Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-03-28
ECLI:NL:RBAMS:2025:2214
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,140 tokens
Inleiding
RECHTBANK
AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11437199 \ CV EXPL 24-15498
Vonnis in incident van 28 maart 2025
in de zaak van
[eiser] ,
h.o.d.n. [bedrijf 1] , tevens h.o.d.n. [bedrijf 2] ,
te [vestigingsplaats] ,
eisende partij in de hoofdzaak,
verwerende partij in het incident,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. M. Kartal,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DE CLUB AMSTERDAM B.V.,
te Amsterdam,
gedaagde partij in de hoofdzaak,
eisende partij in het incident,
hierna te noemen: Stukadoorsclub,
gemachtigde: mr. I. van Leusden-Willemse.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 25 november 2024, met producties,- de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring van Stukadoorsclub, met producties,- de reactie van [eiser] op de incidentele conclusie.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
2Waar gaat deze zaak over?
2.1.
[eiser] en Stukadoorsclub verrichten (onder andere) stukadoorswerkzaamheden.
2.2.
[eiser] vordert in de hoofdzaak (samengevat) dat de kantonrechter Stukadoorsclub veroordeelt tot betaling van in totaal € 17.876,00 voor onbetaalde facturen. [eiser] legt hieraan ten grondslag dat hij en Stukadoorsclub een overeenkomst tot aanneming van werk hebben gesloten en dat hij op grond daarvan recht heeft op betaling.
2.3.
In de periode december 2023 tot en met maart 2024 heeft [naam] aan projecten van Stukadoorsclub gewerkt. Stukadoorsclub heeft [naam] hier meerdere betalingen voor gedaan. In april 2024 heeft [eiser] aan Stukadoorsclub laten weten dat zij nog een aantal facturen moest betalen. Stukadoorsclub heeft zich daarna onder andere op het standpunt gesteld dat een deel van de bedragen is betaald aan [naam] en dat zij die bedragen daarom niet aan [eiser] hoeft te betalen.
2.4.
[eiser] stelt zich in de hoofdzaak op het standpunt dat Stukadoorsclub ten onrechte betalingen aan [naam] heeft gedaan, omdat [eiser] de opdrachtnemer van de betreffende werkzaamheden was. [eiser] heeft zijn vordering opgesplitst in twee bedragen: € 7.646,00 voor openstaande facturen die Stukadoorsclub mogelijk aan [naam] heeft betaald en € 10.230,00 voor overige openstaande facturen.
2.5.
Stukadoorsclub vordert in het incident dat haar wordt toegestaan om [naam] in de hoofdzaak in vrijwaring op te roepen. Zij legt hieraan ten grondslag dat [naam] zich heeft voorgedaan als gevolmachtigde van [eiser] , dat hij afspraken over betaling heeft gemaakt die [eiser] mogelijk niet binden en dat hij hiervoor aansprakelijk kan worden gehouden. Stukadoorsclub stelt daarom dat [naam] haar dient te vrijwaren als in de hoofdzaak wordt geoordeeld dat Stukadoorsclub nog een bedrag aan [eiser] verschuldigd is.
2.6.
[eiser] heeft geen bezwaar tegen toewijzing van de incidentele vordering.
Beoordeling
3.1.
Voor toewijzing van een vordering tot oproeping in vrijwaring is vereist dat de gedaagde partij in de hoofdzaak zich beroept op een rechtsverhouding met een derde, die meebrengt dat de derde verplicht is de nadelige gevolgen van een eventuele veroordeling van de gedaagde in de hoofdzaak geheel of gedeeltelijk te dragen.
3.2.
Aan dit criterium is voldaan. Stukadoorsclub heeft voldoende gesteld dat tussen haar en [naam] een rechtsverhouding bestaat die voor [naam] een verplichting tot vrijwaring kan meebrengen. De kantonrechter wijst de incidentele vordering daarom toe.
Dictum
De kantonrechter
in het incident
4.1.
staat Stukadoorsclub toe om [naam] in de hoofdzaak in vrijwaring op te roepen door middel van een dagvaarding tegen de terechtzitting van 25 april 2025,
in de hoofdzaak
4.2.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 25 april 2025 voor conclusie van antwoord.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.L. Bolkestein en in het openbaar uitgesproken op 28 maart 2025.