Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2024-09-11
ECLI:NL:RBAMS:2024:5950
Civiel recht; Internationaal privaatrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
5,192 tokens
Inleiding
RECHTBANK Amsterdam
Civiel recht
Zaaknummer: C/13/745559 / HA ZA 24-89
Vonnis van 11 september 2024
in de zaak van
XAASY B.V.,
te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: HyperAI,
advocaat: mr. J.J. van der Goen te Hilversum,
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
GRAPHCORE LTD.,
te Londen (Verenigd Koninkrijk),
gedaagde partij,
hierna te noemen: Graphcore,
advocaat: mr. Chr.F. Kroes te Amsterdam.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 18 oktober 2023, met producties, - de incidentele conclusie van onbevoegdheid,
- de conclusie van antwoord in het incident, met producties en
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 15 juli 2024 waarvan proces-verbaal is opgemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
HyperAI ontwikkelt AI-cloudservices voor diverse klanten.
2.2.
Partijen zijn op enig moment met elkaar in contact gekomen. In een e-mail van 14 februari 2022 schrijft Graphcore aan HyperAI (haar CEO [naam 1] ( [naam 1] )) onder meer:
“(…) As I said in previous emails, 1 x support license for the entire Pod16 (instead of 1 support/M2000 machine; 4 x M2000 in a Pod16) was allowed by Graphcore for your POC.
(…) Graphcore allowed you to get the Pod16 without support until you can start charging your client.
Afterward, if you wish support from Graphcore’s team, you will need to apply for a license.
The price provided only concerns a pod 16:
● 1 head node
● 4 × M2000
● No license to pay yet.
All M2000 machines are sold NFR price exceptionally by Graphcore, in order to start a story all together. (…)”
2.3.
In een e-mail van 10 maart 2022 van Graphcore (haar sales director [naam 2] ( [naam 2] )) aan HyperAI ( [naam 1] ) staat onder meer:
“(…) Let’s make it happen together, we certainly understand the entrepreneurial risk you are taking and we respect it, that is why are also giving you such competitive terms and we hope you can also recognise it. (…)”
2.4.
In een e-mail van 30 maart 2022 van Graphcore ( [naam 2] ) aan HyperAI staat onder meer:
“(…) I will have more time on Friday to explicit the kind of actions we could plan to support the launch including your engineers and accompany you with the first few costumer onboarding on IPU. (…)”
2.5.
HyperAI heeft vervolgens hardware (vier M2000-servers) gekocht. De hardware werd geleverd door Boston Server & Storage Solutions GmbH (Boston), gevestigd in Duitsland. Op 11 april 2022 heeft Boston onder meer aan HyperAI geschreven ‘Graphcore has told us that we can get the same pricing if we order by the end of the week’. In april 2022 heeft Boston een offerte aan HyperAI uitgebracht. Op 29 juni 2022 heeft Boston een factuur gestuurd voor een bedrag van € 121.379,00. HyperAI heeft dat bedrag betaald. In de factuur staat verder onder meer:
“(…)
Graphcore Bow2000 IPU-Machine (…) 81.000,00 EUR
Founder’s Edition
(…)
Graphcore Bow2000 IPU-Machine 3 year (…) 23.200,00 EUR
Support package
(…)”
2.6.
De hardware is op 2 augustus 2022 aan HyperAI geleverd.
2.7.
Op 2 december 2022 heeft HyperAI op LinkedIn onder meer geschreven ‘Introducing HyperAI, Europe’s first AI only cloud! With our #graphcore IPU cloud, you can enhance lives with AI Healthcare and life science’. [naam 2] heeft dit bericht gerepost op LinkedIn.
2.8.
[naam 1] en [naam 2] hebben op 5 december 2022 een telefoongesprek met elkaar gehad waarin [naam 2] heeft verteld dat nooit sprake is geweest van een partnership tussen HyperAI en Graphcore.
2.9.
HyperAI heeft daarna op 12 december 2022 een brief gestuurd aan Graphcore waarin HyperAI onder meer vraagt duidelijkheid te geven over het partnership tussen partijen. In een e-mail van 22 december 2022 van Graphcore ( [naam 2] ) aan HyperAI ( [naam 1] ) staat onder meer:
“(…) As discussed (…) we would like to make sure you can make good use of your IPU POD16 system and be able to launch your service correctly. (…) we have not discussed any cloud partnership nor have the intention for a partnership at this stage, so the mention of it in your letter is rather surprising. (…) Having said that we want you to succeed and are keen to explore ways to promote some costumer success together. (…)”
2.10.
HyperAI heeft op 28 december 2022 aan Graphcore onder meer geschreven dat partijen een overeenkomst met elkaar hebben gesloten ‘for collaborating and partnering with HyperAI’ en dat zij de hardware en software heeft aangeschaft inclusief technische support van Graphcore, maar dat Graphcore haar beloften niet nakomt. HyperAI zal de hardware terugsturen, onder vergoeding door Graphcore van de aanschafkosten en van bijkomende kosten.
2.11.
[naam 1] en [naam 3] ( [naam 3] ), de CEO van Graphcore, hebben op 6 januari 2023 een telefoongesprek met elkaar gehad. In dit gesprek heeft [naam 3] onder meer gezegd:
‘You know (…) we could do joint marketing together (…) and there might be as part of out partnership agreement (…) a level of support that we would provide to your end costumers.
(…)
‘As you rightly point it, supposedly I said that in previous emails we have not discussed any cloud partnership, nor the intention for partnership.’
(…)
‘(…) we would be very happy to put in place A cloud partnership.’
(…)
‘(…) You know what it is you would want in the form of a a partnership (…) maybe draft something up as (…) a head of terms or something like that. (…) and then we can (…) clarify what the gaps are and think (…) is there a way those gaps could be bridge?’
(…)”
2.12.
Partijen hebben vervolgens meermaals contact met elkaar gehad. Op 9 januari 2023 heeft Graphcore aan HyperAI een Mutual Non-Disclosure Agreement gestuurd. HyperAI heeft deze ondertekend en op 11 januari 2023 teruggestuurd naar Graphcore. Graphcore heeft het document niet ondertekend. Op 13 januari 2023 heeft HyperAI haar heads of terms aan Graphcore gestuurd en op 30 januari 2023 haar Technical Memorandum of Understanding Between HyperAI (HAI) and Graphcore (GC) (TMoU). In de heads of terms staat onder meer:
‘(…)
3. Background
A. The First Party [HyperAI] and the Second Party [Graphcore] are interested in entering into a Cloud partnership agreement (the Proposed Agreement). (…)
7. Proposed Agreement
(…) It should be noted that this document is non-binding and is intended solely for the purpose of setting out the proposed term of the partnership. Any binding agreement will be subject to the execution of a formal agreement.
1. The parties (…) propose to enter into a cloud partnership (…)
2. HyperAI will be proposed to be listed as a cloud partner on the Graphcore website (…)
3. The partnership will be proposed to be based on revenue sharing (…)’
2.13.
Op 31 januari 2023 heeft Graphcore een aangepast Memorandum of Understanding (MoU) gestuurd en geschreven ‘please find attached the document we would be comfortable to sign. In het document staat onder meer:
‘(…)
This MOU between HAI and GC defines the support obligations of GC.
Support obligations:
1. GC will provide HAI with presently available technical documentation for the Hardware. (…)
2. GC will offer technical training for up to two HAI engineers (…)
11. GC will provide HAI with basis guidance on costumer onboarding for the first 3 costumers. (…)’
2.14.
Hierop heeft HyperAI ( [naam 1] ) op 31 januari 2023 onder meer aan Graphcore ( [naam 2] en [naam 3] ) geschreven ‘relying on this document is not enough to establish a comprehensive partnership’.
2.15.
In een e-mail van Graphcore ( [naam 2] ) aan HyperAI ( [naam 1] ) van 1 februari 2023 staat onder meer:
‘(…) This MoU is indeed very unique including very special commitments from us among which I would like to highlight (…) 10 hours of training (…) in 2023 and 2024 (…) 3 costumer onboarding (…). These MoU terms are not usual for us and we do want to offer above extra services so as to help HAI to move forward and get your first costumers onboarded.
Geschil
3.1.
In de hoofdzaak vordert HyperAI, verkort weergegeven, primair een verklaring voor recht dat tussen partijen een samenwerkingsovereenkomst tot stand is gekomen (waarvan de levering van hardware onderdeel is), dat Graphcore toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van die overeenkomst en dat Graphcore gehouden is tot vergoeding van de schade die HyperAI daardoor heeft geleden. HyperAI vordert subsidiair een verklaring voor recht dat sprake is van een onrechtmatige daad van Graphcore en dat HyperAI als gevolg daarvan schade heeft geleden. Zowel primair als subsidiair vordert HyperAI onder meer om Graphcore te veroordelen tot betaling van € 121.379,00 en tot betaling van de overige schade, nader op te maken bij staat.
3.2.
Volgens HyperAI hebben partijen een samenwerkingsovereenkomst gesloten in de vorm van een gezamenlijk cloudplatform (partnership). Graphcore zou in het kader van die samenwerking hardware, software en technische ondersteuning aan HyperAI leveren. Graphcore is de verplichtingen die zij op grond van die overeenkomst heeft niet nagekomen. Subsidiair heeft Graphcore onrechtmatig gehandeld.
3.3.
Graphcore heeft (nog) geen conclusie van antwoord in de hoofdzaak genomen.
Geschil
4.1.
Graphcore vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart, met veroordeling van HyperAI in de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
4.2.
Volgens Graphcore heeft HyperAI onvoldoende gesteld om te kunnen vaststellen dat de Nederlandse rechter internationaal bevoegd is. Graphcore betwist daarnaast het bestaan van een overeenkomst tussen partijen. Voor zover partijen iets zijn overeengekomen, komt aan de Nederlandse rechter geen rechtsmacht toe, omdat de plaats van uitvoering van de verbintenis buiten Nederland ligt. De subsidiaire grondslag kan ook niet leiden tot bevoegdheid van de Nederlandse rechter, omdat het schadebrengende feit zich buiten Nederland heeft voorgedaan dan wel sprake is van zuivere vermogensschade.
4.3.
HyperAI voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van Graphcore dan wel tot afwijzing van de vordering in het incident, met veroordeling van Graphcore in de proceskosten.
4.4.
Op de stellingen van partijen gaat de rechtbank hierna in.
Beoordeling
De primaire grondslag van de vordering - overeenkomst
5.1.
Graphcore is gevestigd in het Verenigd Koninkrijk. Dat betekent dat de internationale bevoegdheid wordt beoordeeld aan de hand van de in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) neergelegde regels over de rechtsmacht van de Nederlandse rechter. Artikel 2 Rv bepaalt als hoofdregel dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft indien de gedaagde in Nederland zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft. Dat is in dit geval niet zo. In artikel 6 aanhef en onder a Rv staat dat de rechtbank eveneens rechtsmacht heeft in zaken betreffende verbintenissen uit overeenkomst, indien de verbintenis die aan de eis of het verzoek ten grondslag ligt, in Nederland is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd. De rechtbank zal eerst beoordelen of zij op grond van dit artikel rechtsmacht heeft.
5.2.
Tussen partijen is in geschil of zij een overeenkomst met elkaar hebben gesloten. Bij de uitleg van artikel 6 Rv moet in beginsel worden aangesloten bij de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) over (de voorloper van) de Verordening Brussel I bis. Uit die rechtspraak volgt dat geen uitgebreide bewijsprocedure hoeft te worden gevolgd. Uit het arrest Kolassavolgt dat de rechter zijn bevoegdheid kan toetsen aan alle gegevens die hem ter beschikking staan, zo ook de betwisting van gedaagde. Het onderzoek naar de rechtsmacht mag dus niet plaatsvinden op basis van alleen de door eisende partij gekozen grondslag van haar vordering. Volgens de rechtspraak van het Hof van Justitie kan een overeenkomst enkel worden aangenomen wanneer sprake is van een verbintenis die een partij vrijwillig jegens een andere partij is aangegaan.
5.3.
Partijen zijn begin 2021 met elkaar in contact gekomen. In februari 2022 (zie 2.2) schrijft Graphcore aan HyperAI welke servers HyperAI kan aanschaffen. In de e-mail schrijft Graphcore ook dat HyperAI een licentie moet aanvragen als zij support van Graphcore wil krijgen. In maart 2022 schrijft Graphcore aan HyperAI welke acties partijen kunnen gaan plannen (‘to support the launch including training your engineers and accompany with the first few costumer onboarding’) (zie 2.4).
Partijen hebben tot dat moment ideeën uitgewisseld en besproken wat Graphcore kan aanbieden. Graphcore heeft geen toezeggingen gedaan. Verder geven de bewoordingen van Graphcore in haar e-mails geen aanknopingspunt dat Graphcore met HyperAI een vergaande samenwerking wil aangaan, zoals een partnership.
5.4.
Vervolgens communiceert HyperAI met Boston over de aanschaf en de levering van de servers. De koopovereenkomst sluit HyperAI met Boston. Boston stuurt een factuur, levert de servers en HyperAI betaalt aan Boston. Hieruit blijkt niet van een overeenkomst met Graphcore. Dat Graphcore de machines maakt, doet daaraan niet af. Het gaat erom bij welke partij Graphcore afneemt. Dat is Boston. Op de offerte van Boston aan HyperAI staat onder meer ‘Graphcore IPU-Machine 3 year support package’, met daarachter een bedrag dat in rekening wordt gebracht. Hieruit kan niet worden afgeleid dat, zoals HyperAI stelt, een verbintenis bestaat tussen HyperAI en Graphcore. HyperAI en Graphcore hebben hierover op dat moment geen concrete afspraken gemaakt.
5.5.
Begin december 2022 laat [naam 2] (Graphcore) telefonisch aan [naam 1] (HyperAI) weten dat Graphcore geen partnership met HyperAI voor ogen heeft. HyperAI en Graphcore hebben ieder andere opvattingen over de rol van Graphcore. Zoals uit het voorgaande blijkt hebben partijen tot op dat moment geen verplichtingen jegens elkaar op zich genomen. Het is vervolgens de vraag of partijen daarna een overeenkomst met elkaar zijn aangegaan. Daarvan is niet gebleken. Daartoe is het volgende van belang.
Partijen hebben na het telefoongesprek van begin december 2022 veelvuldig contact met elkaar. Graphcore laat dan telkens weten dat zij HyperAI wil helpen, maar dat een verdergaande samenwerking er niet in zit. In het gesprek tussen [naam 1] (HyperAI) en [naam 3] (Graphcore) op 6 januari 2023 zegt [naam 3] dat HyperAI op papier kan zetten hoe zij de samenwerking tussen partijen vorm wil geven, zoals met een heads of terms. Dat gesprek vormt de aanleiding voor partijen om stukken met elkaar te wisselen. [naam 3] zegt niet toe dat Graphcore met HyperAI een gezamenlijk cloufplatform wil aangaan, maar geeft wel de aanzet om een samenwerkingsverband met elkaar te bespreken. Uit de stukken die partijen daarna uitwisselen, blijkt dat HyperAI (zoals ook eerder was gebleken) een samenwerking voor zich ziet die veel verder gaat dan ondersteuning door Graphcore bij het gebruik van de hardware. HyperAI wenst een cloud partnership. Dat blijkt ook uit de heads of terms die zij op 13 januari 2023 naar Graphcore stuurt en waarin zij dat voorstelt (zie 2.12). Uit de heads of terms kan echter ook worden afgeleid dat HyperAI ervan uitgaat dat partijen nog geen bindende afspraken hebben gemaakt. Hierin staat onder meer ‘the Proposed Agreement’ (onder 3 A) en dat het voorstel ‘non-binding’ is (onder 7).
In de e-mail van Graphcore van 1 februari 2023 laat Graphcore weten dat zij onder meer training en hulp bij het onboarden van de eerste drie klanten kan bieden (zie 2.15). Dat had zij ook al meegedeeld vóórdat de hardware werd besteld (zie 2.4). Op 31 januari 2023 stuurt Graphcore een aangepaste MoU naar HyperAI, met daarin een samenwerking die geen partnership inhoudt, maar Graphcore onder meer verplicht tot het geven van technische ondersteuning. Dit alles laat zien dat partijen een ander beeld houden over de gewenste mate van samenwerking. Zij doen over en weer concrete voorstellen. Geen van partijen stemt op enig moment in met het voorstel van de andere partij of zegt toe enige verplichting op zich te nemen. Partijen zijn aan het onderhandelen. Het is uiteindelijk Graphcore die op 8 februari 2023 de onderhandelingen afbreekt. Nu niet is gebleken dat Graphcore tot dat moment vrijwillig een verbintenis is aangegaan jegens HyperAI, is onvoldoende gebleken van een overeenkomst. De conclusie is dan ook dat de bevoegdheidsregel van artikel 6 aanhef en onder a Rv geen grondslag biedt voor het aannemen van rechtsmacht.
De subsidiaire grondslag van de vordering – onrechtmatige daad
5.6.
Ten aanzien van het subsidiair gevorderde zal de rechtbank opnieuw moeten bezien of zij rechtsmacht heeft. De Nederlandse rechter heeft eveneens rechtsmacht in zaken betreffende verbintenissen uit onrechtmatige daad, indien het schadebrengende feit zich in Nederland heeft voorgedaan of kan voordoen (artikel 6 aanhef en onder e Rv). Hieronder valt elke rechtsvordering die beoogt aansprakelijkheid van een verweerder in het geding te brengen en die geen verband houdt met een verbintenis uit overeenkomst.
Onder de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan vallen de plaats waar de schade is ingetreden (Erfolgsort) en de plaats waar de gebeurtenis heeft plaatsgevonden die de oorzaak van de schade is (Handlungsort). Volgens HyperAI heeft Graphcore onrechtmatig gehandeld door HyperAI voor te houden dat een samenwerking ten aanzien van het cloudplatform tot stand zou komen, haar aan te sporen hardware en software aan te schaffen en vervolgens de onderhandelingen af te breken. Ook heeft Graphcore onrechtmatig gehandeld door de onderhandelingen voortijdig en in een late fase af te breken. Graphcore voert aan dat HyperAI de gestelde onrechtmatige daad te summier heeft onderbouwd. Daarnaast zijn het Handlungsort en het Erfolgsort niet gelegen in Nederland dan wel heeft HyperAI enkel zuivere vermogensschade.
Dictum
De rechtbank
in het incident en in de hoofdzaak
6.1.
verklaart zich onbevoegd om van de vorderingen van HyperAI kennis te nemen,
6.2.
veroordeelt HyperAI in de proceskosten in het incident en in de hoofdzaak van € 7.880,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening van € 92,00 als HyperAI niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3.
veroordeelt HyperAI tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.4.
verklaart de veroordelingen onder 6.2 en 6.3 uitvoerbaar bij voorraad en
6.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. L. Voetelink, rechter, bijgestaan door mr. C.E.P. Honing, en in het openbaar uitgesproken op 11 september 2024.
Verordening (EU) nr. 1215/2012 van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken.
HvJEU 28 januari 2015, ECLI:EU:C:2015:37.