Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-04-11
ECLI:NL:RBAMS:2025:2491
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,150 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 10148119 \ CV EXPL 22-13385
Vonnis van 11 april 2025
in de zaak van
BOL.COM B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eisende partij,
gemachtigde: GGN Mastering Credit Rotterdam,
tegen
[gedaagde] , handelend onder de naam [handelsnaam] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 9 februari 2024- de akte van eisende partij.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De verdere beoordeling
2.1.
Eisende partij is bij voornoemd tussenvonnis in de gelegenheid gesteld haar stelling dat gedaagde partij bij het sluiten van de overeenkomst handelde in de uitoefening van haar beroep of bedrijf nader toe te lichten.
2.2.
Geoordeeld wordt dat eisende partij de gevraagde nadere toelichting heeft gegeven. Ondanks dat niet de keuze voor het bestellen van producten met een zakelijk account van doorslaggevend belang is voor de vraag of iemand al dan niet als consument moet worden aangemerkt, gelet op HvJ EU 3 september 2015, C-110/14, ECLI:EU:C:2015:538 (Costea), maar met welk doel de overeenkomsten zijn aangegaan, wat met name moet worden afgeleid uit de aard van de goederen of diensten waarop de betrokken overeenkomsten betrekking hebben, blijkt uit de nadere toelichting over de aard van de gekochte producten, in combinatie met de (voormalige) handelsactiviteiten van gedaagde partij in voldoende mate dat gedaagde partij de onderhavige overeenkomsten sloot in de uitoefening van haar beroep of bedrijf.
2.3.
Het voorgaande leidt ertoe dat ambtshalve toetsing aan het consumentenrecht niet aan de orde is.
2.4.
De vordering komt niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen als na te melden.
2.5.
De proceskosten van eisende partij worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
110,29
- griffierecht
€
322,00
- salaris gemachtigde
€
135,00
(1 punt × € 135,00)
- nakosten
€
67,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
634,79
Dictum
De kantonrechter
3.1.
veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen een bedrag van € 579,84, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 23 september 2023, tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen een bedrag van € 71,61 aan buitengerechtelijke kosten,
3.3.
veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten van € 634,79, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als gedaagde partij niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink en in het openbaar uitgesproken op 11 april 2025.
991