prison and its Vit closed-type dormitories and Pleven open-type dormitories can accommodate 365 people. As of today, 14/04/2025 there are 283 prisoners at the Pleven prison.
3. for each bedroom. there is a bathroom with constantly running water on each floor, there is a shared bathroom with toilets. The heating is provided by a steam boiler, which maintains the temperatures in the common room and bedrooms between 20 and 24 degrees in the winter months. The steam boiler provides continuous hot water.
There are three meals a dea: breakfast. lunch. and dinner: the menu is taken care of by a professional cook and the normative documents for sufficient caloric content and nutrition are strictly observed.
Conclusie
De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW, er een garantie is gegeven als bedoeld in artikel 12 sub d OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.
8Toepasselijke wetsbepalingen
De artikel 311 Wetboek van Strafrecht, de artikelen 9 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994 en de artikelen 2, 5 en 7 OLW.
Dictum
STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Regional Prosecutor’s Office, Town of Targovishte, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. J.G. Vegter, voorzitter,
mrs. C. Klomp en D. Segbedzi, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D. Kloos, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 21 mei 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Zie artikel 23 Overleveringswet.
Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
ÁG513121404826HÈ
G513121404826
Zie onderdeel e) van het EAB.
Bijvoorbeeld, rechtbank Amsterdam 2 april 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:2927
Zie o.a. rechtbank Amsterdam 3 november 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:8429.
Zie het arrest [persoon 1] en [persoon 2] , HvJ EU 5 april 2016, ECLI:EU:C:2016:198, punten 88-90, en o.a. Rechtbank Amsterdam 28 november 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:1269.
Rechtbank Amsterdam, 27 oktober 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:6217.