Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2024-09-11
ECLI:NL:RBAMS:2024:5610
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,333 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
Zaaknummers: AMS 23/5674 en AMS 23/5675
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[eiser] , te Zoetermeer, eiser,
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder.
Procesverloop
De rechtbank heeft op 16 september 2023 een beroepschrift van eiser ontvangen dat is gericht tegen twee uitspraken op bezwaar van verweerder, beide gedateerd op 1 augustus 2023 (de bestreden uitspraken). Het beroep is geregistreerd onder meerdere zaaknummers.
Overwegingen
1. De rechtbank sluit het onderzoek in de zaken omdat voortzetting van het onderzoek niet nodig is. De rechtbank doet uitspraak zonder dat een zitting wordt gehouden, omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.
2. De termijn voor het indienen van een beroepschrift is zes weken.
De eerste dag van deze termijn is de eerste dag na de dagtekening van de bestreden uitspraak. Maar als de dagtekening een datum is vóór de datum waarop de bestreden uitspraak is verzonden, begint deze termijn op de dag na de dag van verzending.
3. De bestreden uitspraken zijn op 1 augustus 2023 verzonden, zodat de laatste dag van de beroepstermijn 12 september 2023 was.
4. Eiser heeft het beroepschrift op 16 september 2023 via het Digitaal Loket ingediend. Het beroepschrift is dus te laat ingediend.
5. Een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift wordt niet-ontvankelijk verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is.
6. Eiser heeft bij brief van 14 oktober 2023 gereageerd op de vraag van de griffier bij brief van 4 oktober 2023 in elke zaak om de reden van het te laat indienen van het beroep op te geven. Eiser heeft aangevoerd dat hij het vanwege overwerk erg druk had. Eiser heeft vanwege personeelstekort overuren moeten maken nadat hij op zijn nieuwe werkplek was begonnen, ongeveer 15 uur per week. Daarnaast vervulde eiser een waarnemende functie voor een andere apotheek die ook met een personeelstekort te kampen had. Eiser heeft met zijn beperkte kennis en vaardigheden zijn best gedaan om een bezwaarschrift op te stellen. Eiser heeft verwezen naar jurisprudentie van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) en verder aangevoerd dat er sprake is van een overschrijding van een zeer korte periode. Eiser heeft verder gewezen op het financiële belang voor hem.
7. De rechtbank volgt eiser niet in zijn betoog dat in zijn geval de toepassing van artikel 6:11 van de Awb moet worden verruimd. De door eiser overgelegde uitspraak van het CBb betreft een conclusie van raadsheer advocaat-generaal [naam] . Een conclusie is een advies en geen uitspraak. Uiteindelijk heeft het CBb wel uitspraak gedaan op 30 januari 2024. De in die uitspraak genoemde verruiming ziet niet op de situatie dat de indiener zich eerst tot het bestuursorgaan heeft gewend voor overleg of een verzoek om herziening. Eiser heeft bij het beroepschrift een brief van verweerder van 27 augustus 2023 overgelegd waaruit blijkt dat eiser eerst contact met verweerder heeft opgenomen. Het indienen van een verzoek om herziening of overleg met verweerder schort de beroepstermijn niet op. Eiser had, in plaats van zich tot verweerder te richten, een sauverend beroepschrift in kunnen dienen, zoals ook onder de bestreden uitspraken staat. De door eiser omschreven drukke periode levert geen verschoonbare termijnoverschrijding op, reeds omdat de omschrijving onvoldoende is en niet is onderbouwd. Eiser had na 27 augustus 2023 tot en met 12 september 2023 de gelegenheid tijdig beroep in te stellen. Eisers opmerking over zijn financiële situatie kan nooit tot een verschoonbare termijnoverschrijding leiden.
De te late indiening van het beroepschrift komt dan ook voor risico van eiser.
7. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. De rechtbank komt hierdoor niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van het beroep. Voor een proceskostenveroordeling is bij die uitkomst geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Vriethoff, rechter, in aanwezigheid van
M.P. Osinga Sanders, de griffier.
Dictum
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Bent u het niet eens met deze uitspraak, dan kunt u een verzetschrift opsturen naar deze rechtbank. U kunt een verzetschrift opsturen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. In het verzetschrift kunt u vragen om te worden gehoord. In dat geval vindt alsnog een zitting plaats.
Coll: M.P.O.
D: B
artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
artikel 6:7 van de Awb
artikel 6:7 en 6:8 van de Awb en artikel 26c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR)
artikel 6:11 van de Awb
ECLI:NL:CBB:2023:476
ECLI:NL:CBB:2024:31
met een sauverend beroepschrift wordt bedoeld een brief waarin staat dat beroep wordt ingesteld.
Daarmee wordt de beroepstermijn veiliggesteld. Dat geeft de indiener de ruimte om daarna aan de
andere voorwaarden in de Awb te voldoen