Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2024-12-18
ECLI:NL:RBAMS:2024:8591
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
3,473 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/276468-24
Datum uitspraak: 18 december 2024
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996,
thans gedetineerd te: [detentieplaats] .
1Onderzoek ter terechtzitting
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 4 december 2024.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. T. van Wanrooij, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. R.T. Laigsingh, naar voren hebben gebracht.
2Tenlastelegging
Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich op 27 augustus 2024 in Amsterdam heeft schuldig gemaakt aan diefstal van meerdere levensmiddelen toebehorende aan winkelbedrijf [supermarkt] , voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld.
De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.
3Voorvragen
De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.
4Waardering van het bewijs
4.1.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld de diefstal, gevolgd van geweld, bewezen kan worden. Hij heeft daartoe de volgens hem relevante bewijsmiddelen opgesomd.
4.2.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft partiële vrijspraak verzocht van het tenlastegelegde geweld. Er heeft na de diefstal een handgemeen plaatsgevonden tussen verdachte en de twee beveiligers. Hierbij heeft verdachte uit zelfverdediging gehandeld. De diefstal heeft verdachte bekend en kan bewezen worden.
4.3.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank is, met de officier van justitie, van oordeel dat de gekwalificeerde diefstal bewezen kan worden. Verdachte heeft ter terechtzitting bekend de diefstal van de levensmiddelen gepleegd te hebben. De rechtbank acht op basis van de verklaringen van de medewerkers bewezen dat verdachte ook geweld heeft gebruikt.
Geen noodweersituatie
De rechtbank acht niet aannemelijk dat er sprake was van een noodweersituatie. De door de verdediging gegeven lezing van de gebeurtenissen vindt zijn weerlegging in de volgende, aan de bewijsmiddelen ontleende, feiten en omstandigheden.
De medewerkers van [supermarkt] hebben op hoofdlijnen gelijkluidend verklaard over het geweld dat verdachte tegen hen heeft gebruikt. Aangever [naam 1] heeft verklaard dat verdachte na het verlaten van de winkel met de gestolen goederen op de fiets probeerde te ontkomen en daarbij ten val kwam, waarna hij om zich heen sloeg en daarbij [naam 1] tegen zijn gezicht raakte, dat zijn collega ook geraakt is en dat verdachte happende bewegingen maakte. Aangever [naam 2] heeft verklaard dat verdachte, toen zijn collega en hij hem staande probeerden te houden, met zijn linker elleboog [naam 2] in zijn gezicht raakte, met zijn benen trapte en een bijtbeweging maakte richting zijn collega. De beschrijving van de camerabeelden sluit aan bij de hiervoor genoemde verklaringen.
Conclusie
De rechtbank acht bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal met geweld om aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken.
5Bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de in bijlage II vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte
op 27 augustus 2024 te Amsterdam, een pak luiers (Pampers, baby dry) en drie flessen shampoo (merk Zwitsal) en zeven flessen massage olie (merk Zwitsal) en drie flessen wascreme (merk Zwitsal) en vier flessen schuimbad (merk Zwitsal) (met een totale waarde van 91,72 euro), die aan (winkelbedrijf) [supermarkt] (gelegen aan [adres] ), toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd gevolgd van geweld tegen [naam 1] en [naam 2] , gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken, door
- om zich heen te slaan en
- die [naam 1] tegen het gezicht te slaan en
- een happende beweging in de richting van de arm van die [naam 1] te maken en
- met zijn, verdachtes, elleboog het gezicht van die [naam 2] te raken en
- een trappende beweging met zijn, verdachtes, been te maken.
6Strafbaarheid van het feit
Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.
7Strafbaarheid van verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.
8Plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders
8.1.
Eis van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel) zal worden opgelegd voor de duur van twee jaren.
8.2.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft primair verzocht de vordering van de officier van justitie tot oplegging van de ISD-maatregel af te wijzen en te volstaan met oplegging van een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest. Subsidiair heeft de raadsman verzocht de ISD-maatregel op te leggen voor één jaar met aftrek van het voorarrest en daarbij een tussentijdse toetsing te bevelen.
8.3.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen maatregel gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Ernst van het feit
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan winkeldiefstal waarbij hij geweld heeft gebruikt. Niet alleen heeft hij met de diefstal inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van het betreffende winkelbedrijf, de [supermarkt] , maar daarnaast heeft hij met zijn geweldshandelingen angstige gevoelens veroorzaakt bij één van de slachtoffers. Voorts plegen dit soort geweldshandelingen onrustgevoelens in de maatschappij teweeg te brengen.
Persoon van verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 12 september 2024. Hieruit blijk dat verdachte veelvuldig is veroordeeld voor vermogensdelicten. Dit heeft hem er niet van weerhouden om het bewezen verklaarde feit te plegen.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het rapport van de reclassering (GGZ Verslavingszorg [locatie] ) van 5 november 2024, opgemaakt door [reclasseringsmedewerker] . Dit rapport houdt – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende in:
Er is sprake van een delictpatroon aangaande vermogensdelicten. Het risico op recidive wordt ingeschat als hoog. Er is sprake van instabiliteit op vrijwel alle leefgebieden. Het ontbreekt verdachte aan huisvesting, dagbesteding en inkomen. De reclassering adviseert bij veroordeling een straf zonder bijzondere voorwaarden. Wij zien geen mogelijkheden om met interventies of toezicht de risico’s te beperken of het gedrag te veranderen.
Verdachte is afkomstig uit Nigeria. Hij heeft in 2019 asiel aangevraagd, welke in 2023 is afgewezen. Sinds afwijzing van zijn beroep en hoger beroep, verblijft verdachte onrechtmatig in Nederland. Uit contact met de DT&V (Dienst Terugkeer en Vertrek) is gebleken dat een vertrekprocedure is opgestart. Er ligt een terugkeerbesluit vanuit AVIM (Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel) met een inreisverbod van twee jaar en een laissez-passer is opgestart voor Nigeria.
Gelet op het feit dat betrokkene onrechtmatig in Nederland verblijft, maakt hij geen aanspraak op sociale voorzieningen zoals een uitkering of maatschappelijke opvang. Gezien de status van betrokkene, kan hem geen aanbod gedaan worden gericht op justitiële interventies. Dit maakt dat de reclassering geen plan van aanpak kan opstellen. Het is echter nog niet bekend op welke termijn hij uitgezet zal worden. Gelet hierop adviseren wij een onvoorwaardelijke VRIS-ISD maatregel. Wanneer het laissez passer gereed is kan er alsnog worden overgegaan tot uitzetting.
Verder heeft de rechtbank ter terechtzitting reclasseringswerker [reclasseringsmedewerker] , verbonden aan de reclassering te [locatie] , (telefonisch) als deskundige gehoord. Zij heeft , zakelijk weergegeven, verklaard dat het van belang is dat verdachte niet op straat komt te staan. Als aan verdachte een gevangenisstraf opgelegd wordt, is er een risico zijn dat hij in vrijheid wordt gesteld voordat hij in vreemdelingenbewaring wordt geplaatst. Het is belangrijk om een kader te hebben binnen de ISD-maatregel om dit te voorkomen.
Voldaan aan ‘harde’ ISD-criteria
De rechtbank stelt vast dat ten aanzien van het bewezen geachte feit aan alle voorwaarden is voldaan die artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht aan het opleggen van de ISD-maatregel stelt. Hiervoor is bewezen verklaard dat verdachte een misdrijf heeft begaan waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Uit het uittreksel Justitiële Documentatie van 12 september 2024 blijkt dat verdachte gedurende de vijf jaren voorafgaand aan 27 augustus 2024 ten minste driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf, terwijl het in dit vonnis bewezen verklaarde feit is begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen en er, zoals blijkt uit de hiervoor genoemde rapportage, ernstig rekening mede moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan. Blijkens het uittreksel Justitiële Documentatie is ook voldaan aan de eisen die de “Richtlijn voor Strafvordering bij meerderjarige veelplegers” van het Openbaar Ministerie stelt: verdachte is een zeer actieve veelpleger, die over een periode van vijf jaren processen-verbaal tegen zich zag opgemaakt worden voor meer dan tien misdrijven, waarvan ten minste één in de laatste twaalf maanden, terug te rekenen vanaf de pleegdatum van het laatst gepleegde feit.
Voldaan aan ‘zachte’ ISD-criteria
Verdachte is veelvuldig veroordeeld wegens vermogensdelicten waarvoor hij gevangenisstraffen heeft opgelegd gekregen. Deze straffen hebben hem er kennelijk niet van kunnen weerhouden om opnieuw een strafbaar feit te begaan.
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij ondanks zijn huidige vreemdelingenrechtelijke status in Nederland wil blijven. Hij heeft aangegeven daartoe nu eerst een herhaalde asielaanvraag in te willen dienen. Voor de duur van die procedure zou verdachte dan weer rechtmatig in Nederland verblijven.
Dictum
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op:
diefstal, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.
Legt op de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 (twee) jaren.
verklaart onttrokken aan het verkeer:
3 STK Zak (goednummer G6545978)
1 STK Enveloppe (goednummer G6545982)
Verklaart [naam 2] niet-ontvankelijk in zijn vordering.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.
Dit vonnis is gewezen door
mr. G. Oldekamp, voorzitter,
mrs. A.M. Gruschke en M.F.A.M. Smeets, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. F.K. Verbruggen, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 18 december 2024.
[…]
1 […]