Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2024-09-24
ECLI:NL:RBAMS:2024:6002
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
4,557 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Team Familie & Jeugd
Parketnummer: 10.182823.24
Datum (mondelinge) uitspraak: 24 september 2024
Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de zaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2010,
wonende op het adres [adres] .
1Onderzoek ter terechtzitting
De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 24 september 2024.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.D. Braber en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. F.M.M.M. Vogels, naar voren hebben gebracht.
Voorts heeft de rechtbank kennisgenomen van wat onder meer door [medewerkster Raad voor de Kinderbescherming] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad), [medewerkster Jeudbescherming] namens Jeugdbescherming Regio Amsterdam (hierna: JBRA) en door de moeder en de broers van verdachte naar voren is gebracht.
2Tenlastelegging
Aan verdachte is - kort weergegeven - tenlastegelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan
een poging tot diefstal met geweld en/of bedreiging met geweld, in vereniging, van meerdere goederen toebehorend aan [winkel] te Rotterdam, gepleegd op 2 juni 2024. Subsidiair tenlastegelegd als een afpersing in vereniging;
medeplegen van het voorhanden hebben van een gaspistool op 2 juni 2024 te Rotterdam.
De tekst van de integrale tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3Voorvragen
De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de tenlastegelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.
4Waardering van het bewijs
ten aanzien van het onder 1 primair tenlastegelegde:
De raadsman heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De rechtbank is - met de officier van justitie - van oordeel dat de primair ten laste gelegde poging tot winkeloverval in vereniging kan worden bewezen, omdat verdachte dit feit heeft bekend en zijn verklaring steun vindt in de overige bewijsmiddelen.
Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde:
De raadsman heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De rechtbank is op grond van de bewijsmiddelen - met de officier van justitie - van oordeel dat het tenlastegelegde medeplegen van het voorhanden hebben van een gaspistool wettig en overtuigend kan worden bewezen.
5Bewezenverklaring
De rechtbank acht bewezen dat verdachte
ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde:
op 2 juni 2024 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om goederen naar hun gading, toebehorende aan [winkel] weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze poging diefstal te doen vergezellen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen meerdere medewerkers van die [winkel] , te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal gemakkelijk te maken, door
- verdachte en zijn mededaders zich moeilijk herkenbaar hebben gemaakt door een bivakmuts op te zetten en hun gezichten gedeeltelijk hebben bedekt en (latex) handschoenen hebben gedragen en
- verdachte en zijn mededaders een gaspistool en meerdere lege tassen voorhanden hebben gehad en
- verdachte en zijn mededaders naar de voordeur van die [winkel] zijn gelopen en vervolgens aan die gesloten voordeur hebben gebeld, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde:
op 2 juni 2024 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met anderen, een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie III onder 1º van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een pistool, namelijk een gaspistool van het merk Umarex, type Glock 17 Gen 5, kaliber 9 mm P.A.K. voorhanden heeft gehad.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.
6Bewijs
De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Indien tegen dit verkorte vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkorte vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkorte vonnis gehecht.
7Strafbaarheid van het feit
De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.
8Strafbaarheid van verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.
Motivering
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 25 dagen, met aftrek van voorarrest. Daarnaast dient aan verdachte een taakstraf bestaande uit een werkstraf te worden opgelegd voor de duur van 80 uren waarvan 40 uren voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Aan dat voorwaardelijke strafdeel dienen de bijzondere voorwaarden te worden opgelegd voor de duur van een jaar, zoals die door de Raad en JBRA ter zitting zijn geadviseerd.
De raadsman heeft ter overweging aan de rechtbank gegeven om aan verdachte naast de geëiste onvoorwaardelijke jeugddetentie alleen een geheel voorwaardelijke werkstraf op te leggen. Verdachte is ontzettend geschrokken van de aanhouding en de nasleep van deze rechtszaak. Hij schaamt zich voor zijn delictgedrag en hij heeft er nog steeds moeite mee dat hij zijn familieleden heeft teleurgesteld. Verdachte wil er alles aan doen om niet weer de fout in te gaan. Hij komt de afspraken met Levvel na en hij is bereid om mee te werken aan alle hulpverlening die noodzakelijk wordt geacht. In de afgelopen periode zijn de familieleden van verdachte erg streng voor hem geweest. Ook hebben ze hem goed begeleid. Zij hebben continu zicht op hem gehouden. Zo moest verdachte bij zijn broer in de bouw werken (omdat hij door verschillende redenen niet meer welkom was op zijn school) en ook zijn internetgebruik werd regelmatig door zijn broers gecontroleerd. Tot slot zal verdachte op zeer korte termijn op een nieuwe school starten. Het is nu aan hem om zijn best te doen op school en op het rechte pad te blijven, zodat hij stapsgewijs het vertrouwen van zijn familieleden terug kan winnen. Gelet op de positieve ontwikkelingen van de afgelopen periode verwacht de raadsman dat een periode van één jaar voldoende zal zijn om het recidiverisico te verminderen. Hij heeft daarom verzocht om de proeftijd van het voorwaardelijke strafdeel op 1 jaar vast te stellen.
De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.
De rechtbank heeft kennisgenomen van een Uittreksel Justitiële Documentatie van 8 augustus 2024 waaruit blijkt dat verdachte niet eerder strafrechtelijk is veroordeeld. Hij zal dan ook worden aangemerkt als first offender.
Verdachte heeft samen met een anderen geprobeerd om een winkeloverval te plegen. Ter zitting heeft verdachte verklaard dat hij op Snapchat door een onbekende jongen is benaderd. Verdachte is ingegaan op het aanbod om ‘snel geld te verdienen’, omdat hij geen zakgeld meer wilde vragen aan zijn ouders. Hij zou met deze winkeloverval een bedrag van € 10.000,- ‘verdienen’. De rechtbank maakt zich grote zorgen over het feit dat kinderen zoals verdachte op deze manier via social media benaderd worden om een ernstig misdrijf te plegen, iets wat steeds vaker voorkomt.
Verdachte is op zeer jonge leeftijd (14 jaar) betrokken geweest bij een serieus feit. Hij heeft zich door voor hem onbekenden via social media over laten halen een overval te plegen met een wapen waarbij onschuldige medewerkers van een winkel het slachtoffer hadden kunnen worden. Hij mag van geluk spreken dat het incident bij een poging is gebleven, slachtoffers van dergelijke overvallen ondervinden vaak langdurig psychische klachten van wat hen is overkomen. Op dit soort bijzonder ernstige feiten dient dan ook in beginsel te worden gereageerd met een (forse) onvoorwaardelijke jeugddetentie.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de rapportages, die in het kader van de persoonlijke omstandigheden van verdachte zijn opgemaakt, waaronder het meest recente rapport van de Raad van 17 september 2024, waarin wordt geadviseerd om aan verdachte een deels voorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf op te leggen.
Ter terechtzitting heeft de Raad zijn advies toegelicht. Verdachte is niet eerder in beeld gekomen bij de politie. De grootste zorg is daarom hoe het in één keer zo mis heeft kunnen gaan. Verdachte beseft dat hij hulp nodig heeft en hij staat open voor de hulpverlening van Levvel. Het doet hem goed om gesprekken te voeren over de gevolgen van zijn gedrag. Verdachte is nog jong en hij kan snel beïnvloed worden door andere jongeren. Desondanks heeft de Raad er vertrouwen in (met name door de betrokkenheid van de familieleden) dat verdachte niet meer in aanraking zal komen met de politie. Het is daarbij wel van belang dat hij zijn schoolgang weer oppakt en de komende twee jaar meewerkt met de noodzakelijke hulpverlening. De Raad adviseert daarom een deels voorwaardelijke werkstraf. Aan het voorwaardelijke strafdeel dienen de volgende bijzondere voorwaarden te worden gekoppeld: dat verdachte naar school gaat volgens zijn rooster, meewerkt aan de hulpverlening van Levvel, meewerkt aan het hebben en behouden van een zinvolle vrijetijdsbesteding, meewerkt aan het vinden en behouden van een positieve dagbesteding / vrijetijdsbesteding en meewerkt aan alle hulpverlening (die gericht is op het aanleren van vaardigheden of emotieregulatie) die JBRA noodzakelijk acht.
JBRA kan zich vinden in het advies van de Raad. In de afgelopen periode heeft verdachte zich gehouden aan de schorsingsvoorwaarden. Hij neemt deel aan de hulpverlening van Back on Track vanuit Levvel en tijdens de gesprekken met zijn begeleiders stelt hij zich open en eerlijk op. Hij heeft verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen en kan daarop reflecteren. Gezien wordt dat hij nog wel beïnvloedbaar is voor groepsdruk en verdachte is hier ook bewust van. De komende periode zal verdachte wekelijks gesprekken voeren met zijn begeleiders van Levvel, waarbij hij ook geholpen zal worden met het vinden van een bijbaan en/of een stageplek. Daarnaast zal hij trainingen krijgen op het gebied van criminaliteit, seksualiteit en weerbaarheid. Op dit moment wordt de kans op recidive laag geschat. De belangrijkste beschermingsfactor daarbij is het familienetwerk van verdachte. De broers van verdachte zijn ontzettend bij hem betrokken; zij nemen deel aan alle overleggen, zodat zij verdachte waar nodig kunnen steunen met het zetten van de juiste stappen. Verdachte is gemotiveerd voor de toekomst. Hij blijft bereikbaar voor de hulpverlening, omdat hij er alles aan wil doen om niet meer in aanraking te komen met de politie. Gelet op de meewerkende houding van verdachte (en zijn familieleden) verwacht JBRA dat een proeftijd van één jaar voldoende zal zijn om de hulpverlening van Levvel positief af te sluiten.
De rechtbank is van oordeel dat er geen aanleiding bestaat om bij de straftoemeting in het voordeel (of nadeel) van verdachte af te wijken van wat door de officier van justitie is gevorderd. De rechtbank zal daarom aan verdachte een onvoorwaardelijke jeugddetentie opleggen die gelijk is aan het voorarrest. Gelet op de opgestarte hulpverlening en het pedagogische karakter van het jeugdstrafrecht is het niet in het belang verdachte dat hij nu gedetineerd raakt. De rechtbank houdt er rekening mee dat verdachte eerder niet is veroordeeld, nog jong is en ruim drie weken in voorarrest heeft gezeten. Hij heeft daarnaast zijn verantwoordelijkheid genomen door een bekennende verklaring af te leggen, waarbij op zitting ook uitgebreid is besproken hoe hij is benaderd voor dit delict en waarom hij snel ‘geld wilde verdienen’. Wel zal verdachte nog iets van de consequenties moeten ervaren. De rechtbank zal hem daarom naast een jeugddetentie, die hij met zijn voorarrest heeft uitgezeten, een onvoorwaardelijke werkstraf opleggen voor de duur van 40 uren en daarnaast een voorwaardelijke werkstraf voor een zelfde duur. Uit het raadsonderzoek komt weliswaar een groot aantal beschermende factoren naar voren. Verdachte heeft een zeer betrokken familie die toezicht op hem houdt.
Dictum
Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op:
ten aanzien van het onder 1 primair bewezen verklaarde:
poging tot diefstal, vergezeld van geweld/bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen
Ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde:
medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart verdachte, [verdachte] , daarvoor strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie van 25 (vijfentwintig) dagen.
Beveelt dat de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, te weten 26 dagen, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.
Veroordeelt verdachte daarnaast tot een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren.
Beveelt dat, als de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 40 (veertig) dagen.
Beveelt dat een gedeelte, groot 40 (veertig) uren, van deze werkstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast op grond van het overtreden van de na te noemen algemene en bijzondere voorwaarden.
Beveelt dat, als de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 20 (twintig) dagen.
Stelt de proeftijd vast op 2 (twee) jaren onder de algemene voorwaarde dat veroordeelde:
- zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
en onder de bijzondere voorwaarden dat veroordeelde:
- naar school en/of stage gaat volgens zijn lesrooster;
meewerkt aan de hulpverlening van Levvel;
meewerkt aan het vinden en behouden van een positieve dagbesteding / vrijetijdsbesteding;
- meewerkt aan alle hulpverlening (gericht op het aanleren van vaardigheden of emotieregulatie) die JBRA noodzakelijk acht.
Van rechtswege gelden tevens de voorwaarden dat veroordeelde:
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;
- zijn medewerking zal verlenen aan het door de jeugdreclassering te houden toezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
Geeft opdracht aan Jeugdbescherming Regio Amsterdam tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Verklaart de volgende voorwerpen verbeurd:
1 STK Muts, omschrijving: PL1700-2024180659-6777781, Bivakmuts;
1 STK Muts, omschrijving: PL1700-2024180659-6777787, Louis Vuitton;
1 STK Tas, omschrijving: PL1700-2024180659-6777798, Dirk v/d Broek tas.
Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen doormr. A.E. van Montfrans, voorzitter tevens kinderrechter,
mrs. E. Dinjens en M. van der Kaay, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. S. Bakir, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 24 september 2024.
[...]