Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2024-11-12
ECLI:NL:RBAMS:2024:7840
Strafrecht; Europees strafrecht
Eerste en enige aanleg
1,171 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/263509-24 (EAB I)
Datum uitspraak: 12 november 2024
UITSPRAAK
op de vordering van 6 september 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op
8 mei 2024 door the Pécs District Court (Hongarije), hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit, en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren in [geboorteplaats] (Hongarije) op [geboortedag] 1982
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland
gedetineerd in [detentieplaats]
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1Procesgang
Zitting 23 oktober 2024
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 23 oktober 2024, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. M.H. Aalmoes, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Hongaarse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.
Tussenuitspraak 31 oktober 2024
Het onderzoek ter zitting is heropend onder gelijktijdige schorsing voor onbepaalde tijd, teneinde in de zaak van EAB I tegelijk einduitspraak te kunnen doen als in de zaak van EAB II. In de zaak van EAB II heeft de rechtbank, kort gezegd, besloten om bij tussenuitspraak van
31 oktober 2024 het onderzoek ter zitting te heropenen voor het stellen van vragen aan de Hongaarse autoriteiten inzake de toetsing aan artikel 12 OLW.
Zitting 12 november 2024
De rechtbank heeft de behandeling van het EAB met toestemming van partijen in gewijzigde samenstelling hervat op de zitting van 12 november 2024 in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie en de gemachtigde raadsvrouw van de opgeëiste persoon, mr. M.H. Aalmoes.
De niet verschenen opgeëiste persoon heeft bij verklaring van 12 november 2024 afstand gedaan van zijn recht om ter zitting van de rechtbank aanwezig te zijn.
2Identiteit van de opgeëiste persoon
De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Hongaarse nationaliteit heeft.
3Tussenuitspraak van 31 oktober 2024
De rechtbank heeft bij tussenuitspraak van 31 oktober 2024 (ECLI:NL:RBAMS:2024:6963) beslissingen genomen over de grondslag van het EAB en over de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt gevraagd.
De betreffende overwegingen 3 en 4 van de voornoemde tussenuitspraak worden in deze uitspraak als herhaald en ingelast beschouwd.
Conclusie
De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.
5Toepasselijke wetsartikelen
Artikelen 9 en 176 Wegenverkeerswet 1994 en de artikelen 2, 5 en 7 OLW.
Dictum
STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Pécs District Court (Hongarije) voor het feit, zoals omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mrs. J.B. Oreel en H.P. Kijlstra, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 12 november 2024.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Zie artikel 23 Overleveringswet.
Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.