Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2024-09-19
ECLI:NL:RBAMS:2024:5932
Strafrecht; Europees strafrecht
Eerste en enige aanleg
1,841 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/019271-24
Datum uitspraak: 19 september 2024
UITSPRAAK
op de vordering van 25 juni 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 7 december 2023 door de Regional Court in Piotrków Trybunalski, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1996,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [locatie te plaats],
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1Procesgang
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 27 augustus 2024, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen en is vertegenwoordigd door zijn raadsman, mr. S. Yaprak, advocaat te Enschede.
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting voor bepaalde tijd aangehouden, omdat nog niet alle benodigde informatie ten aanzien van artikel 12 OLW beschikbaar was.
De behandeling van het EAB heeft zich voortgezet op de zitting van 10 september 2024, in aanwezigheid van mr. S.J. Wirken, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. S. Yaprak, advocaat te Enschede en een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.
2Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.
3Grondslag en inhoud van het EAB
Het EAB vermeldt een judgement of the Belchatów District Court, dated 12 October 2020, case reference II K 321/20, welk vonnis met het arrest van 2 maart 2021 van the Piotrków Trybunalski Regional Court, case reference IV Ka 39/21 onherroepelijk is geworden.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van acht maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in het EAB.
3.1
Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW
Als het proces in twee opeenvolgende instanties heeft plaatsgevonden, namelijk een eerste aanleg gevolgd door een procedure in hoger beroep, dan is de laatste van die beslissingen relevant voor de beoordeling of is voldaan aan de vereisten van artikel 4 bis, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en artikel 12 OLW, voor zover daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat en daarom de zaak ten gronde definitief is afgedaan.
Uit het EAB en de aanvullende informatie van de uitvaardigende lidstaat van 16 augustus 2024 volgt dat er een hoger beroep heeft plaatsgevonden en dat tegen deze beslissing geen rechtsmiddel openstaat. De rechtbank zal daarom alleen het proces in hoger beroep dat geleid heeft tot het arrest met kenmerk IV Ka 39/21 van the Piotrków Trybunalski Regional Court toetsen aan artikel 12 OLW.
De rechtbank stelt vast dat het arrest is gewezen, terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat - kort gezegd – dit arrest is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met d, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan.
Gelet daarop kan de overlevering ex artikel 12 OLW worden geweigerd.
De rechtbank ziet geen aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren. Zij acht daarbij het volgende van belang.
Uit de aanvullende informatie van 8 en 29 augustus 2024 blijkt weliswaar dat de opgeëiste persoon voor de zitting in hoger beroep is opgeroepen op het adres dat door hem is opgegeven tijdens zijn verhoor als verdachte en dat hij tijdens dit verhoor erop is gewezen dat hij eventuele adreswijzigingen moest doorgeven aan de justitiële autoriteiten. Het is echter niet duidelijk of de opgeëiste persoon wist dat deze instructie zich ook uitstrekte over het hoger beroep en hij zich dus ook na het vonnis in eerste aanleg beschikbaar had moeten houden op het eerder door hem opgegeven adres. De rechtbank kan daarom ook niet vaststellen of de afwezigheid van de opgeëiste persoon op de zitting is te wijten aan zijn eigen onzorgvuldigheid met betrekking tot de ontvangst van officiële correspondentie en dat overlevering dus geen schending van zijn verdedigingsrechten oplevert.
Nu de beslistermijn ex artikel 22, eerste en derde lid, OLW geen ruimte biedt voor het inwinnen van nadere informatie, zal de rechtbank de overlevering op grond van artikel 12 OLW weigeren.
Conclusie
De rechtbank stelt vast dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW van toepassing is. De rechtbank ziet geen aanleiding om af te zien van toepassing van die weigeringsgrond. Om die reden wordt de overlevering geweigerd.
5Toepasselijke wetsbepalingen
De artikelen 2, 5, 7 en 12 OLW.
Dictum
WEIGERT de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Regional Court in Piotrków Trybunalski, Polen voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
HEFT OP de overleveringsdetentie.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. E.G.M.M. van Gessel, voorzitter,
mrs. J.B. Oreel en C.M. Delstra, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 19 september 2024.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Zie artikel 23 Overleveringswet.
Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
Zie onderdeel e) van het EAB.
Hof van Justitie van de Europese Unie, 21 december 2023, C-397/22, LM, (Generalstaatsanwaltschaft Berlin (Condamnation par défaut)), ECLI:EU:C:2023:1030, punt 47 en C-398/22, RQ (Generalstaatsanwaltschaft Berlin (Condamnation par défaut)), ECLI:EU:C:2023:1031, punt 32.