Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2024-10-08
ECLI:NL:RBAMS:2024:6766
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
437 tokens
=== VOLLEDIG ===
vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummers: 13/187996-24 (zaak A), 13/025417-24 (zaak B), 13/042152-24 (zaak C) en 13/251956-23 (zaak D) (ter terechtzitting gevoegd)
Parketnummer vordering tul: 13/243342-22
Herstelvonnis gewezen naar aanleiding van het op 2 oktober 2024 door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam gewezen vonnis in de strafzaak tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1980 te [geboorteplaats] ( [land van herkomst] ),
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[BRP-adres] ,
nu gedetineerd in [penitentiaire inrichting] .
De rechtbank is na het wijzen van het vonnis in de zaken met bovengenoemde parketnummers gebleken dat in het vonnis op pagina 9 in het dictum ten onrechte is vermeld dat de rechtbank het - geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis opheft. Het betreft hier een kennelijke misslag, omdat uit de overweging onder punt 7.3. en het dictum blijkt dat de rechtbank het bevel tot voorlopige hechtenis opheft met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan die van het onvoorwaardelijk gedeelte van de opgelegde vrijheidsstraf. Deze misslag wordt hiermee hersteld.
Dit herstelvonnis is op 8 oktober 2024 gewezen door
mr. A.M. Grüschke, voorzitter,
mrs. M. Nieuwenhuijs en S.J. Mees-Bolle rechters,
in tegenwoordigheid van mr. B. Ketelaers, griffier.
De griffier is buiten staat
dit herstelvonnis mede te ondertekenen.