Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-11-20
ECLI:NL:RBAMS:2025:10356
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,046 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2025:10356 text/xml public 2026-04-12T10:07:18 2025-12-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2025-11-20 C/13/765283 / HA RK 25-65 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Proceskostenveroordeling NL Amsterdam Civiel recht Rechtspraak.nl NJFCZ 2026/131 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:10356 text/html public 2026-01-27T12:06:30 2026-01-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2025:10356 Rechtbank Amsterdam , 20-11-2025 / C/13/765283 / HA RK 25-65 Verzoek tot verwijdering BKR-registratie. Rechtbank vernietigt kredietovereenkomsten, omdat niet is voldaan aan regels voor consumentenkredieten. Verweerster wordt veroordeeld om BKR-registratie te laten verwijderen. RECHTBANK Amsterdam Civiel recht Zaaknummer / rekestnummer: C/13/765283 / HA RK 25-65 Beschikking van 20 november 2025 in de zaak van [verzoeker] , wonend in [woonplaats] , verzoekende partij, hierna te noemen: [verzoeker] , gemachtigde: [gemachtigde verzoeker] , tegen HOIST FINANCE AB , gevestigd in Amersfoort, verwerende partij, hierna te noemen: Hoist Finance, gemachtigde: [gemachtigde verweerder] . 1 De zaak in het kort 1.1. [verzoeker] heeft twee negatieve BKR -registraties op zijn naam staan voor leningen uit 2015 en 2016. Beide BKR-registraties kloppen volgens [verzoeker] niet. Hij verzoekt de rechtbank te bepalen dat die BKR-registraties worden verwijderd. Ook wil [verzoeker] een aantal stukken hebben van Hoist Finance, die verantwoordelijk is voor de actuele registraties bij het BKR. Hoist Finance vindt dat er geen reden is om de BKR-registraties te verwijderen. 1.2. Omdat [verzoeker] een consument is en aanvoert dat de leningsovereenkomsten waar de BKR-registraties op zien niet voldoen aan de regels voor consumentenkredieten, moest de rechtbank dit onderwerp eerst beoordelen. Omdat de rechtbank daarvoor onvoldoende gegevens had, heeft zij Hoist Finance bij tussenbeschikking van 31 juli 2025 in de gelegenheid gesteld om aanvullende informatie te verstrekken. Hoist Finance heeft dat niet gedaan. De rechtbank kan daardoor niet vaststellen of de regels voor consumentenkredieten zijn nageleefd en gaat ervan uit dat dit niet (voldoende) is gebeurd. De rechtbank vernietigt daarom de leningsovereenkomsten, waardoor de grondslagen voor de BKR-registraties wegvallen. Hoist Finance wordt veroordeeld de BKR-registraties te (laten) verwijderen. De rest van het verzoek van [verzoeker] wordt afgewezen omdat hij daar geen belang meer bij heeft. 2 Het verdere verloop van de procedure 2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit de tussenbeschikking van 31 juli 2025. 2.2. De rechtbank heeft Hoist Finance in de tussenbeschikking van 31 juli 2025 in de gelegenheid gesteld om zo mogelijk onderbouwd met stukken toe te lichten op welke wijze zij of haar rechtsvoorgangers heeft/hebben voldaan aan artikelen 7:59, 7:60 en 7:61 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en artikel 4:34 van de Wet op het financieel toezicht (Wft) en wat daar in deze procedure het gevolg van moet zijn. Hoist Finance heeft daarop niet gereageerd. 3 De feiten 3.1. In het BKR-register staan op naam van [verzoeker] met als aanbieder Hoist Finance twee kredieten geregistreerd: contractnummer [nummer 1] , met een achterstandscodering sinds 13 januari 2017 en een bijzonderheidscode 2 sinds 16 maart 2017, en contractnummer [nummer 2] , met een achterstandscodering sinds 28 januari 2017 en een bijzonderheidscode 2 sinds 6 september 2017. 3.2. Hoist Finance heeft twee ondertekende leningsovereenkomsten op naam van [verzoeker] overgelegd: - “ “overeenkomst Persoonlijke Lening (Verkoop op afstand)” met Santander voor een bedrag van € 5.000, ondertekend op 28 oktober 2015 met contractnummer [nummer 1] , en - “ “overeenkomst huurkoopfinanciering” met Santander in verband met de aanschaf van een auto, met een krediet van € 4.999, ondertekend op 24 juni 2016 met contractnummer [nummer 2] . 4 Het verzoek 4.1. [verzoeker] verzoekt samengevat dat de rechtbank bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad: de BKR-registratie voor het krediet met contractnummer [nummer 1] verwijdert, Hoist Finance beveelt om stukken over te leggen, waaronder de kredietovereenkomst, de algemene voorwaarden, de 14-dagenbrief en specificaties van incassokosten, en Hoist Finance veroordeelt in de proceskosten en de wettelijke rente daarover. 4.2. De rechtbank heeft in 4.2. van de tussenbeschikking van 31 juli 2025 overwogen dat zij uit de toelichting van [verzoeker] op de zitting afleidt dat [verzoeker] wil dat beide BKR-registraties worden verwijderd en dat de rechtbank het verzoek van [verzoeker] ook zo zal behandelen. Ook heeft de rechtbank in de tussenbeschikking overwogen dat zij zelf geen BKR-registraties kan aanpassen en het verzoek van [verzoeker] zo begrijpt dat hij wil dat Hoist Finance wordt veroordeeld om de BKR-registraties te verwijderen. 5 De beoordeling Hoist Finance moet de BKR-registraties (laten) verwijderen 5.1. [verzoeker] is een consument. Op de kredietovereenkomsten zijn daarom de bepalingen van Titel 7:2A van het BW van toepassing. Op grond van artikelen 7:59 en 7:60 BW moeten kredietgevers geruime tijd voorafgaand aan de totstandkoming van een kredietovereenkomst de in die bepalingen voorgeschreven informatie verstrekken. In artikel 7:61 BW zijn voorwaarden opgenomen over de totstandkoming van de kredietovereenkomst en welke informatie in de kredietovereenkomst moet staan. Ook artikel 4:34 van de Wft is van toepassing op de totstandkoming van de kredietovereenkomsten. Kredietgevers moeten op grond van deze bepaling de kredietwaardigheid van consumenten die zich voor een lening melden toetsen. Het doel van de kredietwaardigheidstoets is om consumenten te beschermen tegen overkreditering. De rechtbank moet op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie toetsen of bij de totstandkoming van de kredietovereenkomsten aan deze bepalingen is voldaan. Als blijkt dat sprake is van schending van informatieplichten en/of de kredietwaardigheidstoets, dan kan dit leiden tot vernietiging van de kredietovereenkomsten. 5.2. De rechtbank heeft er in de tussenbeschikking van 31 juli 2025 op gewezen dat Hoist Finance de rechtbank van voldoende informatie moet voorzien om de noodzakelijke toets uit te kunnen voeren. Hoist Finance heeft die informatie vervolgens niet verstrekt. De rechtbank kan daardoor niet toetsen of de hiervoor genoemde consumentenbeschermende bepalingen zijn nageleefd. Het gevolg is dat de rechtbank ervan uitgaat dat deze regels niet (voldoende) zijn nageleefd. Omdat deze bepalingen bedoeld zijn om de consument te beschermen, moet de rechtbank aan het niet naleven daarvan een passende maatregel verbinden die de consument effectieve rechtsbescherming biedt. De rechtbank vindt in dit geval het vernietigen van de kredietovereenkomsten met contractnummers [nummer 1] en [nummer 2] op grond van artikel 3:40 lid 2 BW passend. Die vernietiging heeft terugwerkende kracht op grond van artikel 3:53 lid 1 BW. De kredietovereenkomsten worden dus geacht nooit te hebben bestaan. De grondslagen voor de BKR-registraties vallen hierdoor weg. Hoist Finance wordt daarom worden veroordeeld de BKR-registraties te (laten) verwijderen. [verzoeker] heeft geen belang bij zijn verzoek tot overlegging van stukken 5.3. De rechtbank leidt uit het verzoekschrift van [verzoeker] af dat hij de opgevraagde stukken wil om zijn verzoek tot verwijdering van de BKR-registraties nader te kunnen onderbouwen. Omdat de rechtbank Hoist Finance in deze beschikking veroordeelt om de BKR-registraties te (laten) verwijderen, heeft [verzoeker] geen belang meer bij dit deel van zijn verzoek en wordt dit afgewezen. Proceskosten 5.4. Hoist Finance is in het ongelijk gesteld en moet de proceskosten van [verzoeker] betalen. De proceskosten van [verzoeker] worden begroot op: - griffierecht € 331,00 - salaris advocaat € 1.228,00 (2 punten × € 614,00) - nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) totaal € 1.737,00 5.5. [verzoeker] heeft ook wettelijke rente over de proceskostenveroordeling gevorderd.
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2025:10356 text/xml public 2026-04-12T10:07:18 2025-12-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2025-11-20 C/13/765283 / HA RK 25-65 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Proceskostenveroordeling NL Amsterdam Civiel recht Rechtspraak.nl NJFCZ 2026/131 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:10356 text/html public 2026-01-27T12:06:30 2026-01-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2025:10356 Rechtbank Amsterdam , 20-11-2025 / C/13/765283 / HA RK 25-65 Verzoek tot verwijdering BKR-registratie. Rechtbank vernietigt kredietovereenkomsten, omdat niet is voldaan aan regels voor consumentenkredieten. Verweerster wordt veroordeeld om BKR-registratie te laten verwijderen. RECHTBANK Amsterdam Civiel recht Zaaknummer / rekestnummer: C/13/765283 / HA RK 25-65 Beschikking van 20 november 2025 in de zaak van [verzoeker] , wonend in [woonplaats] , verzoekende partij, hierna te noemen: [verzoeker] , gemachtigde: [gemachtigde verzoeker] , tegen HOIST FINANCE AB , gevestigd in Amersfoort, verwerende partij, hierna te noemen: Hoist Finance, gemachtigde: [gemachtigde verweerder] . 1 De zaak in het kort 1.1. [verzoeker] heeft twee negatieve BKR -registraties op zijn naam staan voor leningen uit 2015 en 2016. Beide BKR-registraties kloppen volgens [verzoeker] niet. Hij verzoekt de rechtbank te bepalen dat die BKR-registraties worden verwijderd. Ook wil [verzoeker] een aantal stukken hebben van Hoist Finance, die verantwoordelijk is voor de actuele registraties bij het BKR. Hoist Finance vindt dat er geen reden is om de BKR-registraties te verwijderen. 1.2. Omdat [verzoeker] een consument is en aanvoert dat de leningsovereenkomsten waar de BKR-registraties op zien niet voldoen aan de regels voor consumentenkredieten, moest de rechtbank dit onderwerp eerst beoordelen. Omdat de rechtbank daarvoor onvoldoende gegevens had, heeft zij Hoist Finance bij tussenbeschikking van 31 juli 2025 in de gelegenheid gesteld om aanvullende informatie te verstrekken. Hoist Finance heeft dat niet gedaan. De rechtbank kan daardoor niet vaststellen of de regels voor consumentenkredieten zijn nageleefd en gaat ervan uit dat dit niet (voldoende) is gebeurd. De rechtbank vernietigt daarom de leningsovereenkomsten, waardoor de grondslagen voor de BKR-registraties wegvallen. Hoist Finance wordt veroordeeld de BKR-registraties te (laten) verwijderen. De rest van het verzoek van [verzoeker] wordt afgewezen omdat hij daar geen belang meer bij heeft. 2 Het verdere verloop van de procedure 2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit de tussenbeschikking van 31 juli 2025. 2.2. De rechtbank heeft Hoist Finance in de tussenbeschikking van 31 juli 2025 in de gelegenheid gesteld om zo mogelijk onderbouwd met stukken toe te lichten op welke wijze zij of haar rechtsvoorgangers heeft/hebben voldaan aan artikelen 7:59, 7:60 en 7:61 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en artikel 4:34 van de Wet op het financieel toezicht (Wft) en wat daar in deze procedure het gevolg van moet zijn. Hoist Finance heeft daarop niet gereageerd. 3 De feiten 3.1. In het BKR-register staan op naam van [verzoeker] met als aanbieder Hoist Finance twee kredieten geregistreerd: contractnummer [nummer 1] , met een achterstandscodering sinds 13 januari 2017 en een bijzonderheidscode 2 sinds 16 maart 2017, en contractnummer [nummer 2] , met een achterstandscodering sinds 28 januari 2017 en een bijzonderheidscode 2 sinds 6 september 2017. 3.2. Hoist Finance heeft twee ondertekende leningsovereenkomsten op naam van [verzoeker] overgelegd: - “ “overeenkomst Persoonlijke Lening (Verkoop op afstand)” met Santander voor een bedrag van € 5.000, ondertekend op 28 oktober 2015 met contractnummer [nummer 1] , en - “ “overeenkomst huurkoopfinanciering” met Santander in verband met de aanschaf van een auto, met een krediet van € 4.999, ondertekend op 24 juni 2016 met contractnummer [nummer 2] . 4 Het verzoek 4.1. [verzoeker] verzoekt samengevat dat de rechtbank bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad: de BKR-registratie voor het krediet met contractnummer [nummer 1] verwijdert, Hoist Finance beveelt om stukken over te leggen, waaronder de kredietovereenkomst, de algemene voorwaarden, de 14-dagenbrief en specificaties van incassokosten, en Hoist Finance veroordeelt in de proceskosten en de wettelijke rente daarover. 4.2. De rechtbank heeft in 4.2. van de tussenbeschikking van 31 juli 2025 overwogen dat zij uit de toelichting van [verzoeker] op de zitting afleidt dat [verzoeker] wil dat beide BKR-registraties worden verwijderd en dat de rechtbank het verzoek van [verzoeker] ook zo zal behandelen. Ook heeft de rechtbank in de tussenbeschikking overwogen dat zij zelf geen BKR-registraties kan aanpassen en het verzoek van [verzoeker] zo begrijpt dat hij wil dat Hoist Finance wordt veroordeeld om de BKR-registraties te verwijderen. 5 De beoordeling Hoist Finance moet de BKR-registraties (laten) verwijderen 5.1. [verzoeker] is een consument. Op de kredietovereenkomsten zijn daarom de bepalingen van Titel 7:2A van het BW van toepassing. Op grond van artikelen 7:59 en 7:60 BW moeten kredietgevers geruime tijd voorafgaand aan de totstandkoming van een kredietovereenkomst de in die bepalingen voorgeschreven informatie verstrekken. In artikel 7:61 BW zijn voorwaarden opgenomen over de totstandkoming van de kredietovereenkomst en welke informatie in de kredietovereenkomst moet staan. Ook artikel 4:34 van de Wft is van toepassing op de totstandkoming van de kredietovereenkomsten. Kredietgevers moeten op grond van deze bepaling de kredietwaardigheid van consumenten die zich voor een lening melden toetsen. Het doel van de kredietwaardigheidstoets is om consumenten te beschermen tegen overkreditering. De rechtbank moet op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie toetsen of bij de totstandkoming van de kredietovereenkomsten aan deze bepalingen is voldaan. Als blijkt dat sprake is van schending van informatieplichten en/of de kredietwaardigheidstoets, dan kan dit leiden tot vernietiging van de kredietovereenkomsten. 5.2. De rechtbank heeft er in de tussenbeschikking van 31 juli 2025 op gewezen dat Hoist Finance de rechtbank van voldoende informatie moet voorzien om de noodzakelijke toets uit te kunnen voeren. Hoist Finance heeft die informatie vervolgens niet verstrekt. De rechtbank kan daardoor niet toetsen of de hiervoor genoemde consumentenbeschermende bepalingen zijn nageleefd. Het gevolg is dat de rechtbank ervan uitgaat dat deze regels niet (voldoende) zijn nageleefd. Omdat deze bepalingen bedoeld zijn om de consument te beschermen, moet de rechtbank aan het niet naleven daarvan een passende maatregel verbinden die de consument effectieve rechtsbescherming biedt. De rechtbank vindt in dit geval het vernietigen van de kredietovereenkomsten met contractnummers [nummer 1] en [nummer 2] op grond van artikel 3:40 lid 2 BW passend. Die vernietiging heeft terugwerkende kracht op grond van artikel 3:53 lid 1 BW. De kredietovereenkomsten worden dus geacht nooit te hebben bestaan. De grondslagen voor de BKR-registraties vallen hierdoor weg. Hoist Finance wordt daarom worden veroordeeld de BKR-registraties te (laten) verwijderen. [verzoeker] heeft geen belang bij zijn verzoek tot overlegging van stukken 5.3. De rechtbank leidt uit het verzoekschrift van [verzoeker] af dat hij de opgevraagde stukken wil om zijn verzoek tot verwijdering van de BKR-registraties nader te kunnen onderbouwen. Omdat de rechtbank Hoist Finance in deze beschikking veroordeelt om de BKR-registraties te (laten) verwijderen, heeft [verzoeker] geen belang meer bij dit deel van zijn verzoek en wordt dit afgewezen. Proceskosten 5.4. Hoist Finance is in het ongelijk gesteld en moet de proceskosten van [verzoeker] betalen. De proceskosten van [verzoeker] worden begroot op: - griffierecht € 331,00 - salaris advocaat € 1.228,00 (2 punten × € 614,00) - nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) totaal € 1.737,00 5.5. [verzoeker] heeft ook wettelijke rente over de proceskostenveroordeling gevorderd.