Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-12-18
ECLI:NL:RBAMS:2025:10715
Strafrecht; Strafprocesrecht
Eerste en enige aanleg
2,017 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBAMS:2025:10715 text/xml public 2026-02-05T16:31:06 2026-01-06 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2025-12-18 C/13/777211 / HA RK 25-363 Uitspraak Eerste en enige aanleg Wraking Op tegenspraak Beschikking NL Amsterdam Strafrecht; Strafprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:10715 text/html public 2026-02-05T16:30:29 2026-02-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2025:10715 Rechtbank Amsterdam , 18-12-2025 / C/13/777211 / HA RK 25-363 Een rechterlijke beslising is geen grond tot wraking. De overig aangevoerde feiten en omstandigheden kunnen evenmin tot wraking leiden. RECHTBANK AMSTERDAM Wrakingskamer Beslissing van 18 december 2025 op het op 16 oktober 2025 gedane en onder zaaknummer C/13/777211 HA RK 25/363 ingeschreven verzoek van: [verzoeker] , wonende te [woonplaats] , verzoeker, advocaat mr. E.J. van Gils, welk verzoek strekt tot wraking van mr. E. Slager, rechter-commissaris, hierna de rechter. Verloop van de procedure De wrakingskamer heeft kennisgenomen van een proces-verbaal van de zitting van 16 oktober 2025 in de zaak waarin verzoeker als verdachte is aangemerkt (parketnummer 13/402260.24 ). In het proces-verbaal is het verzoek tot wraking opgenomen. Dit verzoek is behandeld ter zitting van de wrakingskamer van 4 december 2025. Verschenen zijn – voor zover van belang – verzoeker, zijn advocaat en de rechter. De rechter heeft een schriftelijke reactie met bijlagen ingediend en de advocaat van verzoeker een pleitnota. Voor verzoeker was een tolk Urdu geregeld, maar die kon niet op tijd op de zitting aanwezig zijn. Met instemming van verzoeker en zijn advocaat heeft de zitting toch doorgang gevonden (gedeeltelijk in het Engels). 1 De feiten Van de volgende feiten wordt uitgegaan. a. a) Verzoeker is verdachte in een strafzaak met parketnummer 13/402260.24 . Op 16 oktober 2022 heeft de rechter in de zaak van verzoeker een getuige gehoord. Hierbij was onder meer de advocaat van verzoeker aanwezig. Van dit verhoor is een proces-verbaal opgemaakt. Hierin staan de volgende inleidende opmerkingen: Voorafgaand aan het verhoor heeft de rechter-commissaris aan de getuige en haar advocaat gevraagd of zij het op prijs stellen om de verhoorruimte alvast te zien, dit mede in verband met de jonge leeftijd van de getuige. De getuige wilde dit graag. De rechter-commissaris heeft de getuige en haar advocaat alvast laten plaatsnemen in de verhoorruimte en zichzelf en de griffier voorgesteld. De getuige is zichtbaar gespannen. De rechter-commissaris haalt de raadsman en de officier van justitie op en heet iedereen welkom. De rechter-commissaris stelt alle aanwezigen voor en geeft aan dat dit verhoor plaatsvindt op initiatief van de advocaat van de heer [verzoeker] . De rechter-commissaris licht toe dat zowel hij als de rechter-commissaris en de officier van justitie vragen aan de getuige kunnen stellen. Dit kunnen mogelijk kritische vragen zijn die lastig zijn voor de getuige, maar de vragen dienen in ieder geval respectvol zijn en relevant voor de strafzaak tegen de heer [verzoeker] . b) Verder is in het proces-verbaal onder meer het volgende opgenomen: Opmerking rechter-commissaris: u geeft zojuist een vrij lange inleiding maar ik hoor u geen vraag stellen. Opmerking raadsman: oh, gaan we zo beginnen? Als u zo gaat doen, dan weet u wat ik kan doen. Opmerking rechter-commissaris: als u een uitvoerige inleiding geeft, dan moeten we dat allemaal zakelijk verwerken in het proces-verbaal. Ik heb u tot dusver geen vraag horen stellen. (…) Wie heeft die pikante foto ‘s gemaakt? Opmerking rechter-commissaris: het beantwoorden van dit soort vragen belet ik. Deze vragen zijn privé en niet van belang voor de beantwoording van de vragen 348 en 350 Sv in relatie tot de strafzaak van de heer [verzoeker] . Bovendien vind ik het relevant om te voorkomen dat de getuige na dit verhoor meer beschadigd is dan zij nu al is. Opmerking raadsman: dan bent u nu gewraakt. U bent wat mij betreft vooringenomen, althans u wekt de schijn van vooringenomenheid door een vraag te beletten die mijns inziens alle belang heeft om gesteld te worden in verband met hetgeen cliënt van verdacht wordt, zoals het vragen naar pikante foto ‘s van mevrouw voor geld of andere redenen, terwijl hij mogelijk toegang had tot een account waar al pikante foto ‘s op staan. Bovendien zijn op de apparaten van cliënt foto ‘s gevonden en ik vraag mij af of deze naar hem zijn toegezonden of dat dat niet het geval kan zijn. Het heeft alle belang, temeer omdat er nog iets speelt met de ex van getuige die in Amerika woont en mogelijk opnamen heeft of heeft ontvangen die mogelijk ook op een of andere wijze zijn verspreid en zo terecht zijn gekomen op telefoons. Ik vind dat ik die vragen mag stellen en het op voorhand beletten, ook gezien de hele aanloop naar dit verhoor, maakt dat ik vind dat u de schijn van vooringenomenheid heeft of vooringenomen bent. Ik vind dat ik wegens artikel 6 EVRM deze vragen mag stellen. Ik kan mijn ondervragingsrecht niet uitoefenen. Het is nodig in deze zaak. Opmerking rechter-commissaris: wat bedoelt u met ‘gezien de hele aanloop naar dit verhoor’? Opmerking raadsman: met de hele aanloop van te voren bedoel ik dat u de getuige eerder meeneemt naar de verhoorkamer en van te voren al aangeeft dat het respectvol moeten lopen en bij mijn eerste vraag mij lastigviel met dat daar nog geen vraag in zit en dat het een overweging lijkt, terwijl het naar mijn inziens uitleg nodig heeft waarom ik die vraag stelde en dat ik het standpunt van de officier van justitie over mijn ingediende getuigenverzoeken nooit van u heb ontvangen. 2. De gronden van het verzoek 2.1 Voor de gronden van het verzoek wordt verwezen naar de hiervoor geciteerde passages in het proces-verbaal. Samengevat komen die gronden erop neer dat de rechter de advocaat van verzoeker heeft belet een vraag te stellen. Ook is als wrakingsgrond ‘de aanloop naar het verhoor’ genoemd, te weten dat de getuige eerder is meegenomen naar de verhoorkamer, dat de rechter heeft gezegd dat de vragen ‘respectvol’ moeten zijn en dat de advocaat alvorens zijn eerste vraag te stellen aan de getuige, dit niet heeft mogen inleiden. Ook valt hieronder dat de rechter het standpunt van de officier van justitie over de door verzoeker ingediende getuigenverzoeken nooit van de rechter heeft ontvangen. 2.2 Ter zitting van de wrakingskamer heeft de advocaat van verzoeker verklaard dat hij het eens is met de inhoud van het proces-verbaal. Verder heeft hij als wrakingsgrond genoemd dat de rechter heeft gezegd dat zij wil voorkomen dat de getuige na het verhoor meer beschadigd raakt dan zij nu al is. Dit impliceert dat de rechter vond dat de getuige al beschadigd is. Dit betekent dat de rechter al een oordeel had en dus vooringenomen was. 2.3 In de pleitnota heeft de advocaat van verzoeker nog het volgende toegevoegd. Dat de rechter bij aanvang heeft gezegd dat de vragen respectvol moeten zijn is stemming makend en een motie van wantrouwen. De maat was vol toen de advocaat van verzoeker werd belet een vraag te stellen. Dit is een onwelgevallige en een onbegrijpelijke beslissing. Verzoeker realiseert zich dat dit op zich niet tot wraking kan leiden, maar in dit geval zei de rechter ook nog dat de getuige niet meer beschadigd mocht raken. Dit is een zwaarwegende aanwijzing dat de rechter jegens verzoeker vooringenomenheid koestert. 3 3. De reactie van de rechter De rechter heeft niet in de wraking berust en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Zij heeft de advocaat belet een vraag te stellen omdat die vraag niet relevant was voor beantwoording van de vragen van de artikelen 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering (Sv). Vragen als deze maken een grote inbreuk op de privacy van de getuige en bovendien is de rechter (onder meer uit het dossier) gebleken dat de getuige heel bang is voor verzoeker. Bij het tonen van de verhoorkamer voorafgaand aan het verhoor, wat vaker gebeurt bij minderjarige of kwetsbare getuigen, is niet inhoudelijk over de zaak gesproken.