Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-03-11
ECLI:NL:RBAMS:2025:2035
Strafrecht; Europees strafrecht
Eerste en enige aanleg
1,053 tokens
Dictum
op de vordering ex artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 17 oktober 2024, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor de tenuitvoerlegging van een straf die is opgelegd voor een feit dat vóór het tijdstip van de overlevering is begaan en waarvoor de betrokkene niet is overgeleverd, als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, OLW. Dit verzoek is ingediend door the Tribunal of Miskolc, Penitentiary Department 14, Miskolc (Hongarije) op 16 augustus 2024 en betreft:
[opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1977 in [geboorteplaats] (Hongarije),
nu gedetineerd in Márianosztra Penitentiary Institution in Hongarije,
hierna te noemen: de overgeleverde persoon.
Beoordeling
Het verzoek bevat de gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ.
De overgeleverde persoon is op 16 januari 2024 gehoord door een rechter van the Tribunal of Miskolc in Miskolc (Hongarije). Uit het proces-verbaal van het verhoor leidt de rechtbank af dat de overgeleverde persoon feitelijk de mogelijkheid heeft gehad om al zijn eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek tot toestemming kenbaar te maken.
De voorhanden zijnde stukken zijn toereikend om - met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging van de overgeleverde persoon - een beslissing te nemen.
Artikel 11 OLW, detentieomstandigheden
In een uitspraak van 7 januari 2025 heeft de rechtbank op basis van het rapport van the Comittee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading treatment or Punishment (hierna: CPT) van 3 december 2024 overwogen dat sprake is van een onveilige situatie in de penitentiaire inrichting in Tiszalök, gelet op de ill-treatment van gedetineerden door het gevangenispersoneel en het geweld tussen gedetineerden onderling. Daarop heeft de rechtbank geoordeeld dat er voor gedetineerden in de penitentiaire inrichting in Tiszalök een algemeen reëel gevaar bestaat dat zij aan een onmenselijke of vernederende behandeling zullen worden blootgesteld in de zin van artikel 4 Handvest.
Bij brief van 10 februari 2025 heeft de Tribunal of Miskolc, Law Enforcement Department, in Miskolc (Hongarije) de volgende aanvullende informatie verstrekt:
“The accused is serving his imprisonment in the Márianosztra Penitentiary and Prison. The penitentiary and prison is not aware of any information about the need for the transfer of the convict.”
Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat de overgeleverde persoon op dit moment in de Márianosztra gevangenis verblijft en dat hij daar gedetineerd zal blijven voor de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf. Nu hieruit blijkt dat de overgeleverde persoon niet in de gevangenis van Tiszalök zal worden gedetineerd, is naar het oordeel van de rechtbank het vastgestelde algemene reëel gevaar voor de overgeleverde persoon weggenomen. Artikel 11 OLW staat daarom niet in de weg aan het verlenen van toestemming voor tenuitvoerlegging van een aanvullende vrijheidsstraf.
Conclusie
Het verzoek betreft een feit ten aanzien waarvan krachtens de OLW overlevering had kunnen worden toegestaan.
De rechtbank zal daarom het verzoek toewijzen.
Dictum
De rechtbank:
verleent op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, en derde lid, OLW toestemming voor tenuitvoerlegging van de straf van [opgeëiste persoon] voor het feit zoals vermeld in het verzoek.
Deze beslissing is genomen op 11 maart 2025 door
mr. M.E.M. James-Pater, voorzitter,
mrs. A.K. Glerum en H.H.J. Zevenhuijzen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. I. van Heusden, griffier.
HvJ EU 26 oktober 2021, C-428/21 PPU en C-429/21 PPU, ECLI:EU:C:2021:876, punt 63.