Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-03-14
ECLI:NL:RBAMS:2025:1615
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,862 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
Zaaknummer: AMS 24/3106
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 maart 2025 in de zaak tussen
[eiseres]
, uit Amsterdam, eiseres
(gemachtigde: mr. K.Y. Ramdhan),
en
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder
(gemachtigde: mr. A. Hadri).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een urgentieverklaring op grond van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 (Hvv).
1.1. Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 22 november 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 2 mei 2024 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.2. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3. De rechtbank heeft het beroep op 5 februari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder.
Totstandkoming van het besluit
2. Eiseres (31 jaar) woont sinds 10 december 2018 met haar drie minderjarige kinderen in een vierkamerwoning op de [adres] , Amsterdam. Eiseres wil verhuizen naar een andere woning vanwege schimmelproblematiek in haar huidige woning die tot onder meer ademhalings- en longklachten leidt. Eiseres geeft aan dat de woningbouwcorporatie het probleem niet kan oplossen. Eiseres heeft op meerdere manieren geprobeerd om te verhuizen. Daarnaast is eiseres erkend als gedupeerde van de toeslagenaffaire en wil zij, door alle slechte herinneringen in de woning aan de toeslagenaffaire, met haar gezin een nieuwe start kunnen maken in een andere woning.
2.1. Verweerder heeft de urgentieverklaring geweigerd op grond van meerdere algemene weigeringsgronden. Een urgentieverklaring vanwege schimmelproblematiek is niet mogelijk. De verantwoordelijkheid voor het oplossen van het probleem ligt bij de verhuurder. De verhuurder moet volgens de huurovereenkomst "woongenot" leveren aan de huurder. Als de verhuurder niet mee werkt dan kan eiseres juridische stappen ondernemen. Dit laatste wordt door verweerder als een voorliggende voorziening gezien als bedoeld in de weigeringsgronden in de Hvv. De slechte staat van de woning, zoals in dit geval schimmelvorming, levert geen urgent huisvestingsprobleem op. Verder komt eiseres ook niet in aanmerking voor een urgentie op de grond dat zij gedupeerde is van de toeslagenaffaire. Tot slot ziet verweerder ook geen aanleiding om de hardheidsclausule toe te passen, aangezien eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van een acuut levensbedreigend probleem.
Beoordeling
3. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de urgentieaanvraag van eiseres. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
4. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
5. De relevante regels zijn opgenomen in een bijlage bij deze uitspraak.
Mocht verweerder de algemene weigeringsgronden tegenwerpen?
6. Eiseres voert aan dat zij in haar huidige woning te maken heeft met zeer hardnekkige schimmelvorming. De medewerker van verweerder die betrokken was bij de aanvraag heeft volgens eiseres vastgesteld dat eiseres en haar kinderen ernstig lijden onder de schimmel en als gevolg daarvan met ernstige gezondheidsproblemen kampen. Verweerder heeft geen grond voor urgentie gezien zonder onderzoek te doen naar het bestaan van een blijvende correlatie tussen een verblijf in de huidige woning en de verslechtering van gezondheid van eiseres en haar kinderen. Gezien een medische urgentie een zelfstandige grond is voor toekenning van een urgentieverklaring, had verweerder de aanvraag niet mogen weigeren met de motivering dat de slechte staat van de woning geen urgent huisvestingsprobleem is. Eiseres voert voorts aan dat verweerder zonder nader onderzoek ervan uitgaat dat de schimmelproblematiek in de woning te verhelpen is. Eiseres heeft echter meerdere malen de schimmels proberen te bestrijden, maar de schimmels komen telkens terug. De woning is recent volledig gerenoveerd door de verhuurder maar dit heeft niet mogen baten. Verweerder had dus, zonder nader onderzoek, niet mogen aannemen dat het huisvestingsprobleem kon worden voorkomen of op een andere wijze opgelost kon worden. In het verlengde hiervan had verweerder ook niet mogen aannemen dat er een alternatieve voorziening is, nu aangenomen kan worden dat de woning klaarblijkelijk ondanks een renovatie niet vrij van schimmel te houden is.
6.1. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de aanvraag heeft mogen afwijzen op grond van de algemene wegeringsgronden en overweegt hiertoe als volgt.
6.2. Vanwege het kleine aantal beschikbare sociale huurwoningen in Amsterdam en het grote aantal aanvragen urgentieverklaringen, is het beleid in de gemeente Amsterdam voor het toekennen van voorrang op andere woningzoekenden zeer strikt. Het beleid is gericht op gezinnen met kinderen die door overmacht dakloos zijn of dreigen te worden en op personen met ernstige medische problemen gerelateerd aan de woonsituatie. Zoals de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) eerder heeft overwogen, is dit restrictieve beleid niet onredelijk.
6.3. Verweerder heeft bij de aan hem verleende bevoegdheid tot het toekennen van een urgentieverklaring beleidsruimte. Dit leidt ertoe dat de rechtbank de besluitvorming van verweerder terughoudend moet toetsen.
6.4. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt stelt dat de schimmelvorming in de woning geen urgent huisvestingsprobleem oplevert en dat dit een algemene weigeringsgrond vormt. Van een urgent huisvestingsprobleem is namelijk geen sprake als de woning in slechte staat verkeert of van onvoldoende kwaliteit is, zoals het geval is bij het bestaan van schimmelvorming in een woning. Gelet op het dwingendrechtelijke karakter van de algemene weigeringsgronden in de Hvv, heeft verweerder de aanvraag op grond hiervan kunnen afwijzen.
6.5. De rechtbank is van oordeel dat verweerder ook de algemene weigeringsgronden mocht tegenwerpen dat eiseres het huisvestingsprobleem redelijkerwijs op een andere wijze kan oplossen en dat er een voorliggende voorziening is voor de schimmelproblematiek. Eiseres heeft, zoals op de zitting is gebleken, geen juridische stappen ondernomen tegen de verhuurder voor het oplossen van het schimmelprobleem, terwijl de verhuurder primair verantwoordelijk is voor het verschaffen van woongenot aan eiseres. Ook heeft eiseres geen stukken overgelegd waaruit, zoals eiseres stelt, blijkt dat het schimmelprobleem in de woning niet op te lossen is. Op de zitting heeft verweerder aangegeven dat eiseres zich tot de woningcorporatie en de huurcommissie moet wenden voor het oplossen van het woonprobleem. Verweerder heeft toegelicht dat pas als eiseres alle mogelijke wegen, waaronder een juridische procedure tegen de woningbouwcorporatie, zonder resultaat heeft bewandeld en eiseres kan aantonen dat er sprake is van medische problematiek gerelateerd aan de schimmelvorming, zij eventueel in aanmerking zou kunnen voor een urgentieverklaring.
6.6. De rechtbank overweegt voorts dat verweerder geen medisch onderzoek hoefde te verrichten, nu zich in dit geval meerdere algemene weigeringsgronden voordoen. Eiseres kan namelijk door de toepassing van de voornoemde algemene weigeringsgronden geen aanspraak maken op een urgentieverklaring op medische gronden. Overigens heeft eiseres zelf ook geen medische stukken overgelegd waaruit blijkt dat zij of haar kinderen gezondheidsklachten hebben als gevolg van schimmelvorming in de woning. Het gaat hier om een aanvraagsituatie, zodat het aan eiseres is om dit met medische stukken te onderbouwen.
Hardheidsclausule
7. Eiseres voert voorts aan dat verweerder toepassing had moeten geven aan de
hardheidsclausule, gezien de medische complicaties die spelen bij het gezin. Op de zitting heeft eiseres toegelicht dat de toepassing door verweerder van de hardheidsclausule niet transparant is. Het is bekend dat er sprake is van intern beleid van verweerder, maar eiseres weet niet wat onder een acuut en levensbedreigende situatie moet worden verstaan en wilt weten wat hieronder valt.
7.1. Deze beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank overweegt dat verweerder terughoudend gebruik maakt van de hardheidsclausule vanwege de schaarste aan sociale huurwoningen en de (jaren)lange wachttijden voor woningzoekenden die daarop zijn aangewezen. Gelet op de grote vraag naar en het grote tekort aan sociale huurwoningen in Amsterdam, acht de rechtbank dit niet onredelijk. De hardheidsclausule kan worden toegepast indien weigering van een urgentieverklaring tot een schrijnende situatie leidt. De aanvrager die een beroep doet op de hardheidsclausule vanwege ernstige medische problematiek dient met bewijsstukken aan te tonen dat sprake is van een acuut levensbedreigend probleem. Hiervoor is een verklaring van een medisch specialist noodzakelijk, een verklaring van de huisarts is onvoldoende. Deze uitwerking van de hardheidsclausule acht de rechtbank voldoende transparant en concreet. Zoals verweerder op de zitting heeft toegelicht, is de toepassing ervan maatwerk en afhankelijk van de voorliggende problematiek.
7.2. De rechtbank heeft oog voor de situatie van eiseres als een gedupeerde van de toeslagenaffaire en de wens om in een andere woning een nieuwe start te maken. Toch is de rechtbank van oordeel dat verweerder geen urgentieverklaring heeft hoeven verlenen op grond van de hardheidsclausule. Er is geen sprake van een schrijnende situatie als bedoeld in de Hvv en Nadere regels. Eiseres heeft namelijk gesteld noch met medische stukken aangetoond dat er sprake is van een aantoonbaar acuut en levensbedreigende situatie. Het beroep van eiseres op de hardheidsclausule treft naar het oordeel van de rechtbank reeds hierom geen doel. Eiseres verwijst tot slot naar een uitspraak van de voorzieningenrechter van rechtbank Midden-Nederland over schimmelproblematiek bij een urgentieaanvraag. De rechtbank overweegt dat de vergelijking met die zaak eiseres niet kan baten omdat het daar om andere feiten en omstandigheden gaat die niet vergelijkbaar zijn met de onderhavige zaak.
Gelijkheidsbeginsel
8. Ten aanzien van het beroep van eiseres op het gelijkheidsbeginsel overweegt de rechtbank als volgt.
Conclusie
9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Smayel, rechter, in aanwezigheid van
mr. G. dos Santos 't Hoen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 14 maart 2025
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Bijlage: Relevant wettelijk kader
Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 (versie 16 januari 2023)
Artikel 2.10.5 Algemene weigeringsgronden urgentieverklaring
1. Burgemeester en wethouders weigeren de urgentieverklaring indien naar hun oordeel sprake is van één of meerdere van de volgende omstandigheden:
[…]
b. er is geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem;
c. de aanvrager kon het huisvestingsprobleem redelijkerwijs voorkomen of kan het huisvestingsprobleem redelijkerwijs op een andere wijze oplossen;
d. het huisvestingsprobleem kon worden voorkomen of kan worden opgelost door gebruik te maken van een andere voorziening die gelet op aard en doel, wordt geacht voor het oplossen van het huisvestingsprobleem van belanghebbende toereikend en passend te zijn;
[…]
Artikel 2.10.8 Overige regionale urgentiecategorieën
1. Onverminderd het bepaalde in artikel 2.10.5 kan een urgentieverklaring worden verleend indien de aanvrager tot ten minste één van de volgende urgentiecategorieën behoort:
[…]
b. woningzoekenden die op grond van medische of sociale redenen dringend woonruimte nodig hebben en niet behoren tot de in artikel 2.6.7 bedoelde urgentiecategorie;
[…].
Artikel 2.10.11 Hardheidsclausule
1.Burgemeester en wethouders zijn, indien toepassing van deze verordening zou leiden tot weigering van een urgentieverklaring, bevoegd om toch een urgentieverklaring toe te kennen indien:
a. weigering van een urgentieverklaring leidt tot een schrijnende situatie; en,
b. sprake is van bijzondere, bij het vaststellen van de verordening onvoorziene, omstandigheden die gelet op het doel van de verordening redelijkerwijs toch een grond voor de verlening van een urgentieverklaring zouden kunnen zijn.
2.Burgemeester en wethouders registreren de gevallen waarin met toepassing van het in het eerste lid bepaalde een urgentieverklaring wordt verleend. De registratie bevat ten minste de datum waarop de urgentieverklaring wordt verleend en de specifieke omstandigheden van het geval die leiden tot de verlening van de urgentieverklaring.
Nadere regels Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 (versie 16 januari 2023)
Hoofdstuk 1 Urgenties
II. Nadere regels urgenties
3Algemene weigeringsgronden (HVV artikel 2.10.5)
De aanvraag wordt getoetst aan alle weigeringsgronden. Indien één of meerdere van deze weigeringsgronden van toepassing zijn, wordt de aanvraag geweigerd. De weigeringsgronden worden hieronder uitgewerkt en worden beoordeeld aan de hand van de volgende voorwaarden en criteria:
[…]
Ad b) Géén urgent huisvestingsprobleem
Indien zich uitsluitend één of een combinatie van meerdere van de onderstaande problemen voordoet, is er géén urgent huisvestingsprobleem:
1. de huidige woning verkeert in slechte staat of is van onvoldoende kwaliteit, tenzij de woning onbewoonbaar is verklaard wegens bijvoorbeeld brand of instorting;
[…]
Ad c) Het huisvestingsprobleem was redelijkerwijs op te lossen of te voorkomen;
Van een dergelijk probleem is in ieder geval sprake als de aanvrager:
[…]
1.niet alles wat redelijkerwijs tot diens mogelijkheden behoort heeft gedaan om het huisvestingsprobleem te voorkomen of op te lossen;
[…]
In algemene zin geldt dat het huisvestingsprobleem van de aanvrager dient te zijn ontstaan uit een overmachtssituatie om in aanmerking te kunnen komen voor een urgentieverklaring. Volledigheidshalve wordt daarboven opgemerkt dat sociale of medische problemen geen uitzondering geven op weigeringsgrond c.
Ad d) Het huisvestingsprobleem kon worden voorkomen of kan worden opgelost door gebruik te maken van een voorliggende voorziening;
Met ‘voorliggende voorzieningen’ worden onder meer bedoeld:
[…]
2.het ondernemen van eigen juridische stappen, bijvoorbeeld het starten van een civiele procedure tegen de verhuurder of de buren van de aanvrager; of
[…]
24Hardheidsclausule (artikel 2.10.11)
Indien een aanvrager niet voldoet aan de voorwaarden voor urgentieverlening kunnen burgemeester en wethouders alsnog een urgentieverklaring verlenen indien:
a. weigering van een urgentieverklaring leidt tot een schrijnende situatie; en,
b. sprake is van bijzondere, bij het vaststellen van de verordening, onvoorziene omstandigheden die gelet op het doel van de verordening redelijkerwijs toch een grond voor de verlening van een urgentieverklaring zouden kunnen zijn.
Toelichting op de hardheidsclausule bij medische problematiek
Onder een schrijnende situatie bij medische problematiek wordt verstaan een uitzonderlijke noodsituatie waar een urgentieverklaring voor noodzakelijk is . De aanvrager die een beroep doet op de hardheidsclausule vanwege ernstige medische problematiek dient met bewijsstukken aan te tonen dat sprake is van een acuut levensbedreigend probleem. Hiervoor is een verklaring van een medisch specialist noodzakelijk, een verklaring van de huisarts is onvoldoende.
Het bestreden besluit is gebaseerd op de Hvv (versie van 16 januari 2023) en Hoofdstuk 1 'urgenties', paragraaf II, onder 3 en 24 van de Nadere regels Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 (versie van 16 januari 2023).
De weigeringsgronden van artikel 2.10.5, eerste lid, onder b, c en d, van de Hvv.
Artikel 1.10.5, eerste lid, onder d, van de Hvv in samenhang met Hoofdstuk 1, paragraaf II, onder 3, onder d, punt 2 van de Nadere regels.
Artikel 2.10.5, eerste lid, onder b, van de Hvv in samenhang met Hoofdstuk 1, paragraaf II, onder 3, sub b, punt 1, van de Nadere regels.
Zie onder meer de uitspraak van de Afdeling van 9 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:628.
Zie artikel 2.10.5, eerste lid, onder b, van de Hvv.
Zie Nadere regels, Hoofdstuk 1, paragraaf II, onder 3, sub b, punt 1.
Zie artikel 2.10.5, eerste lid, onder c, van de Hvv.
Zie artikel 2.10.5, eerste lid, onder d, van de Hvv.
Zie Nadere regels, Hoofdstuk 1, paragraaf II, onder 3, sub c, punt 1 en sub d, punt 2.
Als bedoeld in artikel 2.10.8, eerste lid, onder b, van de Hvv.
Zie de uitspraak van de Afdeling van 15 december 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2815.
Hoofdstuk 1, paragraaf II, onder 24 van de Nadere regels Hvv.
Uitspraak van Rechtbank Midden-Nederland van 19 oktober 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:5581.