Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-02-05
ECLI:NL:RBAMS:2025:1533
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,173 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
Zaaknummer: AMS 24/2185
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 februari 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit Amsterdam, eiseres
(gemachtigde: mr. G.A. Verhoeven),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder, hierna: de gemeente
(gemachtigden: mr. J.H.G. van den Boorn en mr. A.A.K. ten Doesschate).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een urgentieverklaring voor huisvesting op medische gronden.
1.1.
De gemeente heeft deze aanvraag met het besluit van 16 oktober 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 6 maart 2024 op het bezwaar van eiseres is de gemeente bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.2.
De gemeente heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 28 januari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigden van de gemeente.
Beoordeling
2. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de aanvraag van eiseres voor een urgentieverklaring. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
3. De rechtbank is van oordeel dat het beroep gegrond is en dat het bestreden besluit vernietigd moet worden. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Waar gaat deze zaak over?
4. Eiseres is 31 jaar en woont met haar drie minderjarige kinderen in een tweekamerwoning. Zij heeft een aanvraag ingediend voor een urgentieverklaring voor huisvesting op medische gronden. Eiseres lijdt aan een spierziekte en een pollen- en stofallergie. Eiseres spreekt van een allergische astma. Volgens eiseres is haar allergie het afgelopen jaar verergerd. Zij ervaart veel klachten doordat haar huis in de buurt van een bomenrij staat waardoor er veel pollen het huis binnenkomen. Het huis is daarnaast niet goed geventileerd en zij kan door de pollen ook geen raam openzetten. Dit verergert ook haar allergische klachten door stof en vocht.
5. De gemeente heeft advies gevraagd aan de GGD over de medische problemen van eiseres. Op 6 oktober 2023 heeft de GGD een advies uitgebracht (hierna: het GGD-advies). De GGD heeft de gemeente geadviseerd de aanvraag van eiseres af te wijzen, omdat er onvoldoende objectieve onderbouwing bestond voor een urgentieverklaring op medische gronden. De gemeente heeft dit advies van de GGD overgenomen.
6. In het bestreden besluit heeft de gemeente zich op het standpunt gesteld dat er geen beoordeling van de medische klachten van eiseres plaats had hoeven vinden, omdat de aanvraag van eiseres op twee algemene weigeringsgronden afgewezen had moeten worden. De gemeente vindt dat er geen sprake is van een urgent huisvestingsprobleem en ook dat het huisvestingsprobleem redelijkerwijs was op te lossen of te voorkomen. Het huis van eiseres is namelijk te klein voor haar en haar drie kinderen. Zij heeft een gezin gesticht zonder over passende woonruimte te beschikken. Deze twee omstandigheden maken dat de genoemde twee algemene weigeringsgronden van toepassing zijn en dat de aanvraag van eiseres hierop afgewezen had moeten worden, met als gevolg dat er niet getoetst had hoeven worden of de medische omstandigheden aanleiding geven om urgentie te verlenen. De medische omstandigheden kunnen alleen nog een rol spelen in het kader van de hardheidsclausule.
Mocht de gemeente de aanvraag van eiseres afwijzen op algemene weigeringsgronden?
7. Eiseres stelt zich op het standpunt dat de gemeente haar aanvraag ten onrechte heeft afgewezen op de algemene weigeringsgronden dat er geen sprake is van een urgent huisvestingsprobleem en dat het huisvestingsprobleem redelijkerwijs was op te lossen of te voorkomen. Eiseres heeft aan de aanvraag niet ten grondslag gelegd dat haar woning te klein zou zijn. Ook is er geen sprake geweest van een situatie waarin zij een gezin heeft gesticht zonder over passende woonruimte te beschikken. Eiseres heeft een aanvraag voor een urgentieverklaring gedaan vanwege medische problemen, niet vanwege de omvang van haar woning of haar gezin.
7.1.
De rechtbank stelt voorop dat verweerder de aanvraag van eiseres aanvankelijk wel als een medische aanvraag heeft beoordeeld en ook een advies van de GGD heeft gevraagd. De twee algemene weigeringsgronden werpt verweerder voor het eerst in het bestreden besluit op het bezwaar van eiseres aan haar tegen. Los van het feit dat deze gang van zaken naar het oordeel van de rechtbank niet de schoonheidsprijs verdient, is de rechtbank van oordeel dat verweerder ten onrechte aan eiseres heeft tegengeworpen dat geen sprake is van een urgentie huisvestingsprobleem en dat het huisvestingsprobleem redelijkerwijs was op te lossen of te voorkomen. Uit het dossier blijkt niet dat dat eiseres aan haar aanvraag ten grondslag heeft gelegd dat zij haar woning te klein vindt of dat zij meer ruimte wil voor haarzelf en haar kinderen. Op de zitting heeft de gemachtigde van de gemeente toegelicht dat dit inderdaad niet uit het dossier blijkt, maar dat het voor de gemeente evident is dat een tweekamerwoning te klein is voor een moeder en drie kinderen. De rechtbank is van oordeel dat de gemeente met deze aanname een invulling geeft aan de aanvraag van eiseres die niet strookt met de bewoordingen van haar aanvraag en die ook niet impliciet uit de aanvraag kan worden afgeleid. De rechtbank is daarom van oordeel dat de gemeente ten onrechte aan eiseres heeft tegengeworpen dat haar woning te klein is en dat zij een gezin heeft gesticht zonder over passende woonruimte te beschikken.
7.2.
Op de zitting heeft de gemachtigde van de gemeente nog toegelicht dat de gemeente de aanvraag van eiseres ook zo heeft begrepen dat haar woning niet in goede staat verkeert omdat deze niet goed geventileerd is. Dit is ook een algemene weigeringsgrond op grond waarvan de aanvraag van eiseres moet worden afgewezen, aldus de gemachtigde van de gemeente op zitting. Uit Hoofdstuk 1, paragraaf 3, ad b, onder 2 van de Nadere regels Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 volgt namelijk dat er géén urgent huisvestingsprobleem is indien zich uitsluitend één of een combinatie van meerdere van de onderstaande problemen voordoet: 1. de huidige woning verkeert in slechte staat of is van onvoldoende kwaliteit, tenzij de woning onbewoonbaar is verklaard wegens bijvoorbeeld brand of instorting; 2. de huidige woning is te klein of te groot voor het huishouden van de aanvrager; 3. de aanvrager kan door medische klachten de huidige woning en/of behorende tuin niet meer zelf onderhouden.
7.3.
De rechtbank overweegt dat deze weigeringsgrond niet expliciet blijkt uit het bestreden besluit. De rechtbank kan verweerder niet volgen in de op de zitting gegeven toelichting dat deze weigeringsgrond ook aan de orde is. Eiseres heeft op de zitting opnieuw toegelicht dat haar allergische klachten verergeren door de pollen uit de omgeving en de beperkte ventilatiemogelijkheden, waardoor haar spierziekte ook oplaait. De aanvraag van eiseres draait dus niet om de kwaliteit van haar woning, maar om de medische problemen die zij daar ervaart.
7.4.
Deze beroepsgrond slaagt. De rechtbank ziet aanleiding om het bestreden besluit te vernietigen en aan de gemeente op te dragen een nieuw besluit te nemen. In het kader van finale geschilbeslechting gaat de rechtbank hierna in op de andere beroepsgronden van eiseres.
Mocht de gemeente zich baseren op het GGD-advies?
8. Eiseres stelt zich verder op het standpunt dat de gemeente zijn besluitvorming niet mocht baseren op het GGD-advies en dat de gemeente niet heeft voldaan aan zijn vergewisplicht. Het GGD-advies strookt namelijk niet met de medische informatie die eiseres heeft aangeleverd. In het GGD-advies staat namelijk dat de relatie tussen de woonomgeving en problemen niet is aangetoond. Een longverpleegkundige is echter bij eiseres thuis langs geweest en heeft vastgesteld dat er te veel pollen de woning binnenkomen, dat er veel vocht en stof in de woning blijft hangen en dat de ventilatie niet toereikend is. Deze informatie heeft eiseres in bezwaar al overgelegd. Daarnaast heeft eiseres op de zitting toegelicht dat zij haar medicatie in overdosering slikt om haar klachten te onderdrukken. Eiseres volgt daarom niet de conclusie van het GGD-advies dat er nog behandelopties zijn. Dit is in het GGD-advies ook niet onderbouwd.
8.1.
De rechtbank overweegt als volgt. Volgens vaste rechtspraak mag een bestuursorgaan op het advies van een deskundige afgaan, nadat het is nagegaan of dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Dit heet de vergewisplicht.
Conclusie
10. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel van artikel 3:2 en artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding om zelf een beslissing over de aanvraag van eiseres te nemen. Dit omdat de bevoegdheid hiertoe primair bij verweerder ligt. Ook draagt de rechtbank niet aan de gemeente op om het gebrek te herstellen met een betere motivering of een ander besluit (een zogenoemde bestuurlijke lus). Dit omdat er opnieuw advies bij de GGD gevraagd moet worden voordat opnieuw op het bezwaar van eiseres kan worden beslist.
10.1.
De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat de gemeente een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft de gemeente hiervoor acht weken.
10.2.
Omdat het beroep gegrond is moet de gemeente het griffierecht aan eiseres vergoeden. Ook krijgt eiseres een vergoeding van haar proceskosten. De gemeente moet deze vergoeding betalen. De rechtbank stelt deze proceskostenvergoeding aan de hand van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 1.814,- (1 punt voor het indienen van een beroepschrift en 1 punt voor het deelnemen aan de zitting, met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1).
Dictum
De rechtbank:
- verklaart beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 6 maart 2024;
- draagt de gemeente op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat de gemeente het griffierecht van € 187,- aan eiseres moet vergoeden;
- bepaalt dat de gemeente de proceskosten van eiseres moet vergoeden tot een bedrag van € 1.814,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J.M. Baldinger, rechter, in aanwezigheid van mr.M.A. Hollander, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 25 februari 2025.
griffier
rechter
de rechter is buiten staat om de uitspraak te ondertekenen
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Gemeentelijke gezondheidsdienst.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 4 september 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3589