Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2024-08-08
ECLI:NL:RBAMS:2024:8927
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
40,177 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Parketnummer: 71.239452.22
[verdachte]
Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 71/239452-22
Datum uitspraak: 8 augustus 2024
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboortegegevens] 1983,
thans gedetineerd in de [verblijfadres] .
1Het onderzoek ter terechtzitting
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 25 juli 2024.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie mr. J.F. de Boer en R. Hagemeijer en van wat verdachte en zijn raadsman mr. M. Jansen naar voren hebben gebracht.
2Inleiding
Verdachte is in 2014 onherroepelijk veroordeeld tot een gevangenisstraf van 13 jaar voor onder andere zijn betrokkenheid bij een poging tot moord in 2009 (onderzoek 'Hattem'). In 2018 werd verdachte in die zaak voorwaardelijk in vrijheid gesteld en onder elektronisch toezicht gesteld.
Verdachte stond daarna terecht in een andere strafzaak voor het medeplegen van moord (onderzoek 'Duin'), waar tegen hem in eerste aanleg door het Openbaar Ministerie een levenslange gevangenisstraf werd geëist. Verdachte heeft de uitspraak niet afgewacht, maar heeft op 21 januari 2020 zijn enkelband doorgeknipt en is naar de Dominicaanse Republiek gereisd. Op 6 februari 2020 werd verdachte vrijgesproken in deze zaak. Het Openbaar Ministerie heeft hoger beroep tegen de uitspraak ingesteld, welke procedure op dit moment nog loopt.
Op 4 januari 2022 werd er een aanslag op het leven van verdachte gepleegd. Op de Dominicaanse Republiek werd hij onder vuur genomen, waarna hij met levensbedreigende verwondingen in het ziekenhuis belandde. Daar is verdachte op 6 januari 2022 door de lokale autoriteiten aangehouden. Op 27 januari 2022 is verdachte overgedragen aan de Nederlandse autoriteiten en in detentie geplaatst om zijn celstraf voor de zaak uit 2009 uit te zitten. Verdachte zou opnieuw voorwaardelijk in vrijheid gesteld worden op 1 februari 2024. Op 30 januari 2024 werd hij aangehouden in onderhavige zaak.
Aanleiding onderzoek en verdenking
Naar aanleiding van verstrekte Encrochat-data (uit onderzoek 26Lemont) en SkyECC-data (uit onderzoek 26Argus) werd op 1 september 2022 onderzoek ‘26Potton’ gestart. De data betroffen een grote hoeveelheid chatberichten die waren verstuurd met zogeheten Pretty Good Privacy telefoons (hierna: PGP-telefoons). Met deze PGP-telefoons kunnen met daaraan gekoppelde e-mailadressen versleutelde chatberichten worden verstuurd. De gebruikers van de telefoons en e-mailadressen kunnen op die manier anoniem met elkaar communiceren.
Door het Openbaar Ministerie worden verschillende EncroChat en Sky-ECC e-mailadressen (hierna: PGP-accounts) gekoppeld aan verdachte. De verstuurde en/of ontvangen berichten in dit dossier zijn volgens het Openbaar Ministerie te duiden in relatie tot strafbare feiten gepleegd door verdachte in de periode nadat hij zijn enkelband had doorgeknipt en was afgereisd naar de Dominicaanse Republiek, tot aan het moment dat hij daar werd aangehouden. Er zijn chatberichten onderschept over de handel in vuurwapens en munitie en over de handel in verdovende middelen, gevoerd door accounts waarvan verdachte als gebruiker werd geïdentificeerd. Naar aanleiding van de doorzoeking van de woning van verdachte op de Dominicaanse Republiek en uit verschillende chatberichten ontstond ook de verdenking dat verdachte de beschikking zou hebben over (ver)vals(t)e reis- en identiteitsbewijzen.
3Tenlastelegging
Verdachte wordt er van beschuldigd dat hij zich, kort en zakelijk weergegeven, heeft schuldig gemaakt aan:
1. het samen met anderen voorhanden hebben en/of overdragen van meerdere (vuur)wapens in de periode van 29 januari 2020 tot en met 6 januari 2022 in Nederland en/of de Dominicaanse Republiek;
2. het samen met anderen bereiden/bewerken/verwerken/verkopen/afleveren/ verstrekken/vervoeren/aanwezig hebben van in totaal 183 kilogram cocaïne en in totaal 9,75 kilo metamfetamine in de periode van 16 april 2020 tot en met 11 februari 2021 in Nederland en/of de Dominicaanse Republiek en/of België;
3. het samen met anderen voorhanden hebben van meerdere valse/vervalste reisdocumenten en/of identiteitsbewijzen in de periode van 22 januari 2020 tot en met 5 januari 2022 in Nederland en/of België en/of Spanje en/of de Dominicaanse Republiek.
De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
4Voorvragen
De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.
5Standpunten van partijen
5.1.
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
Het Openbaar Ministerie heeft ten aanzien van de beschuldigingen tot een bewezenverklaring gerekwireerd.
5.2.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft ten aanzien van de beschuldiging onder feit 1, met uitzondering van de in de woning van verdachte aangetroffen Glock, vrijspraak bepleit.
De raadsman heeft ten aanzien van de beschuldiging onder feit 2 vrijspraak bepleit.
Ten aanzien van feit 3 heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
De door de raadsman gevoerde verweren komen, voor zover van belang voor de bewijswaardering, aan de orde in de overwegingen van de rechtbank.
6Identificatie PGP-accounts en bruikbaarheid berichten
6.1.
Identificatie PGP-accounts verdachte
De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of bewezen kan worden dat verdachte de gebruiker is geweest van de door het Openbaar Ministerie aan hem toegeschreven PGP-accounts ‘ [account 3] ’ (EncroChat-account), ‘ [account 1] ’(SkyECC-account) en ‘ [account 2] ’ (SkyECC-account).
Met betrekking tot voornoemde PGP-accounts stelt de rechtbank, op grond van de wettige bewijsmiddelen, zoals opgenomen in de voetnoten, het volgende vast.
Het dossier bevat een aantal processen-verbaal van identificatie met betrekking tot PGP-accounts die door het Openbaar Ministerie aan verdachte worden toegeschreven.
Verdachte heeft daarnaast ter terechtzitting bekend dat hij de gebruiker is geweest van voornoemde PGP-accounts en dat hij met deze accounts de berichten die zich in het dossier bevinden heeft verstuurd.
Gelet op de hiervoor beschreven onderzoeksbevindingen is de rechtbank van oordeel dat verdachte de gebruiker is geweest van de accounts ‘ [account 3] ’ (EncroChat-account), ‘ [account 1] ’(SkyECC-account) en ‘ [account 2] ’ (SkyECC-account). Niet is gebleken dat de accounts door een ander dan door verdachte zijn gebruikt.
De PGP-accounts van verdachte volgen elkaar op in de periode van actief gebruik. Het account [account 1] is actief in gebruik geweest van 25 november 2019 tot en met 22 januari 2020. Het account [account 2] is actief in gebruik geweest van 23 januari 2020 tot en met 9 maart 2021.
Beoordeling
7.1.2.1. Bewijsminimum
De raadsman heeft betoogd dat niet kan worden bewezen dat verdachte de (vuur)wapens, behalve het pistool van het merk Glock dat in zijn woning is aangetroffen, voorhanden heeft gehad of heeft overgedragen. De inhoud van de PGP-berichten wordt niet ondersteund door andere bewijsmiddelen in het dossier en daarmee wordt niet voldaan aan het bewijsminimum.
Uit de bewijsmiddelen die zijn genoemd in paragraaf 7.1.1. blijkt dat er niet slechts één gesprek van verdachte met één andere gesprekspartner beschikbaar is, maar meerdere gesprekken die verdachte op verschillende tijdstippen, via meerdere PGP-accounts, met verschillende gesprekspartners heeft gevoerd. In sommige gevallen zijn er afbeeldingen verstuurd die de inhoud van de tekstberichten ondersteunen. Bovendien wordt de inhoud van de afzonderlijke chatgesprekken door de inhoud van andere chatgesprekken ondersteund en zijn er groepsgesprekken waarin niet alleen berichten van de individuele verdachte te lezen zijn, maar ook die van andere deelnemers aan het gesprek. De inhoud van de berichten staat beschreven in ambtsedig opgemaakte processen-verbaal.
Daarnaast zijn er andere bewijsmiddelen die de inhoud van de PGP-berichten ondersteunen. Zo zijn er in de woning van verdachte op de Dominicaanse Republiek twee vuurwapens en daarbij behorende munitie aangetroffen. Verdachte heeft ten aanzien van één vuurwapen (het pistool van het merk Glock, type 26) aangegeven dat dat van hem was en dat hij een wapenvergunning voor het wapen had aangeschaft. Deze op één van de valse namen van verdachte gestelde wapenvergunning is ook gevonden in de woning. Verdachte heeft daarnaast van twee andere vuurwapens (de revolver van het merk Smith&Wesson en het pistool van het merk Glock, type 43), waarover door hem in de berichten werd gesproken, verklaard dat deze daadwerkelijk hebben bestaan. De Smith&Wessson zou van een vriend van hem op de Dominicaanse republiek zijn geweest en verdachte zou met het wapen hebben geschoten op de schietbaan. Ten aanzien de Glock43 heeft verdachte aangegeven dat deze voor een vriendin van hem bestemd was.
Het bewijs bestaat dus niet uitsluitend uit één ander geschrift maar uit meerdere bewijsmiddelen. Dat maakt dat aan het bewijsminimum is voldaan en dat het verweer van de raadsman wordt verworpen.
7.1.2.2. Interpretatie
De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of bewezen kan worden dat verdachte in de ten laste gelegde periode de genoemde (vuur)wapens voorhanden heeft gehad of heeft overgedragen.
Voor een veroordeling van het voorhanden hebben van een wapen of munitie in de zin van artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie (WWM) is vereist dat de verdachte het wapen of de munitie bewust aanwezig had. Ook is vereist dat de verdachte feitelijke macht over het wapen en de munitie kan uitoefenen, in de zin dat hij daarover kan beschikken.
De rechtbank heeft steeds beoordeeld of voldoende duidelijk is waarover de PGP-berichten gaan en heeft de context van die berichten en het overige bewijsmateriaal bij de duiding betrokken.
Uit de hiervoor in paragraaf 7.1.1. opgenomen PGP-berichten blijkt dat door verdachte in de periode van 29 januari 2020 tot en met 6 januari 2022 met verschillende gesprekspartners veelvuldig werd gesproken over (vuur)wapens. In de chatgesprekken werd door verdachte concreet, specifiek en gedetailleerd gesproken over verschillende merken en/of typen (vuur)wapens, waarbij hij onder andere aangaf hierover te beschikken en soms ook waar deze lagen opgeslagen. In de gesprekken ging het ook veelvuldig over munitie en werden foto’s van vuurwapens gedeeld. In sommige gevallen bood verdachte wapens te koop aan of vroeg hij een ander deze te gaan afleveren. Ten aanzien van de in de tenlastelegging genoemde handgranaat van het type M75 kan op grond van de berichten worden vastgesteld dat deze op 23 augustus 2020 daadwerkelijk hebben geleid tot de overdracht daarvan.
De inhoud van de berichten wordt ondersteund door ander bewijsmateriaal. Er zijn bij verdachte twee vuurwapens met bijbehorende munitie aangetroffen, waarvan verdachte zegt dat er één van hem was en waarvoor hij een wapenvergunning had. Verdachte zegt over twee andere vuurwapens dat die hebben bestaan.
De rechtbank komt op basis van de inhoud van de berichten en de overige bevindingen tot het oordeel dat de berichten zien op het voorhanden hebben van (vuur)wapens en handgranaten en in één geval op het overdragen van een handgranaat. Verdachte is zich bewust geweest van de aanwezigheid van de (vuur)wapens en de handgranaten en heeft daarover kunnen beschikken.
Het verweer van verdachte dat hij vaak maar wat naar anderen schreef om intimiderend over te komen of dat hij in sommige gevallen iemand wilde oplichten, blijkt niet uit het dossier en acht de rechtbank niet aannemelijk geworden.
7.1.2.3. Pleegplaats
Ten aanzien van het door de raadsman gevoerde betoog dat niet kan worden bewezen waar de ten laste gelegde feiten zouden hebben plaatsgevonden en dat daarom vrijspraak moet volgen, overweegt de rechtbank als volgt.
Uit het dossier volgt dat verdachte op 24 januari 2020 vanuit Madrid is afgereisd naar de Dominicaanse Republiek, waar hij op 6 januari 2022 is aangehouden. De ten laste gelegde feiten zouden hebben plaatsgevonden in de tussengelegen periode.
Verdachte heeft bij de rechter-commissaris verklaard:
“Ik ben niet naar Nederland teruggegaan omdat de coronapandemie uitgebroken was. Ik zat daar ook met een vals paspoort en de kwaliteit daarvan vertrouwde ik niet helemaal. Ik wilde daar ook niet vast komen te zitten. Nadat de coronapandemie was afgerond ben ik daar wel gebleven.”
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat kan worden vastgesteld dat verdachte zich de gehele ten laste gelegde periode op de Dominicaanse Republiek heeft bevonden en dat het verweer van de raadsman moet worden verworpen.
Gelet op de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting acht de rechtbank de ongefundeerde stelling van de raadsman, dat verdachte niet de gehele ten laste gelegde periode in de Dominicaanse republiek zou hebben verbleven, niet aannemelijk geworden.
7.1.2.4. Medeplegen
Voor een veroordeling voor medeplegen is vereist dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking door verdachte met een of meer anderen die was gericht op het strafbare feit.
Uit de berichten blijkt dat verdachte met meerdere personen gesprekken heeft gevoerd, waarin concrete informatie werd uitgewisseld over (vuur)wapens. Verdachte informeerde daarbij onder andere naar de beschikbaarheid van wapens en waar deze lagen opgeslagen. Ook gaf hij anderen opdrachten tot het schoonmaken, te koop aanbieden en leveren van (vuur)wapens. Uit die gesprekken blijkt aldus dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en deze tegencontacten, zodat het medeplegen wettig en overtuigend is bewezen.
Ten aanzien van een aantal wapens kan het medeplegen niet worden bewezen, nu uit de berichten enkel blijkt dat verdachte zegt over die wapens te beschikken en uit de tekst van de berichten of de antwoorden niet blijkt dat het voorhanden hebben ook samen met een ander of anderen is gepleegd.
Conclusie
Alles bij elkaar acht de rechtbank, op grond van het voorgaande en de bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan op de wijze zoals in de bewezenverklaring is vermeld.
Ten aanzien van de wapens waarbij de rechtbank heeft opgemerkt dat zij uit de berichten niet kan afleiden of verdachte spreekt over een moment dat binnen de ten laste gelegde periode valt, wordt verdachte vrijgesproken.
Ten aanzien van de wapens waarbij de rechtbank heeft opgemerkt dat zij op grond van de berichten niet kan uitsluiten dat het steeds om hetzelfde wapen gaat, komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van één van de in de tenlastelegging genoemde varianten.
7.2.
Feit 2 (Verdovende middelen)
7.2.1.
Bevindingen
De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen, zoals opgenomen in de voetnoten, van de volgende feiten en omstandigheden uit.
De rechtbank stelt vast dat in de PGP-berichten regelmatig afkortingen of versluierd taalgebruik worden gebruikt. De rechtbank verenigt zich met de duiding die de politie daar aan heeft gegeven, nu deze past bij de context van de gevoerde gesprekken en de samenhang tussen berichten en afbeeldingen die bij sommige berichten zijn verstuurd.
Daarbij overweegt de rechtbank nog als volgt. Er wordt in de berichten veelal gesproken over ‘blokken’ en ‘kilo’s’ en er worden een aantal foto’s gedeeld van blokken met wit poeder. De rechtbank stelt vast dat er in die gevallen steeds gesproken wordt over blokken cocaïne en dat één blok cocaïne ongeveer één kilogram weegt. Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat blokken van deze vorm en met soortgelijke verpakking doorgaans samengeperste cocaïne bevatten en zijn voorzien van een stempel. De algemene ervaring leert dat cocaïne in blokken van één kilo wordt verpakt. Daar komt bij dat verdachte in andere berichten spreekt over het verkopen en het uitwassen van ‘coke’ en hij ter terechtzitting heeft verklaard dat hij geld wilde verdienen in de cocaïnehandel. Aanwijzingen dat in de berichten over andere zaken wordt gesproken dan verdovende middelen, ontbreken. Verdachte heeft ook niet ontkend of ontkracht dat de berichten over verdovende middelen gingen.
Ten behoeve van de leesbaarheid heeft de rechtbank ervoor gekozen om hierna ieder afzonderlijk gedachtestreepje dat in de tenlastelegging is genoemd te bespreken.
1 kilogram cocaïne (16 april 2020)
Een gesprek van 16 april 2020 tussen verdachte ( [account 3] ) en [account 16]
Verdachte stuurt een foto van vermoedelijk een pers en twee foto’s van een wit vierkant blok, welke is voorzien van een logo in de vorm van een krokodil.
Verdachte: Team croco. Op kilo.
[account 16] : Hahahha. Dikkkk. Sws team croco.
De rechtbank leidt uit dit gesprek af dat verdachte op 16 april 2020 zegt te beschikken over een kilo cocaïne, waarvan door hem een foto wordt gestuurd aan zijn gesprekspartner.
178 kilogram cocaïne (18 en 19 augustus 2020)
Een gesprek van 18 en 19 augustus 2020 tussen verdachte ( [account 2] ) en [account 17]
Verdachte: Ik sta in stash. Kijk
Verdachte stuurt foto’s van een stapel van tenminste 178 blokken, een foto van een opengemaakt blok waarop wit poeder te zien is en twee foto’s van dichte blokken met daarop de afbeelding van een sneeuwpop en de tekst ‘snowman’.
[…]
Verdachte: Ligt nog meer in andere kamer. Heb email voor tok. We kunnen starten. We moeten ff over de verdeling hebben. We gooien meteen 30kilo. 30x165k das 45M.
Een gesprek van 21 augustus 2020 tussen verdachte ( [account 2] ) en [account 9]
Verdachte stuurt een foto van een stapel blokken.
Verdachte: Vandaag ga ik de wereld op z’n kop zetten.
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij veel geld wilde gaan verdienen en de foto’s heeft gemaakt in een opslagplaats.
De rechtbank leidt uit deze gesprekken af dat verdachte op 18 en 19 augustus 2020 zegt te beschikken over in ieder geval 178 kilogram cocaïne. Er worden door hem foto’s gestuurd van blokken cocaïne, waarbij hij tegen zijn gesprekspartner zegt dat er moet worden gesproken over de verdeling van de opbrengst van 30 kilo.
2 kilogram cocaïne (8 januari 2021)
Een gesprek van 8 januari 2021 tussen verdachte ( [account 2] ) en [account 7]
Verdachte: Maak 2 blokken open van beide stempels 1 en maak foto voor [bijnaam 2] . Maak stukje kapot ervan zodat hij de structuur kan zien.
[…]
Verdachte: Zorg dat die kk blokken naar [bijnaam 2] gaan
[account 7] stuurt een foto van twee dichte blokken met daarop een stempel.
[account 7] stuurt foto’s van een opengemaakt blok waarop wit poeder te zien is.
De rechtbank leidt uit dit gesprek af dat verdachte op 8 januari 2021 beschikte over twee kilogram cocaïne. Verdachte spreekt over blokken cocaïne die opengemaakt moeten worden, waarvan foto’s naar hem worden gestuurd door zijn gesprekspartner. Vervolgens zegt verdachte dat de cocaïne bij iemand afgeleverd moet worden.
2 kilogram cocaïne (11 februari 2021)
Een gesprek van 11 februari 2021 tussen verdachte ( [account 2] ) en [account 18]
Verdachte: Gaat weer een tp. Antje. Van mj. Ik mag mee. Dus die eraan komt zit er 2 op. Heb al betaald. Dus deze kan jij en magere en kleine op. Heb ik 2 voor mezelf. Of als je snel wilt kan je op die al vertrokken is. Maar die volgende mag ik ook op water pas betalen; dus als vertrokken is al. Laat ff weten.
Verdachte: Is een lopende lijn hé bro. Die elke x goed gaat. […] Ik doe gewoon 2 stuks voor mezelf dan nu.
Verdachte: Ik zet 2 stuks. Is onderweg.
Verdachte stuurt en foto van een wit blok met daarop een stempel met de tekst ‘Ketjap Manis’.
[account 18] : Ketjap stempel
Verdachte: Van deze heb ik er 2 als aankomt.
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij had geïnvesteerd in cocaïne die naar Antwerpen vervoerd zou worden. Hij wilde daar wat geld mee verdienen.
De rechtbank leidt uit dit gesprek af dat verdachte op 11 februari 2021 twee kilogram cocaïne heeft vervoerd naar Antwerpen. Verdachte heeft het over een transport (‘tp’) naar Antwerpen (‘Antje’), deelt een foto van een blok cocaïne en zegt dat er twee daarvan naar hem onderweg zijn.
4 kilogram metamfetamine (6 juli 2020)
Een gesprek van 6 juli 2020 tussen verdachte ( [account 2] ) en [account 17]
Verdachte: Geef 4 kg ice aan [bijnaam 3] z’n man aub die komt het halen. 16 boeken.[…]Maar geef 16boeken 4 kg aan [bijnaam 3] z’n man. […] Ze betalen 7k per kg.
[…]
[account 17] : Heb die spullen aangepakt ligt nu ff niffo ik heb niet echt goeie stash voor dit bro. 8boek groen, 8 schilder groen, 8 boek oranje, 33 schilder oranje
Verdachte: Groen is keta.
Beoordeling
7.2.2.1. Bewijsminimum
De raadsman heeft betoogd dat niet tot een bewezenverklaring gekomen kan worden, nu de inhoud van de PGP-berichten niet wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen in het dossier en dat daarmee niet wordt voldaan aan het bewijsminimum.
Uit de bewijsmiddelen die zijn genoemd in paragraaf 7.2.1. blijkt dat er niet slechts één gesprek van verdachte met één andere gesprekspartner beschikbaar is, maar meerdere gesprekken die verdachte op verschillende tijdstippen, via meerdere PGP-accounts, met verschillende andere gesprekspartners heeft gevoerd. In sommige gevallen zijn er afbeeldingen verstuurd die de inhoud van de tekstberichten ondersteunen. Bovendien wordt de inhoud van de afzonderlijke chatgesprekken door de inhoud van andere chatgesprekken ondersteund. De inhoud van de berichten staat beschreven in ambtsedig opgemaakte processen-verbaal.
Daarnaast zijn er andere bewijsmiddelen die de inhoud van de PGP-berichten ondersteunen. Zo heeft verdachte ter terechtzitting verklaard dat hij geld wilde gaan verdienen met de handel in cocaïne. Hij was door een ander meegenomen naar een opslagplaats, waar hij met zijn telefoon de foto van de stapel van 178 blokken cocaïne heeft genomen. Een andere keer had hij geld geïnvesteerd in cocaïne die naar Antwerpen zou worden vervoerd.
Het bewijs bestaat dus niet uitsluitend uit één ander geschrift maar uit meerdere bewijsmiddelen. Dat maakt dat aan het bewijsminimum is voldaan en dat het verweer van de raadsman wordt verworpen.
7.2.2.2. Interpretatie
De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of bewezen kan worden dat verdachte in de ten laste gelegde periode de genoemde verdovende middelen heeft bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd en/of aanwezig heeft gehad.
Voor het bewijs van ‘aanwezig hebben’ moet verdachte wetenschap hebben gehad van de verdovende middelen. Daarvoor is niet doorslaggevend aan wie deze toebehoren. De verdovende middelen moeten zich in de machtssfeer van de verdachte bevinden in de zin dat hij erover kan beschikken. Hiermee wordt bedoeld dat verdachte in enige mate kon bepalen wat er met die drugs zou gebeuren, ofwel dat verdachte er enige zeggenschap over had.
De rechtbank heeft steeds beoordeeld of voldoende duidelijk is waarover de PGP-berichten gaan en heeft de context van die berichten en het overige bewijsmateriaal bij de duiding betrokken.
Uit de hiervoor in paragraaf 7.2.1. opgenomen PGP-berichten blijkt dat door verdachte in de periode van 16 april 2020 tot en met 11 februari 2021 met verschillende gesprekspartners veelvuldig werd gesproken over verdovende middelen. In de chatgesprekken werd door verdachte concreet, specifiek en gedetailleerd gesproken over verschillende soorten verdovende middelen, waarbij verdachte onder andere aangaf hierover te beschikken. In sommige gevallen werden foto’s verstuurd die de inhoud van de berichten ondersteunen. Door verdachte werd gesproken over het leveren van verdovende middelen en het verdienen van geld daarmee. In een aantal berichten sprak verdachte letterlijk over het feit dat er cocaïne (‘coke’) voor hem werd verkocht en dat hij een cokewasserij wilde opzetten, waaruit kan worden afgeleid dat verdachte zich bezighield met de handel in cocaïne.
Ten aanzien van de in de tenlastelegging genoemde 2 kilogram cocaïne op 11 februari 2021 kan op grond van de berichten worden vastgesteld dat deze voor verdachte onderweg waren naar Antwerpen.
De inhoud van de berichten wordt ondersteund door ander bewijsmateriaal. Verdachte heeft verklaard dat hij geld wilde verdienen in de cocaïnehandel. Hij heeft de foto’s van de blokken cocaïne in de opslagplaats gemaakt en had geïnvesteerd in cocaïne die naar Antwerpen vervoerd zou worden.
De rechtbank komt op basis van de inhoud van de berichten en de overige bevindingen tot het oordeel dat de berichten zien op het voorhanden hebben van verdovende middelen en in één geval op het vervoeren van een hoeveelheid cocaïne. Verdachten is zich bewust geweest van de aanwezigheid van de verdovende middelen en heeft daarover kunnen beschikken. De verklaring van verdachte dat hij in de opslagplaats alleen mocht kijken, acht de rechtbank niet aannemelijk gezien de berichten “we gooien meteen 30 kg” en “vandaag ga ik de wereld op zijn kop zetten”. Dat kan niet anders worden uitgelegd dan dat verdachte ook over deze partij cocaïne kon beschikken.
7.2.2.3. Pleegplaats
Met betrekking tot het verweer van de raadsman dat niet kan worden bewezen waar de ten laste gelegde feiten zouden hebben plaatsgevonden en dat daarom vrijspraak moet volgen, verwijst de rechtbank naar hetgeen zij heeft overwogen in paragraaf 7.1.2.3.
7.2.2.4. Medeplegen
Uit de berichten blijkt dat verdachte met meerdere personen gesprekken heeft gevoerd, waarin concrete informatie werd uitgewisseld over verdovende middelen. Daarbij gaf verdachte onder andere aan dat er sprake was van een ‘team’ en dat er gesproken moest worden over de verdeling van de opbrengst. Ook blijkt dat anderen kennelijk de verdovende middelen waar verdachte (mede) zeggenschap over had onder zich hadden. Zij moesten in opdracht van verdachte de kwaliteit van de verdovende middelen controleren en bij kopers afleveren. Tevens informeerde verdachte naar de voorraad die nog beschikbaar was. Uit de gesprekken blijkt aldus dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en deze tegencontacten, zodat het medeplegen wettig en overtuigend is bewezen.
7.2.3.
Conclusie
Alles bij elkaar acht de rechtbank, op grond van het voorgaande en de bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan op de wijze zoals in de bewezenverklaring is vermeld.
7.3.
Feit 3 (Valse reis- en identiteitsdocumenten)
7.3.1.
Bevindingen
De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen, zoals opgenomen in de voetnoten, van de volgende feiten en omstandigheden uit.
- Valse/vervalste Costa Ricaanse reis- en identiteitsdocumenten
Op 5 januari 2022 is de woning van verdachte op de Dominicaanse Republiek doorzocht. Daarbij zijn verschillende reis- en identiteitsdocumenten aangetroffen:
- Costa Ricaans paspoort op naam van [naam 3] , geboren op [geboortedatum] , met documentnummer [nummer] . Dit document was vervalst.
- Costa Ricaanse identiteitskaart op naam van [naam 3] , geboren op [geboortedatum] met documentnummer [nummer] . Dit document was vals.
- Costa Ricaanse identiteitskaart op naam van [naam 3] , geboren op [geboortedatum] met documentnummer [nummer] . Dit document was vervalst.
- Een Costa Ricaans paspoort op naam van [naam 1] , geboren op [geboortedatum] , met documentnummer [nummer] . Dit document was vervalst.
- Een Costa Ricaanse identiteitskaart op naam van [naam 1] , geboren op [geboortedatum] , met documentnummer [nummer] . Dit document was vals.
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat alle aangetroffen documenten van hem waren en dat hij wist dat zij vals of vervalst waren. Met één van de documenten, die hij in Barcelona overhandigd had gekregen, was hij via Madrid naar de Dominicaanse Republiek gereisd.
Met het paspoort op naam van [naam 1] en paspoortnummer [nummer] is een persoon op 24 januari 2020 de Dominicaanse Republiek in gereisd met een vlucht vanuit Madrid.
- Valse Belgische reis- en identiteitsdocumenten
Op 22 januari 2020 zijn in Dordrecht twee personen aangehouden, waaronder [naam 4] , de (ex-)vriendin van verdachte. De aanhoudingen werden verricht nadat door de politie in de auto van de aangehouden personen in een verborgen ruimte onder andere een Belgisch paspoort, een Belgisch rijbewijs en een Belgische identiteitskaart werden aangetroffen. Deze documenten waren op naam gesteld van [naam 5] , geboren op [geboortedatum] en voorzien van een foto van verdachte. De documenten waren alle drie vals.
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat alle aangetroffen documenten van hem waren. Ook uit de door verdachte verzonden PGP-berichten blijkt dat de documenten van verdachte waren en dat zijn vriendin die voor hem bewaarde.
7.3.2.
Beoordeling
7.3.2.1. Medeplegen
Ten aanzien van de Belgische reis- en identiteitsdocumenten is vastgesteld dat deze, hoewel verdachte zegt dat deze van hem waren, niet onder hem zijn aangetroffen, maar bij zijn vriendin in een verborgen ruimte van de auto waarin zij zat. Dit was nadat verdachte zijn elektronische enkelband had doorgeknipt en voordat hij was afgereisd naar de Dominicaanse Republiek. De rechtbank is van oordeel dat ‘voorhanden hebben’ van een vals document ook het kunnen beschikken over een goed dat elders is opgeslagen omvat. Een directe fysieke beschikkingsmacht is dus niet nodig om tot een bewezenverklaring te komen. Vastgesteld moet worden dat verdachte de feitelijke macht over de documenten heeft kunnen uitoefenen in die zin dat hij erover heeft kunnen beschikken. De rechtbank is van oordeel dat dit het geval is geweest in de ten laste gelegde periode. Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte zich bewust was van de aanwezigheid van de documenten bij een ander – ten behoeve van hem – en samen met die ander feitelijke macht hierover heeft kunnen uitoefenen, zodat het medeplegen wettig en overtuigend is bewezen.
7.3.3.
Conclusie
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 3 ten laste gelegde heeft begaan op de wijze zoals in de bewezenverklaring is vermeld.
8Bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de in paragraaf 7 vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte
Ten aanzien van feit 1:
in de periode van 29 januari 2020 tot en met 6 januari 2022 in Nederland en in de Dominicaanse Republiek,
tezamen en in vereniging met een ander
meerdere wapens van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie,
te weten
een revolver, van het merk Smith&Wesson, kaliber 0.38 special;
een pistool, van het merk Glock, type 43;
telkens zijnde een vuurwapen in de vorm van een revolver en/of pistool,
en
meerdere wapens van categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie,
te weten
twee aanvalsgeweren, van het merk Colt, type M16;
meerdere aanvalsgeweren, van het merk AK-47;
telkens zijnde een vuurwapen geschikt om automatisch te vuren,
en meerdere wapens van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie,
te weten
- vijfendertig handgranaten, type M75;
telkens zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing
voorhanden heeft gehad;
en
en een wapen van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie,
te weten
- een handgranaat, type M75;
zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing
heeft overgedragen;
en
meerdere wapens van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie,
te weten
zestien pistolen, van het merk Ceská Zbrojovka, type P10;
vier semiautomatische pistolen, van het merk Walther type P99;
een pistool, van het merk Glock, model 26 gen4, kaliber 9x19mm;
telkens zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool,
voorhanden heeft gehad;
Ten aanzien van feit 2:
in de periode van 16 april 2020 tot en met 11 februari 2021 in de Dominicaanse Republiek en/of in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander,
opzettelijk aanwezig heeft gehad,
1 kilogram cocaïne (te weten het aanwezig hebben van een blok cocaïne met daarop een afbeelding van een krokodil op 16 april 2020),
178 kilogram cocaïne (te weten het aanwezig hebben van 178 blokken cocaïne in een opslagruimte op 18 en 19 augustus 2020),
2 kilogram cocaïne (te weten het voorhanden hebben op 8 januari 2021),
4 kilogram metamfetamine (te weten op 6 juli 2020), en
5750 gram metamfetamine (te weten op 6 augustus 2020),
en
in de periode van 16 april 2020 tot en met 11 februari 2021 te Antwerpen,
tezamen en in vereniging met een ander,
opzettelijk heeft vervoerd
2 kilogram cocaïne (te weten het vervoeren naar Antwerpen op 11 februari 2021);
Ten aanzien van feit 3:
in de periode van 22 januari 2020 tot en met 5 januari 2022 in Nederland, in Spanje en in de Dominicaanse Republiek,
meerdere reisdocumenten en identiteitsbewijzen als bedoeld in artikel 231 van het Wetboek van Strafrecht, te weten
een Costa Ricaans paspoort, nummer [nummer] , op naam van [naam 3] , geboren op [geboortedatum] ,
een Costa Ricaanse nationale identiteitskaart, nummer [nummer] , op naam van [naam 3] , geboren op [geboortedatum] ,
een Costa Ricaanse nationale identiteitskaart, nummer [nummer] , op naam van [naam 3] , geboren op [geboortedatum] ,
een Costa Ricaans paspoort, nummer [nummer] , op naam van [naam 1] , geboren op [geboortedatum] ,
een Costa Ricaanse nationale identiteitskaart, nummer [nummer] , op naam van [naam 1] , geboren op [geboortedatum] ,
waarvan hij, verdachte, wist dat deze vals en/of vervalst waren, voorhanden heeft gehad;
en
in de periode van 22 januari 2020 tot en met 5 januari 2022 te Dordrecht
tezamen en in vereniging met een ander,
meerdere reisdocumenten en/of identiteitsbewijzen als bedoeld in artikel 231 van het Wetboek van Strafrecht, te weten
een Belgisch paspoort, nummer [nummer] , op naam van [naam 5] , geboren op [geboortedatum] ,
een Belgische nationale identiteitskaart, nummer [nummer] , op naam van [naam 5] , geboren op [geboortedatum] , en/of;
een Belgisch rijbewijs, nummer [nummer] , op naam van [naam 5] , geboren op [geboortedatum] ,
waarvan hij, verdachte, wist dat deze vals waren, voorhanden heeft gehad.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.
9De strafbaarheid van de feiten
De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.
10De strafbaarheid van verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.
Motivering
11.1.
De eis van het Openbaar Ministerie
Het Openbaar Ministerie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht jaren, met aftrek van voorarrest.
11.2.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht om bij het bepalen van de strafmaat rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte wordt vanwege zijn eigen veiligheid volledig afgezonderd in detentie. Er gelden voor hem veel beperkingen en toezichtsmaatregelen. Verdachte zou daags voorafgaand aan zijn aanhouding in onderhavige zaak voorwaardelijk in vrijheid worden gesteld. Ook dient rekening te worden gehouden met de mogelijkheid dat de voorwaardelijke invrijheidsstelling in deze zaak nooit zal worden toegekend, gelet op het feit dat de veiligheid van verdachte ook op dat moment mogelijk nog niet gewaarborgd kan worden.
11.3.
Beoordeling
De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.
De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.
De ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan
Verdachte heeft zich in de periode waarin hij voortvluchtig was schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een grote hoeveelheid (vuur)wapens en verschillende soorten verdovende middelen. Verdachte heeft – direct nadat hij op de vlucht was geslagen – gebruik gemaakt van meerdere PGP-accounts, zo heeft hij zelf ook ter terechtzitting verklaard, waarmee hij heimelijk kon communiceren. Uit nadien ontsleutelde berichten blijkt dat verdachte met verschillende tegencontacten sprak over het bezit en verkoop van (vuur)wapens. Hij had een groot aantal vuurwapens tot zijn beschikking, die opgeslagen waren in stashes of die hij bij zich droeg. In één geval kan worden vastgesteld dat de gevoerde gesprekken daadwerkelijk hebben geleid tot de overdracht van een handgranaat. Daarnaast blijkt dat verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan het voorhanden hebben van verschillende soorten harddrugs. Uit de berichten blijkt dat verdachte met verschillende tegencontacten sprak over het bezit en verkoop van onder andere cocaïne en metamfetamine, waarbij ook werd gesproken over (de verdeling van) de opbrengst. In één geval kan uit de berichten worden opgemaakt dat verdachte een hoeveelheid cocaïne heeft vervoerd.
Het ongecontroleerd bezit van (vuur)wapens brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich en leidt tot grote onveiligheid in de maatschappij. De verdachte heeft meegewerkt aan het in stand houden van deze onveiligheid.
Harddrugs zijn voor de gezondheid van personen zeer schadelijke stoffen en daarom moet het gebruik ervan worden ontmoedigd. Daarbij komt dat de handel in harddrugs zich afspeelt in een crimineel circuit waarin het gebruik van (excessief) geweld geen uitzondering is.
Het is niet voor niets dat voor deze feiten doorgaans lange onvoorwaardelijke gevangenisstraffen worden opgelegd.
Tot slot heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van verschillende valse en/of vervalste reis- en identiteitsdocumenten. Door het bezit en gebruik van dergelijke valse bewijzen wordt identiteitsfraude gefaciliteerd. Met gebruikmaking van één van de valse paspoorten is het verdachte gelukt om in strijd met de voor hem geldende voorwaarden Nederland te ontvluchten nadat hij in een andere zaak voorwaardelijk in vrijheid was gesteld.
De persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van verdachte. Hieruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor verschillende misdrijven, waaronder het voorhanden hebben van (vuur)wapens.
De rechtbank heeft daarnaast kennisgenomen van de toelichting die verdachte ter terechtzitting heeft gegeven en de stukken die door de verdediging zijn overgelegd met betrekking tot de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft aangegeven dat hij zijn verleden achter zich wil laten en zijn leven een positieve wending wil geven.
De rechtbank ziet in de door de verdediging aangevoerde persoonlijke omstandigheden geen aanleiding om hiermee in strafmatigende zin rekening te houden bij de strafoplegging en heeft daarbij het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte was voorwaardelijk in vrijheid gesteld na het uitzitten van een groot deel van de gevangenisstraf die hem was opgelegd in een andere strafzaak. Ook in die zaak was verdachte veroordeeld voor onder meer (vuur)wapenbezit. De reclassering heeft in haar advies van 18 december 2023 beschreven dat verdachte zich in eerste instantie goed hield aan de voorwaarden die aan de voorwaardelijke invrijheidsstelling waren verbonden en dat hij gemotiveerd was om zijn leven een nieuwe wending te geven. Verdachte heeft echter op enig moment zijn enkelband doorgeknipt en is vlak daarna met een vals paspoort is afgereisd naar de Dominicaanse Republiek. De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij zich heeft gewend tot gebruikmaking van valse of vervalste reis- en identiteitsdocumenten, zich daarmee onvindbaar heeft gemaakt en zich vervolgens welbewust wederom schuldig heeft gemaakt aan ernstige strafbare feiten, zoals uit onderhavige zaak blijkt.
De rechtbank ziet geen aanleiding in strafmatigende zin rekening te houden met door de verdediging genoemde detentieomstandigheden van verdachte, nu deze niet in verband staan met de bewezenverklaarde feiten.
Straf
Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Bij haar beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten. De oriëntatiepunten dienen als vertrekpunt bij het bepalen van de straf. Voor het voorhanden hebben van vuurwapens van de categorieën II en III in een woning, worden als uitgangspunt onvoorwaardelijke gevangenisstraffen van respectievelijk twaalf en vier maanden – per vuurwapen – passend geacht. Voor het aanwezig hebben van harddrugs wordt uitgegaan van een gevangenisstraf van minstens 36 maanden bij een hoeveelheid van meer dan 20 kilogram. Voor het in bezit hebben van een vals paspoort wordt een gevangenisstraf van twee maanden als uitgangspunt genomen. Verdachte heeft over een grote hoeveelheid aan wapens, verdovende middelen en valse reis- en identiteitsdocumenten beschikt.
Alles afwegend acht de rechtbank het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van acht jaar, zoals geëist door het Openbaar Ministerie, passend en geboden. De rechtbank zal verdachte deze straf dan ook opleggen.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.
12Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 47, 57 en 231 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 26, 31 en 55 van de Wet Wapens en Munitie en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.
Dictum
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 8 is vermeld.
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op:
Ten aanzien van feit 1:
medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet Wapens en Munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd
en
medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet Wapens en Munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, onderdeel 2, meermalen gepleegd
en
medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet Wapens en Munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, onderdeel 7, meermalen gepleegd
en
medeplegen van handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet Wapens en Munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, onderdeel 7
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet Wapens en Munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd;
Ten aanzien van feit 2:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd
en
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;
Ten aanzien van feit 3:
een reisdocument/identiteitsbewijs voorhanden hebben waarvan hij weet dat het vals en/of vervalst is, meermalen gepleegd
en
medeplegen van een reisdocument/identiteitsbewijs voorhanden hebben waarvan hij weet dat het vals is, meermalen gepleegd.
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 8 (acht) jaar.
Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.
Dit vonnis is gewezen door
mr. H.E. Hoogendijk, voorzitter,
mrs. G. Oldekamp en I. Timmermans, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. R. Stockmann, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 8 augustus 2024.
Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.
Een proces-verbaal met documentcode LEE-8573 van 1 augustus 2022, p. PD 45-51.
Een proces-verbaal met documentcode LERAD22002-960 van 21 september 2023, p. PD 69-74.
Een proces-verbaal met documentcode LERAD22002-616 van 21 september 2023, p. PD 75-80.
Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 25 juli 2024.
Een proces-verbaal met documentcode LERAD22002-616 van 21 september 2023, p. PD 80.
Een proces-verbaal met documentcode LEE-8573 van 1 augustus 2022, p. PD 46.
Een proces-verbaal van relaas m.b.t. zaaksdossier 1 van 3 januari 2024, p. 56.
Een proces-verbaal van relaas m.b.t. zaaksdossier 1 van 3 januari 2024, p. 19.
Een proces-verbaal van relaas m.b.t. zaaksdossier 1 van 3 januari 2024, p. 54 en p. 61-62.
Een proces-verbaal van relaas m.b.t. zaaksdossier 1 van 3 januari 2024, p. 62-63.
Een proces-verbaal van relaas m.b.t. zaaksdossier 1 van 3 januari 2024, p. 54-55.
Een geschrift, zijnde een proces-verbaal van doorzoeking van de autoriteiten in de Dominicaanse Republiek, p. AD 27-29.
Een proces-verbaal van 12 december 2023 met documentnummer LERAD22002-1006 p. AD 53.
Een proces-verbaal van onderzoek wapens met nummer 2022028199-20 van 28 december 2023, p. ZD1 23-24.
Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 25 juli 2024.
Een proces-verbaal van relaas m.b.t. zaaksdossier 1 van 3 januari 2024, p. 56.
Een proces-verbaal van relaas m.b.t. zaaksdossier 1 van 3 januari 2024, p. 20-21.
Een proces-verbaal van relaas m.b.t. zaaksdossier 1 van 3 januari 2024, p. 26.
Een proces-verbaal van relaas m.b.t. zaaksdossier 1 van 3 januari 2024, p. 60-61.
Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 25 juli 2024.
Een proces-verbaal van relaas m.b.t. zaaksdossier 1 van 3 januari 2024, p. 49-50.
Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 25 juli 2024.
Een proces-verbaal van relaas m.b.t. zaaksdossier 1 van 3 januari 2024, p. 18-19.
Een proces-verbaal van relaas m.b.t. zaaksdossier 1 van 3 januari 2024, p. 11.
Een proces-verbaal van relaas m.b.t. zaaksdossier 1 van 3 januari 2024, p. 11-12.
Een proces-verbaal van relaas m.b.t. zaaksdossier 1 van 3 januari 2024, p. 20.
Een proces-verbaal van relaas m.b.t. zaaksdossier 1 van 3 januari 2024, p. 25.
Een proces-verbaal van relaas m.b.t. zaaksdossier 1 van 3 januari 2024, p. 63.
Een proces-verbaal van relaas m.b.t. zaaksdossier 1 van 3 januari 2024, p. 19.
Een proces-verbaal van relaas m.b.t. zaaksdossier 1 van 3 januari 2024, p. 25.
Een proces-verbaal van relaas m.b.t. zaaksdossier 1 van 3 januari 2024, p. 32-37.
Een proces-verbaal van relaas m.b.t. zaaksdossier 1 van 3 januari 2024, p. 34-35.
Een proces-verbaal van relaas m.b.t. zaaksdossier 1 van 3 januari 2024, p. 63.
Een proces-verbaal van relaas m.b.t. zaaksdossier 1 van 3 januari 2024, p. 37-39.
Een proces-verbaal van relaas m.b.t. zaaksdossier 1 van 3 januari 2024, p. 39-40.
Een proces-verbaal van relaas m.b.t. zaaksdossier 1 van 3 januari 2024, p. 19.
Een proces-verbaal van relaas m.b.t. zaaksdossier 1 van 3 januari 2024, p. 41.
Een proces-verbaal van relaas m.b.t. zaaksdossier 1 van 3 januari 2024, p. 41-42.
Een proces-verbaal van relaas m.b.t. zaaksdossier 1 van 3 januari 2024, p. 43-44.
Een proces-verbaal van 24 februari 2023 met documentnummer LERAD22002-678, p. ZD2 2.
Een proces-verbaal van 24 februari 2023 met documentnummer LERAD22002-678, p. ZD2 7-8.
Een proces-verbaal van relaas m.b.t. zaaksdossier 2, p. 10.
Een proces-verbaal van 24 februari 2023 met documentnummer LERAD22002-678, p. ZD2 8-9.
Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 25 juli 2024.
Een proces-verbaal van 24 februari 2023 met documentnummer LERAD22002-678, p. ZD2 9-10.
Een proces-verbaal van 24 februari 2023 met documentnummer LERAD22002-678, p.
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2024:8927 text/xml public 2026-03-24T11:54:01 2025-09-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2024-08-08 71/239452-22 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Amsterdam Strafrecht Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2024:3742, Overig Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:8927 text/html public 2025-09-09T14:42:20 2025-09-09 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2024:8927 Rechtbank Amsterdam , 08-08-2024 / 71/239452-22 Gevangenisstraf van 8 jaar voor o.a. wapenbezit vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Parketnummer: 71.239452.22 [verdachte] Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht Parketnummer: 71/239452-22 Datum uitspraak: 8 augustus 2024 Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen: [verdachte] , geboren te [geboortegegevens] 1983, thans gedetineerd in de [verblijfadres] . 1 Het onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 25 juli 2024. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie mr. J.F. de Boer en R. Hagemeijer en van wat verdachte en zijn raadsman mr. M. Jansen naar voren hebben gebracht. 2 Inleiding Verdachte is in 2014 onherroepelijk veroordeeld tot een gevangenisstraf van 13 jaar voor onder andere zijn betrokkenheid bij een poging tot moord in 2009 (onderzoek 'Hattem'). In 2018 werd verdachte in die zaak voorwaardelijk in vrijheid gesteld en onder elektronisch toezicht gesteld. Verdachte stond daarna terecht in een andere strafzaak voor het medeplegen van moord (onderzoek 'Duin'), waar tegen hem in eerste aanleg door het Openbaar Ministerie een levenslange gevangenisstraf werd geëist. Verdachte heeft de uitspraak niet afgewacht, maar heeft op 21 januari 2020 zijn enkelband doorgeknipt en is naar de Dominicaanse Republiek gereisd. Op 6 februari 2020 werd verdachte vrijgesproken in deze zaak. Het Openbaar Ministerie heeft hoger beroep tegen de uitspraak ingesteld, welke procedure op dit moment nog loopt. Op 4 januari 2022 werd er een aanslag op het leven van verdachte gepleegd. Op de Dominicaanse Republiek werd hij onder vuur genomen, waarna hij met levensbedreigende verwondingen in het ziekenhuis belandde. Daar is verdachte op 6 januari 2022 door de lokale autoriteiten aangehouden. Op 27 januari 2022 is verdachte overgedragen aan de Nederlandse autoriteiten en in detentie geplaatst om zijn celstraf voor de zaak uit 2009 uit te zitten. Verdachte zou opnieuw voorwaardelijk in vrijheid gesteld worden op 1 februari 2024. Op 30 januari 2024 werd hij aangehouden in onderhavige zaak. Aanleiding onderzoek en verdenking Naar aanleiding van verstrekte Encrochat-data (uit onderzoek 26Lemont) en SkyECC-data (uit onderzoek 26Argus) werd op 1 september 2022 onderzoek ‘26Potton’ gestart. De data betroffen een grote hoeveelheid chatberichten die waren verstuurd met zogeheten Pretty Good Privacy telefoons (hierna: PGP-telefoons). Met deze PGP-telefoons kunnen met daaraan gekoppelde e-mailadressen versleutelde chatberichten worden verstuurd. De gebruikers van de telefoons en e-mailadressen kunnen op die manier anoniem met elkaar communiceren. Door het Openbaar Ministerie worden verschillende EncroChat en Sky-ECC e-mailadressen (hierna: PGP-accounts) gekoppeld aan verdachte. De verstuurde en/of ontvangen berichten in dit dossier zijn volgens het Openbaar Ministerie te duiden in relatie tot strafbare feiten gepleegd door verdachte in de periode nadat hij zijn enkelband had doorgeknipt en was afgereisd naar de Dominicaanse Republiek, tot aan het moment dat hij daar werd aangehouden. Er zijn chatberichten onderschept over de handel in vuurwapens en munitie en over de handel in verdovende middelen, gevoerd door accounts waarvan verdachte als gebruiker werd geïdentificeerd. Naar aanleiding van de doorzoeking van de woning van verdachte op de Dominicaanse Republiek en uit verschillende chatberichten ontstond ook de verdenking dat verdachte de beschikking zou hebben over (ver)vals(t)e reis- en identiteitsbewijzen. 3 Tenlastelegging Verdachte wordt er van beschuldigd dat hij zich, kort en zakelijk weergegeven, heeft schuldig gemaakt aan: 1. het samen met anderen voorhanden hebben en/of overdragen van meerdere (vuur)wapens in de periode van 29 januari 2020 tot en met 6 januari 2022 in Nederland en/of de Dominicaanse Republiek; 2. het samen met anderen bereiden/bewerken/verwerken/verkopen/afleveren/ verstrekken/vervoeren/aanwezig hebben van in totaal 183 kilogram cocaïne en in totaal 9,75 kilo metamfetamine in de periode van 16 april 2020 tot en met 11 februari 2021 in Nederland en/of de Dominicaanse Republiek en/of België; 3. het samen met anderen voorhanden hebben van meerdere valse/vervalste reisdocumenten en/of identiteitsbewijzen in de periode van 22 januari 2020 tot en met 5 januari 2022 in Nederland en/of België en/of Spanje en/of de Dominicaanse Republiek. De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd. 4 Voorvragen De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 5 Standpunten van partijen 5.1. Het standpunt van het Openbaar Ministerie Het Openbaar Ministerie heeft ten aanzien van de beschuldigingen tot een bewezenverklaring gerekwireerd. 5.2. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft ten aanzien van de beschuldiging onder feit 1, met uitzondering van de in de woning van verdachte aangetroffen Glock, vrijspraak bepleit. De raadsman heeft ten aanzien van de beschuldiging onder feit 2 vrijspraak bepleit. Ten aanzien van feit 3 heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De door de raadsman gevoerde verweren komen, voor zover van belang voor de bewijswaardering, aan de orde in de overwegingen van de rechtbank. 6 Identificatie PGP-accounts en bruikbaarheid berichten 6.1. Identificatie PGP-accounts verdachte De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of bewezen kan worden dat verdachte de gebruiker is geweest van de door het Openbaar Ministerie aan hem toegeschreven PGP-accounts ‘ [account 3] ’ (EncroChat-account), ‘ [account 1] ’(SkyECC-account) en ‘ [account 2] ’ (SkyECC-account). Met betrekking tot voornoemde PGP-accounts stelt de rechtbank, op grond van de wettige bewijsmiddelen, zoals opgenomen in de voetnoten, het volgende vast. Het dossier bevat een aantal processen-verbaal van identificatie met betrekking tot PGP-accounts die door het Openbaar Ministerie aan verdachte worden toegeschreven. Verdachte heeft daarnaast ter terechtzitting bekend dat hij de gebruiker is geweest van voornoemde PGP-accounts en dat hij met deze accounts de berichten die zich in het dossier bevinden heeft verstuurd. Gelet op de hiervoor beschreven onderzoeksbevindingen is de rechtbank van oordeel dat verdachte de gebruiker is geweest van de accounts ‘ [account 3] ’ (EncroChat-account), ‘ [account 1] ’(SkyECC-account) en ‘ [account 2] ’ (SkyECC-account). Niet is gebleken dat de accounts door een ander dan door verdachte zijn gebruikt. De PGP-accounts van verdachte volgen elkaar op in de periode van actief gebruik. Het account [account 1] is actief in gebruik geweest van 25 november 2019 tot en met 22 januari 2020. Het account [account 2] is actief in gebruik geweest van 23 januari 2020 tot en met 9 maart 2021. Het account [account 3] is actief geweest in de periode van 26 maart 2020 tot en met 12 juni 2020. 6.2. De bruikbaarheid en interpretatie van de PGP-berichten 6.2.1 Andere geschriften De PGP-berichten dienen naar het oordeel van de rechtbank te worden aangemerkt als andere geschriften in de zin van artikel 344 lid 1 onder 5 van het Wetboek van Strafvordering. Dit betekent dat deze berichten alleen voor het bewijs kunnen worden gebruikt in verband met andere bewijsmiddelen, waarbij overigens wel geldt dat ook twee of meer van dergelijke geschriften tezamen voldoende wettig bewijs kunnen opleveren.
Inleiding
Het account [account 3] is actief geweest in de periode van 26 maart 2020 tot en met 12 juni 2020.
6.2.
De bruikbaarheid en interpretatie van de PGP-berichten
6.2.1
Andere geschriften
De PGP-berichten dienen naar het oordeel van de rechtbank te worden aangemerkt als andere geschriften in de zin van artikel 344 lid 1 onder 5 van het Wetboek van Strafvordering. Dit betekent dat deze berichten alleen voor het bewijs kunnen worden gebruikt in verband met andere bewijsmiddelen, waarbij overigens wel geldt dat ook twee of meer van dergelijke geschriften tezamen voldoende wettig bewijs kunnen opleveren.
6.2.2
Interpretatie van berichten
De rechtbank is zich ervan bewust dat het bij de duiding van de PGP-berichten aankomt op de context en dat berichten niet zelden op verschillende manieren kunnen worden geïnterpreteerd. Bij de interpretatie dient behoedzaamheid te worden betracht.
De raadsman heeft inzage gekregen in de dataset en daarnaast is verdachte tijdens zijn politieverhoren én tijdens de behandeling van zijn zaak ter terechtzitting geconfronteerd met de voor hem (meest) relevante PGP-berichten en de mogelijke interpretatie daarvan. De verdediging heeft de gelegenheid gehad om – zo nodig – uitleg te geven over die berichten en de interpretatie daarvan en/of aan te geven dat een bepaalde interpretatie niet juist is. Met dit in het achterhoofd heeft de rechtbank de PGP-berichten slechts voor het bewijs gebruikt, indien de rechtbank overtuigd is van haar lezing van die berichten en wanneer die lezing voldoende steun vindt in ander bewijsmateriaal.
De rechtbank stelt voorop dat het in deze zaak, voor wat betreft de bewijsvoering, in belangrijke mate aankomt op de betekenis die kan worden toegekend aan de inhoud van de PGP-berichten. De gebruikers van de PGP-accounts waanden zich kennelijk onbespied, wat blijkt uit de inhoud van de PGP-berichten in het dossier. Er is namelijk geen sprake van versluierde taal in de gesprekken. De rechtbank komt daarom in veel gevallen tot de conclusie dat de berichten zoals die in het dossier naar voren komen niet vatbaar zijn voor een volstrekt andere interpretatie dan de interpretatie die op basis van de tekst voor de hand ligt.
7Waardering van het bewijs
De rechtbank zal de verschillende zaakdossiers afzonderlijk bespreken, waarbij de relevante PGP-berichten en overige bevindingen benoemd worden, hoe deze naar het oordeel van de rechtbank moeten worden geduid in het licht van dat zaakdossier en welke feitelijke handelingen op basis van die berichten bewezen kunnen worden.
7.1.
Feit 1 ( (Vuur)wapens)
7.1.1.
Bevindingen
De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen, zoals opgenomen in de voetnoten, van de volgende feiten en omstandigheden uit.
Ten behoeve van de leesbaarheid heeft de rechtbank ervoor gekozen om hierna ieder afzonderlijk type wapen dat in de tenlastelegging is genoemd te bespreken. Daarbij zijn in sommige gevallen meerdere gedachtestreepjes uit de tenlastelegging samengenomen, omdat de rechtbank in die gevallen niet kan uitsluiten dat het om dezelfde wapens gaat.
De rechtbank stelt vast dat in de PGP-berichten regelmatig benamingen of afkortingen worden gebruikt. De rechtbank verenigt zich met de duiding die de politie daar aan heeft gegeven, nu deze past bij de context van de gevoerde gesprekken en de samenhang tussen berichten en afbeeldingen die bij sommige berichten zijn verstuurd.
Vier semiautomatische pistolen van het merk Walther type P99 (29 januari 2020)
Semiautomatisch pistool van het merk Walther, type P99 (7 april 2020)
Een gesprek van 29 januari 2020 tussen verdachte ( [account 2] ) en [account 4]
Verdachte: Nog hand wapens nodig?
[account 4] : Wat heb je?
Verdachte: Czp10
Verdachte: Walther p99
Verdachte: 16x
Verdachte: En 4x
Een gesprek van 7 april 2020 tussen verdachte ( [account 3] ) en [account 5]
Verdachte: Hk en p99 heb tie van my gehad
Verdachte: Had ik voor hem geregeld
Verdachte: Nog zelf voor 1500 aan ammo en clips en tp betaald voor hem
Een gesprek van 12 april 2020 tussen verdachte ( [account 3] ) en [account 5]
Verdachte: Ik has [naam 2] een HK pistool.kado gedaan..heeft ie aan een jongen waar ik zaken mee doe verkocht voor 2500€ pas nog
Verdachte: Ik had hem ook een p99 gegeveb
Uit deze gesprekken leidt de rechtbank af dat verdachte op 29 januari 2020 zegt over vier semiautomatische pistolen van het merk Walther type P99 te beschikken en dat hij deze aanbiedt. Verdachte spreekt letterlijk over handwapens en noemt het merk- en typenummer.
Uit de gesprekken van 7 en 12 april 2020 kan de rechtbank, als al zou worden aangenomen dat verdachte ook daar over hetzelfde type wapen spreekt, niet afleiden of verdachte spreekt over een moment dat binnen de ten laste gelegde periode valt. Hij heeft het immers over een wapen dat een ander van hem zou hebben gekregen, maar niet duidelijk wordt wanneer dat dan het geval zou zijn geweest.
Pistool van het merk Glock (7 april 2020)
Pistool van het merk Glock, type 26 (14 juni, 16 juni, 27 oktober 2020)
Pistool van het merk Glock, model 26 gen4, kaliber 9x19mm (5 januari 2022)
Een gesprek van 7 april 2020 tussen verdachte ( [account 3] ) en [account 6]
Verdachte: Ligt nog 1G in stash sma. AK en appels en veel ammo en taser enzo
Verdachte: clips
[…]
[account 6] : Lagen nog clios van ak
[account 6] : Volgens mij ook nog lange clips van Gtje
Verdachte: Losse ammo? Doosje 9mm?
[account 6] : Losse ammo etc moet ik ff nachecken bro
Een gesprek van 14 juni 2020 tussen verdachte ( [account 2] ) en [account 7]
Verdachte stuurt twee foto’s van een vuurwapen van het merk Glock.
Verdachte: Cadeau gehad gewoon
Een gesprek van 16 juni 2020 tussen verdachte ( [account 2] ) en [account 8]
Verdachte stuurt een foto van een vuurwapen.
[account 8] : Mooie 43
Verdachte: 26
Verdachte: Met pink grip
[account 8] : Ja zie het is mooi ding
Verdachte: Lange clips alles erby.
Volledig
6.2.2 Interpretatie van berichten De rechtbank is zich ervan bewust dat het bij de duiding van de PGP-berichten aankomt op de context en dat berichten niet zelden op verschillende manieren kunnen worden geïnterpreteerd. Bij de interpretatie dient behoedzaamheid te worden betracht. De raadsman heeft inzage gekregen in de dataset en daarnaast is verdachte tijdens zijn politieverhoren én tijdens de behandeling van zijn zaak ter terechtzitting geconfronteerd met de voor hem (meest) relevante PGP-berichten en de mogelijke interpretatie daarvan. De verdediging heeft de gelegenheid gehad om – zo nodig – uitleg te geven over die berichten en de interpretatie daarvan en/of aan te geven dat een bepaalde interpretatie niet juist is. Met dit in het achterhoofd heeft de rechtbank de PGP-berichten slechts voor het bewijs gebruikt, indien de rechtbank overtuigd is van haar lezing van die berichten en wanneer die lezing voldoende steun vindt in ander bewijsmateriaal. De rechtbank stelt voorop dat het in deze zaak, voor wat betreft de bewijsvoering, in belangrijke mate aankomt op de betekenis die kan worden toegekend aan de inhoud van de PGP-berichten. De gebruikers van de PGP-accounts waanden zich kennelijk onbespied, wat blijkt uit de inhoud van de PGP-berichten in het dossier. Er is namelijk geen sprake van versluierde taal in de gesprekken. De rechtbank komt daarom in veel gevallen tot de conclusie dat de berichten zoals die in het dossier naar voren komen niet vatbaar zijn voor een volstrekt andere interpretatie dan de interpretatie die op basis van de tekst voor de hand ligt. 7 Waardering van het bewijs De rechtbank zal de verschillende zaakdossiers afzonderlijk bespreken, waarbij de relevante PGP-berichten en overige bevindingen benoemd worden, hoe deze naar het oordeel van de rechtbank moeten worden geduid in het licht van dat zaakdossier en welke feitelijke handelingen op basis van die berichten bewezen kunnen worden. 7.1. Feit 1 ( (Vuur)wapens) 7.1.1. Bevindingen De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen, zoals opgenomen in de voetnoten, van de volgende feiten en omstandigheden uit. Ten behoeve van de leesbaarheid heeft de rechtbank ervoor gekozen om hierna ieder afzonderlijk type wapen dat in de tenlastelegging is genoemd te bespreken. Daarbij zijn in sommige gevallen meerdere gedachtestreepjes uit de tenlastelegging samengenomen, omdat de rechtbank in die gevallen niet kan uitsluiten dat het om dezelfde wapens gaat. De rechtbank stelt vast dat in de PGP-berichten regelmatig benamingen of afkortingen worden gebruikt. De rechtbank verenigt zich met de duiding die de politie daar aan heeft gegeven, nu deze past bij de context van de gevoerde gesprekken en de samenhang tussen berichten en afbeeldingen die bij sommige berichten zijn verstuurd. Vier semiautomatische pistolen van het merk Walther type P99 (29 januari 2020) Semiautomatisch pistool van het merk Walther, type P99 (7 april 2020) Een gesprek van 29 januari 2020 tussen verdachte ( [account 2] ) en [account 4] Verdachte: Nog hand wapens nodig? [account 4] : Wat heb je? Verdachte: Czp10 Verdachte: Walther p99 Verdachte: 16x Verdachte: En 4x Een gesprek van 7 april 2020 tussen verdachte ( [account 3] ) en [account 5] Verdachte: Hk en p99 heb tie van my gehad Verdachte: Had ik voor hem geregeld Verdachte: Nog zelf voor 1500 aan ammo en clips en tp betaald voor hem Een gesprek van 12 april 2020 tussen verdachte ( [account 3] ) en [account 5] Verdachte: Ik has [naam 2] een HK pistool.kado gedaan..heeft ie aan een jongen waar ik zaken mee doe verkocht voor 2500€ pas nog Verdachte: Ik had hem ook een p99 gegeveb Uit deze gesprekken leidt de rechtbank af dat verdachte op 29 januari 2020 zegt over vier semiautomatische pistolen van het merk Walther type P99 te beschikken en dat hij deze aanbiedt. Verdachte spreekt letterlijk over handwapens en noemt het merk- en typenummer. Uit de gesprekken van 7 en 12 april 2020 kan de rechtbank, als al zou worden aangenomen dat verdachte ook daar over hetzelfde type wapen spreekt, niet afleiden of verdachte spreekt over een moment dat binnen de ten laste gelegde periode valt. Hij heeft het immers over een wapen dat een ander van hem zou hebben gekregen, maar niet duidelijk wordt wanneer dat dan het geval zou zijn geweest. Pistool van het merk Glock (7 april 2020) Pistool van het merk Glock, type 26 (14 juni, 16 juni, 27 oktober 2020) Pistool van het merk Glock, model 26 gen4, kaliber 9x19mm (5 januari 2022) Een gesprek van 7 april 2020 tussen verdachte ( [account 3] ) en [account 6] Verdachte: Ligt nog 1G in stash sma. AK en appels en veel ammo en taser enzo Verdachte: clips […] [account 6] : Lagen nog clios van ak [account 6] : Volgens mij ook nog lange clips van Gtje Verdachte: Losse ammo? Doosje 9mm? [account 6] : Losse ammo etc moet ik ff nachecken bro Een gesprek van 14 juni 2020 tussen verdachte ( [account 2] ) en [account 7] Verdachte stuurt twee foto’s van een vuurwapen van het merk Glock. Verdachte: Cadeau gehad gewoon Een gesprek van 16 juni 2020 tussen verdachte ( [account 2] ) en [account 8] Verdachte stuurt een foto van een vuurwapen. [account 8] : Mooie 43 Verdachte: 26 Verdachte : Met pink grip [account 8] : Ja zie het is mooi ding Verdachte: Lange clips alles erby. Kado gehad. Een gesprek van 27 oktober 2020 tussen verdachte ( [account 2] ) en [account 9] Verdachte stuurt twee foto’s waarop een vuurwapen van het merk Glock, type 26 is te zien. Verdachte: 26 blijft beste Verdachte: Als moet Clip van 17 erin Verdachte : Of 30 Verdachte: Heb van die lange gehad Uit de gesprekken leidt de rechtbank af dat verdachte zowel in april, juni en oktober 2020 zegt te beschikken over een pistool van het merk Glock. Verdachte stuurt naar de verschillende gesprekspartners een foto van een Glock en noemt in sommige gevallen een typenummer (26). Hij zou naast een Glock (‘1G’), onder andere ook een AK-47 (‘ak’), handgranaten (‘appels’) en munitie (‘ammo’) hebben liggen in een opslagplaats (‘stash’) bij zijn vriendin (‘sma’). Verdachte spreekt ook over patroonmagazijnen (‘clips’). Op 5 januari 2022 is de woning van verdachte op de Dominicaanse Republiek doorzocht. Daarbij is een pistool van het merk Glock, model 26 gen4, kaliber 9x19mm aangetroffen. Ook is een identiteitskaart op naam van [naam 1] met daarop een wapenvergunning aangetroffen. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat het aangetroffen wapen van hem was en dat de Glock waarover in de PGP-berichten door hem wordt gesproken hetzelfde wapen betrof. Hij dacht voor dit wapen met een valse identiteitskaart een wapenvergunning gekocht te hebben, maar die vergunning bleek niet echt te zijn. De rechtbank kan op grond van de PGP-berichten niet uitsluiten dat het steeds om hetzelfde wapen gaat. Zestien pistolen van het merk Ceská Zbrojovka, type P10 (29 januari 2020) Pistool van het merk Ceská Zbrojovka, type P10 (7 april 2020) Een gesprek van 29 januari 2020 tussen verdachte ( [account 2] ) en [account 4] Verdachte: Nog hand wapens nodig? [account 4] : Wat heb je? Verdachte: Czp10 Verdachte: Walther p99 Verdachte: 16x Verdachte: En 4x Een gesprek van 7 april 2020 tussen verdachte ( [account 3] ) en [account 10] : Die cz en hs waren al dorp […] [account 10] : Je had eem czp10 [account 10] : Was niet goed [account 10] : Had je glock voor terug gekregen Uit deze gesprekken leidt de rechtbank af dat verdachte op 29 januari 2020 zegt te beschikken over zestien pistolen van het merk Ceská Zbrojovka, type P10, en dat hij deze aanbiedt. Verdachte spreekt letterlijk over handwapens en noemt het merk- en typenummer. Uit het gesprek van 7 april 2020 kan de rechtbank, als al zou worden aangenomen dat ook daar over hetzelfde type wapen wordt gesproken, niet afleiden of wordt gesproken over een moment dat binnen de ten laste gelegde periode valt. In dit gesprek wordt immers in de verleden tijd gesproken en kan niet worden vastgesteld over welke periode het dan zou moeten gaan.
Inleiding
Kado gehad.
Een gesprek van 27 oktober 2020 tussen verdachte ( [account 2] ) en [account 9]
Verdachte stuurt twee foto’s waarop een vuurwapen van het merk Glock, type 26 is te zien.
Verdachte: 26 blijft beste
Verdachte: Als moet Clip van 17 erin
Verdachte: Of 30
Verdachte: Heb van die lange gehad
Uit de gesprekken leidt de rechtbank af dat verdachte zowel in april, juni en oktober 2020 zegt te beschikken over een pistool van het merk Glock. Verdachte stuurt naar de verschillende gesprekspartners een foto van een Glock en noemt in sommige gevallen een typenummer (26). Hij zou naast een Glock (‘1G’), onder andere ook een AK-47 (‘ak’), handgranaten (‘appels’) en munitie (‘ammo’) hebben liggen in een opslagplaats (‘stash’) bij zijn vriendin (‘sma’). Verdachte spreekt ook over patroonmagazijnen (‘clips’).
Op 5 januari 2022 is de woning van verdachte op de Dominicaanse Republiek doorzocht. Daarbij is een pistool van het merk Glock, model 26 gen4, kaliber 9x19mm aangetroffen. Ook is een identiteitskaart op naam van [naam 1] met daarop een wapenvergunning aangetroffen. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat het aangetroffen wapen van hem was en dat de Glock waarover in de PGP-berichten door hem wordt gesproken hetzelfde wapen betrof. Hij dacht voor dit wapen met een valse identiteitskaart een wapenvergunning gekocht te hebben, maar die vergunning bleek niet echt te zijn.
De rechtbank kan op grond van de PGP-berichten niet uitsluiten dat het steeds om hetzelfde wapen gaat.
Zestien pistolen van het merk Ceská Zbrojovka, type P10 (29 januari 2020)
Pistool van het merk Ceská Zbrojovka, type P10 (7 april 2020)
Een gesprek van 29 januari 2020 tussen verdachte ( [account 2] ) en [account 4]
Verdachte: Nog hand wapens nodig?
[account 4] : Wat heb je?
Verdachte: Czp10
Verdachte: Walther p99
Verdachte: 16x
Verdachte: En 4x
Een gesprek van 7 april 2020 tussen verdachte ( [account 3] ) en [account 10]
: Die cz en hs waren al dorp
[…]
[account 10] : Je had eem czp10
[account 10] : Was niet goed
[account 10] : Had je glock voor terug gekregen
Uit deze gesprekken leidt de rechtbank af dat verdachte op 29 januari 2020 zegt te beschikken over zestien pistolen van het merk Ceská Zbrojovka, type P10, en dat hij deze aanbiedt. Verdachte spreekt letterlijk over handwapens en noemt het merk- en typenummer. Uit het gesprek van 7 april 2020 kan de rechtbank, als al zou worden aangenomen dat ook daar over hetzelfde type wapen wordt gesproken, niet afleiden of wordt gesproken over een moment dat binnen de ten laste gelegde periode valt. In dit gesprek wordt immers in de verleden tijd gesproken en kan niet worden vastgesteld over welke periode het dan zou moeten gaan.
- Twee pistolen van het merk Glock, type 17 (7 april 2020)
Een gesprek van 7 april 2020 tussen verdachte ( [account 3] ) en [account 10]
: Je had vanzelf 2 glocks 17
[…]
[account 10] : met van alles en npg wat ligt in de stash
[account 10] : Ammoo
Uit dit gesprek leidt de rechtbank af dat wordt gesproken over het feit dat verdachte zou hebben beschikt over twee pistolen van het merk Glock, type 17. Er wordt letterlijk over een merk- en typenummer van een vuurwapen gesproken. Ze zouden in de opslagplaats (‘stash’) liggen met van alles en nog wat, waaronder munitie (‘ammo’).
Uit het gesprek kan de rechtbank echter niet afleiden of wordt gesproken over een moment dat binnen de ten laste gelegde periode valt.
- Revolver van het merk Smith&Wesson, kaliber 0.38 special (7 april, 16 april en 6 juni 2020)
Een gesprek van 7 april 2020 tussen verdachte ( [account 3] ) en [account 5]
Verdachte: Heb wel eea hier
Verdachte stuurt een foto van een vuurwapen.
Verdachte: inventaris
[…]
Verdachte: 38 special
Verdachte: V zelf verdedinging is top
Verdachte: Ja heb nog meer
Een gesprek van 16 april 2020 tussen verdachte ( [account 3] ) en [account 11] ’
Verdachte stuurt een foto van een vuurwapen.
Verdachte: Loop altijd met deze nu. Je weet nooit
[account 11] : Mooie
Verdachte: 38 special
[…]
Verdachte: eng. Ik had hele tas uzis. Micro. Normale 2 mini met demper zoveel clips. Ga ze testen. Geen 1 doet er goed. Uzi israel. Troep dingen
Een gesprek van 6 juni 2020 tussen verdachte ( [account 2] ) en [account 12]
Verdachte: Ik heb me 38 nog steeds niet getest hé
Verdachte stuurt een foto van een vuurwapen.
Verdachte: Ik wil deze ff testen
Verdachte: Heb doos kogels gekocht ook
[…]
Verdachte: Ik kan ws naar een prof schietbaan hier voor weinig. Als je zin heb om mee te gaan?
Uit de gesprekken leidt de rechtbank af dat verdachte zowel in april als juni 2020 zegt te beschikken over een revolver van het merk Smith&Wesson. Verdachte stuurt naar de verschillende gesprekspartners een foto van een revolver en noemt een kaliber (38 special). Hij zou het wapen willen testen en zou ook een doos kogels hebben gekocht. Verdachte zou eerder ook over andere vuurwapens met munitie hebben beschikt (‘uzi’s’, ‘clips’).
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat het vuurwapen waar in deze PGP-berichten over wordt gesproken van een vriend van hem op de Dominicaanse Republiek was. Die vriend had een vergunning voor het wapen en verdachte heeft met het wapen op de schietbaan geschoten.
De rechtbank kan op grond van de PGP-berichten niet uitsluiten dat het steeds om hetzelfde wapen gaat.
- Pistool van het merk Glock, type 43 (1 juli 2020)
Een gesprek van 30 juni 2020 en 1 juli 2020 tussen verdachte ( [account 2] ) en [account 7]
Verdachte: Kijk je glock 43
Verdachte stuurt een foto van een vuurwapen.
[account 7] : KK dik
Verdachte: Ga nu train en die 43 halen
Verdachte stuurt een foto van een vuurwapen
[…]
Verdachte: Ik ga nu die 43 halen met lange clip erby
Verdachte stuurt een foto van een vuurwapen.
Verdachte: 6x en extra clip
Verdachte: 43 met pink clip
Uit dit gesprek leidt de rechtbank af dat wordt gesproken over het feit dat verdachte op enig moment zou gaan beschikken over een pistool van het merk Glock, type 43. Verdachte spreekt letterlijk over een merk- en typenummer van een vuurwapen en stuurt een foto van een vuurwapen. Ook wordt gesproken over een patroonmagazijn (‘clip’) dat bij het wapen hoort.
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat de Glock van het type 43 waarover in het PGP-bericht wordt gesproken een damespistool betreft en bestemd was voor een vriendin.
Volledig
- Twee pistolen van het merk Glock, type 17 (7 april 2020) Een gesprek van 7 april 2020 tussen verdachte ( [account 3] ) en [account 10] : Je had vanzelf 2 glocks 17 […] [account 10] : met van alles en npg wat ligt in de stash [account 10] : Ammoo Uit dit gesprek leidt de rechtbank af dat wordt gesproken over het feit dat verdachte zou hebben beschikt over twee pistolen van het merk Glock, type 17. Er wordt letterlijk over een merk- en typenummer van een vuurwapen gesproken. Ze zouden in de opslagplaats (‘stash’) liggen met van alles en nog wat, waaronder munitie (‘ammo’). Uit het gesprek kan de rechtbank echter niet afleiden of wordt gesproken over een moment dat binnen de ten laste gelegde periode valt. - Revolver van het merk Smith&Wesson, kaliber 0.38 special (7 april, 16 april en 6 juni 2020) Een gesprek van 7 april 2020 tussen verdachte ( [account 3] ) en [account 5] Verdachte: Heb wel eea hier Verdachte stuurt een foto van een vuurwapen. Verdachte: inventaris […] Verdachte: 38 special Verdachte: V zelf verdedinging is top Verdachte: Ja heb nog meer Een gesprek van 16 april 2020 tussen verdachte ( [account 3] ) en [account 11] ’ Verdachte stuurt een foto van een vuurwapen. Verdachte: Loop altijd met deze nu. Je weet nooit [account 11] : Mooie Verdachte: 38 special […] Verdachte: eng. Ik had hele tas uzis. Micro. Normale 2 mini met demper zoveel clips. Ga ze testen. Geen 1 doet er goed. Uzi israel. Troep dingen Een gesprek van 6 juni 2020 tussen verdachte ( [account 2] ) en [account 12] Verdachte: Ik heb me 38 nog steeds niet getest hé Verdachte stuurt een foto van een vuurwapen. Verdachte: Ik wil deze ff testen Verdachte: Heb doos kogels gekocht ook […] Verdachte: Ik kan ws naar een prof schietbaan hier voor weinig. Als je zin heb om mee te gaan? Uit de gesprekken leidt de rechtbank af dat verdachte zowel in april als juni 2020 zegt te beschikken over een revolver van het merk Smith&Wesson. Verdachte stuurt naar de verschillende gesprekspartners een foto van een revolver en noemt een kaliber (38 special). Hij zou het wapen willen testen en zou ook een doos kogels hebben gekocht. Verdachte zou eerder ook over andere vuurwapens met munitie hebben beschikt (‘uzi’s’, ‘clips’). Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat het vuurwapen waar in deze PGP-berichten over wordt gesproken van een vriend van hem op de Dominicaanse Republiek was. Die vriend had een vergunning voor het wapen en verdachte heeft met het wapen op de schietbaan geschoten. De rechtbank kan op grond van de PGP-berichten niet uitsluiten dat het steeds om hetzelfde wapen gaat. - Pistool van het merk Glock, type 43 (1 juli 2020) Een gesprek van 30 juni 2020 en 1 juli 2020 tussen verdachte ( [account 2] ) en [account 7] Verdachte: Kijk je glock 43 Verdachte stuurt een foto van een vuurwapen. [account 7] : KK dik Verdachte: Ga nu train en die 43 halen Verdachte stuurt een foto van een vuurwapen […] Verdachte: Ik ga nu die 43 halen met lange clip erby Verdachte stuurt een foto van een vuurwapen. Verdachte: 6x en extra clip Verdachte: 43 met pink clip Uit dit gesprek leidt de rechtbank af dat wordt gesproken over het feit dat verdachte op enig moment zou gaan beschikken over een pistool van het merk Glock, type 43. Verdachte spreekt letterlijk over een merk- en typenummer van een vuurwapen en stuurt een foto van een vuurwapen. Ook wordt gesproken over een patroonmagazijn (‘clip’) dat bij het wapen hoort. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat de Glock van het type 43 waarover in het PGP-bericht wordt gesproken een damespistool betreft en bestemd was voor een vriendin. Hij had met het oog op dit vuurwapen mensen aan elkaar voorgesteld. - Vuurwapen van het merk Heckler&Koch (7 april 2020) Een gesprek van 7 april 2020 tussen verdachte ( [account 3] ) en ‘ [account 5] ’ Verdachte: Hk en p99 heb tie van my gehad […] Verdachte: Had ik voor hem geregeld Verdachte: Nog zelf voor 1500 aan ammo en clips en tp betaald voor hem Een gesprek van 12 april 2020 tussen verdachte ( [account 3] ) en [account 5] Verdachte: Ik has [naam 2] een HK pistool.kado gedaan..heeft ie aan een jongen waar ik zaken mee doe verkocht voor 2500€ pas nog Verdachte: Ik had hem ook een p99 gegeveb Uit deze gesprekken leidt de rechtbank af dat verdachte spreekt over het feit dat hij op enig moment een vuurwapen van het merk Heckler&Koch aan iemand cadeau heeft gedaan. Verdachte spreekt over een pistool in combinatie met de letters ‘HK’. Hij had ook munitie en patroonmagazijnen (‘ammo’ en ‘clips’) en het transport (‘tp’) betaald. Uit de gesprekken kan de rechtbank echter niet afleiden of verdachte spreekt over een moment dat binnen de tenlastegelegde periode valt. Aanvalsgeweer van het merk Colt, type M16 (op 2 april 2020) Aanvalsgeweer van het merk Colt, type M16 (op 7 april 2020) Aanvalsgeweer van het merk Colt, type M16 (op 12 april 2020) Twee aanvalsgeweren van het merk Colt, type M16 (op 15 juli 2020) Een gesprek van 2 april 2020 tussen verdachte ( [account 3] ) en [account 13] Verdachte: Iknheb je m16 nog als er zombie apocalyps is Een gesprek van 7 april 2020 tussen verdachte ( [account 3] ) en [account 5] Verdachte: Had een scorpio van hem ingeruild [account 5] : Ja ok betere ruil toch Verdachte: Deze m16 is beste wapen ooit […] [account 5] : Die rol dingen onder die m16 vette shit bro Verdachte: Ja vind ik riskant. Liver clip [account 5] : Ja maar maak indruk Verdachte: Hahahahahaha Verdachte: Lange clip ook Een gesprek van 7 april 2020 tussen verdachte ( [account 3] ) en [account 6] [account 6] : we hebben sws nog die m16 van tok tog als we nodig hebben Verdachte: Ohja waar is die Verdachte: Stash? [account 6] : Rdam [account 6] : ja Verdachte: ok Verdachte: Ja is van hem gewoon. Als we em nodig hebben kunenn we em kopem [account 6] : zit alleen geen trommel bij [account 6] : Ja precies Verdachte: Wil ik ook niet Verdachte: Lange clips wel Verdachte stuurt twee foto’s van een vuurwapen. [account 6] : Als we buis erop kunnen zetten helemaal dik Verdachte: ja kan Een gesprek van 7 april 2020 tussen verdachte ( [account 3] ) en [account 10] [account 10] : Die met je m16 waren naar dorp gegaan […] [account 10] : Met van alles en npg wat ligt in de stash [account 10] : Ammoo Een gesprek van 12 april 2020 tussen verdachte ( [account 3] ) en [account 10] Verdachte: Ik heb die m16 voor kip ook nog he Een gesprek van 15 juli 2020 tussen verdachte ( [account 2] ) en [account 4] Verdachte: Ja ik heb 2xm16 en ik weet niet eens hoeveel ak bijna 10 sws Uit de gesprekken leidt de rechtbank af dat verdachte zowel in april als juli 2020 zegt te beschikken over (een) aanvalsgewe(e)r(en) van het merk Colt, type M16. Verdachte spreekt met verschillende gesprekspartners letterlijk over een typenummer van een vuurwapen. Daarbij wordt in één geval gezegd dat het om een wapen gaat. Daarnaast wordt gesproken over patroonmagazijnen (‘clips’) en een demper (‘buis’) en wordt besproken dat het in een opslagplaats (‘stash’) ligt, waar ook munitie (‘ammo’) ligt. De rechtbank kan op grond van de PGP-berichten niet uitsluiten dat het steeds om dezelfde wapens gaat. Aanvalsgeweer van het merk AK-47 (op 7 april 2020) Twee aanvalsgeweren van het merk AK-47 (op 12 april 2020) Aanvalsgeweer van het merk AK-47 (op 10, 11, 14, 15 en 16 juli 2020 en op 22 en 23 augustus 2020) Meerdere (bijna tien) aanvalsgeweren van het merk AK-47 (op 15 juli 2020) Een gesprek van 7 april 2020 tussen verdachte ( [account 3] ) en [account 6] Verdachte: Ligt nog 1G in stash sma.
Inleiding
Hij had met het oog op dit vuurwapen mensen aan elkaar voorgesteld.
- Vuurwapen van het merk Heckler&Koch (7 april 2020)
Een gesprek van 7 april 2020 tussen verdachte ( [account 3] ) en ‘ [account 5] ’
Verdachte: Hk en p99 heb tie van my gehad
[…]
Verdachte: Had ik voor hem geregeld
Verdachte: Nog zelf voor 1500 aan ammo en clips en tp betaald voor hem
Een gesprek van 12 april 2020 tussen verdachte ( [account 3] ) en [account 5]
Verdachte: Ik has [naam 2] een HK pistool.kado gedaan..heeft ie aan een jongen waar ik zaken mee doe verkocht voor 2500€ pas nog
Verdachte: Ik had hem ook een p99 gegeveb
Uit deze gesprekken leidt de rechtbank af dat verdachte spreekt over het feit dat hij op enig moment een vuurwapen van het merk Heckler&Koch aan iemand cadeau heeft gedaan. Verdachte spreekt over een pistool in combinatie met de letters ‘HK’. Hij had ook munitie en patroonmagazijnen (‘ammo’ en ‘clips’) en het transport (‘tp’) betaald.
Uit de gesprekken kan de rechtbank echter niet afleiden of verdachte spreekt over een moment dat binnen de tenlastegelegde periode valt.
Aanvalsgeweer van het merk Colt, type M16 (op 2 april 2020)
Aanvalsgeweer van het merk Colt, type M16 (op 7 april 2020)
Aanvalsgeweer van het merk Colt, type M16 (op 12 april 2020)
Twee aanvalsgeweren van het merk Colt, type M16 (op 15 juli 2020)
Een gesprek van 2 april 2020 tussen verdachte ( [account 3] ) en [account 13]
Verdachte: Iknheb je m16 nog als er zombie apocalyps is
Een gesprek van 7 april 2020 tussen verdachte ( [account 3] ) en [account 5]
Verdachte: Had een scorpio van hem ingeruild
[account 5] : Ja ok betere ruil toch
Verdachte: Deze m16 is beste wapen ooit
[…]
[account 5] : Die rol dingen onder die m16 vette shit bro
Verdachte: Ja vind ik riskant. Liver clip
[account 5] : Ja maar maak indruk
Verdachte: Hahahahahaha
Verdachte: Lange clip ook
Een gesprek van 7 april 2020 tussen verdachte ( [account 3] ) en [account 6]
[account 6] : we hebben sws nog die m16 van tok tog als we nodig hebben
Verdachte: Ohja waar is die
Verdachte: Stash?
[account 6] : Rdam
[account 6] : ja
Verdachte: ok
Verdachte: Ja is van hem gewoon. Als we em nodig hebben kunenn we em kopem
[account 6] : zit alleen geen trommel bij
[account 6] : Ja precies
Verdachte: Wil ik ook niet
Verdachte: Lange clips wel
Verdachte stuurt twee foto’s van een vuurwapen.
[account 6] : Als we buis erop kunnen zetten helemaal dik
Verdachte: ja kan
Een gesprek van 7 april 2020 tussen verdachte ( [account 3] ) en [account 10]
[account 10] : Die met je m16 waren naar dorp gegaan
[…]
[account 10] : Met van alles en npg wat ligt in de stash
[account 10] : Ammoo
Een gesprek van 12 april 2020 tussen verdachte ( [account 3] ) en [account 10]
Verdachte: Ik heb die m16 voor kip ook nog he
Een gesprek van 15 juli 2020 tussen verdachte ( [account 2] ) en [account 4]
Verdachte: Ja ik heb 2xm16 en ik weet niet eens hoeveel ak bijna 10 sws
Uit de gesprekken leidt de rechtbank af dat verdachte zowel in april als juli 2020 zegt te beschikken over (een) aanvalsgewe(e)r(en) van het merk Colt, type M16. Verdachte spreekt met verschillende gesprekspartners letterlijk over een typenummer van een vuurwapen. Daarbij wordt in één geval gezegd dat het om een wapen gaat. Daarnaast wordt gesproken over patroonmagazijnen (‘clips’) en een demper (‘buis’) en wordt besproken dat het in een opslagplaats (‘stash’) ligt, waar ook munitie (‘ammo’) ligt.
De rechtbank kan op grond van de PGP-berichten niet uitsluiten dat het steeds om dezelfde wapens gaat.
Aanvalsgeweer van het merk AK-47 (op 7 april 2020)
Twee aanvalsgeweren van het merk AK-47 (op 12 april 2020)
Aanvalsgeweer van het merk AK-47 (op 10, 11, 14, 15 en 16 juli 2020 en op 22 en 23 augustus 2020)
Meerdere (bijna tien) aanvalsgeweren van het merk AK-47 (op 15 juli 2020)
Een gesprek van 7 april 2020 tussen verdachte ( [account 3] ) en [account 6]
Verdachte: Ligt nog 1G in stash sma. AK en appels en veel ammo en taser enzo
Verdachte: Clips
Verdachte: Had je geen extra of lange clips erby liggen?
Verdachte: Ammo?
[account 6] : Lagen nog clios van ak
[account 6] : Volgens mij ook nog lange clips van Gtje
Verdachte: Losse ammo? Doosje 9mm?
[account 6] : Losse ammo etc moet ik ff nachecken bro
Een gesprek van 12 april 2020 tussen verdachte ( [account 3] ) en [account 10]
Verdachte: Heb sws 1 AK by sma
Verdachte: en 1AK in dorp maar begraven
Verdachte: Andere ak is weg
Een gesprek van 10, 11, 14, 15 en 16 juli 2020 tussen verdachte ( [account 2] ) en [account 7]
Verdachte: Hey [bijnaam 2] laat ik die ak teruggeven
[…]
Verdachte: Is korte model. Beetje versleten, 1clip
[…]
Verdachte: Hij moet die ak laten bezorgen bij jou
Verdachte: Kijk es op die kk sky dan
Verdachte: Want die ak gaat over 10min richting jou
[…]
Verdachte: Je kan die ak voor 3k wegdoen?
[…]
Verdachte: Heb sws clips zat kan wel eentje bij voor 3k
[…]
[account 7] : Komt wel goed anders geef ik eerst me ammo man krijgt ie ff een grote beurt
[…]
[account 7] : Praat ik met [bijnaam 1]
[account 7] : Die vroeg me is er wat te koop
[account 7] : Ik heb em die ak aangeboden
[…]
Verdachte: Heb je die ak nou gehad?
[…]
[account 7] : Ik heb die chopper
[…]
Verdachte: Zal ik en Wegdoen of heb je een klant?
Verdachte: Heb 2250 voor betaald
[…]
[account 7] stuurt twee foto’s van een AK met patroonmagazijn.
Verdachte: Doe maar weg of laat iemand en een grote beurt geven
Verdachte: Ja die ak kweet weer das eenje gewoon voor osso vlammen
[…]
Verdachte: Kijk maar wat je ervoor kan krijgen
[…]
Verdachte: Ik was toen net paar weken buiten ik dacht nou…die neem ik Mee.
Volledig
AK en appels en veel ammo en taser enzo Verdachte: Clips Verdachte: Had je geen extra of lange clips erby liggen? Verdachte : Ammo? [account 6] : Lagen nog clios van ak [account 6] : Volgens mij ook nog lange clips van Gtje Verdachte: Losse ammo? Doosje 9mm? [account 6] : Losse ammo etc moet ik ff nachecken bro Een gesprek van 12 april 2020 tussen verdachte ( [account 3] ) en [account 10] Verdachte: Heb sws 1 AK by sma Verdachte: en 1AK in dorp maar begraven Verdachte: Andere ak is weg Een gesprek van 10, 11, 14, 15 en 16 juli 2020 tussen verdachte ( [account 2] ) en [account 7] Verdachte: Hey [bijnaam 2] laat ik die ak teruggeven […] Verdachte: Is korte model. Beetje versleten, 1clip […] Verdachte: Hij moet die ak laten bezorgen bij jou Verdachte: Kijk es op die kk sky dan Verdachte: Want die ak gaat over 10min richting jou […] Verdachte: Je kan die ak voor 3k wegdoen? […] Verdachte: Heb sws clips zat kan wel eentje bij voor 3k […] [account 7] : Komt wel goed anders geef ik eerst me ammo man krijgt ie ff een grote beurt […] [account 7] : Praat ik met [bijnaam 1] [account 7] : Die vroeg me is er wat te koop [account 7] : Ik heb em die ak aangeboden […] Verdachte: Heb je die ak nou gehad? […] [account 7] : Ik heb die chopper […] Verdachte: Zal ik en Wegdoen of heb je een klant? Verdachte: Heb 2250 voor betaald […] [account 7] stuurt twee foto’s van een AK met patroonmagazijn. Verdachte: Doe maar weg of laat iemand en een grote beurt geven Verdachte: Ja die ak kweet weer das eenje gewoon voor osso vlammen […] Verdachte: Kijk maar wat je ervoor kan krijgen […] Verdachte: Ik was toen net paar weken buiten ik dacht nou…die neem ik Mee. Was bij iemand thuis en hij had em Onder de bank [..] Verdachte: Deze kan gewoon blijven liggen tof Verdachte: Ms ooit nodig tog Een gesprek van 14 juli 2020 tussen verdachte ( [account 2] ), [account 7] en [account 14] Verdachte: Pak jij die ak aan [account 14] : Moet naar noorden toe zeker Verdachte: leg maansteen uit [account 7] : Groningen Een gesprek van 15 juli 2020 tussen verdachte ( [account 2] ) en [account 4] Verdachte: Bro had je nog wat aan een ak? [account 4] : Wat kost? Verdachte: Heb 2250 betaald toen. Is over en wil niets laten stashen nu […] Verdachte: Wat wou je voor geven dan bro? Verdachte: Ja ik heb 2xm16 en ik weet niet eens hoeveel ak bijna 10 sws Een gesprek van 22 en 23 augustus 2020 tussen verdachte ( [account 2] ) en [account 7] Verdachte: Kan je die ouwe ak ff aan een man van me geven? [account 7] : Ja stuur em maar […] Verdachte: Kan je die ak testen. Oliën. Test die veer alles. Egt heeeeeel goed. Geef ff een beurt en daarna egt egt goed ammoniak schoonmaken […] Verdachte: Ga je hem kunnen laten leveren? Verdachte: moet je tp prijs maar met mij regelen […] Verdachte: Moët je tp prijs maar met mij laten regelen […] [account 7] : Die ak. Ik heb em niet getest. En als ik die wil halen moet je me nu melden Verdachte : ja snap ik [account 7] : Dan ga ik die sleutel halen […] Verdachte: Ak eerst testen en schoon schoon [account 7] : Ik Verdachte: Ja jij moet die ak helemaal doen Een gesprek van 23 augustus 2020 tussen verdachte, [account 7] en [account 15] Verdachte: Ak mee? […] [account 15] : Ak hoefde niet broeder […] [account 15] : Ak was niet nodig beste broeder hahaha die appel is voldoende Uit de gesprekken leidt de rechtbank af dat verdachte zowel in april, juli als augustus 2020 zegt te beschikken over (een) aanvalsgewe(e)r(en) van het merk AK-47. Verdachte spreekt met verschillende gesprekspartners letterlijk over een merk en typenummer van een vuurwapen. Ook worden er foto’s van een AK-47 gedeeld. Verdachte zou naast een AK-47 (‘ak’) onder andere ook een Glock (‘1G’), handgranaten (‘appels’) en munitie (‘ammo’) hebben liggen in een opslagplaats (‘stash’) bij zijn vriendin (‘sma’). Verdachte spreekt ook over patroonmagazijnen (‘clips’). In juli en augustus 2020 geeft verdachte de gebruiker van het account [account 7] de opdracht om een AK-47 schoon te maken en vervolgens te verkopen. Verdachte biedt zelf ook een AK-47 te koop aan. Later geeft verdachte de opdracht om een AK-47 aan iemand te leveren, waarbij hij het transport (‘tp’) betaalt. De rechtbank kan op grond van de PGP-berichten niet uitsluiten dat het steeds om dezelfde wapens gaat. Eén of meerdere handgranaten (op 7 april 2020) Vijfendertig handgranaten, type M75 (op 22 en 23 augustus 2020) Een handgranaat, type M75 (op 23 augustus 2020) Een gesprek van 7 april 2020 tussen verdachte ( [account 3] ) en [account 6] Verdachte : Ligt nog 1G in stash sma. AK en appels en veel ammo en taser enzo Een gesprek van 23 augustus 2020 tussen verdachte ( [account 2] ), [account 15] en [account 12] [account 12] : Heeft nu nu een appel bodig […] Verdachte: Ok geen probleem. Gro. Rdm kan ook als moet […] [account 12] : begin je driver die kant op te sturen krijg je zo de details Een gesprek van 23 augustus 2020 tussen verdachte ( [account 2] ) en [account 7] Verdachte : Ey bro. Moet nu nu. Appel hebben. Kan je dat regelen??? […] Verdachte: Ja kan je nu nu appel? Regeken [account 7] : Ja bro. Ik heb ze toch liggen Verdachte: Ok. Die van mij ook? Ligt rdm nog rot. Tog Een gesprek van 23 augustus 2020 tussen verdachte ( [account 2] ), [account 7] en [account 15] Verdachte: Wat heb je nodig? 1 Apple […] [account 15] : Heb je toevallig foto? [account 7] : Geen stress. Moet ik even gaan maken […] Verdachte stuurt twee foto’s van een handgranaat van het type M75. Verdachte: M75 yugo […] Verdachte: Ok ja je kan die in gro ophalen [account 15] : OK en rdam? Welke ligt er in rdam Verdachte: Zelfde. Stuk of 50. 35. Kweenie hoeveel op zijn gemaakt [account 15] : Ok dus als ik het goed begrijp: -groningen kan ik hem nu ophalen -rdam moeten we even w8en tot je vrouw ze ophaald bij dr vriendin. is dat correct? Verdachte: Idd […] [account 15] : Duidelijk, dan houden we het op groningen. Heb je alvast een adres voor mij? In gro Verdachte: Maar pak beter in gro [account 15] : Doen we […] [account 7] stuurt een screenshot waarop een adres te zien is: [adres] […] [account 15] : Auto: Zwarte Citroën C3, Code: Damsko […] [account 15] : Hij is aangekomen, zwarte citroen C3. [account 15] stuurt een foto vanaf een parkeerterrein, gelegen aan de [adres] . […] [account 7] : Ben er. […] [account 15] : Ze waren samen. Verdachte: Wie [account 15] : Jou man en mijn man. […] [account 15] : Ik krijg net te horen dat hij 5min moest w8en en dan een ak zou krijgen. Maar hij heeft alleen een appel nodig en die heeft hij al gekregen. Dus zo is voldoende broeders.. Dus ik laat hem wegrijden nu oke. Want die appel heeft hij al dus hij is compleet. Uit de gesprekken leidt de rechtbank af dat verdachte zowel in april als augustus 2020 zegt te beschikken over (een) handgrana(a)t(en), waarbij hij in augustus 2020 twee foto’s van handgranaten stuurt. Verdachte spreekt met verschillende gesprekspartners over handgranaten (‘appels’) en noemt hierbij een type (M75). De handgranaten zouden onder andere liggen opgeslagen in Rotterdam (‘rdm’) en bij zijn vriendin (‘sma’). Uit een groepschat in augustus 2020 blijkt dat er in Groningen een overdracht heeft plaatsgevonden van één handgranaat. De rechtbank kan op grond van de PGP-berichten niet uitsluiten dat het steeds om dezelfde handgranaten gaat. 7.1.2. Beoordeling 7.1.2.1. Bewijsminimum De raadsman heeft betoogd dat niet kan worden bewezen dat verdachte de (vuur)wapens, behalve het pistool van het merk Glock dat in zijn woning is aangetroffen, voorhanden heeft gehad of heeft overgedragen. De inhoud van de PGP-berichten wordt niet ondersteund door andere bewijsmiddelen in het dossier en daarmee wordt niet voldaan aan het bewijsminimum. Uit de bewijsmiddelen die zijn genoemd in paragraaf 7.1.1. blijkt dat er niet slechts één gesprek van verdachte met één andere gesprekspartner beschikbaar is, maar meerdere gesprekken die verdachte op verschillende tijdstippen, via meerdere PGP-accounts, met verschillende gesprekspartners heeft gevoerd. In sommige gevallen zijn er afbeeldingen verstuurd die de inhoud van de tekstberichten ondersteunen.
Inleiding
Was bij iemand thuis en hij had em Onder de bank
[..]
Verdachte: Deze kan gewoon blijven liggen tof
Verdachte: Ms ooit nodig tog
Een gesprek van 14 juli 2020 tussen verdachte ( [account 2] ), [account 7] en [account 14]
Verdachte: Pak jij die ak aan
[account 14] : Moet naar noorden toe zeker
Verdachte: leg maansteen uit
[account 7] : Groningen
Een gesprek van 15 juli 2020 tussen verdachte ( [account 2] ) en [account 4]
Verdachte: Bro had je nog wat aan een ak?
[account 4] : Wat kost?
Verdachte: Heb 2250 betaald toen. Is over en wil niets laten stashen nu
[…]
Verdachte: Wat wou je voor geven dan bro?
Verdachte: Ja ik heb 2xm16 en ik weet niet eens hoeveel ak bijna 10 sws
Een gesprek van 22 en 23 augustus 2020 tussen verdachte ( [account 2] ) en [account 7]
Verdachte: Kan je die ouwe ak ff aan een man van me geven?
[account 7] : Ja stuur em maar
[…]
Verdachte: Kan je die ak testen. Oliën. Test die veer alles. Egt heeeeeel goed. Geef ff een beurt en daarna egt egt goed ammoniak schoonmaken[…]
Verdachte: Ga je hem kunnen laten leveren?
Verdachte: moet je tp prijs maar met mij regelen
[…]
Verdachte: Moët je tp prijs maar met mij laten regelen
[…]
[account 7] : Die ak. Ik heb em niet getest. En als ik die wil halen moet je me nu melden
Verdachte: ja snap ik
[account 7] : Dan ga ik die sleutel halen
[…]
Verdachte: Ak eerst testen en schoon schoon
[account 7] : Ik
Verdachte: Ja jij moet die ak helemaal doen
Een gesprek van 23 augustus 2020 tussen verdachte, [account 7] en [account 15]
Verdachte: Ak mee?
[…]
[account 15] : Ak hoefde niet broeder
[…]
[account 15] : Ak was niet nodig beste broeder hahaha die appel is voldoende
Uit de gesprekken leidt de rechtbank af dat verdachte zowel in april, juli als augustus 2020 zegt te beschikken over (een) aanvalsgewe(e)r(en) van het merk AK-47. Verdachte spreekt met verschillende gesprekspartners letterlijk over een merk en typenummer van een vuurwapen. Ook worden er foto’s van een AK-47 gedeeld. Verdachte zou naast een AK-47 (‘ak’) onder andere ook een Glock (‘1G’), handgranaten (‘appels’) en munitie (‘ammo’) hebben liggen in een opslagplaats (‘stash’) bij zijn vriendin (‘sma’). Verdachte spreekt ook over patroonmagazijnen (‘clips’). In juli en augustus 2020 geeft verdachte de gebruiker van het account [account 7] de opdracht om een AK-47 schoon te maken en vervolgens te verkopen. Verdachte biedt zelf ook een AK-47 te koop aan. Later geeft verdachte de opdracht om een AK-47 aan iemand te leveren, waarbij hij het transport (‘tp’) betaalt.
De rechtbank kan op grond van de PGP-berichten niet uitsluiten dat het steeds om dezelfde wapens gaat.
Eén of meerdere handgranaten (op 7 april 2020)
Vijfendertig handgranaten, type M75 (op 22 en 23 augustus 2020)
Een handgranaat, type M75 (op 23 augustus 2020)
Een gesprek van 7 april 2020 tussen verdachte ( [account 3] ) en [account 6]
Verdachte: Ligt nog 1G in stash sma. AK en appels en veel ammo en taser enzo
Een gesprek van 23 augustus 2020 tussen verdachte ( [account 2] ), [account 15] en [account 12]
[account 12] : Heeft nu nu een appel bodig
[…]
Verdachte: Ok geen probleem. Gro. Rdm kan ook als moet
[…]
[account 12] : begin je driver die kant op te sturen krijg je zo de details
Een gesprek van 23 augustus 2020 tussen verdachte ( [account 2] ) en [account 7]
Verdachte: Ey bro. Moet nu nu. Appel hebben. Kan je dat regelen???
[…]
Verdachte: Ja kan je nu nu appel? Regeken
[account 7] : Ja bro. Ik heb ze toch liggen
Verdachte: Ok. Die van mij ook? Ligt rdm nog rot. Tog
Een gesprek van 23 augustus 2020 tussen verdachte ( [account 2] ), [account 7] en [account 15]
Verdachte: Wat heb je nodig? 1 Apple
[…]
[account 15] : Heb je toevallig foto?
[account 7] : Geen stress. Moet ik even gaan maken
[…]
Verdachte stuurt twee foto’s van een handgranaat van het type M75.
Verdachte: M75 yugo
[…]
Verdachte: Ok ja je kan die in gro ophalen
[account 15] : OK en rdam? Welke ligt er in rdam
Verdachte: Zelfde. Stuk of 50. 35. Kweenie hoeveel op zijn gemaakt
[account 15] : Ok dus als ik het goed begrijp: -groningen kan ik hem nu ophalen -rdam moeten we even w8en tot je vrouw ze ophaald bij dr vriendin. is dat correct?
Verdachte: Idd
[…]
[account 15] : Duidelijk, dan houden we het op groningen. Heb je alvast een adres voor mij? In gro
Verdachte: Maar pak beter in gro
[account 15] : Doen we
[…]
[account 7] stuurt een screenshot waarop een adres te zien is: [adres]
[…]
[account 15] : Auto: Zwarte Citroën C3, Code: Damsko
[…]
[account 15] : Hij is aangekomen, zwarte citroen C3.
[account 15] stuurt een foto vanaf een parkeerterrein, gelegen aan de [adres] .
[…]
[account 7] : Ben er.
[…]
[account 15] : Ze waren samen.
Verdachte: Wie
[account 15] : Jou man en mijn man.
[…]
[account 15] : Ik krijg net te horen dat hij 5min moest w8en en dan een ak zou krijgen. Maar hij heeft alleen een appel nodig en die heeft hij al gekregen. Dus zo is voldoende broeders.. Dus ik laat hem wegrijden nu oke. Want die appel heeft hij al dus hij is compleet.
Uit de gesprekken leidt de rechtbank af dat verdachte zowel in april als augustus 2020 zegt te beschikken over (een) handgrana(a)t(en), waarbij hij in augustus 2020 twee foto’s van handgranaten stuurt. Verdachte spreekt met verschillende gesprekspartners over handgranaten (‘appels’) en noemt hierbij een type (M75). De handgranaten zouden onder andere liggen opgeslagen in Rotterdam (‘rdm’) en bij zijn vriendin (‘sma’). Uit een groepschat in augustus 2020 blijkt dat er in Groningen een overdracht heeft plaatsgevonden van één handgranaat.
De rechtbank kan op grond van de PGP-berichten niet uitsluiten dat het steeds om dezelfde handgranaten gaat.
7.1.2.
Volledig
Bovendien wordt de inhoud van de afzonderlijke chatgesprekken door de inhoud van andere chatgesprekken ondersteund en zijn er groepsgesprekken waarin niet alleen berichten van de individuele verdachte te lezen zijn, maar ook die van andere deelnemers aan het gesprek. De inhoud van de berichten staat beschreven in ambtsedig opgemaakte processen-verbaal. Daarnaast zijn er andere bewijsmiddelen die de inhoud van de PGP-berichten ondersteunen. Zo zijn er in de woning van verdachte op de Dominicaanse Republiek twee vuurwapens en daarbij behorende munitie aangetroffen. Verdachte heeft ten aanzien van één vuurwapen (het pistool van het merk Glock, type 26) aangegeven dat dat van hem was en dat hij een wapenvergunning voor het wapen had aangeschaft. Deze op één van de valse namen van verdachte gestelde wapenvergunning is ook gevonden in de woning. Verdachte heeft daarnaast van twee andere vuurwapens (de revolver van het merk Smith&Wesson en het pistool van het merk Glock, type 43), waarover door hem in de berichten werd gesproken, verklaard dat deze daadwerkelijk hebben bestaan. De Smith&Wessson zou van een vriend van hem op de Dominicaanse republiek zijn geweest en verdachte zou met het wapen hebben geschoten op de schietbaan. Ten aanzien de Glock43 heeft verdachte aangegeven dat deze voor een vriendin van hem bestemd was. Het bewijs bestaat dus niet uitsluitend uit één ander geschrift maar uit meerdere bewijsmiddelen. Dat maakt dat aan het bewijsminimum is voldaan en dat het verweer van de raadsman wordt verworpen. 7.1.2.2. Interpretatie De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of bewezen kan worden dat verdachte in de ten laste gelegde periode de genoemde (vuur)wapens voorhanden heeft gehad of heeft overgedragen. Voor een veroordeling van het voorhanden hebben van een wapen of munitie in de zin van artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie (WWM) is vereist dat de verdachte het wapen of de munitie bewust aanwezig had. Ook is vereist dat de verdachte feitelijke macht over het wapen en de munitie kan uitoefenen, in de zin dat hij daarover kan beschikken. De rechtbank heeft steeds beoordeeld of voldoende duidelijk is waarover de PGP-berichten gaan en heeft de context van die berichten en het overige bewijsmateriaal bij de duiding betrokken. Uit de hiervoor in paragraaf 7.1.1. opgenomen PGP-berichten blijkt dat door verdachte in de periode van 29 januari 2020 tot en met 6 januari 2022 met verschillende gesprekspartners veelvuldig werd gesproken over (vuur)wapens. In de chatgesprekken werd door verdachte concreet, specifiek en gedetailleerd gesproken over verschillende merken en/of typen (vuur)wapens, waarbij hij onder andere aangaf hierover te beschikken en soms ook waar deze lagen opgeslagen. In de gesprekken ging het ook veelvuldig over munitie en werden foto’s van vuurwapens gedeeld. In sommige gevallen bood verdachte wapens te koop aan of vroeg hij een ander deze te gaan afleveren. Ten aanzien van de in de tenlastelegging genoemde handgranaat van het type M75 kan op grond van de berichten worden vastgesteld dat deze op 23 augustus 2020 daadwerkelijk hebben geleid tot de overdracht daarvan. De inhoud van de berichten wordt ondersteund door ander bewijsmateriaal. Er zijn bij verdachte twee vuurwapens met bijbehorende munitie aangetroffen, waarvan verdachte zegt dat er één van hem was en waarvoor hij een wapenvergunning had. Verdachte zegt over twee andere vuurwapens dat die hebben bestaan. De rechtbank komt op basis van de inhoud van de berichten en de overige bevindingen tot het oordeel dat de berichten zien op het voorhanden hebben van (vuur)wapens en handgranaten en in één geval op het overdragen van een handgranaat. Verdachte is zich bewust geweest van de aanwezigheid van de (vuur)wapens en de handgranaten en heeft daarover kunnen beschikken. Het verweer van verdachte dat hij vaak maar wat naar anderen schreef om intimiderend over te komen of dat hij in sommige gevallen iemand wilde oplichten, blijkt niet uit het dossier en acht de rechtbank niet aannemelijk geworden. 7.1.2.3. Pleegplaats Ten aanzien van het door de raadsman gevoerde betoog dat niet kan worden bewezen waar de ten laste gelegde feiten zouden hebben plaatsgevonden en dat daarom vrijspraak moet volgen, overweegt de rechtbank als volgt. Uit het dossier volgt dat verdachte op 24 januari 2020 vanuit Madrid is afgereisd naar de Dominicaanse Republiek, waar hij op 6 januari 2022 is aangehouden. De ten laste gelegde feiten zouden hebben plaatsgevonden in de tussengelegen periode. Verdachte heeft bij de rechter-commissaris verklaard: “Ik ben niet naar Nederland teruggegaan omdat de coronapandemie uitgebroken was. Ik zat daar ook met een vals paspoort en de kwaliteit daarvan vertrouwde ik niet helemaal. Ik wilde daar ook niet vast komen te zitten. Nadat de coronapandemie was afgerond ben ik daar wel gebleven.” Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat kan worden vastgesteld dat verdachte zich de gehele ten laste gelegde periode op de Dominicaanse Republiek heeft bevonden en dat het verweer van de raadsman moet worden verworpen. Gelet op de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting acht de rechtbank de ongefundeerde stelling van de raadsman, dat verdachte niet de gehele ten laste gelegde periode in de Dominicaanse republiek zou hebben verbleven, niet aannemelijk geworden. 7.1.2.4. Medeplegen Voor een veroordeling voor medeplegen is vereist dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking door verdachte met een of meer anderen die was gericht op het strafbare feit. Uit de berichten blijkt dat verdachte met meerdere personen gesprekken heeft gevoerd, waarin concrete informatie werd uitgewisseld over (vuur)wapens. Verdachte informeerde daarbij onder andere naar de beschikbaarheid van wapens en waar deze lagen opgeslagen. Ook gaf hij anderen opdrachten tot het schoonmaken, te koop aanbieden en leveren van (vuur)wapens. Uit die gesprekken blijkt aldus dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en deze tegencontacten, zodat het medeplegen wettig en overtuigend is bewezen. Ten aanzien van een aantal wapens kan het medeplegen niet worden bewezen, nu uit de berichten enkel blijkt dat verdachte zegt over die wapens te beschikken en uit de tekst van de berichten of de antwoorden niet blijkt dat het voorhanden hebben ook samen met een ander of anderen is gepleegd. 7.1.3. Conclusie Alles bij elkaar acht de rechtbank, op grond van het voorgaande en de bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan op de wijze zoals in de bewezenverklaring is vermeld. Ten aanzien van de wapens waarbij de rechtbank heeft opgemerkt dat zij uit de berichten niet kan afleiden of verdachte spreekt over een moment dat binnen de ten laste gelegde periode valt, wordt verdachte vrijgesproken. Ten aanzien van de wapens waarbij de rechtbank heeft opgemerkt dat zij op grond van de berichten niet kan uitsluiten dat het steeds om hetzelfde wapen gaat, komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van één van de in de tenlastelegging genoemde varianten. 7.2. Feit 2 (Verdovende middelen) 7.2.1. Bevindingen De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen, zoals opgenomen in de voetnoten, van de volgende feiten en omstandigheden uit. De rechtbank stelt vast dat in de PGP-berichten regelmatig afkortingen of versluierd taalgebruik worden gebruikt. De rechtbank verenigt zich met de duiding die de politie daar aan heeft gegeven, nu deze past bij de context van de gevoerde gesprekken en de samenhang tussen berichten en afbeeldingen die bij sommige berichten zijn verstuurd. Daarbij overweegt de rechtbank nog als volgt. Er wordt in de berichten veelal gesproken over ‘blokken’ en ‘kilo’s’ en er worden een aantal foto’s gedeeld van blokken met wit poeder. De rechtbank stelt vast dat er in die gevallen steeds gesproken wordt over blokken cocaïne en dat één blok cocaïne ongeveer één kilogram weegt.
Volledig
Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat blokken van deze vorm en met soortgelijke verpakking doorgaans samengeperste cocaïne bevatten en zijn voorzien van een stempel. De algemene ervaring leert dat cocaïne in blokken van één kilo wordt verpakt. Daar komt bij dat verdachte in andere berichten spreekt over het verkopen en het uitwassen van ‘coke’ en hij ter terechtzitting heeft verklaard dat hij geld wilde verdienen in de cocaïnehandel. Aanwijzingen dat in de berichten over andere zaken wordt gesproken dan verdovende middelen, ontbreken. Verdachte heeft ook niet ontkend of ontkracht dat de berichten over verdovende middelen gingen. Ten behoeve van de leesbaarheid heeft de rechtbank ervoor gekozen om hierna ieder afzonderlijk gedachtestreepje dat in de tenlastelegging is genoemd te bespreken. 1 kilogram cocaïne (16 april 2020) Een gesprek van 16 april 2020 tussen verdachte ( [account 3] ) en [account 16] Verdachte stuurt een foto van vermoedelijk een pers en twee foto’s van een wit vierkant blok, welke is voorzien van een logo in de vorm van een krokodil. Verdachte: Team croco. Op kilo. [account 16] : Hahahha. Dikkkk. Sws team croco. De rechtbank leidt uit dit gesprek af dat verdachte op 16 april 2020 zegt te beschikken over een kilo cocaïne, waarvan door hem een foto wordt gestuurd aan zijn gesprekspartner. 178 kilogram cocaïne (18 en 19 augustus 2020) Een gesprek van 18 en 19 augustus 2020 tussen verdachte ( [account 2] ) en [account 17] Verdachte: Ik sta in stash. Kijk Verdachte stuurt foto’s van een stapel van tenminste 178 blokken, een foto van een opengemaakt blok waarop wit poeder te zien is en twee foto’s van dichte blokken met daarop de afbeelding van een sneeuwpop en de tekst ‘snowman’. […] Verdachte: Ligt nog meer in andere kamer. Heb email voor tok. We kunnen starten. We moeten ff over de verdeling hebben. We gooien meteen 30kilo. 30x165k das 45M. Een gesprek van 21 augustus 2020 tussen verdachte ( [account 2] ) en [account 9] Verdachte stuurt een foto van een stapel blokken. Verdachte: Vandaag ga ik de wereld op z’n kop zetten. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij veel geld wilde gaan verdienen en de foto’s heeft gemaakt in een opslagplaats. De rechtbank leidt uit deze gesprekken af dat verdachte op 18 en 19 augustus 2020 zegt te beschikken over in ieder geval 178 kilogram cocaïne. Er worden door hem foto’s gestuurd van blokken cocaïne, waarbij hij tegen zijn gesprekspartner zegt dat er moet worden gesproken over de verdeling van de opbrengst van 30 kilo. 2 kilogram cocaïne (8 januari 2021) Een gesprek van 8 januari 2021 tussen verdachte ( [account 2] ) en [account 7] Verdachte: Maak 2 blokken open van beide stempels 1 en maak foto voor [bijnaam 2] . Maak stukje kapot ervan zodat hij de structuur kan zien. […] Verdachte: Zorg dat die kk blokken naar [bijnaam 2] gaan [account 7] stuurt een foto van twee dichte blokken met daarop een stempel. [account 7] stuurt foto’s van een opengemaakt blok waarop wit poeder te zien is. De rechtbank leidt uit dit gesprek af dat verdachte op 8 januari 2021 beschikte over twee kilogram cocaïne. Verdachte spreekt over blokken cocaïne die opengemaakt moeten worden, waarvan foto’s naar hem worden gestuurd door zijn gesprekspartner. Vervolgens zegt verdachte dat de cocaïne bij iemand afgeleverd moet worden. 2 kilogram cocaïne (11 februari 2021) Een gesprek van 11 februari 2021 tussen verdachte ( [account 2] ) en [account 18] Verdachte: Gaat weer een tp. Antje. Van mj. Ik mag mee. Dus die eraan komt zit er 2 op. Heb al betaald. Dus deze kan jij en magere en kleine op. Heb ik 2 voor mezelf. Of als je snel wilt kan je op die al vertrokken is. Maar die volgende mag ik ook op water pas betalen; dus als vertrokken is al. Laat ff weten. Verdachte: Is een lopende lijn hé bro. Die elke x goed gaat. […] Ik doe gewoon 2 stuks voor mezelf dan nu. Verdachte: Ik zet 2 stuks. Is onderweg. Verdachte stuurt en foto van een wit blok met daarop een stempel met de tekst ‘Ketjap Manis’. [account 18] : Ketjap stempel Verdachte: Van deze heb ik er 2 als aankomt. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij had geïnvesteerd in cocaïne die naar Antwerpen vervoerd zou worden. Hij wilde daar wat geld mee verdienen. De rechtbank leidt uit dit gesprek af dat verdachte op 11 februari 2021 twee kilogram cocaïne heeft vervoerd naar Antwerpen. Verdachte heeft het over een transport (‘tp’) naar Antwerpen (‘Antje’), deelt een foto van een blok cocaïne en zegt dat er twee daarvan naar hem onderweg zijn. 4 kilogram metamfetamine (6 juli 2020) Een gesprek van 6 juli 2020 tussen verdachte ( [account 2] ) en [account 17] Verdachte: Geef 4 kg ice aan [bijnaam 3] z’n man aub die komt het halen. 16 boeken.[…]Maar geef 16boeken 4 kg aan [bijnaam 3] z’n man. […] Ze betalen 7k per kg. […] [account 17] : Heb die spullen aangepakt ligt nu ff niffo ik heb niet echt goeie stash voor dit bro. 8boek groen, 8 schilder groen, 8 boek oranje, 33 schilder oranje Verdachte: Groen is keta. Rood is ice [account 17] : Bro weet niet hoe ze het hebben bewaard. Maar veel hebben waterschade Verdachte: Dat meeeeen je. Gvd kk. […] Ik rekende op me geld De rechtbank leidt uit dit gesprek af dat verdachte op 6 juli 2020 beschikte over 4 kilogram metamfetamine. Verdachte heeft het over 4 kilogram metamfetamine (‘ice’) die bij iemand afgeleverd moeten worden. ‘Ze’ betalen € 7.000,- (‘7k’) per kilogram. Als blijkt dat er sprake is van waterschade, is verdachte woedend en zegt hij dat hij op zijn geld gerekend had. 5750 gram metamfetamine (6 augustus 2020) Een gesprek van 5 en 6 augustus 2020 tussen verdachte ( [account 2] ) en [account 17] Verdachte : We weten wel wat keta of ice is hoop ik? […] Verdachte: Hoeveel ice hebben we nog? […] [account 17] : 23st bro. 5.750g. Verdachte: stuur hem De rechtbank leidt uit dit gesprek af dat verdachte op 6 augustus 2020 beschikte over 5.750 gram metamfetamine. Verdachte vraagt aan zijn gesprekspartner hoeveel metamfetamine (‘ice’) ze nog hebben en krijgt als antwoord 5.750 gram, waarop verdachte zegt dat dit bij iemand afgeleverd moet worden. - Algemeen Een gesprek op 2 april 2020 tussen verdachte ( [account 3] ) en [account 5] Verdachte: Ketjap is coke aan het verkopen van my Een gesprek van 18 april 2020 tussen verdachte ( [account 3] ) en [account 5] Verdachte: Bra kannje aan een plek komen om coke eruit te wassen? 200m2 en vrijstaand De rechtbank leidt uit deze berichten af dat verdachte cocaïne (‘coke’) van hem liet verkopen en dat hij een plek zocht voor het opzetten van een cokewasserij. 7.2.2. Beoordeling 7.2.2.1. Bewijsminimum De raadsman heeft betoogd dat niet tot een bewezenverklaring gekomen kan worden, nu de inhoud van de PGP-berichten niet wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen in het dossier en dat daarmee niet wordt voldaan aan het bewijsminimum. Uit de bewijsmiddelen die zijn genoemd in paragraaf 7.2.1. blijkt dat er niet slechts één gesprek van verdachte met één andere gesprekspartner beschikbaar is, maar meerdere gesprekken die verdachte op verschillende tijdstippen, via meerdere PGP-accounts, met verschillende andere gesprekspartners heeft gevoerd. In sommige gevallen zijn er afbeeldingen verstuurd die de inhoud van de tekstberichten ondersteunen. Bovendien wordt de inhoud van de afzonderlijke chatgesprekken door de inhoud van andere chatgesprekken ondersteund. De inhoud van de berichten staat beschreven in ambtsedig opgemaakte processen-verbaal. Daarnaast zijn er andere bewijsmiddelen die de inhoud van de PGP-berichten ondersteunen. Zo heeft verdachte ter terechtzitting verklaard dat hij geld wilde gaan verdienen met de handel in cocaïne. Hij was door een ander meegenomen naar een opslagplaats, waar hij met zijn telefoon de foto van de stapel van 178 blokken cocaïne heeft genomen. Een andere keer had hij geld geïnvesteerd in cocaïne die naar Antwerpen zou worden vervoerd. Het bewijs bestaat dus niet uitsluitend uit één ander geschrift maar uit meerdere bewijsmiddelen. Dat maakt dat aan het bewijsminimum is voldaan en dat het verweer van de raadsman wordt verworpen. 7.2.2.2.
Volledig
Interpretatie De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of bewezen kan worden dat verdachte in de ten laste gelegde periode de genoemde verdovende middelen heeft bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd en/of aanwezig heeft gehad. Voor het bewijs van ‘aanwezig hebben’ moet verdachte wetenschap hebben gehad van de verdovende middelen. Daarvoor is niet doorslaggevend aan wie deze toebehoren. De verdovende middelen moeten zich in de machtssfeer van de verdachte bevinden in de zin dat hij erover kan beschikken. Hiermee wordt bedoeld dat verdachte in enige mate kon bepalen wat er met die drugs zou gebeuren, ofwel dat verdachte er enige zeggenschap over had. De rechtbank heeft steeds beoordeeld of voldoende duidelijk is waarover de PGP-berichten gaan en heeft de context van die berichten en het overige bewijsmateriaal bij de duiding betrokken. Uit de hiervoor in paragraaf 7.2.1. opgenomen PGP-berichten blijkt dat door verdachte in de periode van 16 april 2020 tot en met 11 februari 2021 met verschillende gesprekspartners veelvuldig werd gesproken over verdovende middelen. In de chatgesprekken werd door verdachte concreet, specifiek en gedetailleerd gesproken over verschillende soorten verdovende middelen, waarbij verdachte onder andere aangaf hierover te beschikken. In sommige gevallen werden foto’s verstuurd die de inhoud van de berichten ondersteunen. Door verdachte werd gesproken over het leveren van verdovende middelen en het verdienen van geld daarmee. In een aantal berichten sprak verdachte letterlijk over het feit dat er cocaïne (‘coke’) voor hem werd verkocht en dat hij een cokewasserij wilde opzetten, waaruit kan worden afgeleid dat verdachte zich bezighield met de handel in cocaïne. Ten aanzien van de in de tenlastelegging genoemde 2 kilogram cocaïne op 11 februari 2021 kan op grond van de berichten worden vastgesteld dat deze voor verdachte onderweg waren naar Antwerpen. De inhoud van de berichten wordt ondersteund door ander bewijsmateriaal. Verdachte heeft verklaard dat hij geld wilde verdienen in de cocaïnehandel. Hij heeft de foto’s van de blokken cocaïne in de opslagplaats gemaakt en had geïnvesteerd in cocaïne die naar Antwerpen vervoerd zou worden. De rechtbank komt op basis van de inhoud van de berichten en de overige bevindingen tot het oordeel dat de berichten zien op het voorhanden hebben van verdovende middelen en in één geval op het vervoeren van een hoeveelheid cocaïne. Verdachten is zich bewust geweest van de aanwezigheid van de verdovende middelen en heeft daarover kunnen beschikken. De verklaring van verdachte dat hij in de opslagplaats alleen mocht kijken, acht de rechtbank niet aannemelijk gezien de berichten “we gooien meteen 30 kg” en “vandaag ga ik de wereld op zijn kop zetten” . Dat kan niet anders worden uitgelegd dan dat verdachte ook over deze partij cocaïne kon beschikken. 7.2.2.3. Pleegplaats Met betrekking tot het verweer van de raadsman dat niet kan worden bewezen waar de ten laste gelegde feiten zouden hebben plaatsgevonden en dat daarom vrijspraak moet volgen, verwijst de rechtbank naar hetgeen zij heeft overwogen in paragraaf 7.1.2.3. 7.2.2.4. Medeplegen Uit de berichten blijkt dat verdachte met meerdere personen gesprekken heeft gevoerd, waarin concrete informatie werd uitgewisseld over verdovende middelen. Daarbij gaf verdachte onder andere aan dat er sprake was van een ‘team’ en dat er gesproken moest worden over de verdeling van de opbrengst. Ook blijkt dat anderen kennelijk de verdovende middelen waar verdachte (mede) zeggenschap over had onder zich hadden. Zij moesten in opdracht van verdachte de kwaliteit van de verdovende middelen controleren en bij kopers afleveren. Tevens informeerde verdachte naar de voorraad die nog beschikbaar was. Uit de gesprekken blijkt aldus dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en deze tegencontacten, zodat het medeplegen wettig en overtuigend is bewezen. 7.2.3. Conclusie Alles bij elkaar acht de rechtbank, op grond van het voorgaande en de bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan op de wijze zoals in de bewezenverklaring is vermeld. 7.3. Feit 3 (Valse reis- en identiteitsdocumenten) 7.3.1. Bevindingen De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen, zoals opgenomen in de voetnoten, van de volgende feiten en omstandigheden uit. - Valse/vervalste Costa Ricaanse reis- en identiteitsdocumenten Op 5 januari 2022 is de woning van verdachte op de Dominicaanse Republiek doorzocht. Daarbij zijn verschillende reis- en identiteitsdocumenten aangetroffen : - Costa Ricaans paspoort op naam van [naam 3] , geboren op [geboortedatum] , met documentnummer [nummer] . Dit document was vervalst. - Costa Ricaanse identiteitskaart op naam van [naam 3] , geboren op [geboortedatum] met documentnummer [nummer] . Dit document was vals. - Costa Ricaanse identiteitskaart op naam van [naam 3] , geboren op [geboortedatum] met documentnummer [nummer] . Dit document was vervalst. - Een Costa Ricaans paspoort op naam van [naam 1] , geboren op [geboortedatum] , met documentnummer [nummer] . Dit document was vervalst. - Een Costa Ricaanse identiteitskaart op naam van [naam 1] , geboren op [geboortedatum] , met documentnummer [nummer] . Dit document was vals. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat alle aangetroffen documenten van hem waren en dat hij wist dat zij vals of vervalst waren. Met één van de documenten, die hij in Barcelona overhandigd had gekregen, was hij via Madrid naar de Dominicaanse Republiek gereisd. Met het paspoort op naam van [naam 1] en paspoortnummer [nummer] is een persoon op 24 januari 2020 de Dominicaanse Republiek in gereisd met een vlucht vanuit Madrid. - Valse Belgische reis- en identiteitsdocumenten Op 22 januari 2020 zijn in Dordrecht twee personen aangehouden, waaronder [naam 4] , de (ex-)vriendin van verdachte. De aanhoudingen werden verricht nadat door de politie in de auto van de aangehouden personen in een verborgen ruimte onder andere een Belgisch paspoort, een Belgisch rijbewijs en een Belgische identiteitskaart werden aangetroffen. Deze documenten waren op naam gesteld van [naam 5] , geboren op [geboortedatum] en voorzien van een foto van verdachte. De documenten waren alle drie vals. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat alle aangetroffen documenten van hem waren. Ook uit de door verdachte verzonden PGP-berichten blijkt dat de documenten van verdachte waren en dat zijn vriendin die voor hem bewaarde. 7.3.2. Beoordeling 7.3.2.1. Medeplegen Ten aanzien van de Belgische reis- en identiteitsdocumenten is vastgesteld dat deze, hoewel verdachte zegt dat deze van hem waren, niet onder hem zijn aangetroffen, maar bij zijn vriendin in een verborgen ruimte van de auto waarin zij zat. Dit was nadat verdachte zijn elektronische enkelband had doorgeknipt en voordat hij was afgereisd naar de Dominicaanse Republiek. De rechtbank is van oordeel dat ‘voorhanden hebben’ van een vals document ook het kunnen beschikken over een goed dat elders is opgeslagen omvat. Een directe fysieke beschikkingsmacht is dus niet nodig om tot een bewezenverklaring te komen. Vastgesteld moet worden dat verdachte de feitelijke macht over de documenten heeft kunnen uitoefenen in die zin dat hij erover heeft kunnen beschikken. De rechtbank is van oordeel dat dit het geval is geweest in de ten laste gelegde periode. Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte zich bewust was van de aanwezigheid van de documenten bij een ander – ten behoeve van hem – en samen met die ander feitelijke macht hierover heeft kunnen uitoefenen, zodat het medeplegen wettig en overtuigend is bewezen. 7.3.3. Conclusie De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 3 ten laste gelegde heeft begaan op de wijze zoals in de bewezenverklaring is vermeld.
Volledig
8 Bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van de in paragraaf 7 vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte Ten aanzien van feit 1: in de periode van 29 januari 2020 tot en met 6 januari 2022 in Nederland en in de Dominicaanse Republiek, tezamen en in vereniging met een ander meerdere wapens van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een revolver, van het merk Smith&Wesson, kaliber 0.38 special; een pistool, van het merk Glock, type 43; telkens zijnde een vuurwapen in de vorm van een revolver en/of pistool, en meerdere wapens van categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie, te weten twee aanvalsgeweren, van het merk Colt, type M16; meerdere aanvalsgeweren, van het merk AK-47; telkens zijnde een vuurwapen geschikt om automatisch te vuren, en meerdere wapens van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten - vijfendertig handgranaten, type M75; telkens zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing voorhanden heeft gehad; en en een wapen van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten - een handgranaat, type M75; zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing heeft overgedragen; en meerdere wapens van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten zestien pistolen, van het merk Ceská Zbrojovka, type P10; vier semiautomatische pistolen, van het merk Walther type P99; een pistool, van het merk Glock, model 26 gen4, kaliber 9x19mm; telkens zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool, voorhanden heeft gehad; Ten aanzien van feit 2: in de periode van 16 april 2020 tot en met 11 februari 2021 in de Dominicaanse Republiek en/of in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk aanwezig heeft gehad, 1 kilogram cocaïne (te weten het aanwezig hebben van een blok cocaïne met daarop een afbeelding van een krokodil op 16 april 2020), 178 kilogram cocaïne (te weten het aanwezig hebben van 178 blokken cocaïne in een opslagruimte op 18 en 19 augustus 2020), 2 kilogram cocaïne (te weten het voorhanden hebben op 8 januari 2021), 4 kilogram metamfetamine (te weten op 6 juli 2020), en 5750 gram metamfetamine (te weten op 6 augustus 2020), en in de periode van 16 april 2020 tot en met 11 februari 2021 te Antwerpen, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk heeft vervoerd 2 kilogram cocaïne (te weten het vervoeren naar Antwerpen op 11 februari 2021); Ten aanzien van feit 3: in de periode van 22 januari 2020 tot en met 5 januari 2022 in Nederland, in Spanje en in de Dominicaanse Republiek, meerdere reisdocumenten en identiteitsbewijzen als bedoeld in artikel 231 van het Wetboek van Strafrecht, te weten een Costa Ricaans paspoort, nummer [nummer] , op naam van [naam 3] , geboren op [geboortedatum] , een Costa Ricaanse nationale identiteitskaart, nummer [nummer] , op naam van [naam 3] , geboren op [geboortedatum] , een Costa Ricaanse nationale identiteitskaart, nummer [nummer] , op naam van [naam 3] , geboren op [geboortedatum] , een Costa Ricaans paspoort, nummer [nummer] , op naam van [naam 1] , geboren op [geboortedatum] , een Costa Ricaanse nationale identiteitskaart, nummer [nummer] , op naam van [naam 1] , geboren op [geboortedatum] , waarvan hij, verdachte, wist dat deze vals en/of vervalst waren, voorhanden heeft gehad; en in de periode van 22 januari 2020 tot en met 5 januari 2022 te Dordrecht tezamen en in vereniging met een ander, meerdere reisdocumenten en/of identiteitsbewijzen als bedoeld in artikel 231 van het Wetboek van Strafrecht, te weten een Belgisch paspoort, nummer [nummer] , op naam van [naam 5] , geboren op [geboortedatum] , een Belgische nationale identiteitskaart, nummer [nummer] , op naam van [naam 5] , geboren op [geboortedatum] , en/of; een Belgisch rijbewijs, nummer [nummer] , op naam van [naam 5] , geboren op [geboortedatum] , waarvan hij, verdachte, wist dat deze vals waren, voorhanden heeft gehad. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad. 9 De strafbaarheid van de feiten De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden. 10 De strafbaarheid van verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 11 Motivering van de straf 11.1. De eis van het Openbaar Ministerie Het Openbaar Ministerie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht jaren, met aftrek van voorarrest. 11.2. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft verzocht om bij het bepalen van de strafmaat rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte wordt vanwege zijn eigen veiligheid volledig afgezonderd in detentie. Er gelden voor hem veel beperkingen en toezichtsmaatregelen. Verdachte zou daags voorafgaand aan zijn aanhouding in onderhavige zaak voorwaardelijk in vrijheid worden gesteld. Ook dient rekening te worden gehouden met de mogelijkheid dat de voorwaardelijke invrijheidsstelling in deze zaak nooit zal worden toegekend, gelet op het feit dat de veiligheid van verdachte ook op dat moment mogelijk nog niet gewaarborgd kan worden. 11.3. Het oordeel van de rechtbank De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen. De ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan Verdachte heeft zich in de periode waarin hij voortvluchtig was schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een grote hoeveelheid (vuur)wapens en verschillende soorten verdovende middelen. Verdachte heeft – direct nadat hij op de vlucht was geslagen – gebruik gemaakt van meerdere PGP-accounts, zo heeft hij zelf ook ter terechtzitting verklaard, waarmee hij heimelijk kon communiceren. Uit nadien ontsleutelde berichten blijkt dat verdachte met verschillende tegencontacten sprak over het bezit en verkoop van (vuur)wapens. Hij had een groot aantal vuurwapens tot zijn beschikking, die opgeslagen waren in stashes of die hij bij zich droeg. In één geval kan worden vastgesteld dat de gevoerde gesprekken daadwerkelijk hebben geleid tot de overdracht van een handgranaat. Daarnaast blijkt dat verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan het voorhanden hebben van verschillende soorten harddrugs. Uit de berichten blijkt dat verdachte met verschillende tegencontacten sprak over het bezit en verkoop van onder andere cocaïne en metamfetamine, waarbij ook werd gesproken over (de verdeling van) de opbrengst. In één geval kan uit de berichten worden opgemaakt dat verdachte een hoeveelheid cocaïne heeft vervoerd. Het ongecontroleerd bezit van (vuur)wapens brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich en leidt tot grote onveiligheid in de maatschappij. De verdachte heeft meegewerkt aan het in stand houden van deze onveiligheid. Harddrugs zijn voor de gezondheid van personen zeer schadelijke stoffen en daarom moet het gebruik ervan worden ontmoedigd. Daarbij komt dat de handel in harddrugs zich afspeelt in een crimineel circuit waarin het gebruik van (excessief) geweld geen uitzondering is. Het is niet voor niets dat voor deze feiten doorgaans lange onvoorwaardelijke gevangenisstraffen worden opgelegd. Tot slot heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van verschillende valse en/of vervalste reis- en identiteitsdocumenten. Door het bezit en gebruik van dergelijke valse bewijzen wordt identiteitsfraude gefaciliteerd.
Volledig
Met gebruikmaking van één van de valse paspoorten is het verdachte gelukt om in strijd met de voor hem geldende voorwaarden Nederland te ontvluchten nadat hij in een andere zaak voorwaardelijk in vrijheid was gesteld. De persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van verdachte. Hieruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor verschillende misdrijven, waaronder het voorhanden hebben van (vuur)wapens. De rechtbank heeft daarnaast kennisgenomen van de toelichting die verdachte ter terechtzitting heeft gegeven en de stukken die door de verdediging zijn overgelegd met betrekking tot de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft aangegeven dat hij zijn verleden achter zich wil laten en zijn leven een positieve wending wil geven. De rechtbank ziet in de door de verdediging aangevoerde persoonlijke omstandigheden geen aanleiding om hiermee in strafmatigende zin rekening te houden bij de strafoplegging en heeft daarbij het volgende in aanmerking genomen. Verdachte was voorwaardelijk in vrijheid gesteld na het uitzitten van een groot deel van de gevangenisstraf die hem was opgelegd in een andere strafzaak. Ook in die zaak was verdachte veroordeeld voor onder meer (vuur)wapenbezit. De reclassering heeft in haar advies van 18 december 2023 beschreven dat verdachte zich in eerste instantie goed hield aan de voorwaarden die aan de voorwaardelijke invrijheidsstelling waren verbonden en dat hij gemotiveerd was om zijn leven een nieuwe wending te geven. Verdachte heeft echter op enig moment zijn enkelband doorgeknipt en is vlak daarna met een vals paspoort is afgereisd naar de Dominicaanse Republiek. De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij zich heeft gewend tot gebruikmaking van valse of vervalste reis- en identiteitsdocumenten, zich daarmee onvindbaar heeft gemaakt en zich vervolgens welbewust wederom schuldig heeft gemaakt aan ernstige strafbare feiten, zoals uit onderhavige zaak blijkt. De rechtbank ziet geen aanleiding in strafmatigende zin rekening te houden met door de verdediging genoemde detentieomstandigheden van verdachte, nu deze niet in verband staan met de bewezenverklaarde feiten. Straf Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Bij haar beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten. De oriëntatiepunten dienen als vertrekpunt bij het bepalen van de straf. Voor het voorhanden hebben van vuurwapens van de categorieën II en III in een woning, worden als uitgangspunt onvoorwaardelijke gevangenisstraffen van respectievelijk twaalf en vier maanden – per vuurwapen – passend geacht. Voor het aanwezig hebben van harddrugs wordt uitgegaan van een gevangenisstraf van minstens 36 maanden bij een hoeveelheid van meer dan 20 kilogram. Voor het in bezit hebben van een vals paspoort wordt een gevangenisstraf van twee maanden als uitgangspunt genomen. Verdachte heeft over een grote hoeveelheid aan wapens, verdovende middelen en valse reis- en identiteitsdocumenten beschikt. Alles afwegend acht de rechtbank het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van acht jaar, zoals geëist door het Openbaar Ministerie, passend en geboden. De rechtbank zal verdachte deze straf dan ook opleggen. Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering. 12 Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 47, 57 en 231 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 26, 31 en 55 van de Wet Wapens en Munitie en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet. 13 Beslissing De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 8 is vermeld. Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Het bewezen verklaarde levert op: Ten aanzien van feit 1: medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet Wapens en Munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd en medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet Wapens en Munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, onderdeel 2, meermalen gepleegd en medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet Wapens en Munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, onderdeel 7, meermalen gepleegd en medeplegen van handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet Wapens en Munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, onderdeel 7 en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet Wapens en Munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd; Ten aanzien van feit 2: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd en medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod; Ten aanzien van feit 3: een reisdocument/identiteitsbewijs voorhanden hebben waarvan hij weet dat het vals en/of vervalst is, meermalen gepleegd en medeplegen van een reisdocument/identiteitsbewijs voorhanden hebben waarvan hij weet dat het vals is, meermalen gepleegd. Verklaart het bewezene strafbaar. Verklaart verdachte, [verdachte] , daarvoor strafbaar. Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 8 (acht) jaar . Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden. Dit vonnis is gewezen door mr. H.E. Hoogendijk, voorzitter, mrs. G. Oldekamp en I. Timmermans, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. Stockmann, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 8 augustus 2024. Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Een proces-verbaal met documentcode LEE-8573 van 1 augustus 2022, p. PD 45-51. Een proces-verbaal met documentcode LERAD22002-960 van 21 september 2023, p. PD 69-74. Een proces-verbaal met documentcode LERAD22002-616 van 21 september 2023, p. PD 75-80. Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 25 juli 2024. Een proces-verbaal met documentcode LERAD22002-616 van 21 september 2023, p. PD 80. Een proces-verbaal met documentcode LEE-8573 van 1 augustus 2022, p. PD 46. Een proces-verbaal van relaas m.b.t. zaaksdossier 1 van 3 januari 2024, p. 56. Een proces-verbaal van relaas m.b.t. zaaksdossier 1 van 3 januari 2024, p. 19. Een proces-verbaal van relaas m.b.t. zaaksdossier 1 van 3 januari 2024, p. 54 en p. 61-62. Een proces-verbaal van relaas m.b.t. zaaksdossier 1 van 3 januari 2024, p. 62-63. Een proces-verbaal van relaas m.b.t. zaaksdossier 1 van 3 januari 2024, p. 54-55. Een geschrift, zijnde een proces-verbaal van doorzoeking van de autoriteiten in de Dominicaanse Republiek, p. AD 27-29. Een proces-verbaal van 12 december 2023 met documentnummer LERAD22002-1006 p. AD 53. Een proces-verbaal van onderzoek wapens met nummer 2022028199-20 van 28 december 2023, p. ZD1 23-24. Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 25 juli 2024. Een proces-verbaal van relaas m.b.t. zaaksdossier 1 van 3 januari 2024, p. 56. Een proces-verbaal van relaas m.b.t. zaaksdossier 1 van 3 januari 2024, p. 20-21.