Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-12-08
ECLI:NL:RBAMS:2025:11382
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,795 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBAMS:2025:11382 text/xml public 2026-03-27T09:31:35 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2025-12-08 777596 - 25/8154 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Amsterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:11382 text/html public 2026-03-25T11:49:23 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2025:11382 Rechtbank Amsterdam , 08-12-2025 / 777596 - 25/8154 Door en namens betrokkene is primair verzocht om het verzoek af te wijzen, omdat geen sprake (meer) is van ernstig nadeel en een zorgmachtiging daardoor niet doelmatig is. De rechtbank gaat daar niet in mee en verleend de zorgmachtiging. beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd zaaknummer / rekestnummer: C/13/777596 – FA RK 25/8154 kenmerk: ZM/IND/181420 Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg Beschikking van 8 december 2025 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van: [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1992 te [geboorteplaats] (Syrië), wonende te [woonplaats] , [adres] , zorgaanbieder: GGZ inGeest, hierna te noemen: betrokkene, advocaat: mr. S.I. Fonds te Amsterdam. 1 Procesverloop 1.1. Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 24 oktober 2025, waarbij het verzoek op 14 november 2025 is aangehouden. De verdere mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 8 december 2025 in het gebouw van de rechtbank. Tijdens de mondelinge behandeling waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord: - betrokkene; - bovengenoemde advocaat; - mw. [persoon] , waarnemend psychiater. Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen. 2 Beoordeling 2.1. Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van een psychotische stoornis. 2.2. Door en namens betrokkene is primair verzocht om het verzoek af te wijzen, omdat geen sprake (meer) is van ernstig nadeel en een zorgmachtiging daardoor niet doelmatig is. Betrokkene heeft tijdens de mondelinge behandeling medegedeeld dat het goed met hem gaat, ondanks dat hij al drie maanden zijn medicatie niet meer inneemt. Betrokkene heeft aangegeven dat hij een goede baan heeft en binnenkort zal starten met een opleiding. De incidenten waarnaar ter onderbouwing van de vormen van ernstig nadeel wordt verwezen, zijn gedateerd en mogen betrokkene niet telkens opnieuw worden tegengeworpen. Daarnaast speelde er destijds een andere thuissituatie, omdat hij in een probleemwijk woonde met veel drugsdealers. Subsidiair heeft de advocaat aangevoerd dat het verzoek moet worden aangehouden, teneinde een nieuwe medische verklaring op te stellen. Volgens de advocaat is er geen sprake meer van levensgevaar of agressie naar anderen en dient daarom de wilsbekwaamheid van betrokkene opnieuw te worden beoordeeld. De rechtbank oordeelt als volgt. De rechtbank is gelet op de overlegde stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is toegelicht, van oordeel dat deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang, de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. Hoewel er volgens de psychiater op dit moment geen sprake is van ernstig nadeel, is zij van mening dat dit wel weer kan ontstaan wanneer betrokkene ontregelt. Afgelopen jaar is betrokkene nog opgenomen geweest, vanwege een psychotische decompensatie en tevens heeft hij in het verleden een suïcide poging gedaan. Volgens de psychiater is betrokkene nog te kort gestopt met de medicatie om het volledige effect daarvan te zien en bestaat de kans op ontregeling en daarbij ernstig nadeel, nog steeds. 2.3. Om het ernstig nadeel af te wenden heeft betrokkene zorg nodig. 2.4. Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, alsmede gelet op hetgeen bij de mondelinge behandeling naar voren is gekomen acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk gedurende zes maanden: toedienen van medicatie; het verrichten van medische controles; beperken van de bewegingsvrijheid, telkens voor maximaal drie maanden per keer ; insluiten, telkens voor maximaal één week per keer ; uitoefenen van toezicht op betrokkene, telkens voor maximaal één week per keer ; onderzoek aan kleding of lichaam, telkens voor maximaal drie maanden per keer ; onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen, telkens voor maximaal drie maanden per keer ; aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam; opnemen in een accommodatie, telkens voor maximaal drie maanden per keer . 2.5. De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. 2.6. Hetgeen namens en door betrokkene als verweer is aangevoerd doet aan het voorgaande niet af. 2.7. Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De rechtbank heeft echter niet binnen de wettelijke beslistermijn van drie weken beslist. Hierdoor is de eerdere zorgmachtiging komen te vervallen. Dit betekent dat de rechtbank slechts een zorgmachtiging kan afgeven voor maximaal zes maanden. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de duur van zes maanden. 3 Beslissing De rechtbank: verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1992 te [geboorteplaats] (Syrië), inhoudende dat gedurende de looptijd van de machtiging bij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.4 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen; bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 8 juni 2026. wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is op 8 december 2025 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. C.P. Bleeker, rechter, bijgestaan door L.F. Datema als griffier en op 17 december 2025 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.