Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-03-25
ECLI:NL:RBAMS:2025:1864
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - meervoudig
3,245 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 21/5326 T
tussenuitspraak van de meervoudige kamer van 25 maart 2025 in de zaak tussen
[eiseres]
, eiseres en [eiser], eiser, beiden uit [woonplaats] , tezamen eisers
(gemachtigde: mr. B.B. van Vliet),
en
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder
(gemachtigde: [gemachtigde] ).
Als derde-partijen nemen aan het geding deel [naam 3] en [de persoon] te Amsterdam
(gemachtigde: mr. A.I. Tsheichvili).
Procesverloop
Met een besluit van 21 augustus 2020 heeft verweerder beslist op het verzoek van eisers om openbaarmaking van documenten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).
Met het besluit van 23 september 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres daartegen gedeeltelijk gegrond verklaard, het besluit van 21 augustus 2020 aangepast en alsnog de bij een nadere zoekslag gevonden documenten (deels) openbaar te maken.
Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 11 februari 2025 op zitting behandeld. Eisers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, vergezeld door mr. H.D. Hosper. Ook [de persoon] is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde.
Overwegingen
Eisers hebben met verzoeken van 1 mei, 4 mei, 13 mei, 17 mei, 15 juni en16 juni 2020 verweerder verzocht om informatie over de verlening van omgevingsvergunningen voor het pand van hun buren, op de [adres] in Amsterdam, die na 1 oktober 2010 zijn verstrekt. Het gaat daarbij om de omgevingsvergunning van 15 augustus 2018 (met kenmerk [nummer 1] ) en de omgevingsvergunning van 7 januari 2019 (met kenmerk [nummer 2] ). [naam 3] is houder van de omgevingsvergunningen en [de persoon] is eigenaar van en woont in de woning op het adres.
Met een besluit van 21 augustus 2020 heeft verweerder de door eisers gevraagde informatie deels openbaar gemaakt, met uitzondering van de daarin vermelde persoons- en contactgegevens. Verweerder heeft van de aangetroffen 38 documenten een inventarislijst opgesteld.
3. Met het bestreden besluit heeft verweerder aanvullende documenten openbaar gemaakt. Tijdens de bezwaarprocedure is gebleken dat niet alle documenten verstrekt zijn. Eiseres heeft aan verweerder een lijst overgelegd van 28 documenten die volgens haar ten onrechte niet verstrekt zijn. Volgens verweerder is een deel van deze documenten al wel verstrekt aan eisers, of dubbel. Verweerder heeft echter 18 documenten van de lijst alsnog openbaar gemaakt. Volgens verweerder is voldoende aannemelijk dat de zoekslag zorgvuldig is geweest. Verweerder ziet geen aanleiding om aan te nemen dat er nog meer documenten zijn.
4. Eisers zien dit laatste anders. Volgens hen is de zoekslag onvoldoende geweest. Op de zitting hebben eisers aangegeven dat er twee documenten missen. Het gaat daarbij om de brief van 11 augustus 2018, waarmee een verzoek is gedaan aan de aanvrager tot aanpassing van het project en de naar aanleiding van die brief opgestelde, aangepaste tekeningen van13 augustus 2018 (aanpassing van het project). Aan deze stukken wordt gerefereerd in de omgevingsvergunning van 15 augustus 2018. Ook het inspectieverslag met constateringen van de inspecteur die de afschouw heeft verricht ontbreekt. Daarvan is op 6 februari 2020 een rapport van checklist B.O.M. opgesteld, maar een nadere toelichting van de inspecteur daarop ontbreekt. Deze documenten zijn volgens eisers ten onrechte niet verstrekt, terwijl wel aannemelijk is dat deze documenten er zijn.
5. De gemachtigde van eisers heeft op de zitting bevestigd dat de gronden van eisers zich enkel richten op de volledigheid van de stukken en de hierboven genoemde (samenhangende) documenten die volgens eisers ontbreken. De overige beroepsgronden heeft hij ingetrokken.
De ontvankelijkheid van het beroep
6. Voordat de rechtbank overgaat tot een inhoudelijke beoordeling van de gronden beoordeelt zij de ontvankelijkheid van het beroep. Het verzoek om openbaarmaking is door eisers gezamenlijk ingediend. Het bezwaarschrift is echter alleen ingediend door eiseres. Alleen degene die bezwaar maakt, kan daarna beroep instellen. Eiser heeft geen bezwaar gemaakt, terwijl dat wel had gekund. Daardoor is zijn recht om beroep in te stellen vervallen. De rechtbank zal het beroep voor zover dat is ingesteld door eiser daarom niet-ontvankelijk verklaren. Voor de inhoudelijke toets van deze zaak door de rechtbank maakt dat verder niet uit. Het beroep van eiseres is namelijk wel ontvankelijk dus de rechtbank beoordeelt haar beroep inhoudelijk.
De inhoudelijke beoordeling
7. Die beoordeling komt er op neer dat de rechtbank de vraag beantwoordt of aannemelijk is dat er nog documenten bij verweerder berusten die niet op de inventarislijsten staan, gelet op wat eiseres hierover heeft aangevoerd. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend en licht dat als volgt toe.
De jurisprudentie
8. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) moet een bestuursorgaan voldoende inzichtelijk maken hoe het de zoekslag heeft verricht. Die zoekslag moet zorgvuldig zijn. Het voldoende inzichtelijk maken van de zoekslag kan het bestuursorgaan bewerkstelligen door bijvoorbeeld specifiek te vermelden welke systemen zijn geraadpleegd, welke zoektermen zijn gehanteerd voor het zoeken naar documenten in die systemen, welke specifieke vragen de volgens het bestuursorgaan relevante personen hebben meegekregen en welke schifting in de door die personen aangedragen documenten vervolgens is gemaakt.
9. Wanneer een bestuursorgaan stelt dat na onderzoek is gebleken dat een bepaald document niet of niet meer onder hem berust en een dergelijke mededeling niet ongeloofwaardig voorkomt, is het in beginsel aan degene die om informatie verzoekt om aannemelijk te maken dat, in tegenstelling tot de uitkomsten van het onderzoek door het bestuursorgaan, dat document toch onder het bestuursorgaan berust.
Toepassing op deze zaak
10. Het bovenstaande kader volgend beoordeelt de rechtbank eerst of de zoekslag voldoende inzichtelijk is gemaakt door verweerder. In het bestreden besluit staat niet hoe de zoekslag is gemaakt. Op de zitting heeft de gemachtigde van verweerder toegelicht dat naar de door eisers verzochte informatie is gezocht door het verzoek uit te zetten bij het team vergunningen van de gemeente Amsterdam, bij de toenmalige betrokken ambtenaren. In dit verband is het verzoek uitgezet bij de heer [naam 1] , coördinator vergunningen. Vervolgens is aan de ambtenaren die bij dat team werken gevraagd om documenten aan te leveren bij de Wob-coördinator, de heer [naam 2] . Het verzoek is verder uitgezet bij de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK). Er is ook gezocht in het zaaksysteem (de g-schijf), waarin de dossiers worden opgebouwd. Hierin staat de informatie die hoort bij de desbetreffende vergunningen. Ook is gekeken in het PowerBrowser systeem, waarin alle documenten staan die betrekking hebben op vergunningaanvragen.
11. De gemachtigde van verweerder heeft op de zitting desgevraagd onderkend dat het mogelijk is dat er stukken zijn die niet boven water zijn gekomen, omdat deze zich zouden kunnen bevinden in de persoonlijke mailbox van ambtenaren die destijds wel, maar inmiddels niet meer werkzaam zijn bij de gemeente. Zo is het is mogelijk dat het verzoek aan de aanvrager om het project aan te passen via de e-mail is gedaan door een ambtenaar die is vertrokken. Het is de bedoeling dat dergelijk e-mailverkeer in een ander registratiesysteem wordt opgeslagen, maar het is mogelijk dat dit niet gebeurd is. Of er daadwerkelijk ambtenaren zijn vertrokken die zich hebben bezig gehouden met de genoemde omgevingsvergunningen wist de gemachtigde niet. Desgevraagd was het de gemachtigde van verweerder ook niet bekend wat de naam is van de inspecteur die de afschouw heeft verricht, noch of deze inspecteur bevraagd is door het team vergunningen.
12. De rechtbank overweegt dat aan de discretie van de ambtenaren die zijn bevraagd kan worden overgelaten dat zij hun zoekopdracht volledig hebben uitgevoerd, voor zover het de documenten betreft die zich direct onder hen bevinden, zoals in hun eigen mailbox. Dit neemt niet weg dat verweerder ten onrechte niet nagegaan is wie de bij de besluitvorming betrokken ambtenaren zijn geweest, of die nog werkzaam zijn bij de gemeente en of de ontbrekende documenten zich in hun mailbox zouden kunnen bevinden. Ook is verweerder ten onrechte niet nagegaan wie de inspecteur is die de afschouw heeft verricht en of er nog relevante documenten bij hem berusten. De zoekslag die verweerder heeft gemaakt is dus in zoverre niet volledig geweest. Dat betekent dat mogelijk niet alle documenten waar het Wob-verzoek op ziet, naar boven zijn gekomen. Het bestreden besluit is daarmee onvoldoende zorgvuldig voorbereid en/of onvoldoende deugdelijk gemotiveerd.
13. Daarbij is de rechtbank van oordeel dat eiseres concrete aanknopingspunten heeft genoemd over documenten die aanwezig zouden moeten zijn en niet naar boven zijn gekomen.
Conclusie
17. Zoals hiervoor is overwogen is het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig voorbereid en/of onvoldoende deugdelijk gemotiveerd. Op grond van artikel 8:51a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de rechtbank het bestuursorgaan in de gelegenheid stellen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen. Op grond van artikel 8:80a van de Awb doet de rechtbank dan een tussenuitspraak. De rechtbank ziet aanleiding om verweerder in de gelegenheid te stellen het gebrek te herstellen. Dat herstellen kan hetzij met een aanvullende motivering, hetzij, voor zover nodig, met een nieuwe beslissing op bezwaar, na of tegelijkertijd met intrekking van het nu bestreden besluit. Om het gebrek te herstellen, moet verweerder de onder 14. genoemde zoekslag verrichten. De rechtbank bepaalt de termijn waarbinnen verweerder het gebrek kan herstellen op zes weken na verzending van deze tussenuitspraak.
18. Verweerder moet op grond van artikel 8:51b, eerste lid, van de Awb én om nodeloze vertraging te voorkomen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee weken, meedelen aan de rechtbank of hij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen. Als verweerder gebruik maakt van die gelegenheid, zal de rechtbank eisers in de gelegenheid stellen binnen vier weken te reageren op de herstelpoging van verweerder. In beginsel, ook in de situatie dat verweerder de hersteltermijn ongebruikt laat verstrijken, zal de rechtbank zonder tweede zitting uitspraak doen op het beroep.
Procesverloop
20. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep. Dat laatste betekent ook dat zij over de proceskosten en het griffierecht nu nog geen beslissing neemt.
Dictum
De rechtbank:
- draagt verweerder op binnen twee weken de rechtbank mee te delen of hij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen;
- stelt verweerder in de gelegenheid om binnen zes weken na verzending van deze tussenuitspraak het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.W. Speksnijder, voorzitter, en mr. S.D. Arnold enmr. T.L. Fernig - Rocour, leden, in aanwezigheid van mr.C.J. van ‘t Hoff, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 25 maart 2025.
griffier
voorzitter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.
Dit volgt uit artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 31 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:367, onder 5.1.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 12 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2689, onder 7.2.
De rechtbank verwijst naar de uitspraak van de Afdeling van 12 juni 2013, ECLI:NL:RVS:2013:CA2877.