Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2024-11-27
ECLI:NL:RBAMS:2024:8839
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
10,085 tokens
Inleiding
RECHTBANK Amsterdam
Civiel recht
Zaaknummer: C/13/732649 / HA ZA 23-389
Tussenvonnis van 27 november 2024
in de zaak van
WORLD SPORTS COMPANY B.V.,
gevestigd te Alkmaar,
eisende partij,
hierna te noemen: WSC,
advocaat: mr. S. Hartog,
tegen
[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats] (Polen),
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. M.P. Lewandowski.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het incidenteel vonnis van 15 mei 2024 en de daarin vermelde processtukken;
- het herstelvonnis van 29 mei 2024;
- de rolbeslissing van 19 juni 2024 waarin een mondelinge behandeling is bepaald en de daarin vermelde processtukken;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 30 september 2024 en de daarin vermelde processtukken;
- de akte uitlating productie 70a van 14 oktober 2024 van WSC.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2Vooraf
2.1.
Bij eindarrest van 9 augustus 2022 heeft het hof Amsterdam geoordeeld dat [gedaagde] onrechtmatig jegens WSC heeft gehandeld en is [gedaagde] veroordeeld tot betaling van de daardoor door WSC geleden schade, nader op te maken bij staat. In 2023 is WSC jegens [gedaagde] bij de rechtbank de schadestaatprocedure gestart. WSC vordert van [gedaagde] betaling van de door WSC geleden omzetschade, die WSC om proceseconomische redenen heeft beperkt tot vier jaren (2018 tot en met 2021) en tot maximaal een bedrag van € 1.000.000, vermeerderd met rente en kosten. Partijen hebben ieder een incidentele vordering tot overlegging van bescheiden (ex artikel 22 Rv) ingesteld. Bij het incidenteel vonnis van 15 mei 2024 van deze rechtbank (zie ECLI:NL:RBAMS:2024:7102) zijn de feiten en de standpunten van partijen weergegeven, zodat de rechtbank kortheidshalve daarnaar verwijst. In het incidenteel vonnis van 15 mei 2024 is zowel WSC als [gedaagde] bevolen om een aantal bewijsstukken in het geding te brengen. Partijen hebben deze stukken op 12 juni 2024 in het geding gebracht. Vervolgens heeft op 30 september 2024 de inhoudelijke mondelinge behandeling plaatsgevonden en is een datum voor vonnis bepaald. In deze procedure gaat het alleen om het causaal verband van de onrechtmatige daad met de schade en de hoogte van de schade.
Geschil
3.1.
In de schadestaat heeft WSC haar schade gevorderd en als volgt gespecificeerd:
a. Omzetschade (over de periode van 2018 tot en met 2021) beperkt tot € 1.000.000.
Dit is onder te verdelen in:
I. blauwe groep: verloren klanten, schade € 75.703,14 per jaar voor klanten uit de EU en £ 21.426,80 per jaar voor klanten uit Groot-Brittannië, in totaliteit voor vier jaar € 401.750,01;
II. oranje groep: klanten waarbij prijsverlaging is doorgevoerd, schade voor klanten uit de EU voor vier jaar € 123,644,51 en voor klanten uit Groot-Brittannië voor vier jaar £ 389.224,961 ofwel € 449.308,01, in totaliteit € 572.952,52;
III. groene groep: klanten waarbij eerst prijsverlaging is doorgevoerd en daarna alsnog zijn vertrokken, schade voor klanten uit de EU voor vier jaar € 88.155,53 en voor klanten uit Groot-Brittannië voor vier jaar £ 18.555,52, in totaliteit € 109.575,39,
b. De wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW over de omzetschade,
c. De kosten ter vaststelling van de schade van in totaal € 6.160,-,
d. De buitengerechtelijke incassokosten van € 8.197,75,
e. De proceskosten vermeerderd met de wettelijke rente.
3.2.
[gedaagde] betwist het bestaan van de schade, het causaal verband van de onrechtmatige daad met de gestelde schade en de hoogte van de schade. [gedaagde] voert kort samengevat aan dat:
hij geen brieven heeft gestuurd aan FC Kaiserslautern, AFC Bournemouth, French Football, Celtic FC, Brighton Albion, Bristol Sport City en Rugby, Fanatics, Leicester City, Tottenham Hotspur, Westham United, Watford FC, WBA Warehouse, FC Bayern Munich, Southhampton FC en Eintracht Braunschweig. WSC heeft de rechtbank misleid door manipulatie met bewijsmateriaal (foto’s en DPD verzendlijsten) en handtekeningen te vervalsen, zoals blijkt uit het handschriftonderzoek van drs. Angelika Werwinska, expert in forensisch onderzoek.
WSC in haar berekeningen de impact van Covid-19 voor de jaren 2020 tot en met 2022 niet heeft meegenomen;
WSC haar klanten niet is verloren, maar via aan haar gelieerde vennootschappen WSC Direct en WSC Direct S.K. vanaf eind 2017/begin 2018 de sjaals aan haar klanten is gaan verkopen. Deze vennootschappen hebben direct na hun oprichting hoge omzetten gedraaid. WSC heeft haar omzet dus via Polen en Engeland omgeleid;
WSC door eigen schuld klanten is verloren door brieven over asbest in de fabriek van [gedaagde] onder de clubs te verspreiden en leugens te vertellen over het hebben van exclusiviteitsrechten op de verkoop van de door [gedaagde] geproduceerde sjaals;
de berekeningen van de schade niet onafhankelijk zijn opgesteld en methodologische fouten bevatten zoals het negeren van margeverlies, wijziging van kostenstructuur vanwege de eigen productie van WSC, duurdere productiekosten en slechtere kwaliteit van de sjaals.
WSC zelf kortingen en lagere prijzen aanbood wegens het opstarten van een eigen fabriek in Polen voor de productie van sjaals. Wegens de oprichting van de eigen fabriek was zij in staat om sjaals voor zijn klanten te blijven produceren tegen een lagere prijs en om nieuwe klanten (Bayern München en Fanatics) aan te trekken;
WSC geen bewijsstukken heeft overgelegd waaruit blijkt dat de clubs kortingen en/of lagere prijzen hebben gevraagd aan WSC.
Beoordeling
4.1.
De rechtbank heeft in haar incidenteel vonnis van 15 mei 2024 [gedaagde] opgedragen om verzendgegevens door [gedaagde] of een aan hem gelieerd bedrijf via DPD en DHL over de periode van april 2017 tot en met februari 2018 over te leggen. Dat heeft [gedaagde] gedaan. De rechtbank heeft de verzendgegevens van DPD bekeken. Gelet op de gedetailleerde informatie op deze lijst gaat de rechtbank uit van de juistheid hiervan en neemt deze gegevens als uitgangspunt in haar beoordeling. Alle eerder overgelegde verzendlijsten zijn derhalve niet van belang. Dit betekent dat de door WSC overgelegde Excel-lijst met verzendingen, waarvan [gedaagde] terecht heeft aangevoerd en WSC heeft toegegeven dat er ten onrechte teveel verzendingen op staan vermeld, buiten beschouwing blijft.
4.2.
In onderstaand tabel wordt weergegeven of de door WSC genoemde clubs op de DPD-lijst voorkomen, wat de datum van plaatsing van de order bij DPD is geweest, hoeveel pakketten er zijn verstuurd, wat het gewicht van het pakket was en wat voor opmerking bij het pakket is geplaatst.
Groep
Club
Vermeld op DPD lijst?
Datum plaatsing order bij DPD
Aantal pakket
Gewicht pakket
Opmerking bij pakket
Blauw
Kaiserslautern
Ja
01-02-2018
1
1 kg
Samples
Bournemouth
Ja
24-01-2018
12-02-2018
1
1
1 kg
1 kg
Samples
Scarves
FFF
Nee
Cardiff City
Ja
16-02-2018
2
40 kg
Scarves
Chelsea
Nee
Chrystal Palace
Ja
22-01-2018
1
1 kg
“Belangrijk”
Celtic
Ja
22-01-2018
1
2 kg
Scarves
Ipswich Town
Ja
16-02-2018
1
20 kg
100 scarves
Oranje
Brighton
Ja
22-01-2018
1
1 kg
Scarves
Bristol Sport
Ja
11-01-2018
1
3 kg
Scarves
Sportnex
Nee
Aston Villa (Fanatics)
Nee
Everton (Fanatics)
Nee
NFL/NHL (Fanatics)
Nee
Reading (Fanatics)
Ja
22-01-2018
1
1
Samples
Rugby Football Union (Fanatics)
Ja
22-01-2018
1
1 kg
Samples
Wembley Stadium/FA (Fanatics)
Ja
Conclusie
4.22.
Samenvattend krijgt WSC de gelegenheid om een nieuwe schadeberekening te laten opstellen met de volgende uitgangspunten:
in de blauwe groep kan de schade op basis van de door WSC genoemde clubs worden berekend, behalve voor Chelsea en FFF, (zie 4.3, 4.10 en 4.11);
in de oranje groep komt de schade ten aanzien van de England Fanatics alleen in verband met Reading, Rugby Football en Wembley Stadium/FA in aanmerking (zie 4.13); verder komt de schade in verband met Aston Villa, Everton en NFL/NHL en Bayer Leverkusen, Arminia Bielefeld, Hannover 96, S.C. Freiburg, Vfb Stuttgart 1893, Mannheim mbH, DEG Eishockey en Sportnex niet voor vergoeding in aanmerking (zie 4.14);
het verschil tussen 90% van de oude gemiddelde prijzen en de nieuwe gemiddelde prijzen over de periode 2018-2022 mag als marge/winstverlies worden berekend (zie 4.16);
de berekeningswijze die de accountant eerder heeft aangehouden, kan ook nu worden gehanteerd (zie 4.16);
van de groene groep mogen alleen de clubs Eintracht Braunschweig en Southampton worden meegenomen en alleen zolang zij nog klant waren voor de verlaagde prijs (zie 4.21).
In afwachting van de nieuwe schadeberekening wordt iedere verdere beslissing aangehouden.
Dictum
De rechtbank
5.1.
bepaalt dat de zaak op de rol van 8 januari 2025 komt voor het nemen van een akte door WSC over hetgeen is vermeld onder 4.11, 4.16, 4.21 en 4.22 waarna [gedaagde] op de rol van twee weken daarna een antwoordakte kan nemen,
5.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.M.E. de Koning, rechter, bijgestaan door mr. M. Sahin, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 27 november 2024.
Beoordeling
22-01-2018
2
1 kg
Samples
Manchester City
Nee
Karlsruhe
Ja
13-02-2018
1
1 kg
Samples
Leicester City
Ja
22-01-2018
1
2 kg
Scarves
Liverpool
Ja
22-01-2018
1
1 kg
Scarves
Plymouth
Ja
22-01-2018
1
1 kg
Scarf
Tottenham
Ja
22-01-2018
1
2 kg
Samples
West Ham
Ja
22-01-2018
1
2 kg
Samples
Watford
Ja
22-01-2018
16-02-2018
1
1
1 kg
2 kg
Samples
Samples
West Bromwich
Ja
22-01-2018
1
1 kg
Samples
Groen
Bayern Munchen
Ja
12-04-2017
7
1 kg
Hoeden/
petten
Southhampton
Ja
22-01-2018
1
1 kg
Samples
Eintracht Braunschweig
Ja
24-01-2018
2
1 kg
Samples
De door [gedaagde] aangeschreven clubs – ten aanzien van verweer onder a)
4.3.
[gedaagde] heeft weliswaar erkend dat hij aan een aantal clubs brieven met al dan niet samples heeft verstuurd, maar hij heeft betwist dat hij aan alle door WSC vermelde clubs brieven heeft verstuurd. [gedaagde] heeft in zijn akte van 30 september 2024 onder randnummer 152 erkend de volgende clubs te hebben aangeschreven: Brighton, Bristol Sport, Tottenham, Westham, Southhampton, Leicester City, Reading, Cardiff City en Ipswich Town. Uit de gegevens op de DPD-lijst blijkt nu welke clubs [gedaagde] heeft benaderd. Wat de aanleiding voor het benaderen voor deze clubs is geweest, waarover partijen elkaar verwijten maken, is in deze procedure niet relevant. Het hof Amsterdam heeft geoordeeld dat de handelwijze van [gedaagde] onrechtmatig is en dat hij de daardoor geleden schade van WSC dient te vergoeden. Van alle clubs waar in bovenstaande tabel staat dat samples/scarf/hoed met een gewicht van 1 of 2 kg zijn gezonden en van de clubs waarvan gezonden dozen zijn bewezen, acht de rechtbank voldoende bewezen dat ook de brief is meegezonden. De clubs/leagues van de groep die valt onder the Fanatics en die worden vertegenwoordigd door mr. [naam 1] komen eveneens voor schadevergoeding in aanmerking. Van opdrachten voor Aston Villa, Everton en NFL/NHL aan WSC in 2017 is echter onvoldoende gebleken. Van merchandise in 2016 en 2017 voor the FA is wel gebleken, zodat die mag worden meegerekend. De clubs waarvan WSC wel schade vordert, die voorkomen in het overzicht van productie 3, 4 en 5 van WSC, maar niet afzonderlijk op deze DPD-lijst voorkomen en waarvan evenmin een verzonden doos is bewezen, komen niet in aanmerking voor vergoeding. Dat zijn de clubs Bayer Leverkusen, Arminia Bielefeld, Hannover 96, S.C. Freiburg, Vfb Stuttgart 1893, Mannheim mbH en DEG Eishockey. Voor die clubs is geen bewijs van inmenging door [gedaagde] overgelegd. Ook het causaal verband tussen het handelen van [gedaagde] in verband met Sportnex is onvoldoende aangetoond. Daarnaast komt vergoeding van schade voor FFF niet in aanmerking, omdat deze niet op de verzendlijst van DPD staat. De benadering van Chelsea door [gedaagde] is evenmin afdoende bewezen. Niet is toegelicht dat mr. [naam 1] ook Chelsea vertegenwoordigde.
Het bestaan van schade
4.4.
[gedaagde] betwist dat WSC schade heeft geleden als gevolg van zijn mailingsactie naar de clubs en voor zover er al schade is, betwist hij ook de hoogte van de schade. Het hof Amsterdam heeft reeds geoordeeld dat het bestaan of de mogelijkheid van schade als gevolg van het onrechtmatig handelen van [gedaagde] op zichzelf voldoende aannemelijk is. Het bestaan van schade wordt hier daarom ook aangenomen.
Beoordeling
Op de omvang van de schade wordt hierna ingegaan.
Het causaal verband tussen het onrechtmatig handelen en de schade
4.5.
[gedaagde] betwist daarnaast ook het causaal verband van zijn handelen en de door WSC gevorderde schade. De rechtbank oordeelt dat WSC voldoende heeft gesteld en gemotiveerd onderbouwd dat zij als gevolg van het handelen van [gedaagde] schade heeft geleden. WSC heeft foto’s overgelegd waarop brieven van [gedaagde] met samples, eigen prijslijsten en business cards te zien zijn welke [gedaagde] naar klanten van WSC heeft toegestuurd. De strekking van die brieven is kort samengevat de clubs onder valse voorwendselen (dat WSC nooit de opdrachtnemer was) te verleiden om direct bij [gedaagde] sjaals in te kopen in plaats van bij WSC. [gedaagde] heeft weliswaar aangevoerd dat WSC met dit bewijsmateriaal heeft geknoeid en dat WSC mogelijk de zendingen van [gedaagde] aan de desbetreffende clubs heeft ‘onderschept’, maar gelet op de clubs die op de DPD-lijst voorkomen en die waarvan [gedaagde] erkent dat hij brieven heeft gestuurd, acht de rechtbank manipulatie van dit bewijsmateriaal niet geloofwaardig. Er is geen reden gegeven voor het zelf door WSC toezenden van brieven waardoor hij het verlies van een klant riskeert, dat is volstrekt onlogisch. Vaststaat dat de op de DPD-lijst genoemde clubs zijn aangeschreven. Gelet op de overgelegde foto’s van de samples in samenhang met de DPD-lijst is het causaal verband tussen die handeling van [gedaagde] en de door WSC gestelde schade vast komen te staan.
De omvang van de schade
4.6.
[gedaagde] heeft een aantal omstandigheden genoemd waaruit volgens hem volgt dat de door WSC genoemde omvang van de schade niet klopt. De rechtbank bespreekt eerst het verweer van [gedaagde] dat betrekking heeft op alle groepen (blauw, oranje en groen). Daarna bespreekt de rechtbank de verweren van [gedaagde] die alleen betrekking hebben op een specifieke groep.
- ten aanzien van het verweer onder b)
4.7.
[gedaagde] heeft aangevoerd dat WSC in de schadeberekeningen van alle groepen de impact van Covid-19 voor de jaren 2020 tot en met 2022 niet heeft meegenomen, aangezien de periode waarover schade wordt gevorderd in de coronapandemie valt. WSC heeft tijdens de zitting desgevraagd verklaard dat de coronapandemie juist een positieve invloed heeft gehad op de verkoop. WSC heeft toegelicht dat het WK een jaar werd uitgesteld en dat WSC daardoor een jaar langer kon doen over de productie van sjaals. Daarnaast heeft WSC verklaard dat een aantal producenten juist vanwege de coronapandemie ging sluiten, zodat WSC nieuwe clubs erbij kreeg. [gedaagde] heeft deze toelichting van WSC niet weersproken terwijl hij de sjaals produceerde en inzicht in de aantallen had, zodat de rechtbank hiervan uitgaat. WSC heeft tijdens de zitting aangeboden om deze positieve ontwikkeling te laten zien aan de hand van haar jaarstukken, maar bij gebreke van een betwisting ziet de rechtbank hiertoe geen aanleiding.
Blauwe groep
4.8.
WSC stelt dat zij door het onrechtmatig handelen van [gedaagde] de volgende klanten is verloren: uit de Europese Unie: FC Kaiserslautern en FFF en uit Groot-Brittannië: AFC Bournemouth, Cardiff City FC, Chelsea FB, Crystal Palace, Celtic Football Club en Ipswich Town. WSC heeft dit onderbouwd door overlegging van bewijsstukken van de eerdere samenwerking tussen WSC en [gedaagde] ter zake de club (sample orders, production orders, invoices), bewijs van de samenwerking tussen WSC en de club (official production orders, invoices) en het bewijs van onrechtmatig handelen van [gedaagde] door het versturen van onrechtmatige uitingen aan de club. Deze schade voor klanten uit de Europese Unie bedraagt volgens haar € 75.703,14 per jaar en voor klanten uit Groot-Brittannië £ 21.426,80 per jaar. Over de periode 2018-2021 bedraagt deze schade in totaal € 401.750,01 (€ 302.812,57 + £ 85.707,18). Bij deze berekening is WSC uitgegaan van het gemiddeld aantal sjaals dat per jaar aan de betreffende club is verkocht over de jaren voor het vertrek. Dit gemiddeld aantal sjaals heeft WSC vermenigvuldigd met de gemiddelde prijs per sjaal, wat resulteert in schade per jaar per club.
- ten aanzien van het verweer onder c)
4.9.
[gedaagde] heeft aangevoerd dat WSC haar klanten niet is verloren, maar via aan haar gelieerde vennootschappen WSC Direct en WSC Direct S.K. vanaf eind 2017/begin 2018 de sjaals aan haar klanten is gaan verkopen. Volgens [gedaagde] heeft WSC haar omzet dus via Polen en Engeland omgeleid en hebben deze vennootschappen direct na hun oprichting hoge omzetten gedraaid, wat betekent dat WSC geen schade heeft geleden. De rechtbank gaat hier niet in mee. Omdat WSC de omzet van WSC Direct en WSC Direct S.K. in haar berekeningen heeft meegenomen, is het niet van belang welke clubs de productie vanuit deze bedrijven hebben ontvangen. Daarnaast erkent [gedaagde] (conclusie van antwoord, randnummer 55) dat Cardiff City en Ipswich Town naar hem zijn overgestapt. Bovendien staat het vast dat door het beëindigen van de samenwerking door [gedaagde] WSC heeft gekozen om een eigen fabriek op te zetten. Dit blijkt ook uit het proces-verbaal van het verhoor van [naam 2] van 8 mei 2024 (productie 70a van [gedaagde] ), waarin [naam 2] aangeeft dat WSC de machines in november 2017 heeft gekregen en dat de fabriek in december 2017 operationeel werd, terwijl de termination letter van [gedaagde] van juli 2017 dateert. Van exclusiviteit tussen [gedaagde] en WSC was geen sprake, zodat WSC ervoor kon kiezen om de productie in eigen hand te nemen. WSC heeft verder toegelicht dat hij de productie vanuit Polen en het Verenigd Koninkrijk wel heeft meegenomen. Dit blijkt ook uit facturen die hij in producties 3/4/5 heeft overgelegd.
- ten aanzien van het verweer onder d) en e)
4.10.
[gedaagde] voert verder het verweer dat WSC door eigen schuld klanten is verloren door onder meer brieven over asbest in de fabriek van [gedaagde] onder de clubs te verspreiden en leugens over het hebben van exclusiviteitsrechten op de verkoop van de door [gedaagde] geproduceerde sjaals. Daarnaast betoogt [gedaagde] dat de berekening van de schade niet onafhankelijk is opgesteld en dat geen rekening wordt gehouden met margeverlies en met veranderlijkheid van de markt aangezien inkooptussenpersonen en licentiehouders regelmatig op zoek gaan naar nieuwe leveranciers van sjaals. Tot slot heeft [gedaagde] gewezen op het bestaan van andere redenen bij de clubs om de relatie met WSC te verbreken. De rechtbank bestempelt dit soort verweren als verdachtmakingen, waarvan geen enkel begin van bewijs is geleverd. Aan deze kale betwistingen gaat de rechtbank voorbij. Dat geldt ook voor het verweer dat Chrystal Palace zelf uit meerdere aanbiedingen een andere prijs dan die van WSC koos omdat die lager was. De benadering van deze club door [gedaagde] als aanleiding om een lagere prijs te vragen staat vast en daarom staat het causaal verband met een lagere prijs ook vast.
4.11.
De conclusie is dat [gedaagde] de stelling van WSC onvoldoende gemotiveerd heeft betwist voor de overige clubs dan die genoemd in 4.3 en 4.10, zodat de rechtbank uitgaat van de door WSC berekende omvang van de schade voor deze clubs, behalve Chelsea en FFF. Alle verlies van klanten is immers terug te voeren op de door [gedaagde] verzonden aanbiedingen om de sjaals en andere merchandise voor lagere bedragen te verkopen. Dat blijkt uit een aantal voorbeelden waarin een club heeft meegedeeld dat deze door het handelen van [gedaagde] heeft overwogen om naar hem over te stappen (Ipswich Town en Cardiff City).
Beoordeling
Hierna zal worden overwogen dat WSC de gelegenheid krijgt een nieuwe schadeberekening te maken op de basis die hierna onder 4.16 wordt toegelicht.
Oranje groep
– ten aanzien van het verweer onder f)
4.12.
WSC stelt dat zij haar prijzen heeft moeten verlagen doordat [gedaagde] inkooporders van haar heeft verzonden aan de volgende klanten: in de Europese Unie: Karlsruhe en in Groot-Brittannië: Brighton Albion, Bristol Franchise, Bristol Rugby, England Fanatics, Leicester, Liverpool, Plymouth, Tottenham, West Ham, Watford en West Bromwich. Hierdoor wisten deze klanten precies voor welke prijs WSC de sjaals bij [gedaagde] inkocht. WSC heeft dit onderbouwd door de facturen met de prijzen vóór het onrechtmatig handelen van [gedaagde] te vergelijken met de prijs ná het onrechtmatig handelen op de overgelegde facturen. Daarnaast heeft WSC een verklaring van haar boekhouder overgelegd, waarin deze verklaart dat er sprake is van een opvallende prijsverlaging, welke zeer waarschijnlijk een gevolg is geweest van het door [gedaagde] benaderd hebben van de klanten van WSC (productie 7 bij dagvaarding). De schade voor klanten uit de Europese Unie over de periode 2018-2021 bedraagt volgens WSC in totaal € 123.644,51 en voor klanten uit Groot-Brittannië £ 389.224,96 (€ 449.308,01). De totale omvang is dus € 572.952,52.
England Fanatics
4.13.
WSC stelt dat [gedaagde] England Fanatics heeft aangeschreven. [gedaagde] betwist dit en verwijst naar een email van [naam 3] waarin hij schrijft dat [gedaagde] hem niet heeft aangeschreven (productie 6 bij conclusie van antwoord).
England Fanatics is retailpartner van diverse clubs, waaronder Aston Villa, Manchester City, Everton en NHL, en [naam 3] is een hooggeplaatste functionaris bij de Fanatic Group. In het incidenteel vonnis is WSC toegelaten bewijsstukken over te leggen waaruit blijkt dat Aston Villa, Manchester City, Everton, NHL en Reading klant was bij WSC en hoe de handelsrelatie daarna is verlopen. WSC heeft bij akte van 12 juni 2024 een aantal gegevens verstrekt. Hieruit blijkt echter niet dat alle genoemde clubs vóór 2018 reeds klant waren bij WSC. Voor Manchester City is in het geheel geen schadeberekening gemaakt. Uit de DPD-lijst blijkt bovendien dat [gedaagde] alleen aan Reading, Rugby Football en Wembley Stadium/FA samples heeft verstuurd. WSC heeft deze verschillende clubs niet uitgesplitst in haar schadeberekening. Zij verwijst wel naar e-mailwisselingen en een overzicht van de achterhaalde vijf tracking nummers waaruit volgens WSC blijkt dat [gedaagde] zendingen aan Fanatics heeft gedaan, maar het is niet duidelijk geworden ten aanzien van welke club dit is gedaan. WSC heeft haar stelling dat de niet op de DPD-lijst genoemde clubs die onder Fanatics vallen ook zijn benaderd door [gedaagde] , niet voldoende gemotiveerd onderbouwd. Daarom komt alleen het voor Reading, Rugby Football en Wembley Stadium/FA als gevolg van het onrechtmatig handelen van [gedaagde] geleden schade voor vergoeding in aanmerking. De schade dient voor deze clubs ieder apart te worden berekend, zoals dat ook voor de andere clubs is gedaan.
4.14.
WSC heeft het causaal verband met de schade ten aanzien van de clubs Bayer Leverkusen, DSC Arminia Bielefeld, Hannover Karlsruhe, Freiburg, Stuttgart 1893, Mannhem, DEG Eishockey onvoldoende onderbouwd, zoals hiervoor onder 4.3 al is toegelicht.
- ten aanzien van het verweer onder g)
4.15.
[gedaagde] heeft naar voren gebracht dat prijswijzigingen bij WSC al veel eerder een rol speelden en dat WSC niet heeft aangetoond dat de clubs, als gevolg van de brieven van [gedaagde] , korting hebben bedongen bij WSC. Volgens [gedaagde] heeft WSC zelf lagere prijzen aangeboden aan haar klanten in aanloop naar de eigen productie van sjaals en het wegvallen van de productiekosten door [gedaagde] . De rechtbank heeft hiervoor (4.5) overwogen dat het feit dat de door WSC genoemde clubs op de DPD-lijst voorkomen en het door WSC aangeleverde bewijs dat deze clubs vanaf 2018 minder betalen voor de sjaals voldoende is voor het aannemen van het causaal verband tussen de onrechtmatige daad en het verlies aan marge. De vraag die vervolgens beantwoord moet worden is wat het verlies van de marge precies is. Tijdens de zitting heeft WSC verklaard dat er wel voordeel door de verminderde productiekosten van [gedaagde] is. WSC heeft verder aangegeven dat in de termination letter [gedaagde] al heeft voorgesorteerd op het beëindigen van de samenwerking en dat het daarom voor WSC nodig was een eigen fabriek op te starten. Die kosten heeft zij terecht niet in de schadeberekening opgenomen. De beëindiging door [gedaagde] was namelijk niet onrechtmatig omdat het [gedaagde] wel vrijstond de samenwerking te beëindigen. Volgens WSC was het al een vaststaand feit dat de kostprijs zou zakken, maar de mededelingen van [gedaagde] zorgden er voor dat de vraagprijs nog lager werd. Deze verklaring heeft [gedaagde] niet weersproken.
4.16.
De berekening van het verlies van de marge kan de rechtbank echter niet zelf maken. Vaststaat dat WSC met de komst van haar eigen fabriek iets lagere kosten heeft.De rechtbank heeft geen enkele indicatie in welke mate er kostenreductie is geweest. WSC heeft tijdens de zitting verklaard dat de prijs van de sjaals wel iets lager zou worden door de komst van de nieuwe fabriek en de verminderde kosten, maar hoeveel dat precies zou zijn heeft WSC niet toegelicht. Daarom zal de rechtbank een schatting maken. De rechtbank acht een vermindering van de aanvankelijke prijs met 10% redelijk. [gedaagde] heeft geen verweer gevoerd tegen de berekening van het verlies over vier jaren. Dit betekent dat WSC het verschil tussen 90% van de oude gemiddelde prijzen en de nieuwe gemiddelde prijzen over de periode 2018-2022 als marge/winstverlies mag rekenen. WSC krijgt de gelegenheid om dit schadebedrag te laten berekenen door de eerder door WSC ingeschakelde accountant, aangezien de accountant reeds bekend is met de cijfers en een acceptabele berekeningswijze met het in aanmerking nemen van gewogen gemiddelden heeft aangehouden. WSC krijgt hiervoor een termijn van zes weken. Hierna krijgt [gedaagde] de gelegenheid om op de schadeberekening van de accountant te reageren.
Groene groep
4.17.
WSC stelt dat zij bij sommige klanten eerst haar prijzen heeft moeten verlagen als gevolg van het onrechtmatig handelen van [gedaagde] , maar dat deze klanten later alsnog zijn vertrokken. Het gaat om Bayern Munchen en Eintracht Braunschweig in de Europese Unie en Southampton in Groot-Brittannië. De schade voor klanten uit de Europese Unie over de periode 2018-2021 bedraagt in totaal € 88.155,53 en voor de club uit Groot-Brittannië £ 18.555,52 (€ 21.419,86). De totale omvang is € 109.575,39, aldus WSC.
4.18.
[gedaagde] voert ten aanzien van deze groep dezelfde verweren als ten aanzien van de oranje groep. Volgens [gedaagde] heeft WSC niet aangetoond dat deze clubs kortingen hebben bedongen bij WSC en dat zij na verloop van tijd alsnog, als gevolg van het onrechtmatig handelen van [gedaagde] , de samenwerking met WSC hebben beëindigd.
4.19.
Zoals hiervoor (4.5 tot en met 4.16) geoordeeld, is het feit dat deze clubs op de DPD-verzendlijst staan in samenhang met de overgelegde bewijsstukken van WSC voldoende voor het aannemen van het causaal verband tussen die handeling van [gedaagde] en de door WSC gestelde schade. [gedaagde] heeft aangevoerd dat WSC geen foto’s van de brief van [gedaagde] en de samples aan Eintracht Braunschweig heeft overgelegd, maar deze zitten wel bij de processtukken (productie 5c van WSC).
4.20.
Voor de club Bayern Munchen heeft WSC echter onvoldoende gesteld, aangezien WSC van deze club alleen facturen uit 2014 heeft overgelegd.