Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-11-11
ECLI:NL:RBAMS:2025:11022
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,082 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2025:11022 text/xml public 2026-03-06T13:01:44 2026-01-27 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2025-11-11 C/13/776857 / FA RK 25/7742 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Schadevergoedingsuitspraak Beschikking NL Amsterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:11022 text/html public 2026-03-06T12:48:26 2026-03-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2025:11022 Rechtbank Amsterdam , 11-11-2025 / C/13/776857 / FA RK 25/7742 Klacht. Verzoek tot schadevergoeding afgewezen. Verzoeker verbleef vrijwillig in de kliniek. beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd zaaknummer / rekestnummer: C/13/776857 / FA RK 25/7742 Beschikking van 11 november 2025 van de rechtbank Amsterdam op het ingediende verzoekschrift van: [verzoeker] , geboren op [geboortedag] 1970 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] , verblijvende te [locatie] , hierna te noemen: verzoeker, advocaat: mr. S.J. de Vries te Zwolle. Als belanghebbende in deze procedure wordt aangemerkt: Stichting GGZ inGeest, [verblijfplaats] , locatie [locatie] , gevestigd te [plaats] . 1 Procesverloop 1.1. Het procesverloop blijkt uit: - het verzoekschrift van verzoeker met bijlagen, ingekomen ter griffie op 8 oktober 2025; - het verweerschrift van de zorgaanbieder met bijlagen, ingekomen ter griffie op 17 oktober 2025. 1.2. De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 28 oktober in het gebouw van de zorgaanbieder op de locatie [verblijfplaats] . Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord: - verzoeker; - de advocaat; - mw. [naam 1] , psychiater bij GGZ inGeest; - mw. [naam 2] , jurist gezondheidsrecht bij GGZ inGeest; - mw. [naam 3] , jurist gezondheidsrecht bij GGZ inGeest. 1.3. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de advocaat een pleitnota overgelegd. 2 De feiten 2.1. Bij beschikking van 9 september 2025 heeft deze rechtbank ten aanzien van verzoeker een zorgmachtiging verleend voor de duur van zes maanden te weten tot en met 9 maart 2026. Daarvoor had verzoeker een rechterlijke machtiging van de rechtbank Gelderland van 2 december 2024 tot en met 2 juli 2025. Sinds 4 februari 2025 verblijft verzoeker bij [verblijfplaats] . 2.2. Bij klaagschrift van 23 september 2025 heeft verzoeker een klacht ingediend bij Klachtencommissie GGZ Amsterdam en omstreken (hierna: de klachtencommissie). Verzoeker stelt zich – kort gezegd – op het standpunt dat hij een periode zonder geldige titel opgenomen is geweest op een gesloten afdeling. Verzoeker verzoekt om gegrondverklaring van de klacht en om toekenning van een schadevergoeding door de zorgaanbieder. 2.3. De zorgaanbieder heeft bij verweerschrift van 1 oktober 2025 gemotiveerd verweer gevoerd tegen de klacht van verzoeker. 2.4. De klachtencommissie heeft zich op 2 oktober 2025 niet ontvankelijk verklaard om de klacht in behandeling te nemen, nu er geen sprake is van een klacht over verplichte zorg op basis van artikel 10:3 Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz). 3 Het verzoek 3.1. Verzoeker verzoekt zijn klacht ten aanzien van de opname op een gesloten afdeling in de periode van 2 juli 2025 tot 9 september 2025 zonder geldige titel gegrond te verklaren en om een door de zorgaanbieder aan hem te betalen schadevergoeding toe te kennen van € 6.900,- (zegge: zesduizend negenhonderd euro) en om de zorgaanbieder daarbij te veroordelen in de kosten van de procedure, zowel in bezwaar als in beroep. Verzoeker baseert zijn verzoek op de artikelen 10:7 Wvggz jo. 10:11 Wvggz. 4 De standpunten 4.1. Verzoeker heeft ter zitting aangevoerd het liefst naar huis te gaan. Hij is al vijf jaar niet thuis geweest. Verzoeker probeert aan alles mee te werken. Toen verzoeker zonder titel bij GGZ inGeest verbleef kon hij de trein naar huis niet pakken, omdat hij geen geld had. Verzoeker heeft de schadevergoedingsclaim zelf ingediend. Verzoeker is van mening dat hij dit verdiend heeft. Vijf jaar van zijn leven is weg, zonder reden. Hij heeft niets verkeerd gedaan. Verzoeker wil weer aan het werk. Hij heeft zijn hele leven lang hard gewerkt. 4.2. De advocaat stelt zich op het standpunt dat er geen sprake is geweest van vrijwillig verblijf van verzoeker. Dit blijkt uit de medische verklaring van 4 augustus 2025, waarin verzoeker aangeeft terug naar huis te willen en geen behandeling van de zorgaanbieder te wensen. Bovendien staat in het verslag dat verzoeker het heeft over ‘het gedwongen opgenomen moeten zijn’ en dat er sprake is van initiatiefverlies en katatone kenmerken bij verzoeker. Daar komt bij dat ook de echtgenote van verzoeker tot 29 augustus 2025 niet op de hoogte was van een vrijwillige opname en verblijf. In samenhang met de gesloten deuren, een fysieke afstand tot het huisadres en initiatiefverlies en katone kenmerken kan de enkele conclusie zijn dat er sprake is geweest van vrijheidsbeneming zonder titel. Verzoeker is tegen zijn wil opgesloten geweest op een gesloten afdeling. Hij mocht naar buiten, maar was hiervan niet op de hoogte. In de beginfase was er ook nog geen initiatief. Om iemand dan te kunnen begrenzen is een zorgmachtiging noodzakelijk. Deze was er niet. 4.3. De psychiater heeft aangevoerd dat bij de opname van 4 februari 2025 verzoeker nog gediagnosticeerd was met dementie. Het was op dat moment niet mogelijk om een zorgmachtiging aan te vragen op grond van de Wvggz, omdat verzoeker een rechterlijke machtiging had op grond van de Wet Zorg en Dwang. Verzoeker is destijds vrijwillig opgenomen. Het heeft maanden geduurd om de diagnostiek rond te krijgen omdat het een ingewikkelde casus was. Verzoeker wilde bij binnenkomst ook dat de diagnose goed onderzocht werd. Uiteindelijk is de diagnose dementie verworpen. Verzoeker benoemt dat vijf jaren van zijn leven weg zijn, maar de gedwongen opname ziet ook op het stuk in [adres] . Die jarenlange opname in een verpleeghuis staat in contrast met de opname in [verblijfplaats] . Op de afdeling waar verzoeker op dit moment verblijft staat de deur altijd open en mag hij naar buiten om te wandelen. Ook krijgt hij om de twee weken geld om dingen te doen. De onderliggende wens van verzoeker om naar huis te gaan is consistent aanwezig geweest, maar altijd gericht op de lange termijn. Verzoeker was hierin ook wel wisselend. Ook in gesprekken met de echtgenoot van verzoeker is benoemd dat hij vrijwillig in de kliniek verbleef. De echtgenoot was niet aanwezig bij de opname. Voorts benoemt de psychiater dat er geen 8:9 Wvggz aanzegging is geweest en dat de ECT-behandelingen op verzoek van verzoeker eerder zijn gestopt. Dit was tegen medisch advies in. 4.4. De jurist gezondheidsrecht heeft aangevoerd dat er meerdere gesprekken zijn geweest waarin de opname is besproken. Verzoeker stemde er altijd mee in. Het is zorgvuldig afgewogen. De zorgaanbieder was in de veronderstelling dat verzoeker vrijwillig verbleef. Wanneer verzoeker zich had verzet, dan had hij de wens om weg te gaan steviger moeten uiten. In dat geval was er wellicht een crisismaatregel afgegeven. Deze noodzaak was er nu niet. 5 De beoordeling Ontvankelijkheid 5.1. De rechtbank zal verzoeker ontvangen in zijn verzoek. De rechtbank neemt hierbij in overweging dat op grond van artikel 10:12 Wvggz verzoeker de mogelijkheid heeft om schadevergoeding te vragen als de geneesheer-directeur of de zorgverantwoordelijke de wet niet in acht heeft genomen. Klacht 5.2. De vraag die voorligt is of verzoeker in de periode tussen 3 juli 2025 en 9 september 2025 vrijwillig in de kliniek is verbleven. Daarvoor is allereerst van belang of verzoeker zich in die periode heeft verzet. 5.3. Uit de literatuur en de parlementaire geschiedenis blijkt dat onder ‘verzet’ in de Wvggz hetzelfde moet worden verstaan als onder de Wet Bopz gebruikelijk was. Dit wil zeggen dat ‘elke feitelijke verbale of non-verbale uiting van verzet als zodanig moet worden gekwalificeerd’. Wel volgt uit het systeem van de Wvggz dat verplichte zorg enkel als uiterste middel kan worden ingezet, indien er geen mogelijkheden voor vrijwillige zorg meer zijn. 5.4.
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2025:11022 text/xml public 2026-05-08T10:24:00 2026-01-27 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2025-11-11 C/13/776857 / FA RK 25/7742 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Schadevergoedingsuitspraak Beschikking NL Amsterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl GZR-Updates.nl 2026-0075 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:11022 text/html public 2026-03-06T12:48:26 2026-03-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2025:11022 Rechtbank Amsterdam , 11-11-2025 / C/13/776857 / FA RK 25/7742 Klacht. Verzoek tot schadevergoeding afgewezen. Verzoeker verbleef vrijwillig in de kliniek. beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd zaaknummer / rekestnummer: C/13/776857 / FA RK 25/7742 Beschikking van 11 november 2025 van de rechtbank Amsterdam op het ingediende verzoekschrift van: [verzoeker] , geboren op [geboortedag] 1970 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] , verblijvende te [locatie] , hierna te noemen: verzoeker, advocaat: mr. S.J. de Vries te Zwolle. Als belanghebbende in deze procedure wordt aangemerkt: Stichting GGZ inGeest, [verblijfplaats] , locatie [locatie] , gevestigd te [plaats] . 1 Procesverloop 1.1. Het procesverloop blijkt uit: - het verzoekschrift van verzoeker met bijlagen, ingekomen ter griffie op 8 oktober 2025; - het verweerschrift van de zorgaanbieder met bijlagen, ingekomen ter griffie op 17 oktober 2025. 1.2. De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 28 oktober in het gebouw van de zorgaanbieder op de locatie [verblijfplaats] . Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord: - verzoeker; - de advocaat; - mw. [naam 1] , psychiater bij GGZ inGeest; - mw. [naam 2] , jurist gezondheidsrecht bij GGZ inGeest; - mw. [naam 3] , jurist gezondheidsrecht bij GGZ inGeest. 1.3. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de advocaat een pleitnota overgelegd. 2 De feiten 2.1. Bij beschikking van 9 september 2025 heeft deze rechtbank ten aanzien van verzoeker een zorgmachtiging verleend voor de duur van zes maanden te weten tot en met 9 maart 2026. Daarvoor had verzoeker een rechterlijke machtiging van de rechtbank Gelderland van 2 december 2024 tot en met 2 juli 2025. Sinds 4 februari 2025 verblijft verzoeker bij [verblijfplaats] . 2.2. Bij klaagschrift van 23 september 2025 heeft verzoeker een klacht ingediend bij Klachtencommissie GGZ Amsterdam en omstreken (hierna: de klachtencommissie). Verzoeker stelt zich – kort gezegd – op het standpunt dat hij een periode zonder geldige titel opgenomen is geweest op een gesloten afdeling. Verzoeker verzoekt om gegrondverklaring van de klacht en om toekenning van een schadevergoeding door de zorgaanbieder. 2.3. De zorgaanbieder heeft bij verweerschrift van 1 oktober 2025 gemotiveerd verweer gevoerd tegen de klacht van verzoeker. 2.4. De klachtencommissie heeft zich op 2 oktober 2025 niet ontvankelijk verklaard om de klacht in behandeling te nemen, nu er geen sprake is van een klacht over verplichte zorg op basis van artikel 10:3 Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz). 3 Het verzoek 3.1. Verzoeker verzoekt zijn klacht ten aanzien van de opname op een gesloten afdeling in de periode van 2 juli 2025 tot 9 september 2025 zonder geldige titel gegrond te verklaren en om een door de zorgaanbieder aan hem te betalen schadevergoeding toe te kennen van € 6.900,- (zegge: zesduizend negenhonderd euro) en om de zorgaanbieder daarbij te veroordelen in de kosten van de procedure, zowel in bezwaar als in beroep. Verzoeker baseert zijn verzoek op de artikelen 10:7 Wvggz jo. 10:11 Wvggz. 4 De standpunten 4.1. Verzoeker heeft ter zitting aangevoerd het liefst naar huis te gaan. Hij is al vijf jaar niet thuis geweest. Verzoeker probeert aan alles mee te werken. Toen verzoeker zonder titel bij GGZ inGeest verbleef kon hij de trein naar huis niet pakken, omdat hij geen geld had. Verzoeker heeft de schadevergoedingsclaim zelf ingediend. Verzoeker is van mening dat hij dit verdiend heeft. Vijf jaar van zijn leven is weg, zonder reden. Hij heeft niets verkeerd gedaan. Verzoeker wil weer aan het werk. Hij heeft zijn hele leven lang hard gewerkt. 4.2. De advocaat stelt zich op het standpunt dat er geen sprake is geweest van vrijwillig verblijf van verzoeker. Dit blijkt uit de medische verklaring van 4 augustus 2025, waarin verzoeker aangeeft terug naar huis te willen en geen behandeling van de zorgaanbieder te wensen. Bovendien staat in het verslag dat verzoeker het heeft over ‘het gedwongen opgenomen moeten zijn’ en dat er sprake is van initiatiefverlies en katatone kenmerken bij verzoeker. Daar komt bij dat ook de echtgenote van verzoeker tot 29 augustus 2025 niet op de hoogte was van een vrijwillige opname en verblijf. In samenhang met de gesloten deuren, een fysieke afstand tot het huisadres en initiatiefverlies en katone kenmerken kan de enkele conclusie zijn dat er sprake is geweest van vrijheidsbeneming zonder titel. Verzoeker is tegen zijn wil opgesloten geweest op een gesloten afdeling. Hij mocht naar buiten, maar was hiervan niet op de hoogte. In de beginfase was er ook nog geen initiatief. Om iemand dan te kunnen begrenzen is een zorgmachtiging noodzakelijk. Deze was er niet. 4.3. De psychiater heeft aangevoerd dat bij de opname van 4 februari 2025 verzoeker nog gediagnosticeerd was met dementie. Het was op dat moment niet mogelijk om een zorgmachtiging aan te vragen op grond van de Wvggz, omdat verzoeker een rechterlijke machtiging had op grond van de Wet Zorg en Dwang. Verzoeker is destijds vrijwillig opgenomen. Het heeft maanden geduurd om de diagnostiek rond te krijgen omdat het een ingewikkelde casus was. Verzoeker wilde bij binnenkomst ook dat de diagnose goed onderzocht werd. Uiteindelijk is de diagnose dementie verworpen. Verzoeker benoemt dat vijf jaren van zijn leven weg zijn, maar de gedwongen opname ziet ook op het stuk in [adres] . Die jarenlange opname in een verpleeghuis staat in contrast met de opname in [verblijfplaats] . Op de afdeling waar verzoeker op dit moment verblijft staat de deur altijd open en mag hij naar buiten om te wandelen. Ook krijgt hij om de twee weken geld om dingen te doen. De onderliggende wens van verzoeker om naar huis te gaan is consistent aanwezig geweest, maar altijd gericht op de lange termijn. Verzoeker was hierin ook wel wisselend. Ook in gesprekken met de echtgenoot van verzoeker is benoemd dat hij vrijwillig in de kliniek verbleef. De echtgenoot was niet aanwezig bij de opname. Voorts benoemt de psychiater dat er geen 8:9 Wvggz aanzegging is geweest en dat de ECT-behandelingen op verzoek van verzoeker eerder zijn gestopt. Dit was tegen medisch advies in. 4.4. De jurist gezondheidsrecht heeft aangevoerd dat er meerdere gesprekken zijn geweest waarin de opname is besproken. Verzoeker stemde er altijd mee in. Het is zorgvuldig afgewogen. De zorgaanbieder was in de veronderstelling dat verzoeker vrijwillig verbleef. Wanneer verzoeker zich had verzet, dan had hij de wens om weg te gaan steviger moeten uiten. In dat geval was er wellicht een crisismaatregel afgegeven. Deze noodzaak was er nu niet. 5 De beoordeling Ontvankelijkheid 5.1. De rechtbank zal verzoeker ontvangen in zijn verzoek. De rechtbank neemt hierbij in overweging dat op grond van artikel 10:12 Wvggz verzoeker de mogelijkheid heeft om schadevergoeding te vragen als de geneesheer-directeur of de zorgverantwoordelijke de wet niet in acht heeft genomen. Klacht 5.2. De vraag die voorligt is of verzoeker in de periode tussen 3 juli 2025 en 9 september 2025 vrijwillig in de kliniek is verbleven. Daarvoor is allereerst van belang of verzoeker zich in die periode heeft verzet. 5.3. Uit de literatuur en de parlementaire geschiedenis blijkt dat onder ‘verzet’ in de Wvggz hetzelfde moet worden verstaan als onder de Wet Bopz gebruikelijk was. Dit wil zeggen dat ‘elke feitelijke verbale of non-verbale uiting van verzet als zodanig moet worden gekwalificeerd’. Wel volgt uit het systeem van de Wvggz dat verplichte zorg enkel als uiterste middel kan worden ingezet, indien er geen mogelijkheden voor vrijwillige zorg meer zijn. 5.4.