Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2024-12-18
ECLI:NL:RBAMS:2024:7975
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,166 tokens
Inleiding
RECHTBANK Amsterdam
Civiel recht
Zaaknummer: C/13/757334 / HA ZA 24-1085
Vonnis van 18 december 2024
in de zaak van
1 [eiser 1] , 2. [eiser 2] ,
beiden wonende te [woonplaats] ,
eisende partijen (hierna: [eisers] in mannelijk meervoud),
advocaat: mr. A. Sarkis,
tegen
de naamloze vennootschap,
ING BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partij (hierna: de Bank),
advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 13 september 2024 met producties 1 tot en met 30, tevens houdende een incidentele vordering,- de conclusie van antwoord in het incident met producties 1 tot en met 17.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Beoordeling
2.1.
Geconstateerd is dat [eisers] de schorsing van de executie hebben gevorderd waarmee de woning waar hun gezin verblijft verkocht wordt. Daar ziet ook de vordering in incident op. De Bank heeft uitvoerig op het incident geantwoord en daarbij tevens gemotiveerd gereageerd op stellingen in de hoofdzaak.
2.2.
De rechtbank heeft partijen voorgelegd het incident in te trekken en direct de hoofdzaak te behandelen en neemt, met instemming van partijen, de volgende regiebeslissingen:
de conclusie van antwoord in het incident van de Bank geldt als conclusie van antwoord in de hoofdzaak,
de Bank krijgt gelegenheid om op de roldatum van 22 januari 2025 nog separaat van antwoord te dienen op vorderingen V-IX,
het incident wordt als ingetrokken beschouwd en de Bank zal de executie van de woning niet eerder uitvoeren dan na een beslissing in de hoofdzaak (na de mondelinge behandeling).
2.3.
De rechtbank zal een mondelinge behandeling bevelen om inlichtingen over de zaak te vragen, partijen gelegenheid te geven hun stellingen nader te onderbouwen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden.
2.4.
De rechtbank wijst erop dat zij uit een niet verschijnen van een partij op de mondelinge behandeling de gevolgtrekkingen – ook in het nadeel van die partij – kan maken die zij geraden zal achten.
2.5.
Op de mondelinge behandeling wordt aan de advocaten van partijen de gelegenheid geboden de juridische standpunten van partijen nader toe te lichten. Daarbij mag gebruik worden gemaakt van beknopte spreekaantekeningen. Uitgebreide mondelinge en schriftelijke uiteenzettingen zijn niet toegestaan.
2.6.
Tijdens of na de mondelinge behandeling kan de rechtbank direct mondeling uitspraak doen.
2.7.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Dictum
De rechtbank
3.1.
beschouwt het incident als ingetrokken en de conclusie van antwoord van de Bank in incident als antwoord op vorderingen I-IV in de hoofdzaak,
3.2.
bepaalt dat de zaak daarna op de rol zal komen van woensdag 22 januari 2025 voor conclusie antwoord van de Bank op uitsluitend vorderingen V-IX,
3.3.
beveelt een mondelinge behandeling en verschijning van partijen op 11 maart 2025 om 9:30 uur, bijgestaan door hun advocaten, voor het geven van inlichtingen, het nader onderbouwen van hun stellingen en het beproeven van een minnelijke regeling, door een nog aan te wijzen rechter van deze rechtbank, in het gerechtsgebouw te Amsterdam, Parnassusweg 280,
3.4.
bepaalt dat [eisers] in persoon aanwezig moeten zijn en dat de Bank dan vertegenwoordigd moet zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en hetzij rechtens hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is haar te vertegenwoordigen,
3.5.
wijst partijen er op, dat voor de mondelinge behandeling 90 minuten zal worden uitgetrokken,
3.6.
bepaalt dat eventuele aanvullende producties uiterlijk tien dagen voor de dag van de mondelinge behandeling aan de rechtbank en de wederpartij moeten zijn toegestuurd,
3.7.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.L.S. Kalff, rechter, bijgestaan door mr. M.A.A. van Achterberg, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2024.