Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-04-04
ECLI:NL:RBAMS:2025:2147
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,281 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 24/4951
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 april 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit Amsterdam, eiser
(gemachtigde: mr. J.C. Walker),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigde: [gemachtigde] ).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser om een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Eiser vindt dat het onderzoek van het UWV onvoldoende zorgvuldig is en het UWV onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn psychische klachten en rugklachten. Het UWV heeft functies (banen) geselecteerd die eiser volgens het UWV kan verrichten, maar eiser vindt dat hij ten minste één functie niet kan uitoefenen. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Zowel medisch als arbeidskundig is het bestreden besluit goed gemotiveerd. Het UWV heeft de belastbaarheid van eiser goed onderbouwd en is tot een juiste inschatting van beschikbare werkzaamheden gekomen. Eiser krijgt dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiser heeft op 20 september 2021 een aanvraag ingediend voor een WIA-uitkering. Het UWV heeft deze aanvraag met het (primaire) besluit van 18 september 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 31 juli 2024 op het bezwaar van eiser is het UWV bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 26 maart 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het UWV.
Beoordeling
3. Eiser was laatstelijk werkzaam als schoonmaker voor 38 uur per week. Eiser ontving vervolgens uitkeringen op grond van de Ziektewet en de Werkloosheidswet.
3.1.
Aan het primaire besluit heeft het UWV rapporten van een arts (primaire arts) en een arbeidsdeskundige ten grondslag gelegd. De primaire arts heeft zijn bevindingen neergelegd in een rapport van 31 augustus 2023 en op dezelfde datum een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) opgesteld. Het rapport van de primaire arts is getoetst en akkoord bevonden door een verzekeringsarts. De arbeidsdeskundige heeft in zijn rapport van 18 september 2023 op basis van die FML de arbeidsongeschiktheid van eiser vastgesteld op 0%.
3.2.
Aan het bestreden besluit heeft het UWV een rapport van een verzekeringsarts bezwaar en beroep van 22 juli 2024 en een rapport van een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 30 juli 2024 ten grondslag gelegd. De FML van 31 augustus 2023 is niet gewijzigd en de arbeidsongeschiktheid van eiser is opnieuw vastgesteld op 0%.
3.3.
Geschil
3.4.
Het UWV mag zijn besluiten over arbeidsongeschiktheid in principe baseren op rapporten van zijn verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen. Deze rapporten moeten dan wel aan een aantal voorwaarden voldoen: zij moeten op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen, ze mogen geen tegenstrijdigheden bevatten en de conclusies moeten logisch voortvloeien uit de rapporten. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat de rapporten die over hem zijn opgesteld niet aan deze vereisten voldoen. De rechtbank gaat hieronder in op de vraag of de opgestelde medische en arbeidskundige rapportages voldoen aan deze voorwaarden.
Medische grondslag van het bestreden besluit
Zorgvuldigheid
4. Eiser voert aan dat het bestreden besluit onzorgvuldig genomen is. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft alleen het rapport van de primaire arts getoetst en was niet bij de hoorzitting, die telefonisch heeft plaatsgevonden. Deze beroepsgrond slaagt niet. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft gemotiveerd waarom een nieuw spreekuur in de bezwaarfase volgens haar geen toegevoegde waarde heeft. Zij heeft aangegeven dat er geen nieuwe medische gegevens in de bezwaarfase naar voren zijn gekomen en er geen sterke aanwijzingen zijn dat de medische toestand inmiddels is gewijzigd. Een hernieuwd spreekuur zal de voorgeschiedenis, de genoemde klachten, de behandelingen, de gebruikte medicijnen en de bevindingen bij het onderzoek niet wijzigen. De rechtbank kan deze motivering om af te zien van een spreekuur in de bezwaarfase volgen.
4.1.
De gemachtigde van eiser heeft de in het beroepschrift opgenomen grond dat gegevens ontbreken waaruit blijkt dat de primaire arts in voldoende mate gekwalificeerd is om een psychologisch onderzoek te verrichten, op de zitting laten vallen. De rechtbank zal deze beroepsgrond daarom niet bespreken.
Psychische klachten
4.2.
Volgens eiser heeft het UWV onvoldoende rekening gehouden met zijn psychische klachten. Op de zitting heeft de gemachtigde van eiser deze beroepsgrond verder toegelicht. In het rapport van de primaire arts staat dat eiser belemmeringen ervaart in concentratie. Nu wordt erkend dat eiser concentratieproblemen heeft, kan niet volstaan worden met een beperking op voorspelbare werksituatie. Er had ook een beperking aangenomen moeten worden op vasthouden en verdelen van de aandacht. Ook een voorspelbare taak kan concentratie vergen om die te kunnen vervullen.
4.3.
De rechtbank volgt dit standpunt niet. De primaire arts neemt tijdens het spreekuur geen bijzonderheden waar ten aanzien van concentratie en stelt dat de ervaren klachten van verminderde concentratie eerder passen bij overspanning dan depressie. Mede vanwege de concentratieproblemen – de primaire arts benoemt ook andere aspecten – zijn beperkingen in de FML opgenomen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft de FML ongewijzigd gelaten. Ook zij gaat uit van spanningsklachten, die hebben geleid tot een aanpassingsstoornis en tot beperkingen in het persoonlijk en sociaal functioneren. Ernstige psychopathologie wordt niet vastgesteld en ernstige stoornissen in de cognitieve vaardigheden, zoals geheugenstoornissen, verdergaande dan de referentiewaarden in de CBBS worden niet waargenomen. In de FML zijn beperkingen aangegeven die overmatige stress doen beperken en ten aanzien van bovenmatige eisen aan mentale flexibiliteit (beoordelingspunten 1.8.2 en 1.8.4). Eiser wordt niet beperkt geacht op het vasthouden en verdelen van aandacht. Hij wordt daarmee in staat geacht om zich minstens een half uur te richten op één informatiebron en (bijvoorbeeld) met een voertuig aan het verkeer deel te nemen. De vertaling van klachten naar beperkingen is de expertise van een verzekeringsarts. Eiser heeft zijn standpunt dat hij vanwege zijn concentratieproblemen meer beperkt moet worden geacht niet met medische informatie of anderszins onderbouwd. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om aan te nemen dat de vertaalslag in de FML onvolledig is geweest.
Rugklachten
4.4.
Eiser voert aan dat het UWV onvoldoende beperkingen heeft aangenomen als gevolg van eisers rugklachten. Hij had niet slechts beperkt moeten worden geacht op langdurig beroepsmatig vervoer, maar ook op zitten. Daarnaast valt uit het medisch onderzoek van de primaire arts niet af te leiden dat eiser tot 60 graden onbeperkt kan buigen. Het rapport van de primaire arts vermeldt dat eiser bij functie- en weerstandstesten een pijnlijke gezichtsuitdrukking vertoont wegens zijn ervaren pijnklachten. Eiser betwist dat hij 300 keer per uur kan buigen. Ten slotte zijn de duizeligheidsklachten die eiser ervaart ten onrechte niet bij de beoordeling van het buigen betrokken.
4.5.
In hetgeen eiser heeft aangevoerd ziet de rechtbank onvoldoende aanknopingspunt om te oordelen dat de verzekeringsartsen onvoldoende beperkingen heeft aangenomen voor de rugklachten. In de FML zijn voor wat betreft de rugklachten de volgende beperkingen opgenomen:
- Frequent buigen tijdens werk, licht beperkt, 300 keer per uur, tot 60 graden onbeperkt;
Tillen tijdens werk, beperkt, ongeveer 5 kg, incidenteel 10 kg;
Dragen tijdens werk, beperkt, ongeveer 5 kg, incidenteel 10 kg;
Lopen tijdens werk, licht beperkt, ongeveer 4 uur;
Trappenlopen, licht beperkt, kan ten minste in één keer één trap op (30 treden);
Afwisseling van houding, mogelijkheid om te kunnen vertreden.
De verzekeringsartsen hebben geen ernstige afwijkingen aan rugwervels of bewegingsbeperkingen gevonden. Dat eiser pijnklachten ervaart is op zichzelf onvoldoende om aanvullende beperkingen aan te nemen. Pijn en pijnbelevening zijn subjectieve en individu-afhankelijke factoren, die om die reden geen leidraad zijn bij het vaststellen van arbeidsongeschiktheid.Eiser heeft geen medische informatie overgelegd om zijn standpunt nader te onderbouwen. Bij het ontbreken daarvan twijfelt de rechtbank er, gelet op de expertise van de verzekeringsartsen, niet aan dat de verzekeringsartsen juist hebben ingeschat hoeveel keer per uur en tot hoeveel graden eiser kan buigen en hoe lang hij kan zitten. Daarbij acht de rechtbank van belang dat de FML garandeert dat eiser de mogelijkheid tot vertreding heeft.
Tussenconclusie
4.6.
Naar het oordeel van de rechtbank berust het bestreden besluit op een deugdelijke medische grondslag.
Arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit
5. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft in zijn rapport van 30 juli 2024 (ten minste) de productiemedewerker industrie, lader/losser en medewerker tuinbouw voor eiser geschikt geacht.
5.1.
De gemachtigde van eiser heeft op de zitting aangevoerd dat hij de functie productiemedewerker industrie niet geschikt vindt, omdat hierbij werkzaamheden worden verricht waarbij afleiding plaatsvindt.
5.2.
De rechtbank gaat uit van de juistheid van de FML van 31 augustus 2023. In de FML zijn geen beperkingen opgenomen op afleiding door activiteiten van anderen (beoordelingspunt 1.8.0 en 1.8.1). De functie productiemedewerker industrie signaleert dan ook niet op deze beoordelingspunten, zo volgt ook uit de resultaat functiebeoordeling die de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft opgesteld. Voor zover wel sprake is van signaleringen in de door de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep geselecteerde functies, geldt dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep per geselecteerde functie heeft toegelicht waarom de medische belastbaarheid van eiser in die functie niet wordt overschreden.
Conclusie
6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.E.J.M. Gielen, rechter, in aanwezigheid vanmr.C.J. van ‘t Hoff, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 4 april 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 24 oktober 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3367.