Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-04-10
ECLI:NL:RBAMS:2025:2812
Strafrecht; Europees strafrecht, Strafrecht; Internationaal strafrecht
Eerste en enige aanleg
1,209 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13-011393-25
Datum uitspraak: 10 april 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 13 januari 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 8 augustus 2024 door het Parket van de procureur des Konings Antwerpen, België (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Nederland) op [geboortedag] 1984,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1Procesgang
Zitting 4 maart 2025
De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 4 maart 2025, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. E. Kolokatsi, advocaat in Amersfoort.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd.
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.
Tussenuitspraak 18 maart 2025
De rechtbank heeft het onderzoek ter terechtzitting heropend en voor onbepaalde tijd geschorst om de opgeëiste persoon in de gelegenheid te stellen op een nadere zitting van de rechtbank een weloverwogen beslissing kenbaar te maken of hij al dan niet een beroep doet op de door de Belgische autoriteiten afgegeven terugkeergarantie.
Zitting 3 april 2025
De behandeling van het EAB is met instemming van partijen in gewijzigde samenstelling voortgezet op de zitting van 3 april 2025, in aanwezigheid van mr. N.R. Bakkenes, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. E. Kolokatsi, advocaat in Amersfoort.
2Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.
3Tussenuitspraak
Bij tussenuitspraak van 18 maart 2025 heeft de rechtbank al geoordeeld over de grondslag en
inhoud van het EAB, de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon zoals bedoeld in artikel 12 OLW, de strafbaarheid van de in het EAB vermelde feiten en de toepassing van de weigeringsgrond van artikel 11 OLW (detentieomstandigheden). Deze overwegingen dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd.
4Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW
De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit maar heeft ter zitting verklaard dat hij zich niet beroept op de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW (de terugkeergarantie). De rechtbank zal de overlevering daarom niet afhankelijk maken van de terugkeergarantie.
Conclusie
De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.
6Toepasselijke wetsbepalingen
De artikelen 2, 5 en 7 OLW.
Dictum
STAAT TOE de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan het Parket van de procureur des Konings Antwerpen, België voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mrs. C.A. van Dijk en J.E. van Bruggen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D.F.A. Reuvekamp en G. Riedijk, griffiers,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 10 april 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Zie artikel 23 Overleveringswet.
Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.