Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-03-26
ECLI:NL:RBAMS:2025:2261
Strafrecht; Internationaal strafrecht
Beschikking
673 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
Internationale rechtshulpkamer
Parketnummer: 13-247799-24
Toewijzing vordering verdere verlenging gevangenhouding
Op 13 maart 2025 heeft de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam de verlenging van de gevangenhouding gevorderd van de opgeëiste persoon:
[de opgeëiste persoon],
geboren op [geboortedag] 1968 te [gebooorteplaats] (Kameroen),
inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:
[adres].
Raadsman mr. J.W. Ebbink waarnemend voor mr. L.J. Woltring.
PROCEDURE
1. Bij beslissing van 25 oktober 2024, 27 november 2024, 27 december 2024, 29 januari en 21 februari 2025 heeft de rechtbank ex artikel 35, derde lid, OLW de termijn waarbinnen de opgeëiste persoon op grond van artikel 35, eerste lid, feitelijk moet worden overgeleverd opgeschort.
2. De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank de vrijheidsbeneming verlengt nu humanitaire redenen nog steeds aan feitelijke overlevering van de opgeëiste persoon in de weg staan.
3. De raadsman van de opgeëiste persoon heeft meegedeeld dat humanitaire redenen nog steeds aan feitelijke overlevering van de opgeëiste persoon in de weg staan.
4. De opgeëiste persoon is vanaf van 25 oktober 2024 met voorwaarden geschorst uit de overleveringsdetentie.
Beoordeling
De rechtbank is van oordeel dat de vrijheidsbeneming op grond van artikel 34, eerste lid, aanhef en onder b, OLW met 30 dagen moet worden verlengd, nu de officier van justitie van oordeel is dat de humanitaire reden nog steeds bestaan en de officier van justitie niet de in artikel 35, derde lid, vierde volzin, OLW bedoelde vordering heeft gedaan.
Dictum
De rechtbank:
- Verlengt de vrijheidsbeneming op grond van artikel 34, eerste lid, OLW met 30 (dertig) dagen.
- Bepaalt dat de schorsing van de overleveringsdetentie zal voortduren onder dezelfde voorwaarden als vermeld in de beslissing tot schorsing van de overleveringsdetentie d.d. 25 oktober 2024, met dien verstande dat voorwaarde 7, zoals blijkt uit de schorsingsbeslissing van voormelde datum wordt gewijzigd in die zin dat:
- de opgeëiste persoon zich eenmaal per twee weken zal melden, de dag en het tijdstip in overleg met de officier van justitie te bepalen (voor nu is dat de maandag), bij een door de officier van justitie aan te wijzen politiebureau in de woonomgeving van de opgeëiste persoon.
Aldus gedaan op 26 maart 2025 door
mr. B.M. Vroom-Cramer, rechter,
in tegenwoordigheid van D. Vermeulen, griffier.