Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-01-14
ECLI:NL:RBAMS:2025:223
Internationaal publiekrecht, Strafrecht; Internationaal strafrecht
Eerste en enige aanleg
2,360 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/235244-24
Datum uitspraak: 14 januari 2025
TUSSEN
UITSPRAAK
op de vordering van 23 juli 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 12 juni 2024 door the Vilnius Regional Court, Litouwen (hierna:
de uitvaardigende justitiële autoriteit), en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[Opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Litouwen) op [geboortedag] 1998,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
nu gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [detentieplaats] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1Procesgang
Zitting van 19 september 2024
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 19 september 2024, in
aanwezigheid van mr. W.H.R. Hogewind, officier van justitie. De opgeëiste persoon is
verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. J.W. Ebbink, advocaat te Haarlem, en door
een tolk in de Litouwse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd. Tevens heeft de rechtbank de gevangenhouding bevolen.
Tussenuitspraak van 3 oktober 2024
Bij tussenuitspraak van 3 oktober 2024 heeft de rechtbank het onderzoek heropend en geschorst voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de uitvaardigende
justitiële autoriteit aanvullende vragen te stellen over de detentieomstandigheden in Litouwen.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de OLW uitspraak moet doen op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW met dertig dagen verlengd, onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
Zitting van 12 november 2024
De behandeling van het EAB is hervat op de zitting van 12 november 2024, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan
door zijn raadsman en door een tolk in de Litouwse taal.
De rechtbank heeft het onderzoek geschorst voor onbepaalde tijd in afwachting van de antwoorden van de uitvaardigende justitiële autoriteit op de eerder gestelde vragen over de detentieomstandigheden. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij uitspraak moet doen over de verzochte overlevering op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW, met dertig dagen verlengd, onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding.
Zitting van 28 november 2024
De behandeling van het EAB is voortgezet op de zitting van 28 november 2024 in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen. Zijn raadsman is wel verschenen en heeft namens de opgeëiste persoon het woord gevoerd.
Tussenuitspraak van 12 december 2024
Bij tussenuitspraak van 12 december 2024 heeft de rechtbank het onderzoek heropend en geschorst voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de uitvaardigende justitiële autoriteit aanvullende vragen te stellen over de detentieomstandigheden in Litouwen.
Ook heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van de OLW uitspraak moet doen op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW met dertig dagen verlengd, onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
Zitting van 31 december 2024
De behandeling van het EAB is voortgezet op de zitting van 31 december 2024 in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen. Zijn raadsman is wel verschenen en heeft namens de opgeëiste persoon het woord gevoerd.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de OLW uitspraak moet doen op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW met dertig dagen verlengd, onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
Het onderzoek ter zitting is gesloten.
2Identiteit van de opgeëiste persoon
De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Litouwse nationaliteit heeft.
3Tussenuitspraken van 3 oktober 2024 en 12 december 2024
In de tussenuitspraak van 3 oktober 2024 heeft de rechtbank geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB (onder 3.), over de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW (onder 4.) en over de strafbaarheid van de feiten (onder 5.). Deze overwegingen zijn in de tussenuitspraak van 12 december 2024 als herhaald en ingelast beschouwd en dienen hier wederom als herhaald en ingelast te worden beschouwd.
4Artikel 11 OLW; detentieomstandigheden in Litouwen
4.1.
Inleiding
De rechtbank verwijst allereerst naar haar overwegingen onder 6. van de tussenuitspraak van 3 oktober 2024 en haar overwegingen onder 4. van de tussenuitspraak van 12 december 2024. Ook deze overwegingen dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd.
De rechtbank heeft in haar tussenuitspraak van 12 december 2024 vastgesteld dat in alle detentie-instellingen in Litouwen een algemeen reëel gevaar bestaat van een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Om te kunnen beoordelen of er zwaarwegende en op feiten berustende gronden bestaan om aan te nemen dat de opgeëiste persoon na zijn overlevering aan Litouwen ook concreet een reëel gevaar zal lopen te worden onderworpen aan een onmenselijke of vernederende behandeling zoals hiervoor bedoeld, heeft de rechtbank in die tussenuitspraak ook vragen geformuleerd over de concrete omstandigheden waaronder de opgeëiste persoon naar verwachting in Litouwen zal worden gedetineerd.
Op de zitting van 31 december 2024 bleek dat er nog geen antwoorden waren ontvangen, maar dat deze vragen abusievelijk ook pas bij e-mail van 24 december 2024 zijn gesteld aan de uitvaardigende justitiële autoriteit.
4.2.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht de zaak aan te houden om de antwoorden van de uitvaardigende justitiële autoriteit af te wachten.
4.3.
Standpunt van de raadsman
De raadsman heeft de rechtbank primair verzocht geen gevolg te geven aan het EAB en de officier van justitie niet-ontvankelijk te verklaring in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB. Subsidiair heeft hij zich op het standpunt gesteld dat de zaak moet worden aangehouden om de antwoorden van de uitvaardigende justitiële autoriteit af te wachten.
4.4.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal de zaak aanhouden om de antwoorden van de uitvaardigende justitiële autoriteit af te wachten.
Dictum
HEROPENT en SCHORST het onderzoek ter zitting voor onbepaalde tijd teneinde de antwoorden op de in de tussenuitspraak van 12 december 2024 onder 4. genoemde vragen af te wachten.
BEPAALT dat de zaak uiterlijk 14 dagen vóór 13 februari 2025 (het einde van de verlengde beslistermijn) weer op zitting moet worden aangebracht;
BEVEELT de oproeping van de opgeëiste persoon en zijn raadsman tegen een nader te bepalen
datum en tijdstip;
BEVEELT de oproeping van een tolk in de Litouwse taal tegen een nader te bepalen datum en
tijdstip.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. A.K. Glerum, voorzitter,
mrs. J.P.W. Helmonds en E.G.M.M. van Gessel, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. R.R. Eijsten, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 14 januari 2025
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Zie artikel 23 Overleveringswet.
Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
ECLI:NL:RBAMS:2024:6168.