Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-05-01
ECLI:NL:RBAMS:2025:3195
Strafrecht; Europees strafrecht
Beschikking
479 tokens
Dictum
op de vordering ex artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 6 februari 2025, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor de tenuitvoerlegging van een straf die is opgelegd voor feiten die vóór het tijdstip van de overlevering zijn begaan en waarvoor de betrokkene niet is overgeleverd, als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, OLW. Dit verzoek is ingediend door the Regional Court in Poznań, 3rd Criminal Division (Polen) op 11 oktober 2024 en betreft:
[overgeleverde persoon]
geboren op [geboortedag] 1974 te [geboorteplaats] (Polen),
thans verblijvende in Polen,
hierna te noemen: de overgeleverde persoon.
Beoordeling
Het verzoek bevat de gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. De voorhanden zijnde stukken zijn toereikend om - met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging van de overgeleverde persoon - een beslissing te nemen.
Het verzoek betreft feiten ten aanzien waarvan krachtens de OLW overlevering had kunnen worden toegestaan.
De rechtbank zal daarom het verzoek toewijzen.
Dictum
De rechtbank:
verleent op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, en derde lid, OLW toestemming voor tenuitvoerlegging van de straf van [overgeleverde persoon] voor de feiten zoals vermeld in het verzoek.
ÁG713121478384CÈ
G713121478384
Deze beslissing is genomen op 1 mei 2025 door
mr. M.C.M. Hamer, voorzitter,
mrs. R.A. Sipkens en E. de Rooij, rechters,
in tegenwoordigheid van G. Riedijk, griffier.