Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2024-07-12
ECLI:NL:RBAMS:2024:5409
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
1,926 tokens
Inleiding
beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummers / rekestnummers: C/13/749237 / FA RK 24/2453 (gezag en zorgregeling) en
C/13/751710 / FA RK 24/3666 (vervangende toestemming reizen)
Beschikking van 12 juli 2024 betreffende geschil gezamenlijke gezagsuitoefening als bedoeld in artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek
in de zaak van:
[de moeder]
,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de moeder,
advocaat mr. Z. Taspinar te Amsterdam,
tegen
[de vader] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de vader.
Procesverloop
1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
het verzoek van de moeder, ingekomen op 10 april 2024 en
het verzoek van de moeder, ingekomen op 3 juni 2024.
1.2.
De mondelinge behandeling achter gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 12 juli 2024.
Verschenen is: de moeder. Mr. Taspinar heeft telefonisch bijstand aan de moeder verleend.
De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen met een aangetekend schrijven en een publicatie in de Staatscourant, niet ter zitting verschenen.
Feiten
2.1.
Partijen zijn gehuwd op 10 september 2015. Hun huwelijk is op 20 januari 2021 ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van deze rechtbank van 23 december 2020 in de registers van de burgerlijke stand.
Uit het huwelijk is geboren:
[minderjarige]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2017.
2.2.
De ouders oefenen gezamenlijk het gezag uit over [minderjarige] .
2.3.
De ouders hebben op 3 september 2020 een ouderschapsplan opgesteld en onderling afspraken gemaakt over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken. Zij zijn overeengekomen dat de vader twee keer per week een dagdeel omgang zal kunnen hebben met [minderjarige] in onderling overleg te bepalen tussen de ouders en dat de moeder de vader om de drie maanden een email zal toezenden en informatie zal uitwisselen met [minderjarige] .
2.4.
De vader heeft de Turkse nationaliteit. De moeder en [minderjarige] hebben de Nederlandse nationaliteit.
2.5.
De vader staat volgens het uittreksel Brp ingeschreven in Nederland.
3De verzoeken
De moeder verzoekt het gezamenlijk gezag te beëindigen en haar te belasten met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] , te bepalen dat de gemaakte afspraken in het ouderschapsplan komen te vervallen althans de gemaakte afspraken in het ouderschapsplan te wijzigen en te beëindigen alsmede de zorgregeling zoals opgenomen in het ouderschapsplan te wijzigen en te beëindigen.
De moeder heeft aanvullend verzocht haar vervangende toestemming te verlenen om met [minderjarige] naar Turkije te reizen in de schoolvakantie 2024 en in de periode van 30 juli 2024 tot en met 6 augustus 2024.
4Het standpunt van de moeder
De moeder handhaaft haar verzoek om het gezag van de vader te beëindigen. De moeder heeft sinds januari 2024 geen contact meer met de vader. Hij heeft Nederland in februari 2024 definitief verlaten en woont op een voor haar onbekend adres in Turkije. [minderjarige] heeft evenmin contact met hem. Van een gezamenlijk uitoefening van het gezag is geen sprake. Contact en communicatie met de vader, teneinde een goede uitvoering te geven aan het gezag, ontbreekt. Zij loopt tegen praktische problemen aan als er toestemming van de vader benodigd is. Nu de moeder deze zomer met [minderjarige] in de periode van 30 juli 2024 tot en met 6 augustus 2024 naar Turkije wil reizen en de vader onbereikbaar is om toestemming te geven, heeft zij de rechtbank daarnaast aanvullend om vervangende toestemming verzocht, welk verzoek zij ter zitting heeft gehandhaafd.
4De verdere beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
4.1.
Omdat de gewone verblijfplaats van [minderjarige] in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek van de moeder.
Gezag en zorgregeling
4.2.
Naar de rechtbank begrijpt is de vader betrekkelijk kort geleden, in februari van dit jaar, naar Turkije vertrokken en is er sindsdien geen contact meer. Bij de rechtbank is ook geen verweer van de vader binnengekomen. Echter gezien de relatief korte duur van zijn afwezigheid, zal de rechtbank de behandeling van de verzoeken van de moeder met betrekking tot het gezag en de zorgregeling aanhouden tot de zitting van 2 oktober 2024 te 11.00 uur. Zodoende stelt de rechtbank de vader nogmaals in de gelegenheid om verweer te voeren tegen het verzoek van de moeder dan wel anderszins daarop te reageren. De vader zal voor deze zitting opnieuw een oproep ontvangen op zijn Brp adres en, indien deze oproep onbestelbaar retour komt, zal er een vermelding van de zitting in de Staatscourant plaatsvinden.
Vervangende toestemming
4.3
Ingevolge artikel 1:253a, eerste lid, van het (BW) kunnen geschillen omtrent de gezamenlijke uitoefening van het gezag op verzoek van (één van) de ouders aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van de minderjarige wenselijk voorkomt.
4.4.
De rechtbank zal het verzoek van de moeder om haar vervangende toestemming te verlenen om met [minderjarige] naar Turkije te reizen in de periode van 30 juli 2024 tot en met 6 augustus 2024 wél toewijzen. Niet gebleken is dat het belang van [minderjarige] zich daartegen verzet.
4.5.
Mitsdien wordt als volgt beslist.
Dictum
De rechtbank:
- verleent toestemming aan de moeder, die de toestemming van de vader vervangt, om met de minderjarige
[minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2017,
naar Turkije te reizen in de periode van 30 juli 2024 tot en met 6 augustus 2024;
- verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
- bepaalt dat de behandeling van de overige verzoeken van de moeder wordt voortgezet op 2 oktober 2024 te 11.00 uur en roept de moeder, mr. Taspinar en de vader op alsdan ter zitting te verschijnen;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door de rechter mr. A. van Luijck, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. H. Smulders, griffier, op 12 juli 2024 en schriftelijk vastgesteld op 24 juli 2024.
Voor zover tegen de beschikking hoger beroep openstaat kan dit via een advocaat worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam (IJdok 20 / Postbus 1312, 1000 BH).Het beroep moet worden ingesteld:- door de verzoeker en degene aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;- door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.