Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-03-27
ECLI:NL:RBAMS:2025:2281
Strafrecht; Internationaal strafrecht
Beschikking
1,176 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
RK nummer: 25.002098
Datum beschikking: 27 maart 2025
BESCHIKKING
op het klaagschrift ex artikel 5.5.12 in verbinding met artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[klager] ,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1972,
naar de rechtbank begrijpt domicilie kiezende te [adres] (het kantooradres van zijn raadsman),
hierna: klager.
1Procesgang
Het klaagschrift is op 23 januari 2025 ingediend ter griffie van deze rechtbank. Bij brief van 31 januari 2025 heeft het Openbaar Ministerie gereageerd op het klaagschrift.
De rechtbank heeft op 13 maart 2025 het klaagschrift behandeld en de gemachtigd raadsman van klager, mr. J.C. Reisinger, advocaat in Utrecht, en de officier van justitie bij het Functioneel Parket Amsterdam, mr. C.J.A. van der Maas, in openbare raadkamer gehoord.
Klager is niet verschenen.
Feiten
Op 11 maart 2021 heeft de officier van justitie te Amsterdam drie bevriezingsbevelen (“Freezing order – in anticipation of seizure of cryptocurrency”) uitgevaardigd, als voorbereiding op beslag op grond van artikel 94 lid 2 Sv.
De bevelen zien op het totale bedrag aan cryptocurrency in drie met naam genoemde “wallets” te weten
[wallet 1] ;
[wallet 2] ;
[wallet 3]
en de cryptocurrency in wallets van dezelfde accounthouders die door de bevriezing geraakt worden.
In de bevelen is vermeld dat Coinbase, een bedrijf dat is gevestigd in het Verenigd Koninkrijk, de houder is van de wallets. Het verzoek tot bevriezing is dan ook aan dit bedrijf gericht.
Het doel van de bevriezing is volgens de bevelen:
bewijsmateriaal vastleggen;
verbeurdverklaring;
inbeslagneming.
Op de zitting van 13 maart 2025 heeft de officier van justitie meegedeeld dat de bevriezingsbevelen niet zijn uitgevoerd, niet hebben geleid tot inbeslagname en inmiddels niet meer relevant zijn vanwege het ontbreken van strafvorderlijk belang.
De officier van justitie heeft e-mail correspondentie uit februari 2025 tussen de parketsecretaris van het Openbaar Ministerie en een medewerker van Coinbase overgelegd, waaruit blijkt dat Coinbase niet de houder is van de wallets. Uit deze correspondentie, in het bijzonder uit de mededelingen van de parketsecretaris en de officier van justitie, volgt ook dat er geen strafvorderlijk belang meer is bij de bevriezingsbevelen en/of het leggen van beslag.
3Inhoud klaagschrift en standpunt klager
De raadsman heeft op de zitting van 13 maart 2025 toegelicht dat het klaagschrift is ingediend, omdat klager in een Franse strafzaak in verband zou worden gebracht met de wallets.
De raadsman heeft zich vervolgens, gehoord de mededelingen van de officier van justitie, gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
4Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat klager niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn klaagschrift. Blijkbaar zijn de bevriezingsorders nooit uitgevoerd. In ieder geval is er door het functioneel parket nimmer beslag gelegd op de genoemde wallets bij Coinbase. Subsidiair heeft zij aangevoerd dat klager geen belanghebbende is in de zin van de wet.
Beoordeling
De rechtbank stelt op grond van de mededeling van de officier van justitie en de door haar overgelegde stukken vast dat de bevriezingsbevelen niet zijn uitgevoerd en niet meer geldig zijn. Van inbeslagneming is geen sprake geweest. Derhalve is van enige in artikel 552a Sv genoemde grond om te klagen dus geen sprake, zodat klager geen belang heeft bij zijn klaagschrift. Hij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn klaagschrift.
Dictum
De rechtbank verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn klaagschrift.
Deze beslissing is op 27 maart 2025 gegeven en in het openbaar uitgesproken door:
mr. B.M. Vroom-Cramer, voorzitter,
mrs. M. Westerman en D.M.S. Gribling, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. R.R. Eijsten en G. Riedijk, griffier.