Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2024-11-01
ECLI:NL:RBAMS:2024:6675
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,554 tokens
Inleiding
RECHTBANK
AMSTERDAM
Civiel recht – sector kanton
Zaaknummer en rolnummer: 11211037 \ CV EXPL 24-8738 (hierna: 11211037) en
Zaaknummer en rolnummer: 11213716 \ CV EXPL 24-8830 (hierna: 11213716)
Vonnis van 1 november 2024
in de zaak 11211037 van:
1 [eiser] ,
te [woonplaats 1] ,2. [eiseres],
te [woonplaats 1] ,
eisende partijen,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
tegen
[gedaagde 1]
,
te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij,
procederend in persoon.
en in de zaak 11213716 van:
1 [eiser] ,
te [woonplaats 1] ,2. [eiseres],
te [woonplaats 1] ,
eisende partijen,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
tegen
[gedaagde 2]
,
te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij,
procederend in persoon.
Partijen worden hierna [eisers] , [gedaagde 1] en [gedaagde 2] genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure in beide zaken blijkt uit:
- de dagvaardingen van [eisers] van 17 juni 2024, met producties,
- de wijziging van eis en aanvullende producties van [eisers] van 21 juni 2024, met producties,- de conclusie van antwoord van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ,- de conclusie van repliek, met productie,- de conclusie van dupliek.
1.2.
Daarna is in beide zaken een datum voor het vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
[eisers] wonen aan het [adres 1] in [woonplaats 1] , [gemeente] . Aan het [adres 2] lag een woonboot/recreatieboot (hierna: de boot) van [eisers]
2.2.
De [gemeente] heeft brieven gestuurd naar [eisers] dat de boot in strijd met het bestemmingsplan is aangemeerd en dat dit een overtreding is van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. De [gemeente] heeft hiervoor meerdere keren aan [eisers] een last onder dwangsom opgelegd om de boot te verwijderen. [eisers] hebben hier niet aan voldaan en zelf niet de boot weggehaald.
2.3.
Op 27 februari 2024 heeft Bergnet B.V. (hierna: Bergnet) in opdracht van de [gemeente] , samen met kraanbedrijf [bedrijf] uit [vestigingsplaats] , de boot van [eisers] weggesleept.
2.4.
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn echtgenoten, en beide (mede)eigenaar en bestuurder van Bergnet.
2.5.
[eisers] hebben meerdere aangetekende brieven aan [gedaagde 1] en aan [gedaagde 2] gestuurd om de boot en aanlegvlonder terug te plaatsen.
Geschil
in de zaak 11211037:
3.1.
[eisers] vorderen – na eiswijziging, samengevat:
Primair:
I. [gedaagde 1] – bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis – te veroordelen om de door [eisers] geleden schade de vergoeden en een voorschot op de schadevergoeding te betalen van € 24.500,00,
II. [gedaagde 1] op verbeurte van een dwangsom van € 3.500,00 per week te gebieden om de recreatieboot met vlonder binnen 10 dagen na de datum van het vonnis terug te plaatsen,
Subsidiair:
III. [gedaagde 1] wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten en griffierechten;
IV. [gedaagde 1] wordt veroordeeld tot betaling van de juridische kosten ter hoogte van € 5.098,94;
V. [gedaagde 1] wordt veroordeeld tot betaling van gemiste huurinkomsten ter hoogte van € 11.500,-.
In de zaak 11213716:
3.2.
[eisers] vorderen – na eiswijziging, samengevat:
Primair:
I. [gedaagde 2] – bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis – te veroordelen om de door [eisers] geleden schade de vergoeden en een voorschot op de schadevergoeding te betalen van € 24.500,00,
II. [gedaagde 2] op verbeurte van een dwangsom van € 3.500,00 per week te gebieden om de recreatieboot met vlonder binnen 10 dagen na de datum van het vonnis terug te plaatsen,
Subsidiair:
I. [gedaagde 2] wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten en griffierechten;
II. [gedaagde 2] wordt veroordeeld tot betaling van de juridische kosten ter hoogte van € 5.098,94;
III. [gedaagde 2] wordt veroordeeld tot betaling van gemiste huurinkomsten ter hoogte van € 11.500,-.
3.3.
[eisers] leggen aan hun vorderingen jegens [gedaagde 1] en jegens [gedaagde 2] hetzelfde ten grondslag, namelijk dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] onrechtmatig hebben gehandeld door de boot en bijbehorende vlonder zonder goedkeuring en instemming van [eisers] mee te nemen. [eisers] stellen dat zij hierdoor schade hebben geleden die [gedaagde 1] en [gedaagde 2] moeten vergoeden.
3.4.
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] voeren samen hetzelfde verweer. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] betogen dat de vorderingen van [eisers] moeten worden afgewezen. Zij voeren aan dat dit een zaak is tussen de [gemeente] en [eisers] [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben, als bestuurders van Bergnet, in opdracht van de [gemeente] gehandeld en zijn daarom niet aansprakelijk.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Beoordeling
4.1.
[eisers] spreken niet de vennootschap Bergnet aan voor onrechtmatig handelen, maar haar bestuurders [gedaagde 1] en [gedaagde 2] . Om als bestuurder persoonlijk aansprakelijk te zijn, geldt op grond van de wet en rechtspraak een hoge drempel. Dat houdt in dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] een persoonlijk en ernstig verwijt moet kunnen worden gemaakt.
4.2.
De kantonrechter oordeelt dat [eisers] onvoldoende hebben gesteld en onderbouwd waarom [gedaagde 1] en [gedaagde 2] , in privé, als bestuurder van Bergnet aansprakelijk zijn. De kantonrechter legt uit waarom.
4.3.
Vast staat dat de [gemeente] meerdere malen aan [eisers] heeft laten weten dat de boot daar niet mocht liggen en dat de [gemeente] daarom besluiten heeft genomen om de boot te (laten) verwijderen. [eisers] hadden, als zij het daar niet mee eens waren, bezwaar moeten maken bij de [gemeente] en/of beroep moeten instellen bij de rechtbank. Door dat niet te doen staan de besluiten van de [gemeente] vast.
4.4.
De kantonrechter neemt als uitgangspunt dat de besluitvorming van de [gemeente] rechtsgeldig is en dat de boot op grond hiervan kon worden weggesleept, nadat [eisers] niet aan de eerder opgelegde last onder dwangsom hadden voldaan en de boot niet zelf hadden weggehaald. De [gemeente] heeft vervolgens (onder meer) Bergnet de opdracht gegeven om de boot weg te slepen en de vlonder weg te halen. [eisers] hebben onvoldoende toegelicht waarom de bestuurders van Bergnet bij die gang van zaken onrechtmatig zouden hebben gehandeld naar [eisers] Zij hebben niet gesteld en onderbouwd welk persoonlijk en ernstig verwijt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] moet worden gemaakt, waardoor zij als bestuurders van Bergnet aansprakelijk zijn. [eisers] hebben aangevoerd dat het diefstal zou zijn of roof, maar dat hebben zij verder niet onderbouwd en volgt ook niet uit voornoemde feiten. De stelling van [eisers] dat zij geen toestemming hebben gegeven maakt het voorgaande niet anders, omdat de toestemming van [eisers] ook niet nodig is als de [gemeente] binnen haar bevoegdheden rechtsgeldig heeft besloten dat de boot moet worden weggesleept.
4.5.
Als een gevolg van dit alles, worden de vorderingen van [eisers] afgewezen. Dit betreft dus zowel de primaire als de subsidiaire vorderingen van [eisers] : tot vergoeding van schade en betaling van het gevraagde voorschot, de gevorderde dwangsom en vergoeding van de proceskosten, de griffierechten, de juridische kosten en de gemiste huurinkomsten.
4.6.
[eisers] krijgen in beide zaken ongelijk en moeten daarom de kosten van [gedaagde 1] en van [gedaagde 2] betalen. [eisers] zijn aparte procedures gestart tegen [gedaagde 1] en [gedaagde 2] . [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn beide op de rolzitting bij kanton verschenen om mondeling verweer te voeren. Bij in persoon procederende partijen wordt voor het verschijnen ter zitting een forfaitair bedrag van € 50,00 aan verletkosten toegewezen voor de noodzakelijke reis- en verblijfkosten. Daarom moeten [eisers] € 50,00 aan zowel [gedaagde 1] als aan [gedaagde 2] betalen. Als [eisers] deze bedragen niet tijdig voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, dan moeten [eisers] ook de kosten van betekening betalen.
Dictum
De kantonrechter
in de zaak 11211037
5.1.
wijst de vorderingen van [eisers] af,
5.2.
veroordeelt [eisers] in de proceskosten van € 50,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [eisers] deze betaling niet tijdig voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, dan moeten [eisers] ook de kosten van betekening betalen;
In de zaak 11213716
5.3.
wijst de vorderingen van [eisers] af,
5.4.
veroordeelt [eisers] in de proceskosten van € 50,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [eisers] deze betaling niet tijdig voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, dan moeten [eisers] ook de kosten van betekening betalen.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.F. de Groot en in het openbaar uitgesproken op 1 november 2024.
Zie met name toelichting stukken van [gedaagde 2] en [gedaagde 1] , in de map van dossier [gedaagde 1] zitten ook de bijlage bij de mail van 18-7-24 (die ontbreken in de map van [gedaagde 2] ) en daarbij zit een ‘draaiboek’ van 27 feb en een nieuwsbericht van 28 feb 24, waarin staat ‘gisteren is de boot weggesleept’