Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-10-23
ECLI:NL:RBAMS:2025:11357
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
2,045 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBAMS:2025:11357 text/xml public 2026-03-13T14:49:33 2026-03-11 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2025-10-23 13/252792-23 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Amsterdam Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:11357 text/html public 2026-03-12T08:58:53 2026-03-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2025:11357 Rechtbank Amsterdam , 23-10-2025 / 13/252792-23 Verdenking wegens ontuchtige handelingen, waaronder seksueel binnendringen, met een bewusteloze vrouw. Integrale vrijspraak. Vordering BP NO. vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht Parketnummer: 13/252792-23 Datum uitspraak: 23 oktober 2025 Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1981, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres] . 1 Het onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 9 oktober 2025. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. J.J. Smilde en van wat verdachte en zijn raadsvrouw mr. S. van den Berg naar voren hebben gebracht. 2 Tenlastelegging Aan verdachte is – na wijziging daarvan ter zitting – ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 1 januari 2023 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, met [slachtoffer] , van wie hij, verdachte, wist dat deze in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening en/of verstandelijke handicap leed dat deze niet of onvolkomen in staat was zijn/haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , en /of (in de wetenschap van die geestelijke hoedanigheid) (buiten echt) een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten het betasten van de vagina van die [slachtoffer] en/of het (daarbij) brengen van een of meerdere vingers tussen de schaamlippen van die [slachtoffer] ; (meer) subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 1 januari 2023 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld en/of een andere feitelijkheid [slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten het betasten van de vagina van die [slachtoffer] en/of het (daarbij) brengen van een of meerdere vingers tussen de schaamlippen van die [slachtoffer] en bestaande dat geweld en/of die feitelijkheden en/of bedreiging met geweld en/of feitelijkheden hierin dat verdachte voornoemde handelingen onverhoeds bij die [slachtoffer] heeft verricht. 4 Vrijspraak 4.1 Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot integrale vrijspraak van het ten laste gelegde en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Er is onvoldoende steunbewijs voor de aangifte, zodat niet kan worden vastgesteld dat verdachte met zijn vingers seksueel is binnengedrongen tussen de schaamlippen van aangeefster. Het dossier bevat wel bewijs dat verdachte de vagina van aangeefster heeft betast. Ook is er bewijs voor een situatie van bewusteloosheid of verminderd bewustzijn van het slachtoffer. Er kan echter niet worden vastgesteld dat verdachte wetenschap had van de bewusteloosheid of het verminderde bewustzijn van aangeefster ten tijde van het betasten van haar vagina. Ten slotte kan niet worden bewezen dat verdachte deze ontuchtige handelingen onverhoeds zou hebben uitgevoerd, zodat verdachte ook van het subsidiaire feit dient te worden vrijgesproken. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken. De aangifte kan niet worden gebruikt voor het bewijs nu deze onbetrouwbaar is, gelet op het grote tijdsverloop tussen Oud & Nieuw en het moment van aangifte, het feit dat aangeefster had gedronken en omdat haar verklaringen op punten inconsistent zijn. Ook als de aangifte wel betrouwbaar zou zijn, is er onvoldoende steunbewijs, zodat het bewijsminimum niet wordt gehaald. Subsidiair heeft de raadsvrouw aangevoerd dat verdachte geen wetenschap had van de wilsonbekwaamheid van aangeefster. Om dezelfde redenen kan ook het subsidiair ten laste gelegde niet worden bewezen. 4.3 Het oordeel van de rechtbank 4.3.1 Het primair ten laste gelegde De rechtbank acht het primair ten laste gelegde niet bewezen en overweegt daartoe als volgt. De rechtbank acht de aangifte voldoende betrouwbaar en dus bruikbaar voor het bewijs. Aangeefster heeft op 1 juni 2023 een informatief gesprek zeden gehad bij de politie. Op 28 juni 2023 heeft zij aangifte gedaan. Op 25 juli 2024 is zij door de rechter-commissaris als getuige gehoord. Deze drie verklaringen komen in ieder geval op kernpunten met elkaar overeen. Zo heeft aangeefster consistent verklaard dat zij op het feest was, die avond en nacht veel alcohol (twee flessen wijn) had gedronken, met een donkere man naar de slaapkamer is gegaan, dat zij op bed is gaan liggen en dat zij daar in slaap is gevallen. Ook heeft zij steeds verklaard dat zij wakker is geworden doordat zij voelde dat iemand met zijn/haar vingers tussen haar schaamlippen zat, dat zij diegene niet heeft gezien en dat zij – na een paar uur later weer wakker te zijn geworden – zag dat haar broek open was. Verder heeft zij steeds verklaard dat een man, die verdachte bleek te zijn, de volgende ochtend naar haar toe is gekomen en heeft gezegd dat hij met zijn hand in haar broek had gezeten maar dat er verder niets is gebeurd. Dat de verklaringen op andere, minder essentiële punten niet met elkaar overeenkomen, komt de rechtbank niet vreemd voor gelet op het tijdsverloop en doet aan de betrouwbaarheid van de kern van de verklaringen van aangeefster niet af. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat het slachtoffer op een gegeven moment in slaap is gevallen nadat zij op het bed is gaan liggen. Ook gaat de rechtbank ervan uit dat verdachte op enig moment achter het slachtoffer op dat bed lag en haar heeft aangeraakt. Of hij daadwerkelijk met zijn vingers tussen haar schaamlippen is binnengedrongen kan zonder nader steunbewijs niet worden vastgesteld. Geen van de getuigen heeft iets van het incident op de slaapkamer waargenomen en aangeefster heeft de dader niet gezien. Wel gaat de rechtbank ervan uit dat verdachte de buitenkant van de vagina van aangeefster heeft betast, nu hij bij de politie heeft verklaard dat hij met zijn hand in de broek van aangeefster is geweest, maar dat hij is gestopt toen hij voelde dat zij droog was. Deze verklaring heeft verdachte ter zitting nog eens bevestigd. Uiteindelijk leiden deze vaststellingen niet tot een bewezenverklaring omdat niet kan worden vastgesteld of verdachte ook wetenschap had van het feit dat aangeefster op dat moment sliep en/of verminderd bij bewustzijn was, en hierdoor haar wil niet kenbaar kon maken op het moment dat hij haar vagina betastte. Verdachte ontkent op dit punt. Hij heeft verklaard dat hij, toen hij merkte dat aangeefster droog was en verder ook niet reageerde op zijn aanrakingen, naar haar keek. Toen hij zag dat zij in slaap was gevallen, heeft hij zijn hand uit haar broek gehaald en is hij de slaapkamer uitgegaan. Het dossier bevat ook overigens geen bewijs dat hij al op een eerder moment, dus tijdens het betasten van haar vagina, deze wetenschap zou hebben gehad en toch door is gegaan. Verdachte zal dan ook van het primair ten laste gelegde worden vrijgesproken. 4.3.2 Het subsidiair ten laste gelegde Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat ook niet kan worden vastgesteld dat verdachte op enige wijze aangeefster zou hebben gedwongen tot het dulden van het betasten van haar vagina, bijvoorbeeld door dit onverhoeds te doen. Bewijs voor de opzet van verdachte hierop, ontbreekt.