Rechtspraak Rechtbank Amsterdam 2025-03-20
ECLI:NL:RBAMS:2025:2284
Strafrecht
RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: : 13/404792-24 Datum uitspraak: 20 maart 2025 UITSPRAAK op de vordering van 24 december 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 9 augustus 2023 door de Rechtbank Argeș in Roemenië (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 1982 te [geboorteplaats] (Roemenië), zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande, nu gedetineerd in P.I. [P.I.] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang Zitting van 12 februari 2025 De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 12 februari 2025, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. L.J.H. Kortz, advocaat te Utrecht, en door een tolk in de Roemeense taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd. Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen. Tussenuitspraak van 26 februari 2025 De rechtbank heeft bij tussenuitspraak van 26 februari 2025 het onderzoek heropend en geschorst voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen nadere vragen te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit in het kader van de toetsing aan artikel 12 OLW. Zitting van 13 maart 2025 De behandeling van het EAB is voortgezet op de zitting van 13 maart 2025, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn nieuwe raadsman, mr. P. Susijn, advocaat in Tilburg, en door een tolk in de Roemeense taal. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Roemeense nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Voor de vaststelling van de grondslag en inhoud van het EAB verwijst de rechtbank naar rubriek 3 van de tussenuitspraak. 4Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Inleiding De facultatieve weigeringsgrond van artikel 12 OLW ziet op de toetsing van de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon in de procedures die ten grondslag liggen aan het EAB. In dit artikel is bepaald dat overlevering kan worden geweigerd wanneer de opgeëiste persoon niet is verschenen op het proces dat tot de beslissing heeft geleid, tenzij zich één van de in dat artikel onder a tot en met d genoemde omstandigheden voordoet. De rechtbank heeft in de tussenuitspraak al vastgesteld dat bij het vonnis van de Argeș County Court van 13 juli 2023 de vrijheidsstraf van acht jaar en twee maanden is opgelegd, die ten grondslag ligt aan het EAB. Verder heeft de rechtbank vastgesteld dat de opgeëiste persoon bij dit vonnis opnieuw is veroordeeld én dat bij dit vonnis de straf in verband met die nieuwe veroordeling is samengevoegd met de straffen opgelegd bij het vonnis van de Piteşti District Court van 14 januari 2014 en het vonnis van de Curtea de Argeş District Court van 23 december 2020. Na de tussenuitspraak heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit, desgevraagd, op 3 en 11 maart 2025 informatie verstrekt over de procedures die hebben geleid tot de hiervoor genoemde drie vonnissen. Standpunten van de raadsman en officier van justitie op de zitting van 13 maart 2025 De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld – kort samengevat – dat de informatie nog te onduidelijk is en dat de overlevering daarom niet kan worden toegestaan. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld – kort samengevat – dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW niet in de weg staat aan het toestaan van de overlevering. Oordeel van de rechtbank De rechtbank is van oordeel dat de overlevering moet worden geweigerd op grond van artikel 12 OLW, omdat die weigeringsgrond van toepassing is op het (verzamel)vonnis van de Argeș County Court van 13 juli 2023. De rechtbank licht dit als volgt toe. De rechtbank stelt ten aanzien van het vonnis van de Argeș County Court van 13 juli 2023 vast dat dit is gewezen, terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid. Ook stelt de rechtbank vast dat het is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, onder a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan. Op grond van artikel 12, onder d, OLW mag de rechtbank in dit geval de overlevering niet weigeren, als de uitvaardigende justitiële autoriteit heeft vermeld dat ( i) het betreffende vonnis na overlevering onverwijld aan de opgeëiste persoon zal worden betekend en hij uitdrukkelijk zal worden geïnformeerd over zijn recht op een verzetprocedure of een procedure in hoger beroep, waarbij hij het recht heeft aanwezig te zijn, waarop de zaak opnieuw ten gronde wordt behandeld en nieuw bewijsmateriaal wordt toegelaten, die kan leiden tot herziening van het oorspronkelijke vonnis en ( ii) de opgeëiste persoon wordt geïnformeerd over de termijn waarbinnen hij verzet of hoger beroep dient aan te tekenen, als vermeld in het desbetreffende Europees aanhoudingsbevel. In het bij de aanvullende informatie van 3 maart 2025 toegestuurde formulier D is ten aanzien van het vonnis van het Argeș County Court van 13 juli 2023 aangekruist dat sprake is van een verzet-/beroepsgarantie, zoals hiervoor bedoeld en dat de opgeëiste persoon 10 dagen de tijd heeft voor verzet dan wel beroep. Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat in artikel 466 van het Roemeense Wetboek van Strafvordering de verzet-/beroepsgarantie is geregeld. In deze bepaling staat – voor zover hier relevant – het volgende: (1) The person with a final conviction, who was tried in absentia, may apply for the criminal proceedings to be reopened no later than one month since the day when informed, through any official notification, that criminal proceedings took place in court against them. (2) The following shall be deemed as tried in absentia: the convicted person who was not summoned to appear in court and had not been informed thereof in any other official manner, respectively, the person who even though aware of the criminal proceedings in court, was lawfully absent from the trial of the case and unable to inform the court thereupon, is deemed as tried in absentia. The convicted person who had appointed a retained counsel or a representative shall not be deemed tried in absentia if the latter appeared at any time during the criminal proceedings in court and neither shall the person who, following the notification of the conviction verdict, according to the law, did not file an appeal, waived filing an appeal or withdrew their appeal. WEIGERT de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de Rechtbank Argeș in Roemenië voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Deze uitspraak is gedaan door mr. B.M. Vroom-Cramer, voorzitter, mrs. M. Westerman en D.M.S. Gribling, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.R. Eijsten en G. Riedijk, griffiers, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 20 maart 2025. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. ECLI:NL:RBAMS:2025:1252