Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-02-12
ECLI:NL:RBAMS:2025:1702
Strafrecht; Materieel strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
868 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
VERKORT VONNIS
Parketnummer: 13/728046-16 (ontneming)
Datum uitspraak: 12 februari 2025
Tegenspraak
Verkort vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam, op vordering van de officier van justitie als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak, behorende bij de strafzaak met parketnummer 13/728046-16, tegen:
[veroordeelde] ,
geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] )
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.
1Het onderzoek ter terechtzitting
De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van de vordering tot ontneming van de officier van justitie en het onderzoek op de terechtzitting van 12 februari 2025. Veroordeelde is niet verschenen. De raadsman van veroordeelde, mr. R.A. van der Horst, advocaat in Amsterdam, was wel aanwezig. Hij verklaarde uitdrukkelijk te zijn gemachtigd namens veroordeelde het woord te voeren.
2De vordering
Op 28 november 2022 is [veroordeelde] (hierna te noemen veroordeelde) door de rechtbank Amsterdam veroordeeld ter zake mensenhandel tot 15 maanden gevangenisstraf. De eveneens tenlastegelegde verdenking inzake witwassen is door de rechtbank afgesplitst en is in Nederland nog niet op enige zitting behandeld.
De vordering van de officier van justitie van 17 oktober 2024 strekt tot het vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en het aan veroordeelde opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van dat geschatte voordeel tot een maximumbedrag van € 109.184,-
De officier van justitie heeft ter terechtzitting evenwel medegedeeld dat de vervolging van veroordeelde terzake de verdenking van witwassen en de ontnemingsprocedure zijn overgenomen door de Bulgaarse justitiële autoriteiten. Het Nederlandse Openbaar Ministerie zal veroordeelde dan ook niet verder voor deze feiten vervolgen. Daarom heeft de officier van justitie verzocht het Openbaar Ministerie in deze ontnemingsvordering niet-ontvankelijk te verklaren gelet op het beginsel van ne bis in idem.
De raadsman heeft zich ook op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering.
Beoordeling
De rechtbank zal het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk verklaren in de ontnemingsvordering gelet op de mededeling van de officier van justitie dat de ontnemingsvordering door de Bulgaarse justitiële autoriteiten zal worden opgepakt en gelet op het uitdrukkelijk verzoek van de officier van justitie zelf om het Openbaar Ministerie in deze procedure niet-ontvankelijk te verklaren.
Dictum
Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de ontnemingsvordering.
Dit vonnis is gewezen door
mr. C.M. Berkhout, voorzitter,
mrs. A. Eichperger en P.B. Spaargaren, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. I. van Heusden, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 12 februari 2025.
De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen