Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2024-08-22
ECLI:NL:RBAMS:2024:7111
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,227 tokens
Inleiding
proces-verbaal
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel
zaaknummer / rolnummer: C/13/755060 / KG ZA 24-706 MDvH/EB
Proces-verbaal van mondelinge uitspraak van 22 augustus 2024
in het kort geding van
[eiser]
,
wonende te [woonplaats] ,
eiser bij dagvaarding van 13 augustus 2024,
advocaat mr. K. Walburg te Alkmaar,
tegen
[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde,
advocaat mr. S. Klootwijk te Breda.
Tegenwoordig zijn mr. R.A. Dudok van Heel, voorzieningenrechter, en mr. E. van Bennekom, griffier.
Na uitroeping van de zaak verschijnen:
eiser (hierna: vader)
mr. Walburg
mr. S.E.C. Segeren-Krijnen (kantoorgenote van mr. Klootwijk)
Vader heeft stukken in het geding gebracht en een vordering ingesteld, waartegen moeder verweer heeft gevoerd. Na debat op de zitting is mondeling een tussenuitspraak gedaan, waarbij een voorlopige beslissing is genomen en waarbij is bepaald dat de mondelinge behandeling wordt voortgezet op maandag 23 september 2024 te 13.30 uur. Van de mondelinge tussenuitspraak is ingevolge artikel 29a Rv dit proces-verbaal opgemaakt, dat aan partijen is afgegeven op vrijdag 23 augustus 2024.
1Inleiding
De vraag die in dit kort geding voorligt, is of lijfsdwang moet worden gesteld op de juiste nakoming door moeder van de beschikkingen van de rechtbank Noord-Holland (locatie Alkmaar), waarbij een omgangsregeling is vastgesteld en moeder is veroordeeld tot betaling van dwangsommen als zij geen uitvoering geeft aan die omgangsregeling. De dwangsommen blijken voor moeder onvoldoende prikkel om de omgangsregeling na te komen. Zij en de kinderen zijn onvindbaar voor vader en instanties. Inmiddels is het zo ver dat er een signalering op de paspoorten van de kinderen is opgenomen, uit angst dat moeder met de kinderen naar het buitenland vertrekt.
2De mondelinge uitspraak
Bij beschikking van 7 februari 2024 heeft de rechtbank een voorlopige omgangsregeling bepaald. Bij beschikking van 20 juni 2024 zijn dwangsommen gesteld op de juiste naleving van die regeling door moeder. Die beschikkingen zijn uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat ze moeten worden nagekomen, ondanks het ingestelde hoger beroep. Dat het gaat om een voorlopige omgangsregeling, is niet relevant.
Het is in het belang van de kinderen dat zij contact en omgang hebben met vader, en vader heeft ook recht op omgang met hen. Er is geen enkele aanleiding om aan te nemen dat de kinderen niet veilig zijn bij hun vader. Dat is ook de zienswijze van de Raad voor de Kinderbescherming, zoals valt te lezen in de beschikking van 20 juni 2024 (r.o. 5.8).
De argumenten die moeder nu door haar advocaat naar voren heeft laten brengen over haar weigering uitvoering te geven aan de omgangsregeling – kort gezegd dat zij heel bang is voor vader, met goede redenen – zijn al eerder naar voren gebracht en door de rechtbank te licht bevonden (zie r.o. 5.8 van de beschikking van 20 juni 2024).
Dat betekent dat moeder ervoor moet zorgen dat de kinderen bij vader zijn overeenkomstig de beschikking van 7 februari 2024, met ingang van woensdag 28 augustus 2024, en ook de daarop volgende drie woensdagen. Er is een voortzetting van de mondelinge behandeling bepaald op maandag 23 september 2024. De aanwezigheid van moeder bij die behandeling is van groot belang en wordt op prijs gesteld. De Raad voor de Kinderbescherming zal worden uitgenodigd voor deze nieuwe zitting. Als op die zitting blijkt dat de vrouw niet heeft meegewerkt aan de omgang op de vier genoemde dagen, zal lijfsdwang serieus worden overwogen.
Deze uitspraak zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
Dictum
De voorzieningenrechter
- veroordeelt moeder om eraan mee te werken dat de kinderen overeenkomstig de beschikking van 7 februari 2024 bij vader zijn op woensdag 28 augustus 2024, woensdag 4 september 2024, woensdag 11 september 2024 en woensdag 18 september 2024,
- verklaart deze uitspraak tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
- bepaalt dat de mondelinge behandeling zal worden voorgezet op maandag 23 september 2024 te 13.30 uur,
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzieningenrechter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.