Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2024-12-18
ECLI:NL:RBAMS:2024:8260
Strafrecht
Eerste en enige aanleg
1,123 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/302547-24 (EAB I)
Datum uitspraak: 18 december 2024
UITSPRAAK
op de vordering van 26 september 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 10 maart 2021 door the District Court in Opava, Tsjechië (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Tsjecho-Slowakije) op [geboortedag] 1988,
laatst opgegeven feitelijke woon- of verblijfplaats:
[BRP-adres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1Procesgang
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 20 november 2024, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen en is vertegenwoordigd door zijn raadsvrouw, mr. F.S. Baardman, advocaat te Utrecht, die verklaarde gemachtigd te zijn om voor hem op te treden. De raadsvrouw neemt waar voor mr. C.N.G. Starmans, ook advocaat te Utrecht.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.
Op 27 november 2024 is een tussenuitspraak gewezen omdat in het tegelijk behandelde EAB II (parketnummer 13/302412-24) nadere informatie moest worden opgevraagd in het kader van de toetsing aan artikel 12 OLW. De rechtbank wil in alle vier de overleveringszaken tegen de opgeëiste persoon tegelijk einduitspraak kunnen doen.
De behandeling is op 10 december 2024 met toestemming van partijen in gewijzigde samenstelling hervat in de stand waarin het zich bevond ten tijde van de schorsing op 27 november 2024. De opgeëiste persoon is wederom niet verschenen maar is vertegenwoordigd door zijn gemachtigd raadsman, mr. C.N.G. Starmans, advocaat te Utrecht.
2Identiteit van de opgeëiste persoon
De rechtbank heeft (nogmaals) de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Tsjechische nationaliteit heeft.
3Tussenuitspraak van 27 november 2024
In de tussenuitspraak van 27 november 2024 heeft de rechtbank al geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB, de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW en de strafbaarheid van het feit. Deze overwegingen dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd.
Conclusie
Inmiddels is nadere informatie verstrekt in de zaak van EAB II zodat in alle vier de overleveringszaken tegelijk einduitspraak kan worden gedaan.
De rechtbank stelt vast dat onderhavig EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.
5Toepasselijke wetsbepalingen
De artikelen 2, 5, en 7 OLW.
Dictum
STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the District Court in Opava, Tsjechië, voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. A.K. Glerum, voorzitter,
mrs. J.B. Oreel en B.M. Vroom-Cramer, rechters,
in tegenwoordigheid van L.E. Poel en mr. D.F.A. Reuvekamp, griffiers,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 18 december 2024.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Zie artikel 23 OLW.
Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
ECLI:NL:RBAMS:2024:7646.