Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2024-12-18
ECLI:NL:RBAMS:2024:8194
Bestuursrecht
Eerste aanleg - meervoudig
6,279 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 23/4754
uitspraak van de meervoudige kamer van 18 december 2024 in de zaak tussen
De Volkskrant B.V., uit Amsterdam, eiseres
(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), de minister
(gemachtigde: mr. J.P. ter Schure-Borghouts).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afhandeling van haar verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo) over het chatverkeer tussen onder meer ministers [naam 1] en [naam 2] over de ‘ [deal] ’ in de periode van 15 maart 2020 tot en met 15 juni 2020.
1.1.
De minister heeft twee deelbesluiten genomen op dit Woo-verzoek. Met het eerste deelbesluit van 16 augustus 2022 heeft de minister op het Woo-verzoek beslist voor zover dat gaat om e-mailberichten en nota’s die onder de reikwijdte van het verzoek vallen. Dit vormt niet het onderwerp van het beroep.
1.2.
Met het tweede deelbesluit van 1 december 2022 heeft de minister besloten over de openbaarmaking van chatberichten die onder de reikwijdte van het Woo-verzoek vallen. Met deze primaire besluitvorming heeft de minister aangetroffen documenten (gedeeltelijk) openbaar gemaakt en daarbij meerdere weigeringsgronden van de Woo toegepast.
1.3.
Met een besluit van 7 juli 2023 (het bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van eiseres tegen het tweede deelbesluit gedeeltelijk gegrond verklaard. Daarbij heeft hij alsnog een besluit genomen over de openbaarmaking van nog eens 23 aangetroffen documenten. Dit vormt wel het onderwerp van het beroep.
1.4.
De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. De minister heeft ook de (gedeeltelijk) geweigerde documenten aan de rechtbank toegezonden met het verzoek dat alleen de bestuursrechter kennisneemt van deze stukken.
1.5.
De rechtbank heeft het beroep op 13 november 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister, vergezeld door [naam 3] .
Overwegingen
Het Woo-verzoek
2. Met het Woo-verzoek heeft eiseres de minister gevraagd om openbaarmaking van: ‘communicatie als apps en sms'en bij of onder u aanwezig inzake (voorstellen, afspraken, overeenkomsten, overleggen, enzovoorts gelieerd aan dan wel van) Hulptroepen Alliantie, Relief Goods Alliance, andere ondernemingen (bedrijven, stichtingen, enzovoorts) gelieerd aan [naam 4] , en over [naam 4] voor het tijdvak 15 maart 2020 tot en met 15 juni 2020. Specifiek betreft het al het communicatieverkeer over voornoemd onderwerp van de volgende ambtenaren:
[naam 5] , secretaris-generaal bij het ministerie van Financiën (destijds deels gedetacheerd bij VWS);
[naam 6] , projectdirecteur-generaal Landelijk Consortium Hulpmiddelen (LCH) bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
minister van Medische Zaken [naam 2] ;
minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport [naam 1] .’
Daarbij heeft eiseres verzocht om een inventarislijst van de aangetroffen documenten.
De bestreden besluitvorming
3. Met het tweede deelbesluit heeft de minister beslist over de openbaarmaking van chatberichten die informatie bevatten over de zogenoemde ‘ [deal] .’ Daarbij heeft de minister kenbaar gemaakt dat dit besluit ook betrekking heeft op chatberichten met informatie over andere COVID-19 gerelateerde onderwerpen dan deze deal in de afgebakende periode. Daartoe is besloten om chatconversaties zo veel mogelijk in originele staat te laten. In het tweede deelbesluit heeft de minister opgenomen dat hij in totaal 5.200 pagina’s aan chat- en sms-berichten heeft geïnventariseerd, waarvan 1.000 pagina’s (112 conversaties) en circa 1.500 pagina’s aan bijlagen (684 bijlagen) binnen de reikwijdte van het Woo-verzoek vallen.
4. Met het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiseres hiertegen gedeeltelijk gegrond verklaard, het tweede deelbesluit gedeeltelijk herroepen en alsnog een besluit genomen over openbaarmaking van 23 aangetroffen documenten.
De documenten en toegepaste weigeringsgronden
4.1.
De minister heeft in totaal 788 documenten aangetroffen. De minister heeft op de inventarislijst, die als bijlage bij het bestreden besluit is gevoegd, de 48 documenten die onder de reikwijdte van het Woo-verzoek van eiseres vallen groen gearceerd. De overige documenten op de inventarislijst heeft de minister uit eigen beweging openbaar gemaakt. Van de 48 documenten waren 19 documenten al eerder openbaar gemaakt. De minister heeft openbaarmaking van vijf documenten integraal geweigerd. Van de overige 24 documenten heeft de minister openbaarmaking gedeeltelijk geweigerd.
4.2.
De minister heeft openbaarmaking van informatie in de 48 documenten geweigerd, omdat openbaarmaking: - de eenheid van [naam 7] in gevaar zou kunnen brengen, - betrekking heeft op bedrijfs- en fabricagegegevens die vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld, en - betrekking heeft op bijzondere persoonsgegevens als bedoeld in de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming (UAVG). De minister heeft ook openbaarmaking van informatie geweigerd op grond van de relatieve weigeringsgronden, zoals vermeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder a, d, e, f, h en i, van de Woo. Daarbij heeft de minister geconcludeerd dat de bescherming van de volgende belangen zwaarder dient te wegen dan het algemene belang van openbaarheid van informatie:
de betrekkingen van Nederland met andere landen en staten en internationale organisaties (onder a);
de inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen (onder d);
de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (onder e);
de bescherming van concurrentiegevoelige bedrijfs- en fabricagegegevens die niet vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld (onder f);
de beveiliging van personen en bedrijven en het voorkomen van sabotage (onder h);
het goed functioneren van de Staat, andere publiekrechtelijke lichamen of bestuursorganen (onder i).
Verder is openbaarmaking geweigerd, omdat deze zou leiden tot onevenredige benadeling van een partij als bedoeld in artikel 5.1, vijfde lid, van de Woo, of omdat sprake is van persoonlijke beleidsopvattingen als bedoeld in artikel 5.2 van de Woo. Tot slot heeft de minister ook informatie geweigerd omdat deze valt onder artikel 5.4a van de Woo. Volgens dat artikel is niet openbaar de informatie over de ondersteuning van onder andere individuele leden van de Eerste Kamer of Tweede Kamer.
4.3.
De relevante regels staan in de bijlage. De bijlage hoort bij deze uitspraak.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. De rechtbank beoordeelt of de minister openbaarmaking van informatie mocht weigeren. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
6. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Omvang van het geschil en de beoordeling van de rechtbank
7. Omdat eiseres op de zitting haar beroepsgronden heeft ingetrokken voor zover deze zien op de toepassing van de weigeringsgronden van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e, en artikel 5.1, vijfde lid, van de Woo, beoordeelt de rechtbank deze niet. De rechtbank beoordeelt ook niet de beroepsgrond van eiseres gericht tegen de toepassing van de weigeringsgrond van artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Woo, omdat deze weigeringsgrond is toegepast op een document dat niet onder de reikwijdte van het Woo-verzoek valt. Ditzelfde geldt voor de weigering van informatie over coalitie-overleggen met toepassing van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder i, van de Woo. De rechtbank beperkt haar beoordeling met betrekking tot de toepassing van de weigeringsgronden verder tot die documenten waarvan de minister heeft aangegeven dat ze onder de reikwijdte van het verzoek vallen.Behandelduur8. Eiseres heeft zich met haar beroepsgronden beklaagd over de lange behandelduur van het Woo-verzoek. De rechtbank overweegt dat eiseres tweemaal een beroepschrift heeft ingediend wegens het niet tijdig beslissen op het Woo-verzoek. De rechtbank heeft deze beide beroepen gegrond verklaard. De maximale dwangsommen zijn verbeurd, nu de minister pas na ommekomst van de in die uitspraken opgedragen termijnen heeft beslist op het Woo-verzoek. De rechtbank kan over de tijdigheid van de afhandeling van het Woo-verzoek in onderhavige procedure geen oordeel geven. Wel merkt de rechtbank ten overvloede op dat de minister op de zitting heeft erkend dat de behandeling van het Woo-verzoek te lang heeft geduurd. Er is vertraging opgelopen omdat met het Woo-verzoek voor het eerst werd verzocht om openbaarmaking van chatverkeer. Daarvoor dienden de telefoons te worden uitgelezen, hoewel de gebruikte software niet geheel geschikt is voor dit type document. Daarbij is niet veel overleg gevoerd met Woo-verzoekers vanwege de grote werkdruk op het ministerie door het grote aantal Woo-verzoeken. De rechtbank is er ambtshalve ook mee bekend dat de minister ten aanzien van Woo-verzoeken zoals het verzoek dat hier aan de orde is, inmiddels een andere aanpak hanteert en sneller tot besluitvorming komt. Deze beroepsgrond kan eiseres in deze procedure dan ook niet baten.
Behandeling van het verzoek
10. Partijen verschillen van mening over hoe de minister de reikwijdte van het verzoek heeft geïnterpreteerd en de zoekslag heeft uitgevoerd. Daarbij heeft eiseres gesteld dat de minister ten onrechte de zogenoemde ‘gefaseerde aanpak’ heeft gevolgd, omdat deze aanpak leidt tot onnauwkeurige en onvolledige openbaarmaking.
Conclusie
21. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Greebe, voorzitter, en mr. H.J. Tijselink en mr. K.S. Man, leden, in aanwezigheid van
mr.N. Galjee-Melehi, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 december 2024.
griffier
Voorzitter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Bijlage bij de uitspraak AMS 23/4754 inzake De Volkskrant B.V.
Wet open overheid Artikel 5.1 van de Woo:1. Het openbaar maken van informatie ingevolge deze wet blijft achterwege voor zover dit:
a. de eenheid van [naam 7] in gevaar zou kunnen brengen; (…)
c. bedrijfs- en fabricagegegevens betreft die door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld;
d. persoonsgegevens betreft als bedoeld in paragraaf 3.1 onderscheidenlijk paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, tenzij de betrokkene uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven voor de openbaarmaking van deze persoonsgegevens of deze persoonsgegevens kennelijk door de betrokkene openbaar zijn gemaakt (…).
2. Het openbaar maken van informatie blijft eveneens achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen:
a. de betrekkingen van Nederland met andere landen en staten en met internationale organisaties; (…)
d. de inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen;
e. de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer;
f. de bescherming van andere dan in het eerste lid, onderdeel c, genoemde concurrentiegevoelige bedrijfs- en fabricagegegevens; (…)
h. de beveiliging van personen en bedrijven en het voorkomen van sabotage;
i. het goed functioneren van de Staat, andere publiekrechtelijke lichamen of bestuursorganen. (…)5. In uitzonderlijke gevallen kan openbaarmaking van andere informatie dan milieu-informatie voorts achterwege blijven indien openbaarmaking onevenredige benadeling toebrengt aan een ander belang dan genoemd in het eerste of tweede lid en het algemeen belang van openbaarheid niet tegen deze benadeling opweegt. Het bestuursorgaan baseert een beslissing tot achterwege laten van de openbaarmaking van enige informatie op deze grond ten aanzien van dezelfde informatie niet tevens op een van de in het eerste of tweede lid genoemde gronden.
Artikel 5.2 van de Woo:
1. In geval van een verzoek om informatie uit documenten, opgesteld ten behoeve van intern beraad, wordt geen informatie verstrekt over daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen. Onder persoonlijke beleidsopvattingen worden verstaan ambtelijke adviezen, visies, standpunten en overwegingen ten behoeve van intern beraad, niet zijnde feiten, prognoses, beleidsalternatieven, de gevolgen van een bepaald beleidsalternatief of andere onderdelen met een overwegend objectief karakter.
2. Het bestuursorgaan kan over persoonlijke beleidsopvattingen met het oog op een goede en democratische bestuursvoering informatie verstrekken in niet tot personen herleidbare vorm. Indien degene die deze opvattingen heeft geuit of zich erachter heeft gesteld, daarmee heeft ingestemd, kan de informatie in tot personen herleidbare vorm worden verstrekt.
3. Onverminderd het eerste en tweede lid wordt uit documenten opgesteld ten behoeve van formele bestuurlijke besluitvorming door een minister, een commissaris van de Koning, Gedeputeerde Staten, een gedeputeerde, het college van burgemeester en wethouders, een burgemeester en een wethouder, informatie verstrekt over persoonlijke beleidsopvattingen in niet tot personen herleidbare vorm, tenzij het kunnen voeren van intern beraad onevenredig wordt geschaad.
Artikel 5.4a van de Woo:1. In afwijking van de artikelen 5.1 en 5.2 is niet openbaar de informatie betreffende de ondersteuning van individuele leden van de Eerste Kamer of de Tweede Kamer der Staten-Generaal, provinciale staten of de gemeenteraad door ambtenaren werkzaam bij de Eerste Kamer of de Tweede Kamer, de griffie van provinciale staten of de griffie van de gemeenteraad.
2. In afwijking van artikel 5.2, eerste lid, wordt met betrekking tot informatie die aan individuele Kamerleden wordt verstrekt onder persoonlijke beleidsopvattingen verstaan ambtelijke adviezen, visies, standpunten en overwegingen ten behoeve van intern beraad.
De mondkapjesdeal met [naam 4] .
Zoals bedoeld in artikel 8:29, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Het gaat om de documenten 660080, 660344, 660345, 665069, 665726, 706662, 706663, 706672, 706673, 7074698, 710114, 710162, 710163, 710379, 710380, 710706, 710750, 710756 en 710796.
Dit betreft documenten 660187, 665004, 665019, 706627 en 710110.
Het gaat om de documenten 660276, 660278, 665232, 665235, 665239, 665240, 665259, 665271, 665280, 665283, 665287, 665534, 668294, 668298, 706102, 706105, 706106, 706107, 706229, 706230, 706871, 706872, 710111 en 940811.
Als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Woo.
Als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Woo.
Zie artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder d, van de Woo.
Zie de uitspraak van de Afdeling van 20 oktober 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2348, r.o. 12.3.
Zie de uitspraak van de Afdeling van 28 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:903, r.o. 5.
Op grond van artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Woo.
Op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder f, van de Woo.
Overwegingen
Verder is het voor eiseres door de samenloop van enerzijds de openbaarmaking van informatie naar aanleiding van haar verzoek en anderzijds de actieve openbaarmaking van meer informatie uit eigen beweging van de minister niet duidelijk welke (onderdelen) van de aangetroffen documenten al dan niet onder de reikwijdte van haar verzoek vallen. Volgens eiseres had de minister daarom niet alleen per document, maar ook per documentonderdeel moeten beoordelen of een onderdeel al dan niet onder de reikwijdte van het verzoek valt.
10. Omdat de minister heeft bestreden dat de gefaseerde aanpak is gevolgd en eiseres het tegendeel niet aannemelijk heeft gemaakt, kan reeds daarom het betoog dat de gefaseerde aanpak ten onrechte is gevolgd, niet slagen. Voor zover eiseres betoogt dat de minister niet met twee deelbesluiten op het Woo-verzoek had mogen beslissen, overweegt de rechtbank dat de Woo daaraan niet in de weg staat.
12. Eiseres beklaagt zich enerzijds over het feit dat zij naar aanleiding van haar verzoek te veel informatie heeft ontvangen, maar anderzijds ook dat haar te veel informatie is geweigerd. De rechtbank overweegt dat eiseres zelf onvoldoende concreet heeft gemaakt op welke punten de minister volgens haar te veel informatie openbaar heeft gemaakt en waar hij dat onvoldoende heeft gedaan, terwijl zij wel beschikte over voldoende informatie om haar stelling nader te concretiseren. De rechtbank merkt daarbij op dat de minister het grootste gedeelte van de aangetroffen informatie openbaar heeft gemaakt. De rechtbank overweegt vervolgens dat een bestuursorgaan meer informatie actief openbaar mag maken dan waarom een verzoeker heeft gevraagd. De rechtbank kan het standpunt van de minister dat hij met het oog op de begrijpelijkheid van de aangetroffen chatberichten meer informatie openbaar heeft gemaakt dan die strikt ziet op de ‘ [deal] ’ bezien vanuit de Woo niet voor onjuist houden. Op de inventarislijst bij het bestreden besluit heeft de minister eiseres ook wel op weg geholpen door daarin de documenten die onder het verzoek vallen groen te arceren. De minister heeft vervolgens binnen de groen gearceerde documenten passages weggelakt die niet zien op de ‘ [deal] ’. Gelet hierop is er geen grond voor het oordeel dat de informatieverstrekking in het algemeen onvoldoende nauwkeurig is geweest.
13. Eiseres heeft op de zitting nog specifiek gewezen op document 660187, dat integraal is geweigerd. Het betreft WhatsApp-verkeer tussen minister [naam 2] en een onbekende. Eiseres heeft zich op het standpunt gesteld dat de minister dit document niet integraal mocht weigeren, maar informatie over wanneer de verschillende Whatsapp-berichten zijn verzonden wel openbaar had moeten maken. Met deze informatie is namelijk na te gaan hoeveel berichten er in totaal en op welk moment zijn verzonden over de ‘ [deal] ’ tussen de minister en de onbekende persoon. Dit kan volgens eiseres voor haar als journalist al een puzzelstukje vormen in een reconstructie van de situatie destijds.
13.1.
De rechtbank heeft in de raadkamer het document 660187 bekeken. De rechtbank volgt het standpunt van de minister dat hij niet gehouden is deze informatie openbaar te maken. Met deze informatie zou eiseres namelijk alleen weten op welke data en welke tijdstippen door de minister met een niet nader genoemde persoon berichten zijn gewisseld. Openbaarmaking van deze informatie is naar het oordeel van de rechtbank zinledig. Daarbij is evenmin relevant of sprake is van één document bestaande uit chatverkeer tussen [naam 2] en de niet genoemde persoon, of dat sprake is van een verzameling aan losse chatberichten.
14. Eiseres heeft op de zitting daarnaast specifiek gewezen op document 706872. Dit document valt volgens de minister als zodanig onder de reikwijdte van het verzoek. Er is wel een passage geweigerd omdat die buiten de reikwijdte van het verzoek valt. De rechtbank volgt ook hierin niet het standpunt van eiseres. Ook van de integrale versie van dit document heeft de rechtbank kennisgenomen in de raadkamer. Daarbij kan de rechtbank volgen dat de minister eerst heeft beoordeeld of het document ziet op de ‘ [deal] ’ en vervolgens per passage heeft beoordeeld of die ook daadwerkelijk op dit verzoek zag. De rechtbank vindt navolgbaar dat de zwart gelakte passage inderdaad buiten de reikwijdte van het Woo-verzoek van eiseres valt. De minister heeft hiermee de Woo toegepast op de manier die eiseres wenst: namelijk afzien van openbaarmaking van die informatie in het document die voor eiseres niet relevant is. De rechtbank ziet daarbij geen aanknopingspunten voor de conclusie van eiseres dat de minister niet op passageniveau zou hebben beoordeeld of de documenten voor openbaarmaking in aanmerking komen.
Overige procedurele gronden
15. Met betrekking tot de overige formele beroepsgronden die eiseres heeft aangevoerd concludeert de rechtbank dat deze evenmin kunnen leiden tot gegrondverklaring van het beroep. De rechtbank overweegt dat de minister uitvoerig verweer heeft gevoerd, waar de rechtbank zich bij aansluit.
15.1.
Voor zover eiseres verwezen heeft naar haar Woo-verzoek over chatverkeer tussen [naam 7] , minister [naam 1] en [naam 8] tussen december 2019 en juni 2020 en het (mogelijk) verwijderen van chat- en sms-berichten in strijd met de Archiefwet door bewindspersonen, laat de rechtbank dit buiten beschouwing, omdat dit buiten het bereik van het bestreden besluit ligt en daarmee buiten de omvang van dit geding. Naar het oordeel van de rechtbank is uit de bestreden besluitvorming voldoende duidelijk geworden dat met deze bestreden besluitvorming niet ook op dit Woo-verzoek van 30 mei 2022 is beslist.
De toepassing van de weigeringsgronden
Artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder i, artikel 5.2 en artikel 5.4a van de Woo
16. Eiseres heeft op de zitting aangegeven een oordeel te wensen over de toepassing van de weigeringsgronden van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder i, artikel 5.2 en artikel 5.4a van de Woo. Dit gaat om de integraal geweigerde documenten 660187, 665004, 665019, 706627 en 710110, waarvan eiseres op zitting de rechtbank tevens heeft gevraagd om een inhoudelijk beoordeling. Daarnaast gaat het om de gedeeltelijk geweigerde documenten 660276, 668294, 706872 en 665271. De rechtbank heeft kennisgenomen van de geheime documenten en is van oordeel dat de minister openbaarmaking van deze documenten mocht weigeren.
16. De minister heeft de documenten 660187, 660276, 665004, 665019, 665271, 668294, 706627, 706872, 710110 (gedeeltelijk) geweigerd met toepassing van artikel 5.1, tweede lid, onder i van de Woo. Volgens de minister is het goed functioneren van de Staat in het geding. De chatberichten bevatten informatie over de ministerraad, (de vorming van) het kabinetsbeleid en (informele) contacten tussen bewindspersonen met individuele Kamerleden over in te nemen standpunten. Verder bevatten sommige chatberichten concepten van diverse stukken. Al deze informatie dient vertrouwelijk te blijven om gedachten te kunnen blijven wisselen.
17.1.
Bovenstaande documenten 660187, 706627 en 706872 zijn ook (gedeeltelijk) geweigerd met toepassing van artikel 5.2, eerste lid, van de Woo van de Woo. Die documenten bevatten ook persoonlijke beleidsopvattingen als bedoeld in deze bepaling. Voor zover een document informatie bevat van een overwegend objectief karakter is deze informatie dusdanig verweven met de persoonlijke beleidsopvattingen dat die informatie daarvan niet los kan worden gelezen. Omdat artikel 5.1, tweede lid, onder i van de Woo is toegepast is er geen aanleiding om op grond van artikel 5.2, tweede lid, van de Woo informatie te verstrekken in niet tot personen herleidbare vorm. Documenten 660187, 706627 en 706872 zijn per zelfstandig deel beoordeeld.