Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-05-01
ECLI:NL:RBAMS:2025:2717
Strafrecht; Internationaal strafrecht
Eerste en enige aanleg
2,409 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
Parketnummer: 13/404792-24
RK nummers: 25-008415 en 25-008417
BESCHIKKING
Op het verzoek tot schadevergoeding en de daarmee samenhangende vergoeding van kosten van rechtsbijstand ex artikel 67 van de Overleveringswet (hierna: OLW) in samenhang met artikelen 533 en 530 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) van
[verzoeker],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982,
te dezen domicilie kiezend op het kantooradres van zijn raadsman,
mr. P. Susijn, [adres]
hierna te noemen: verzoeker.
1Procesgang
Bij het schriftelijke verzoek, bij de rechtbank ingediend op 1 april 2025, heeft verzoeker vergoeding verzocht van de schade geleden ten gevolge van vrijheidsbeneming en van de kosten van rechtsbijstand in de overleveringsprocedure, die is geëindigd met de beslissing van de Internationale Rechtshulpkamer van de rechtbank te Amsterdam (hierna: IRK) van
20 maart 2025 tot weigering van de overlevering van verzoeker.
De rechtbank heeft op 17 april 2025 de gemachtigd raadsman van verzoeker, mr. P. Susijn, advocaat in Tilburg, en de officier van justitie, mr. K. van der Schaft, in openbare raadkamer gehoord.
Het verzoek is tijdig ingediend en (mede daarom) ontvankelijk.
2Voorgeschiedenis
De rechtbank gaat uit van de volgende feiten:
- Bij vonnis van 13 juli 2023 van het Argeș-tribunaal (Roemenië), met zaaknummer 5742/109/2022 is verzoeker veroordeeld tot een vrijheidsstraf voor de duur van acht jaar en twee maanden;
- Op 9 augustus 2023 is door de Rechtbank Argeș (Roemenië), een Europees aanhoudingsbevel (hierna: EAB) uitgevaardigd, strekkende tot de aanhouding en overlevering van verzoeker aan Roemenië, in verband met de tenuitvoerlegging van voornoemde straf;
- Op 22 december 2024 is verzoeker voorlopig aangehouden in Nederland en gedetineerd op grond van de OLW gelet op voormeld EAB;
- Op vordering van de officier van justitie van 24 december 2024 is het overleveringsverzoek behandeld op de zittingen van 12 februari 2025 en 13 maart 2025;
- Bij uitspraak van deze rechtbank en kamer van 20 maart 2025 is de overlevering geweigerd op basis van de weigeringsgrond van artikel 12 OLW.
- Op 21 maart 2025 is verzoeker in vrijheid gesteld;
- Bij brief van 3 april 2025 heeft the Argeș County Court op een vraag van de parketsecretaris de volgende informatie verstrekt:
“(...) we hereby inform you that, in order to execute the European Arrest Warrant issued by Argeș County Court, if the requested person is to serve the sentence to which he was convicted via Criminal sentence no. 215 of 13/07/2023 ruled by the Argeș County Court in the case file no. 5742/109/2022, made final via non-appeal on 08/08/2023, the provisions of Article 15 of Law 302/2004 on judicial co-operation in criminal matters shall apply, i.e.: “The length of custodial sentences or measures or detention orders served abroad following a request from the Romanian authorities based on this Law shall be taken into account within the Romanian criminal procedure and shall be deducted from the length of the penalty imposed by the Romanian courts”.”
3Verzoek
Het verzoek strekt tot het toekennen van een vergoeding door de Nederlandse Staat van
- € 9.090, - € 9.090, - voor de ondergane vrijheidsbeneming van verzoeker in Nederland in de overleveringsprocedure, nader gespecificeerd:
3 3 dagen politiebureau: 3 x € 130,- = € 390, -
87 dagen Huis van Bewaring: 87 x € 100,- = € 8.700, -
- € 680, - € 680, - voor de kosten die in verband met het opstellen, indienen en behandelen van de verzoeken zijn gemaakt.
De raadsman heeft ter zitting het verzoek nader toegelicht. Hij heeft, zakelijk weergegeven, aangevoerd dat verzoeker schadevergoeding ex artikel 67 van de OLW toekomt, omdat zijn overlevering is geweigerd. Verder heeft hij aangevoerd dat de mededeling van de the Arges County Court dat de overleveringsdetentie in mindering zal worden gebracht indien verzoeker de straf die ten grondslag ligt aan het EAB alsnog zal ondergaan, niet in de weg staat aan het toekennen van schadevergoeding.
4Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het verzoek moet worden afgewezen. Hij heeft aangevoerd dat er geen gronden van billijkheid voor de toewijzing van schadevergoeding aanwezig zijn gelet op de mededeling van de the Argeș County Court dat de overleveringsdetentie in mindering zal worden gebracht indien verzoeker de straf die ten grondslag ligt aan het EAB alsnog zal ondergaan. Daarbij heeft hij verwezen naar de beschikkingen van de rechtbank van 11 juni 2024 (ECLI:NL:RBAMS:2024:3874) en 6 februari 2025 (ECLI:NL:RBAMS:2025:694).
5Toetsingskader
Artikel 67 OLW correspondeert met artikel 59 Uitleveringswet (UW). Artikel 67, eerste lid, OLW bepaalt dat, in gevallen waarin de overlevering is geweigerd, de rechtbank op verzoek van de opgeëiste persoon hem een vergoeding ten laste van de Staat kan toekennen voor de schade die hij heeft geleden ten gevolge van vrijheidsbeneming bevolen krachtens de OLW. Artikel 533, derde, vierde en zesde lid, Sv en de artikelen 534, 535 en 536 Sv zijn daarbij van overeenkomstige toepassing.
In de gevallen als bedoeld in artikel 67, eerste lid, OLW zijn de artikelen 529 en 530 Sv van overeenkomstige toepassing op vergoeding van kosten voor rechtsbijstand, zo bepaalt artikel 67, tweede lid, OLW.
Op grond van artikel 534, eerste lid, Sv kent de rechtbank een vergoeding voor schade, geleden ten gevolge van vrijheidsbeneming en rechtsbijstand, toe, indien daarvoor gronden van billijkheid aanwezig zijn. Daarbij moeten alle feiten en omstandigheden in aanmerking worden genomen.
6Oordeel van de rechtbank
Gelet op het bovengenoemd toetsingskader en onder verwijzing naar twee beschikkingen van 26 juli 2018 overweegt de rechtbank dat een weigering van de overlevering leidt tot de vaststelling dat verzoeker ten onrechte gedetineerd is geweest, en dat deze vaststelling – waarmee geen negatief oordeel over het handelen van de Nederlandse Staat is gegeven – vergoeding van schade, geleden als gevolg van vrijheidsbeneming, op grond van artikel 67 OLW in beginsel toewijsbaar maakt. Het ten onrechte gedetineerd zijn geweest leidt er immers toe dat het redelijk is dat de nadelige gevolgen van de vrijheidsbeneming niet voor rekening van verzoeker worden gelaten, maar door de Staat worden gedragen. Het Gerechtshof Amsterdam heeft deze beschikkingen bevestigd op 9 juli 2019.
De officier van justitie heeft verwezen naar de informatie van the Argeș County Court dat de periode van overleveringsdetentie zal worden afgetrokken van de Roemeense straf. De rechtbank overweegt dat van compensatie echter vooralsnog geen sprake is en verwijst daarbij naar voornoemde beschikkingen van het Gerechtshof Amsterdam, waarin onder meer is overwogen:
“Het argument dat verzoeker, zo de tegen hem uitgesproken buitenlandse veroordeling ten uitvoer wordt gelegd, aanspraak kan maken op aftrek van de overleveringsdetentie is louter theoretisch zolang die tenuitvoerlegging niet aan de orde is.”
In dit kader heeft de rechtbank in haar beschikking van 6 januari 2022 het volgende overwogen:
“Het gegeven dat de ondergane vrijheidsbeneming gecompenseerd zal worden indien de opgeëiste persoon wordt overgeleverd en in Roemenië zijn straf uit komt zitten maakt dit niet anders.
Dictum
De rechtbank WIJST TOE de verzoeken tot schadevergoeding en vergoeding van kosten van rechtsbijstand ten bedrage van:
€ 9.090, - vanwege vrijheidsbeneming van verzoeker in Nederland in de overleveringsprocedure en
€ 680, - voor de kosten die in verband met het opstellen, indienen en behandelen van de verzoeken zijn gemaakt.
Deze beslissing is gegeven door
mr. A.R.P.J. Davids, voorzitter,
mrs. E. de Rooij en O.P.M. Fruytier, rechters,
in tegenwoordigheid van mrs. R.R. Eijsten en M.J. Gauneau, griffiers,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 1 mei 2025.
Tegen deze beslissing staat voor verzoeker hoger beroep open, in te stellen ter griffie van deze rechtbank, binnen een maand na betekening van deze beschikking.
ECLI:NL:RBAMS:2018:5339 respectievelijk ECLI:NL:RBAMS:2018:5343.
ECLI:NL:GHAMS:2019:2617 respectievelijk ECLI:NL:GHAMS:2019:2616.
ECLI:NL:RBAMS:2022:69.
ECLI:NL:GHAMS:2021:3988