Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-03-17
ECLI:NL:RBAMS:2025:1716
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Kort geding
1,310 tokens
Inleiding
RECHTBANK
AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11543382 \ KK EXPL 25-95
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding van 17 maart 2025
in de zaak van
[eiser]
,
wonende te [woonplaats] ,
eiser,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. F. Acar,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. M. de Jong.
De zaak wordt behandeld door mr. L. van Berkum, kantonrechter, en mr. S. Homringhausen als griffier.
Aanwezig zijn:
- [eiser] , eisende partij, met zijn gemachtigde;
- [naam] , namens [gedaagde] , met zijn gemachtigde.
Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht. Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de kantonrechter op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan.
Beoordeling
1.1.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. In een kort geding moet de rechter beoordelen of de vorderingen in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van een voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Als uitgangspunt geldt bovendien dat in deze procedure geen plaats is voor bewijslevering.
1.2.
De primaire vordering tot ontbinding van de koopovereenkomst leent zich niet voor toewijzing in een kort gedingprocedure. Die vordering komt namelijk neer op een definitieve vaststelling van de rechtsverhouding tussen partijen, terwijl in kort geding uitsluitend een voorlopige voorziening kan worden getroffen. Nu de vordering tot ontbinding in dit kort geding niet voor toewijzing in aanmerking komt en voorshands onvoldoende is gebleken van een buitengerechtelijke ontbinding van de koopovereenkomst, wordt de aan de (buiten)gerechtelijke ontbinding gekoppelde geldvordering tot terugbetaling van de koopprijs eveneens afgewezen.
1.3.
De subsidiaire vordering strekt tot vervanging van de geleverde auto. Hoewel het op grond van artikel 7:21 van het Burgerlijk Wetboek mogelijk is om vervanging te vorderen, moet daarvoor in kort geding wel voldoende aannemelijk zijn geworden dat de afgeleverde zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt en dat die gebreken vervanging rechtvaardigen. [gedaagde] heeft gemotiveerd betwist dat daarvan sprake is. De bewijsstukken die [eiser] in het geding heeft gebracht zien allemaal op de periode vóór vervanging van de sensor. Tegenover de betwisting van [gedaagde] heeft [eiser] dan ook onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de auto na vervanging van de sensor nog steeds niet goed genoeg rijdt en dat dit vervanging van de auto rechtvaardigt. Daarbij geldt dat [eiser] ter zitting heeft verklaard dat hij na vervanging van de sensor in de zomer van 2024 met de auto heen en terug is gereden naar Turkije en tot op heden nog steeds met de auto rijdt. Nu een kortgedingprocedure zich niet leent voor nadere bewijslevering, wordt de subsidiaire vordering daarom ook afgewezen.
1.4.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. [gedaagde] heeft gevraagd [eiser] te veroordelen in de daadwerkelijk gemaakte proceskosten. Een volledige proceskostenvergoeding kan uitsluitend aan de orde zijn in zeer bijzondere gevallen, zoals bij misbruik van recht. Daarvan is geen sprake.
1.5.
De proceskosten van [gedaagde] worden daarom forfaitair begroot op:
- salaris gemachtigde
€
543,00
- nakosten
€
67,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
610,50
Dictum
De kantonrechter
2.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
2.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 610,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
2.3.
verklaart dit vonnis met betrekking tot de proceskosten uitvoerbaar bij voorraad.
Waarvan proces-verbaal,
griffier kantonrechter