Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2024-11-29
ECLI:NL:RBAMS:2024:7400
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,213 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 24/2366
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 november 2024 in de zaak tussen
[eiser] , uit Voerendaal, eiser
(gemachtigde: mr. R.P.F. Rober),
en
de raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder
(gemachtigde: mr. R. Boonstra).
Inleiding
Verweerder heeft eisers Wajong met het besluit van 11 oktober 2023 stopgezet per 1 december 2024. Met het bestreden besluit van 21 maart 2024 op het bezwaar van eiser is verweerder bij de stopzetting gebleven.
1.2.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 18 oktober 2024 met behulp van een beeldverbinding op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser, mevrouw [naam] namens de familie van eiser en mr. R. Boonstra namens verweerder.
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de stopzetting van zijn Wajong-uitkering per 1 december 2024 omdat hij naar Hong Kong is verhuisd.
Wat aan deze procedure voorafging
2. Eiser, geboren op 11 februari 1980, ontving een Wajong-uitkering. Hij is volledig afhankelijk van de zorg van derden en kan niet zelfstandig wonen of dagelijkse taken verrichten. Zijn ouders verzorgen hem sinds jaar en dag.
3. Eisers ouders komen oorspronkelijk uit Hong Kong en hebben de keuze gemaakt om na hun werkzame leven in Nederland te remigreren, ook omdat hun andere kinderen en kleinkinderen in Hong Kong wonen. Op 29 september 2023 hebben eisers ouders een wijzigingsformulier voor de Wajong-uitkering ingevuld en hierop aangegeven dat zij per 8 november 2023 gaan verhuizen naar Hong Kong. Als gevolg hiervan heeft verweerder eisers Wajong per 1 december 2023 stopgezet. Eiser is het hier niet mee eens.
Standpunt eiser
4. Het is de geobjectiveerde wil en bedoeling geweest van de ouders van eiser om na hun werkzame leven in Nederland terug te keren naar hun geboorteland. Het hele sociale vangnet van eiser bevindt zich ook in Hong Kong. De drie broers/zussen van eiser wonen daar al en hebben daar hun leven opgebouwd. Omdat eiser volledig afhankelijk is van de zorg van zijn familie, moet verweerder rekening houden met niet alleen de toekomstige leefsituatie van eiser en zijn ouders, maar ook met die van het gehele gezin. Dit gelet op de gezondheid en leeftijd van de ouders. Op deze manier is er voor eiser indien noodzakelijk, de mogelijkheid om terug te vallen op het vertrouwde sociale vangnet. Het zou getuigen van een onevenredige hardheid en onbillijkheid door de stellen dat de ouders niet kunnen terugverhuizen of dat eiser van de één op de andere dag op eigen benen zou moeten staan of zich moet laten verzorgen door derden.
Standpunt verweerder
5. Verweerder voert aan dat er geen noodzaak was om te verhuizen naar het buitenland en dat dus het exportverbod in de weg staat aan voortzetting van de Wajong-uitkering.
Beoordeling
6. De rechtbank beoordeelt of verweerder terecht de Wajong-uitkering van eiser heeft stopgezet. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
7. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de Wajong-uitkering van eiser terecht heeft stopgezet. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Juridisch kader
8. In de Wajong is bepaald dat het recht op uitkering eindigt met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin de jonggehandicapte buiten Nederland is gaan wonen. Dit wordt het exportverbod genoemd. Verweerder kan daarvan afwijken als handhaving van het exportverbod zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard (hardheidsclausule). Het exportverbod van de Wajong‑uitkering is dus het uitgangspunt en de hardheidsclausule kan slechts in uitzonderlijke situaties toepassing vinden.
9. In het Besluit Beleidsregels voortzetting Wajong-uitkering buiten Nederland(Beleidsregels) is bepaald dat van een onbillijkheid van overwegende aard sprake is als de jonggehandicapte zwaarwegende redenen heeft om buiten Nederland te gaan wonen en naar verwachting als gevolg van het beëindigen van het recht op uitkering aanmerkelijk nadeel zal ondervinden. Als zwaarwegende reden wordt in ieder geval aangemerkt:
a. het ondergaan van een medische behandeling van enige duur,
b. het aanvaarden van arbeid met enig re-integratie perspectief en
c. het volgen van de woonplaats van degene(n) van wie de jonggehandicapte voor zijn verzorging afhankelijk is en die genoodzaakt is om buiten Nederland te gaan wonen.
10. In de toelichting bij de Beleidsregels staat dat de hardheidsclausule steeds aan de hand van de omstandigheden van het individuele geval moet worden toegepast en dat er ook in andere dan de drie hiervoor genoemde situaties grond kan zijn voor toepassing van de hardheidsclausule. Daarom moet in alle gevallen beoordeeld worden of sprake is van zwaarwegende redenen en of het beëindigen van de uitkering een aanmerkelijk nadeel betekent. In de toelichting op de Beleidsregels is verder bepaald dat de redenen dat de verzorgende persoon buiten Nederland is gaan wonen, objectief en dwingend van aard moeten zijn, en dus niet in overwegende mate gebaseerd op een eigen keuze.
Situatie eiser
11. Op de zitting is door de gemachtigde van eiser erkend dat geen sprake is van de situatie zoals bedoeld in artikel 2, aanhef en onder c, van de Beleidsregels, omdat er geen noodzaak is voor de ouders om in Hong Kong te gaan wonen. Alhoewel de rechtbank de keuze van de ouders om te remigreren goed invoelbaar vindt, staat daarmee vast dat de verhuizing naar Hong Kong niet noodzakelijk is. Ook staat vast dat in onderhavig geval geen sprake is van de onder a en b genoemde zwaarwegende redenen.
12. Tussen partijen is dan enkel nog in geschil of er in het geval van eiser sprake is van andere zwaarwegende redenen die grond vormen voor toepassing van de hardheidsclausule.
13. De rechtbank is van oordeel dat dit niet het geval is. De redenen die eiser heeft aangevoerd, bestaan in de kern uit de omstandigheid dat zijn ouders naar het buitenland zijn verhuisd. Voor die situatie heeft verweerder beleid dat eist dat die verhuizing noodzakelijk was. De rechtbank ziet geen ruimte om een zwaarwegende reden aan te nemen bij niet-noodzakelijke verhuizing van de ouders, tenzij sprake is van bijkomende omstandigheden. Die zijn in dit geval niet gesteld of gebleken. De rechtbank volgt eiser niet in de suggestie dat eiser of zijn ouders door het exportverbod zouden worden gedwongen in Nederland te blijven; er bestaat bij emigratie alleen geen recht meer de Wajong-uitkering.
Conclusie
14. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.F. Zaagsma, rechter, in aanwezigheid van
mr. F. van der Maas, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 29 november 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong).
Artikel 3:19, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wajong.
Artikel 3:19, tiende lid, van de Wajong.
Stcrt. 2 mei 2003, nr. 84, blz. 17 en gewijzigd bij Stcrt. 18 augustus 2010, nr. 12828, blz. 1.
Artikel 2 Beleidsregels.
Artikel 2, aanhef onder a en b Beleidsregels.