Rechtspraak Rechtbank Amsterdam 2025-12-31
ECLI:NL:RBAMS:2025:10568
RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-028589-25 (EAB II) Datum uitspraak: 31 december 2025 TUSSEN-UITSPRAAK op de vordering van 30 oktober 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 17 oktober 2024 door the District Court in Krakow, Third Criminal Division, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [de opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 1989 te [geboorteplaats] , Polen, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, gedetineerd in het [detentieadres] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1 Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 18 december 2025, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. H.G. Koopman, advocaat in Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenneming bevolen. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. 3 Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een enforceable order for detention pending trial issued at Sąd Rejonowy dla Krakowa-Śródmieścia w Krakowie Wydział II Karny [Krakow-Śródmieścia Regional Court in Krakow Second Criminal Division] on 16 July 2020 , met referentie II Kp 1082/20/S ; enforceable order for detention pending trial issued at Sąd Rejonowy dla Krakowa-Śródmieścia w Krakowie Wydział II Karny [Krakow-Śródmieścia Regional Court in Krakow Second Criminal Division] on 8 May 2024 , met referentie II Kp 615/24/S . De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Pools recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. 4 Strafbaarheid; feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten: deelneming aan een criminele organisatie; illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen. Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Polen een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld. Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven. 5 Artikel 11 OLW 5.1. Artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat, vanwege structurele of fundamentele gebreken in de Poolse rechtsorde, in Polen een algemeen reëel gevaar bestaat van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld. Nu de opgeëiste persoon geen elementen heeft aangevoerd waaruit blijkt dat die structurele of fundamentele gebreken een concrete invloed zullen hebben op de behandeling van zijn strafzaak, is niet aangetoond dat sprake is van een individueel reëel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld. 5.2. Artikel 11 OLW: Poolse detentieomstandigheden in remand prisons De rechtbank heeft eerder geoordeeld dat sprake is van een algemeen reëel gevaar van schending van de grondrechten van gedetineerden die in het remand regime in Polen terechtkomen. Het kernpunt is dat in het remand regime slechts drie vierkante meter persoonlijke ruimte (exclusief sanitair) in een meerpersoonscel is gegarandeerd voor de voorlopig gedetine (…) Having regard to the above, it is not possible to indicate precisely the number of hours an inmate will spend outside the cell during the day, due to a number of individual circumstances and the necessity of ensuring the proper course of the criminal proceedings. However, it should be assumed that this time will range between one hour per day (a walk, provided the inmate does not waive this entitlement) and several hours per day, depending on the day of the week, the situation related to the established internal order of the remand centre, the individual needs of the individual inmates, their legal situation or state of health, as well as the level of engagement of the person held in pre-trial detention himself. In de door de Poolse autoriteiten verstrekte aanvullende informatie van 5 december 2025 staat: Other possibilities to leave the cell (such as cultural-educational activities or sporting activities) are not available on a daily basis. Other activities, such as meetings with an educator or psychologist, visits with close relatives, or religious practices are not conducted according to predetermined schedules and their frequency is irregular. In very exceptional situations, for example connected with a detainee’s personal or health condition (such as intellectual disability, mental disorder, death of a close relative), conversations between the detainee and a psychologist, psychiatrist or educator may last even several hours during the day; however, such procedure cannot be implemented for the majority of persons deprived of liberty. Persons in pre-trial detention remain outside their residential cell at this Remand Centre for a minimum of one hour per day and up to several hours per day, depending on the day of the week, on circumstances relating to the internal schedule established at the Centre (e.g., bathing twice a week, making telephone calls, official visits and visits with close relatives), procedural activities conducted within or outside the facility, as well as the individual needs of particular detainees, their legal situation or state of health. It is also not possible to establish in advance what activities and opportunities will be offered to detainees in the future. It may be assumed, as an approximation, that the realistic time spent daily outside the cell by persons in pre-trial detention amounts to up to two hours. Het standpunt van de raadsman De raadsman heeft aangevoerd dat de opgeëiste persoon gevaar loopt in detentie, omdat hij procesafspraken heeft gemaakt met het Poolse openbaar ministerie. De opgeëiste persoon is bang dat deze procesafspraken zijn uitgelekt, waardoor hij represailles vreest in detentie van onder meer de personen waarover hij informatie heeft verschaft. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft naar voren gebracht dat uit de aanvullende informatie blijkt dat de opgeëiste persoon na overlevering kan beschikken over een persoonlijke celruimte van 3 m2 en dat hij tot twee uur per dag buiten de cel mag verblijven. De officier van justitie heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank of deze informatie voldoende is om het gevaar weg te nemen en heeft opgemerkt dat de opgeëiste persoon ook nog een straf van één jaar, zes maanden en negentien dagen in Polen moet uitzitten. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank overweegt als eerst dat zij geen algemeen reëel gevaar heeft aangenomen dat personen die in Polen gedetineerd zijn het risico lopen te worden blootgesteld aan onmenselijke of vernederende omstandigheden, doordat de veiligheid van gedetineerden die procesafspraken hebben gemaakt niet is gewaarborgd. De raadsman heeft geen objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens overgelegd waaruit een dergelijk algemeen reëel gevaar blijkt. De rechtbank komt daarom niet toe aan de vraag of sprake is van een dergelijk concreet gevaar voor de opgeëiste persoon. Dit verweer wordt verworpen. Ten aanzien van de detentieo