Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-03-14
ECLI:NL:RBAMS:2025:1686
Strafrecht; Strafprocesrecht
Eerste en enige aanleg
476 tokens
Dictum
[verzoekster] , wonende te [woonplaats] ,
verzoekster,
raadsvrouw mr. N. Harlequin,
welk verzoek strekt tot wraking van mr. A.J.R. M. Vermolen, politierechter, hierna: de rechter.
Procesverloop
De Wrakingskamer heeft kennisgenomen van de navolgende processtukken:
- het proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de politierechter op 28 februari 2025 met daarin opgenomen het verzoek tot wraking.
1. De ontvankelijkheid van het verzoek
1.1.
Verzoekster is verdachte in een zaak die op 28 februari 2025 bij de rechter in behandeling was met parketnummer 13.072303.24. Tijdens de behandeling van die zaak heeft verzoekster de rechter gewraakt. Hierop is het onderzoek ter terechtzitting geschorst totdat op dit wrakingsverzoek zal zijn beslist. De rechter gaat per 29 april 2025 met pensioen en zal nadien geen zaken meer behandelen. Gelet op de verhinderdata van (de raadsvrouw van) verzoekster en de rechter is het uitgesloten dat de strafzaak tegen verzoekster bij de rechter wordt aangebracht (ongeacht de uitkomst van de wrakingsprocedure).
1.2.
Nu de zaak niet meer bij de rechter in behandeling zal zijn, heeft verzoekster geen belang meer bij haar verzoek tot wraking van de rechter en zal zij niet-ontvankelijk worden verklaard in haar verzoek Een mondelinge behandeling kan achterwege blijven.
2. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek.
Aldus gegeven door mrs. P.B. Martens, voorzitter, en N.C.H. Blankevoort en I.M. Bilderbeek, leden, en uitgesproken op 14 maart 2025.
Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 39 lid 5 Rv geen voorziening open.