Rechtspraak Rechtbank Amsterdam 2025-12-23
ECLI:NL:RBAMS:2025:10503
RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 25/1554 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 december 2025 in de zaak tussen [eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres en het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder (gemachtigde: mr. M. Khallouk). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen een besluit op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Met een besluit van 29 maart 2024, aangevuld met een besluit van 9 augustus 2024, heeft verweerder het verzoek van eiseres op grond van de AVG ingewilligd. 2. Met het bestreden besluit van 6 maart 2025 heeft verweerder het bezwaar van eiseres gedeeltelijk gegrond verklaard. 3. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 4. De rechtbank heeft het beroep op 11 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van verweerder deelgenomen. Eiseres is niet verschenen. Standpunten van partijen 5. Eiseres stelt dat verweerder in het bestreden besluit ten onrechte geen aandacht heeft besteed aan haar vragen. Verweerder heeft geen duidelijke juridische uitleg gegeven over de beslissing tot de inzet van de politie. Daarnaast is de klacht van eiseres tegen de [persoon] niet in behandeling genomen. Eiseres verzoekt daarom om het opleggen van een dwangsom vanwege het ontbreken van een inhoudelijke reactie op haar vragen en het niet behandelen van haar klacht. Verder stelt eiseres dat de redelijke termijn van de procedure is overschreden en zij verzoekt om schadevergoeding voor de financiële en immateriële schade die zij door deze procedure heeft geleden. 6. Verweerder geeft aan dat de inzet van de politie losstaat van het inzageverzoek waar deze zaak over gaat. Ook klachten over het gedrag van bestuurders en ambtenaren vallen niet binnen deze procedure. Voor onder meer het eventueel verwijderen van gegevens met betrekking tot adresonderzoeken is eiseres verwezen naar het loket Persoonsgegevens van de gemeente. Voor bredere beleidsinformatie kan eiseres een beroep doen op de Wet open overheid. Verder benadrukt verweerder dat er op tijd is gereageerd op het inzageverzoek. Het nemen van deelbesluiten is toegestaan volgens vaste rechtspraak. Elk deelbesluit is daarbij zorgvuldig uitgelegd en inhoudelijk behandeld. Beoordeling door de rechtbank 7. De rechtbank beoordeelt of verweerder het inzageverzoek op juiste wijze en volledig heeft behandeld. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres. 8. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is . Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. 9. Eiseres heeft op 19 oktober 2023 contact opgenomen met verweerder en daarbij informatie gevraagd over een besloten bijeenkomst die later die dag zou plaatsvinden. Per abuis heeft verweerder de locatie van die bijeenkomst verstrekt. Vanwege het gevoelige karakter van de bijeenkomst is de politie uit voorzorg geïnformeerd. Eiseres is diezelfde dag door de politie staande gehouden. 10. Naar aanleiding hiervan heeft eiseres op grond van artikel 15 van de AVG verzocht om inzage in alle persoonsgegevens die verweerder van haar heeft verwerkt. Het verzoek ziet in ieder geval, maar niet uitsluitend, op de gegevens van eiseres die zijn verwerkt op 19 oktober 2023. 11. Het inzageverzoek is gebaseerd op artikel 15, eerste lid, van de AVG. Dit artikel geeft een betrokkene het recht om inzage te krijgen van de persoonsgegevens die over hem of haar zijn verzameld. Dit recht maakt het mogelijk te controleren of deze gegevens kloppen en op een juiste manier zijn verwerkt. Het inzagerecht geldt alleen voor persoonsgegevens. Wat precies onder ‘persoonsgegevens’ valt, bepaalt daarom de grenzen van dit recht. Volgens artikel 4, eerste lid, van de AVG gaat het om “alle informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon”. 12. Verweerder heeft naar aanleiding van het verzoek inzage gegeven in persoonsgegevens die van eise