Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2024-07-19
ECLI:NL:RBAMS:2024:4946
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,058 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 23/5581
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 juli 2024 in de zaak tussen
[opposant] , te Amsterdam, opposant
(gemachtigde: mr. M. Kartal)
en
de Belastingdienst/Toeslagen, verweerder
(gemachtigde: mr. D. van der Wal).
Procesverloop
Opposant heeft op 28 september 2023 voor een tweede maal beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaar tegen een beschikking van 6 april 2022.
De rechtbank heeft het beroep op 6 februari 2024 kennelijk gegrond verklaard.
Opposant heeft verzet ingesteld.
Opposant heeft verzocht om op een zitting te worden gehoord.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 juni 2024. Opposant is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich digitaal laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
Wat aan deze procedure voorafging
1. In zijn beschikking van 6 april 2022 heeft verweerder beslist dat opposant niet kwalificeert als gedupeerde ouder van de kinderopvangtoeslagaffaire. Opposant heeft op
18 mei 2022 een bezwaarschrift hiertegen ingediend.
2. Nadat opposant op 2 november 2022 beroep heeft ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaar, heeft de rechtbank verweerder met een uitspraak van 27 januari 2023 (zaaknummer 22/5233) opgedragen om uiterlijk op 27 februari 2023 een besluit op het bezwaar te nemen. De rechtbank heeft daarbij een dwangsom opgelegd van
€ 100,- per dag met een maximum van € 15.000,-.
3. Op 28 september 2023 is opposant opnieuw in beroep gegaan wegens het niet tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaar. Verweerder heeft met een brief van 26 oktober 2023 verweer gevoerd. De rechtbank heeft ook in deze tweede beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk gegrond verklaard omdat verweerder niet tijdig op het bezwaar heeft beslist. De rechtbank heeft verweerder opgedragen om uiterlijk zes weken na de dag van verzending van de uitspraak alsnog een besluit op bezwaar bekend te maken. De rechtbank heeft daarbij een dwangsom opgelegd van € 100,- per dag met een maximum van €15.000,-.
Beoordeling
4. In deze verzetzaak beoordeelt de rechtbank uitsluitend of zij in de buiten-zittingsuitspraak terecht heeft geoordeeld dat het eindoordeel buiten redelijke twijfel stond.
5. Opposant heeft niet betwist dat het eindoordeel van de buiten-zittingsuitspraak een gegrond beroep zou moeten zijn. Opposant voert alleen aan dat de rechtbank ongemotiveerd een dwangsom heeft opgelegd van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,-. Nu verweerder ondanks de gerechtelijke dwangsom geen gehoor heeft gegeven aan de eerdere uitspraak van de rechtbank meent opposant dat een hogere dwangsom van €250,- per dag met een maximum van €37.500,- gerechtvaardigd is. Daarnaast meent opposant dat de rechtbank verweerder een te lange beslistermijn heeft gegeven.
6. De verzetsgronden vormen geen reden om te oordelen dat niet buiten zitting uitspraak kon worden gedaan. Het eindoordeel in de buiten-zittingsuitspraak van
6 februari 2024, namelijk dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen gegrond is, staat buiten redelijke twijfel. De rechtbank komt dan ook niet toe aan de vraag of de opgelegde rechterlijke dwangsom te laag is of onvoldoende is gemotiveerd.
7. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat de buiten-zittingsuitspraak niet verandert.
8. Er is geen reden voor een proceskostenveroordeling.
Dictum
De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. Hansen-Löve, rechter, in aanwezigheid van
mr. H.M. Dost, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 juli 2024.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.