Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-02-21
ECLI:NL:RBAMS:2025:1208
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,111 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 24/4520
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 februari 2025 in de zaak tussen
[eiseres] uit Amsterdam, eiseres
(gemachtigde: mr. R. Moszkowicz),
en
Dienst Toeslagen, verweerder
(gemachtigden: mr. E.M.J. van der Laan en mr. A. Buis).
Inleiding
1. Met het besluit van 10 oktober 2023 (het primaire besluit) heeft verweerder een persoonlijke betalingsregeling vastgesteld. Eiseres heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt.
2. Met het besluit van 25 juli 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
3. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
4. De rechtbank heeft het beroep op 5 februari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigden van verweerder deelgenomen. Eiseres en haar gemachtigde zijn zonder voorafgaande kennisgeving niet op de zitting verschenen.
Totstandkoming van het bestreden besluit
4. Van 9 november 2018 tot en met 31 juli 2021 heeft verweerder aan eiseres verschillende terugvorderingsbeschikkingen opgelegd voor huurtoeslag, zorgtoeslag en kindgebonden budget over de jaren 2017 tot en met 2022. Het totaal door eiseres terug te betalen bedrag is € 7.293,-.
5. Op 25 augustus 2023 heeft eiseres bij verweerder verzocht om een persoonlijke betalingsregeling voor de op dat moment openstaande terugvorderingsbeschikkingen.
6. Met het primaire besluit heeft verweerder eiseres geïnformeerd over de vastgestelde persoonlijke betalingsregeling. Eiseres moet vanaf 31 oktober 2023 maandelijks een bedrag van € 304,- betalen en het totale bedrag moet op 30 september 2025 zijn afbetaald.
7. Eiseres heeft in bezwaar voorgesteld om € 100,- per maand terug te betalen.
8. Met het bestreden besluit heeft verweerder een herziene beslissing genomen, waarbij rekening is gehouden met de betalingscapaciteit conform de financiële situatie van eiseres op dat moment. Verweerder heeft berekend dat eiseres een bedrag van € 1.000,- per maand kan betalen en de eerder vastgestelde betalingsregeling van € 304,- per maand gehandhaafd. Het totale bedrag moet op 31 juli 2026 zijn afbetaald.
Beoordeling
9. De rechtbank beoordeelt of verweerder heeft kunnen vaststellen dat eiseres een bedrag van € 304,- per maand kan terugbetalen.
10. In de eerste plaats betwist eiseres de (hoogte van de) terugvordering. De rechtbank stelt vast dat de terugvordering in rechte vastligt. Eiseres heeft hiertegen namelijk nooit bezwaar gemaakt. Dit betekent dat de rechtbank moet uitgaan van de juistheid van de hoogte van de terugvordering.
11. In de tweede plaats betwist eiseres de hoogte van de betalingsregeling. Zij stelt niet € 304,- per maand te kunnen betalen. De rechtbank overweegt als volgt. Volgens de berekeningen van verweerder ligt de betalingscapaciteit van eiseres aanzienlijk hoger dan het bedrag per maand volgens de betalingsregeling. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij niet in staat is om € 304,- per maand terug te betalen. De rechtbank is daarom van oordeel dat verweerder terecht heeft kunnen vaststellen dat eiseres € 304,- per maand kan terugbetalen.
Conclusie
12. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Hirzalla, rechter, in aanwezigheid vanmr.M.C.A. Olsen, griffier.
De uitspraak is in het openbaar uitgesproken op 21 februari 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingediend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. De indiener van het hoger beroep kan de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening te treffen.