Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2024-11-21
ECLI:NL:RBAMS:2024:8351
Strafrecht; Materieel strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
4,448 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/186553-22 (ontneming)
Datum uitspraak: 21 november 2024
Vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam, op vordering van de officier van justitie als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak, behorende bij de strafzaak met parketnummer 13/186553-22, tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1972,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.
1Het onderzoek ter terechtzitting
De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van de vordering van de officier van justitie en het onderzoek op de terechtzitting van 7 november 2024.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. A. Kerkhoff.
2De vordering
De vordering van de officier van justitie van 16 mei 2023 strekt tot het vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en het aan [verdachte] opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van het voordeel dat voorlopig wordt geschat op € 1.075.706,76.
Ter terechtzitting van 7 november 2024 heeft de officier van justitie het wederrechtelijk verkregen voordeel conform het onderliggende rapport berekening wederrechtelijk verkregen, geschat op een maximumbedrag van € 1.590.870,97
De vordering ziet op voordeel verkregen uit het witwassen waarvoor [verdachte] in de onderliggende strafzaak is veroordeeld.
3De grondslag van de vordering
[verdachte] is bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 21 november 2024 onder andere veroordeeld voor het (ten dele samen met zijn voormalige partner [naam partner] ) gewoontewitwassen van geldbedragen en goederen in de periode van 1 maart 2014 tot en met 21 juni 2021.
4Het wederrechtelijk verkregen voordeel
4.1.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering kan worden toegewezen.
4.2.
Beoordeling
De rechtbank is van oordeel dat [verdachte] in de periode van 4 maart 2014 tot en met 21 juni 2021 door het witwassen van geldbedragen en goederen voordeel heeft verkregen dat de rechtbank schat op € 1.546.452,26. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
Bij een ontnemingsvordering ligt de bewijslast anders dan in de onderliggende strafzaak. Het Openbaar Ministerie moet (de hoogte van) het wederrechtelijk verkregen voordeel aannemelijk maken en onderbouwen met bewijsmiddelen. De officier van justitie heeft de vordering onderbouwd met het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel (hierna: ontnemingsrapport). De rechtbank vindt de conclusies uit dit ontnemingsrapport consistent en voldoende onderbouwd met bewijsmiddelen. De rechtbank gaat bij het vaststellen van het wederrechtelijk verkregen voordeel in beginsel dan ook uit van het ontnemingsrapport, de daarin genoemde bewijsmiddelen en het vonnis in de strafzaak.
Het ontnemingsrapport is opgesteld ten aanzien van [verdachte] en [naam partner] . Zij worden in de onderzoeksperiode als economische eenheid gezien. Het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel is berekend op grond van een eenvoudige kasopstelling en vervolgprofijt.
Berekening eenvoudige kasopstelling
Uit onderstaande tabel volgt dat in de periode van 1 januari 2015 tot en met 21 juni 2021 [verdachte] en [naam partner] € 605.704,03 aan legale contante inkomsten voorhanden hadden. De legale contante ontvangsten betreffen privé onttrekkingen uit het bedrijf [naam bedrijf] . Het eindsaldo contant geld betreft het contante geld dat is aangetroffen in de woning van [verdachte] en [naam partner] .
Beginsaldo contant geld
€
1.024,00
+/+
Legale contante ontvangsten
€
106.806,00
+/+
Contante bankopnamen
€
502.934,03
-/-
Eindsaldo contant geld
€
5.060,00
Beschikbaar voor het doen van uitgaven
€
605.704,03
De werkelijke contante uitgaven betreffen:
-/-
Travelex
€
16.451,00
Holland Casino
€
1.013.500,00
Rolex horloge
€
9.542,55
Aankoop voertuigen
€
70.500,00
NIBUD
€
103.131,81
Contante stortingen eenmanszaak Midyat / uitgaven
€
169.936,00
Contante stortingen bank
€
350.973,64
Totaal werkelijke contante uitgaven
€
- 1.734.035,00
De aankoopprijs voor de voertuigen is volgens de bewezenverklaring in het vonnis in de strafzaak in totaal € 82.500,-. In het voordeel van [verdachte] en [naam partner] heeft de rechtbank deze aankoopprijs naar beneden bijgesteld, omdat rekening wordt gehouden met de verkoop van een eerdere BMW ter hoogte van € 12.000,-.
Het verschil tussen het beschikbare saldo (€ 605.704,03) en het daadwerkelijk uitgegeven saldo (€ 1.734.035,-) betreft het wederrechtelijk verkregen voordeel, te weten € 1.128.330,97.
Voor de verdeling van het wederrechtelijk verkregen voordeel gaat de rechtbank ervan uit dat [verdachte] en [naam partner] de contante stortingen op hun bankrekeningen en de contante uitgaven aan voedsel, kleding en brandstof hebben aangewend voor hun gezamenlijke levensonderhoud. Ook de voertuigen hebben zij samen tot hun beschikking gehad. Dit resulteert in een gezamenlijk wederrechtelijk verkregen voordeel van € 88.837,42.
Dictum
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Stelt vast als wederrechtelijk verkregen voordeel een bedrag van € 1.546.412,26.
Legt op aan [verdachte] de verplichting tot betaling van € 1.546.412,26 (één miljoen vijfhonderdzesenveertigduizend vierhonderdtwaalf euro en zesentwintig cent) aan de Staat.
Bepaalt de maximale gijzeling op 1080 dagen.
Dit vonnis is gewezen door
mr. H.J. Bos, voorzitter,
mrs. J.M. van Hall en C. Wildeman, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.E. Niemeijer, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 21 november 2024.
Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van 22 mei 2023, in het bijzonder paragraaf 6.5 (hierna: ontnemingsrapport).
Vonnis rechtbank Amsterdam van 21 november 2024 met parketnummer 13/186553-22 (hierna: vonnis in de strafzaak).
Ontnemingsrapport, pag. 7.
Ontnemingsrapport, pag. 12.
Ontnemingsrapport, pag. 11.
Ontnemingsrapport, pag. 12.
Ontnemingsrapport, pag. 19; Vonnis in de strafzaak, pag .4.
In het ontnemingsrapport is in de tabel bij Travelex € 16.491,- opgenomen. Volgens de bewezenverklaring in het vonnis in de strafzaak heeft [verdachte] echter € 16.451,- uitgegeven bij Travelex.
Vonnis in de strafzaak, pag. 4; Ontnemingsrapport, pag. 17.
Ontnemingsrapport, pag. 19.
Ontnemingsrapport, pag. 22.
Ontnemingsrapport, pag. 22.
Ontnemingsrapport, pag. 21.
Beoordeling
Daarentegen moeten de uitgaven van in totaal € 1.039.533,55 die zijn gedaan bij Holland Casino, de aankoop van het Rolex horloge en de uitgaven bij Travelex enkel aan [verdachte] worden toegerekend.
Gelet op het voorgaande wordt gekomen tot de volgende verdeling.
Omschrijving
Gezamenlijk
Uitgaven [verdachte]
Beginsaldo contant geld
€
1.024,00
Legale contante ontvangsten
€
106.806,00
Contante bankopnamen
€
502.934,03
Eindsaldo contant geld
€
5.060,00
Beschikbaar voor het doen van uitgaven
€
605.704,03
Travelex
€
16.451,00
Holland Casino
€
1.013.500,00
Rolex horloge
€
9.542,55
Aankoop voertuigen
€
70.500,00
NIBUD
€
103.131,81
Contante stortingen eenmanszaak Midyat
€
169.936,00
Contante stortingen bank
€
350.973,64
Totaal werkelijk contante uitgaven
694.541,45
€
1.039.493,55
Verschil (WVV)
€
88.837,42
€
1.039.493,55
De rechtbank is van oordeel dat het gezamenlijk wederrechtelijk verkregen voordeel van € 88.837,42 naar evenredigheid moet worden toegerekend aan [verdachte] en [naam partner] . Dit betekent dat aan [verdachte] € 44.418,71 wordt toegerekend.
Het wederrechtelijk verkregen voordeel voor [verdachte] komt op grond van de berekening van de eenvoudige kasopstelling uit op € 1.083.912,26 (€ 44.418,71 + € 1.039.533,55).
Vervolgprofijt
De rechtbank stelt vast dat [verdachte] in de periode van 26 september 2016 tot en met 30 november 2014 vier keer speelwinst van in totaal € 462.500,- van Holland Casino heeft ontvangen. De speelwinsten hebben te gelden als baten uit het witwassen (vervolgprofijt).
Berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel
De rechtbank schat het wederrechtelijk verkregen voordeel door [verdachte] op € 1.546.412,26 (€ 1.083.912,26 + € 462.500,-)
5De verplichting tot betaling
De rechtbank bepaalt het te ontnemen bedrag op € 1.546.412,26.
6Het toepasselijke wettelijke voorschrift
De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.