Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-02-18
ECLI:NL:RBAMS:2025:2906
Strafrecht; Europees strafrecht
Eerste en enige aanleg
2,265 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/395581-24
Datum uitspraak: 18 februari 2025
UITSPRAAK
op de vordering van de officier van justitie van 18 december 2024 bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 13 juli 2021 door de Provincial Court of Navarra Section One, Spanje (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1977 ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [BRP-adres]
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1Procesgang
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 4 februari 2025, in aanwezigheid van mr. M. Al Mansouri, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. J. Verstegen, advocaat te Amsterdam.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek de gevangenhouding bevolen
met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.
2Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse en Turkse nationaliteit heeft.
3Verzoek tot aanhouding
De raadsvrouw verzoekt de behandeling van de zaak aan te houden om nadere informatie op te vragen aan de Spaanse autoriteiten omdat onvoldoende uit het dossier blijkt welke straf aan de opgeëiste persoon is opgelegd.
De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat uit de in het EAB verstrekte informatie blijkt dat de overlevering door de uitvaardigende justitiële autoriteit wordt verzocht voor de tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaar en (vervangende hechtenis van) 3 maanden. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om de behandeling van de zaak aan te houden.
4Grondslag en inhoud van het EAB
Het EAB en een e-mail van 26 december 2024 van de uitvaardigende justitiële autoriteit vermeldt een op 9 maart 2021 uitgevaardigd vonnis van de Provincial Court of Navarra, first section.
Het EAB vermeldt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de bovengenoemde beslissing heeft geleid.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 2 jaar en (vervangende hechtenis van) 3 maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf van twee jaar en een geldboete met vervangende hechtenis van 3 maanden zijn aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis. Omdat de opgeëiste persoon de geldboete niet heeft betaald, is de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis van 3 maanden gelast.
Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.
5Strafbaarheid
Feiten
De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenaamde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten:
- informatica criminaliteit;
- oplichting.
Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Spanje een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.
6Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6a OLW
De opgeëiste persoon heeft (ook) de Nederlandse nationaliteit en beroept zich op de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6a, eerste lid, OLW. Op grond van artikel 6a OLW kan de overlevering van een Nederlander worden geweigerd, indien de overlevering is gevraagd ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een hem bij onherroepelijk vonnis opgelegde vrijheidsstraf en de rechtbank van oordeel is dat de tenuitvoerlegging van die straf kan worden overgenomen.
De rechtbank moet daarom beoordelen of de tenuitvoerlegging van de in Spanje opgelegde vrijheidsstraf kan worden overgenomen.
De in artikel 6a, tweede lid, aanhef en onder a, OLW van overeenkomstige toepassing verklaarde weigeringsgronden staan niet in de weg aan overname van de tenuitvoerlegging van die vrijheidsstraf.
Feiten
Oplichting, meermalen gepleegd.
Uit de Nederlandse kwalificatie volgt dat de opgelegde vrijheidsstraf niet het toepasselijke Nederlandse wettelijke strafmaximum overstijgen.
De opgelegde sanctie is naar zijn aard niet onverenigbaar met Nederlands recht. Voor een aanpassing van de opgelegde vrijheidsstraf overeenkomstig artikel 6a, derde tot en met vijfde lid, OLW is daarom geen plaats.
De rechtbank concludeert op grond van het voorgaande dat de tenuitvoerlegging van de opgelegde vrijheidsstraf kan worden overgenomen.
Uit het dossier volgt verder dat de opgeëiste persoon voldoende economische en sociale banden met Nederland heeft, zodat de overname van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf zal bijdragen aan de maatschappelijke re-integratie van de opgeëiste persoon.
De rechtbank is dan ook bevoegd om de overlevering overeenkomstig artikel 6a, eerste lid, OLW te weigeren. In dit geval ziet zij geen aanleiding om af te zien van de uitoefening van die bevoegdheid.
De rechtbank zal daarom de overlevering weigeren en gelijktijdig de tenuitvoerlegging van die vrijheidsstraffen in Nederland bevelen. Daarbij zal de rechtbank op grond van artikel 27, vierde lid, OLW de gevangenhouding van de opgeëiste persoon tot aan de tenuitvoerlegging van die vrijheidsstraffen te bevelen.
De raadsvrouw heeft op grond van overgelegde stukken die zien op de persoonlijke situatie van de opgeëiste persoon en zijn gezin verzocht om het bevel gevangenhouding ex artikel 27, vierde lid, OLW te schorsen tot aan het moment van de daadwerkelijke tenuitvoerlegging van de overgenomen straf. De officier van justitie heeft zich hiertegen verzet. Hoewel de rechtbank oog heeft voor de persoonlijke omstandigheden van de opgeëiste persoon, kan niet worden gezegd dat deze omstandigheden zodanig bijzonder zijn dat een schorsing gerechtvaardigd is. Een schorsing van de gevangenhouding nadat de overlevering is toegestaan of een straf is overgenomen gebeurt alleen en daarom bij uitzondering in bijzondere omstandigheden. De rechtbank zal dit verzoek dan ook afwijzen.
Conclusie
De rechtbank stelt vast dat de weigeringsgrond van artikel 6a OLW van toepassing is. De rechtbank ziet geen aanleiding om af te zien van toepassing van die weigeringsgrond. Om die reden wordt de overlevering geweigerd.
8Toepasselijke wetsbepalingen
Artikel 326 Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 5, 6a en 7 OLW|.
Dictum
WEIGERT de overlevering van [opgeëiste persoon] aan Provincial Court of Navarra Section One, Spanje voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
BEVEELT de tenuitvoerlegging van de in rubriek 4 bedoelde vrijheidsstraf in Nederland.
HEFT OP de geschorste overleveringsdetentie van [opgeëiste persoon] .
BEVEELT de gevangenhouding van [opgeëiste persoon] tot aan de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf. Dit bevel is apart opgemaakt.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. C. Klomp, voorzitter,
mrs. B. van Galen en E. Biçer, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 18 februari 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Zie artikel 23 Overleveringswet.
Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
Zie onderdeel e) van het EAB.