Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-04-11
ECLI:NL:RBAMS:2025:2318
Bestuursrecht
Voorlopige voorziening
2,702 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/2104
uitspraak van de voorzieningenrechter van 11 april 2025 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
(gemachtigde: mr. T. Novakovic),
en
de burgemeester van de gemeente Diemen, de burgemeester
(gemachtigden: mr. B.C. Stuifbergen en [gemachtigde] ).
Samenvatting
1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het besluit van de burgemeester om de woning van verzoeker op grond van artikel 13b van de Opiumwet te sluiten voor de duur van drie maanden. Verzoeker is het hier niet mee eens en heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Hangend aan dit bezwaar verzoekt hij een voorlopige voorziening te treffen waarbij wordt bepaald dat de gesloten woning tijdelijk mag worden betreden zodat zijn partner, onder begeleiding van een gemeenteambtenaar, kledingstukken en persoonlijke spullen voor verzoeker kan ophalen. Verzoeker voert daartoe een aantal gronden aan.
1.1.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Dit betekent dat de woning van verzoeker gesloten blijft en de partner van verzoeker geen persoonlijke spullen voor verzoeker mag ophalen. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Procesverloop
2. Met het bestreden besluit van 20 maart 2025, verzonden op 24 maart 2024, heeft de burgemeester de woning gelegen aan [adres] in [woonplaats] (hierna: de woning) gesloten voor de duur van drie maanden. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 7 april 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigden van de burgemeester.
Beoordeling
Totstandkoming van het besluit
3. Verzoeker is huurder van de woning. De politie heeft op verzoek van de Belgische autoriteiten de woning doorzocht op grond van een Europees onderzoeksbevel (EOB). Tevens is er een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd voor de aanhouding en overlevering van de hoofdbewoner van de woning (verzoeker).
4. Uit de bestuurlijke rapportage van de politie van 11 maart 2025 volgt dat tijdens de controle in de woning een grote hoeveelheid softdrugs en harddrugs is aangetroffen. Uit laboratorium onderzoek van de Forensische Opsporing is gebleken dat het gaat om 1 kilo Hasj en 1 gram Crystal Meth. Daarnaast zijn de volgende goederen aangetroffen:
€7000,- cash;
2 dure horloges van de merken Audemars Piguet en Rolex;
2 vuurwapens (1 geladen Beretta pistool (met scherpe munitie) en 1 Smith & Wesson revolver met munitie (scherpe patronen);
diverse Belgische politie-uniformen;
een kogelwerend vest en een 'ballistisch zwaar vest' van de Nederlandse politie;
een uitschuifbare wapenstok;
diverse onderdelen van een Kalasjnikov machinepistool type AK-47;
2 sets politietransportboeien;
een politie koppelriem;
een blauwe zwaailamp;
een pistoolholster;
een politietransparant voor in een voertuig;
4 valse dan wel vervalste kentekenplaten;
een Belgische politieband die gedragen wordt om de bovenarm en pepperspray.
4.1.
Naar aanleiding van deze vondst heeft de burgemeester op grond van artikel 5:31 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Opiumwet en de Beleidsregels de woning gesloten voor de duur van drie maanden.
Spoedeisend belang
5. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) alleen een voorlopige voorziening als onverwijlde spoed dat vereist. Verzoeker voert in dit kader aan dat hij momenteel gedetineerd zit in Nederland en op 16 april 2025 wordt overgeleverd aan België. Door de sluiting van de woning is het niet mogelijk om kleding en persoonlijke spullen op te halen, waardoor verzoeker zonder persoonlijke spullen overgeleverd zal worden. Gelet op het voorgaande acht de voorzieningenrechter het spoedeisend belang voldoende aannemelijk.
Heeft het bezwaar een redelijke kans van slagen?
6. De gronden van het bezwaarschrift van verzoeker richten zich tegen de sluiting van de woning als zodanig. Volgens verzoeker is de woningsluiting niet noodzakelijk en niet evenredig en hij verzoekt in bezwaar dat de sluiting van de woning wordt opgeheven. De voorzieningenrechter constateert dat verzoekers verzoek om een voorlopige voorziening slechts ziet op het tijdelijk openen van de woning om zijn kleding en persoonlijke spullen op te halen en niet ziet op een beoordeling van de rechtmatigheid van de woningsluiting als zodanig. Gelet hierop zal de voorzieningenrechter volstaan met een belangenafweging.
Belangenafweging
7. De voorzieningenrechter weegt de belangen van verzoeker die pleiten vóór het treffen van een voorlopige voorziening en de belangen van de burgemeester die pleiten tegen het treffen daarvan, aan de hand van de gronden van verzoeker als volgt af.
7.1.
Verzoeker heeft herhaaldelijk aan de burgemeester verzocht om zijn partner, onder begeleiding van een gemeenteambtenaar, toegang te geven tot de woning zodat zij essentiële kledingstukken voor verzoeker kan ophalen. Op deze verzoeken is over en weer telefonisch contact geweest en de burgemeester heeft de verzoeken van verzoeker afgewezen met de reden dat kleding ophalen niet noodzakelijk genoeg zou zijn om de woningsluiting (kort) op te heffen. Het verzoek om een voorlopige voorziening richt zich tegen deze weigering.
7.2.
In de Beleidsregels over de toepassing van artikel 13b van de Opiumwet van de gemeente Diemen is nader uitgewerkt dat de burgemeester in bijzondere gevallen direct betrokkenen toestemming kan verlenen om een pand dat op last van de burgemeester is gesloten tijdelijk te betreden. Voor een tijdelijke betreding wordt alleen toestemming gegeven als omstandigheden dit noodzakelijk maken. Hierbij kan gedacht worden aan ontruiming van het pand en (nood)-herstelwerkzaamheden in verband met bijvoorbeeld overlast en/of gevaar voor de omgeving. Noodherstelwerkzaamheden kunnen nodig zijn om directe gevaren voor de omgeving weg te nemen, zoals het repareren van instabiele structuren die een veiligheidsrisico vormen of het verhelpen van ernstige overlast zoals lekkages die schade kunnen veroorzaken aan aangrenzende panden. Met het geven van toestemming voor tijdelijke betreding wordt terughoudend omgegaan, de sluiting is immers nog niet opgeheven.
7.3.
De gemachtigde van verzoeker heeft op zitting toegelicht waarom er sprake is van omstandigheden die het noodzakelijk maken om de woning tijdelijk te betreden. Verzoeker zit op dit moment in detentie in Nederland en hij wordt op 16 april 2025 overgeleverd aan België. Verzoeker heeft op dit moment weinig kleding tot zijn beschikking en zit zonder zijn bril. Verder heeft verzoeker zijn bankpas nodig om de huur van zijn woning en rekeningen van zijn kinderen door te kunnen betalen. Ook wil verzoeker persoonlijke spullen, zoals foto’s van zijn kinderen, bij zich hebben voor zijn detentie in België.
7.4.
De gemachtigden van de burgemeester hebben op zitting toegelicht dat niet is voldaan aan het criterium van omstandigheden die het noodzakelijk maken dat de woning tijdelijk wordt betreden zoals opgenomen in artikel 4.6 van de Beleidsregels. Er dreigt geen overlast of gevaar voor de omgeving die het noodzakelijk maken dat de woning tijdelijk betreed moet worden. De kleding en de persoonlijke spullen waarom verzoeker verzoekt zijn geen spullen drie dringend noodzakelijk zijn. Van belang hierbij is dat het gaat om spullen die eenvoudig vervangen kunnen worden. Niet valt in te zien waarom niet drie maanden gewacht kan worden met het ophalen van de verzochte spullen.
7.5.
De voorzieningenrechter kan de burgemeester in zijn standpunt volgen. Hierbij is ook van belang dat verzoeker in zijn verzoekschrift slechts verzocht heeft om kleding op te halen in de woning. Pas op zitting heeft de gemachtigde van verzoeker verder toegelicht om wat voor kleding het gaat en toegelicht dat verzoeker ook andere persoonlijke spullen wil ophalen. Verzoeker heeft de noodzaak van het ophalen van deze spullen onvoldoende nader geconcretiseerd en ook niet onderbouwd met stukken. De burgemeester heeft in de door verzoeker aangevoerde omstandigheden dan ook geen aanleiding hoeven zien om de woning tijdelijk te openen. Gelet op hetgeen is aangetroffen in de woning is de voorzieningenrechter van oordeel dat het belang van de burgemeester bij bescherming van het woon- en leefklimaat en het herstel van de openbare orde zwaarder weegt dan het belang van verzoeker om kleding en persoonlijke spullen op te halen.
Conclusie
8. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat de woning van verzoeker gesloten blijft en de partner van verzoeker de woning niet tijdelijk mag betreden om verzoekers kleding en persoonlijke spullen op te halen. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J.M. Baldinger, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. G. dos Santos 't Hoen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 11 april 2025.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Beleidsregel artikel 13b Opiumwet gemeente [woonplaats] , geldend van 9 oktober 2024.
Artikel 4.6 van de Beleidsregel artikel 13b Opiumwet gemeente [woonplaats] , geldend vanaf 9 oktober 2024.