Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-12-03
ECLI:NL:RBAMS:2025:10761
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste en enige aanleg
749 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBAMS:2025:10761 text/xml public 2026-02-06T10:37:36 2026-01-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2025-12-03 C/13/779701 / HA RK 25-428 Uitspraak Eerste en enige aanleg Wraking Beschikking NL Amsterdam Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:10761 text/html public 2026-02-06T09:27:55 2026-02-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2025:10761 Rechtbank Amsterdam , 03-12-2025 / C/13/779701 / HA RK 25-428 Verzoek tot verschoning toegewezen. RECHTBANK AMSTERDAM Wrakingskamer Beslissing op het onder rekestnummer C/13/779701 / HA RK 25-428 ingeschreven verzoek tot verschoning ingediend door: mr. S.D. Arnold , bestuursrechter bij de rechtbank Amsterdam, hierna: de rechter. 1 De procedure Bij de afdeling Publiekrecht, team bestuursrecht van de rechtbank te Amsterdam is onder zaaknummer AWB 24/6607 een zaak aanhangig die ter behandeling is toegewezen aan de rechter. Op 12 februari 2026 staat deze zaak gepland op de EK zitting van de rechter. 2 Het verzoek Aan het verzoek is ten grondslag gelegd dat sprake is van een grond tot verschoning, omdat een procespartij of procesdeelnemer onderdeel uitmaakt van de persoonlijke of zakelijke kennissenkring van de rechter. 3 De beoordeling 3.1. Op grond van het bepaalde in artikel 8:19 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna Awb) dient in een verschoningsprocedure te worden beslist of er sprake is van de in artikel 8:15 Awb genoemde feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uit artikel 8:19 Awb valt af te leiden dat de behandeling van een verschoningsverzoek, anders dan de behandeling van een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting behoeft plaats te vinden. De rechtbank zal daarom zonder mondelinge behandeling een beslissing nemen op het verzoek. 3.2. Verschoning is een middel ter verzekering van (het vertrouwen in) de rechterlijke onpartijdigheid. 3.3. De rechtbank oordeelt dat de geobjectiveerde vrees kan ontstaan dat de rechter de zaak niet onpartijdig kan behandelen, gelet op hetgeen de rechter aan zijn verzoek ten grondslag heeft gelegd, te weten dat hij eiseres kent, en met name haar zus en vader en dat hij daardoor op de hoogte is van enkele achtergronden die in deze zaak mogelijk meespelen. Gelet daarop wordt het verzoek toegewezen. De rechtbank: wijst het verzoek tot verschoning toe en bepaalt dat de zaak met zaaknummer AWB 24/6607 wordt voortgezet voor een andere rechter; beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 8:20 Awb wordt toegezonden aan: de rechter; eiseres; de gemeente Amsterdam. Aldus gegeven door mr. P.B. Martens, voorzitter, mr. N.C.H. Blankevoort en mr. I.M. Bilderbeek, leden, op 3 december 2025 in tegenwoordigheid van de griffier. Deze beslissing is ondertekend door de oudste rechter omdat de voorzitter daartoe niet in staat is. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.