Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-02-04
ECLI:NL:RBAMS:2025:1323
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,995 tokens
Dictum
func.: 40546
Afschrift van de aantekening in het proces-verbaal van de openbare zitting van 4 februari 2025 inzake het beroep ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (verder: de Wahv) van:
[gemachtigde]
[adres]
verder: gemachtigde
welk beroep is ingesteld bij verzoekschrift, ingekomen bij de CVOM te Utrecht op 13 maart 2024 en is gericht tegen de beslissing van 1 februari 2024 van de officier van justitie (verder: verweerder) ten aanzien van betrokkene, geboren te [geboorteplaats] , Thailand, op [geboortedatum] 1959.
[betrokkene]
[adres]
verder: betrokkene
CJIB-nummer: [nummer]
Procesverloop
Aan betrokkene is bij beschikking van 9 december 2023 (verder: de inleidende beschikking) een sanctie in het kader van de Wet administratieve handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) opgelegd. Gemachtigde heeft tegen de inleidende beschikking beroep ingesteld bij verweerder. Deze heeft dat beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft gemachtigde vervolgens beroep ingesteld bij de kantonrechter. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende gegevens overgelegd. Het beroep is behandeld op de openbare zitting van 4 februari 2025. Partijen zijn voor deze zitting opgeroepen.
Gemachtigde is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet bij de zitting verschenen.
Ter zitting heeft verweerder gereageerd op de inhoud van het beroepschrift. Verweerder heeft geconcludeerd dat het beroep ongegrond is.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
1. Aan betrokkene is bij de inleidende beschikking wegens een verkeersgedraging een administratieve sanctie opgelegd ingevolge de Wet administratieve handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). Betrokkene wordt verweten een weg te hebben gebruikt in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen (bord C12) op 28 november 2023 op de [locatie] .
2. Het beroep is tijdig ingesteld.
3. Gemachtigde voert tegen de beslissing van verweerder aan dat er niet is voldaan aan de beleidsregels buitengewoon opsporingsambtenaar. De situatie die de bekeuring veroorzaakt voldoet niet aan de eisen die vereist zijn in het beleidskader digitale handhaving geslotenverklaringen en voetgangersgebieden die opgesteld is door het Openbaar Ministerie, primair omdat er geen duidelijke bebording aanwezig was.
Voorts voert maakt gemachtigde ook bezwaar tegen de werkwijze van de gemeente betreffende de onderhavige pilot. Voor gemachtigde is de waarschuwingsperiode zonder aankondiging aan hem voorbij gegaan. Het direct bekeuren van eerste overtreders is volgens gemachtigde niet subsidiair. De werkwijze om mensen direct te bekeuren kan grote financiële gevolgen hebben. Volgens gemachtigde is waarschuwen bij een eerste overtreding rechtvaardiger dan enkel de waarschuwen in de eerste twee maanden. Zo zou de gemeente iedereen een gelijke kans geven om op de hoogte te zijn van de nieuwe verkeerssituatie.
4. Verweerder heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat het beroep ongegrond is.
5. Het volgende wordt overwogen.
6. Betrokkene heeft een boete gekregen voor het inrijden van een weg waarvoor een geslotenverklaring geldt. De [locatie] is aan de westzijde met ingang van 1 juli 2023 afgesloten voor verkeer met uitzondering van lijnbussen. Van 1 juli 2023 tot en met 31 augustus 2023 is door de gemeente een waarschuwingsperiode van kracht. Als in deze periode toch een boete is opgelegd, is een ingesteld beroep gegrond. In de periode van 16 oktober tot en met 1 november heeft er op de [locatie] een tekstkar gestaan met de mededeling dat vanaf 1 november 2023 de weg niet zou mogen worden ingereden. Dit betrof een andere weg, maar heeft wel tot onduidelijke situatie geleid. Als in deze periode een boete is opgelegd, is een ingesteld beroep gegrond. Boetes die zijn opgelegd voor overtredingen met betrekking tot de geslotenverklaring in andere periodes zijn in beginsel terecht opgelegd en een ingesteld beroep daarover ongegrond. Dit geldt ook voor het beroep van gemachtigde nu de overtreding is begaan op 28 november 2023.
Gedraging
7. Op grond van de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht, die in dit geval wordt ondersteund met fotografisch materiaal, staat voldoende vast dat de aan betrokkene verweten gedraging is verricht. Er is geen aanleiding om aan de juistheid van deze stukken te twijfelen, zodat de sanctie terecht aan betrokkene is opgelegd.
Bebording
8. In het dossier bevinden zich twee schouwrapporten van de bebording, daterend van 27 november 2023 en 13 december 2023 en hieruit blijkt dat de bebording op beide momenten ter plaatse aanwezig was en conform de wet en regelgeving was geplaatst. De juiste plaatsing van de verkeersborden wordt maandelijks geschouwd door een boa.
Beleidskader
9. De kantonrechter wijst betrokkene op het arrest van het Hof van 17 augustus 2023 (ECLI:NL:GHARL:2023:6933). Hieruit volgt onder meer dat kan worden vastgesteld dat het Openbaar Ministerie aan de gemeente Amsterdam instemming heeft verleend tot digitale handhaving. De regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar (de Regeling) vereist niet dat instemming van het Openbaar Ministerie met digitale handhaving slechts kan worden verleend als aan alle voorwaarden van een concreet Beleidskader wordt voldaan, de Regeling laat ruimte aan het Openbaar Ministerie om zelf te bepalen aan welke (onderdelen van) kaders moet worden voldaan.
Waarschuwing
10. Gemachtigde voert aan dat de verbalisant had kunnen volstaan met het versturen van een waarschuwingsbrief. Een daartoe bevoegde verbalisant heeft bij het opleggen van een sanctie in de zin van een Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) een zekere discretionaire bevoegdheid. De verbalisant kan afhankelijk van omstandigheden van het geval afzien van het opleggen van een administratieve sanctie. In dit geval is niet gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan de verbalisant had moeten afzien van het opleggen van de sanctie.
Voorts blijkt uit een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 augustus 2023, vindplaats ECLI:NL:GHARL:2023:6933, onder meer dat een verbalisant niet slechts van zijn bevoegdheid tot oplegging van een boete gebruik mag maken indien een waarschuwingsperiode in acht is genomen. Ook is het vanuit de Wahv niet vereist dat er een waarschuwingsperiode moet worden gehanteerd of dat slechts nadat een waarschuwing gegeven is, een boete mag worden opgelegd.
11. Daarom wordt beslist als volgt.
Dictum
De kantonrechter:
- verklaart het beroep ongegrond.
De griffier De kantonrechter
Datum verzending
Bent u het met deze beslissing niet eens, dan kunt u binnen zes weken na de hierboven vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen indien de als gevolg van deze beslissing te betalen administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt. Het beroepschrift dient schriftelijk (niet per e-mail) te worden ingediend bij rechtbank Amsterdam, afdeling privaatrecht, team kanton, postbus 70515, 1007 KM, Amsterdam en dient door degene die het beroep instelt of een gemachtigde te worden ondertekend. De procedure bij het gerechtshof verloopt schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling wordt gevraagd.